JEREMIA

1976-03-26
  • Jaargang 20
  • nummer 13
Gekend en geheiligd Wat de HERE tot hem zegt, is iets waar Jeremia helemaal niet op gerekend had. Het overvalt hem.
Voordat Ik u vormde in de moederschoor, heb Ik u gekend en voordat je geboren werd, heb Ik u afgezonderd. Tot profeet voor de volkeren heb Ik u gesteld (vs. 5).
Dat is wel iets om je even naar adem te laten happen. Het is ook iets dat alleen God maar zeggen kan: voordat Ik u vormde in de moederschoot, heb Ik u gekend.
Dat kan geen enkel mens tegen een ander mens zeggen, zelfs een vader niet tegen zijn kind. Zodra een mens deze woorden in de mond neemt, worden ze dwaas en belachelijk, Alleen God kan zulke woorden spreken.

Ik vormde u in de moederschoot, zegt Jahweh tot Jeremia.
Dat moeten we in een tijd waarin abortus door steeds meer mensen als een normale, legitieme zaak bezien wordt, maar goed vasthouden.
Een nieuw mensenleven in wording ontstaat niet toevallig.
Het is geen puurmenselijke aangelegenheid.
Het is ook geen wegwerp-produkt.

IK vormde u, zegt Jahweh. Je moet er niet aan denken, dat Jeremia's moeder naar een abortuskliniek gestapt zou zijn en dat dat kleine onvolgroeide levensbegin van Jeremia daar in een cleane afvalemmer was gegooid.

Een onvolgroeide vrucht heeft nog niets te betekenen, zeggen velen.
Dat is nog geen mens. Dan is er nog niets. Dat beginnende leven heeft nog geen identiteit. Het kan verwaarloosd worden, Maar dat is niet waar. Voordat ge geboren waart, had Ik u al afgezonderd, zegt Jahweh tot Jeremia. Toen had Ik al iets met u voor, Het is niet waar, dat het nog niet geboren begin van een mensenleven niets te betekenen heeft. God kan er al een bedoeling mee hebben, wanneer alleen de moeder nog maar weet heeft van het nieuwe beginnende leven in haar schoot.

Zo was het bij Jeremia. Jahweh kende hem al voor zijn geboorte, Dat betekent niet maar dat God toen al wist, dat dat beginnende leven een zekere Jeremia zou zijn.
In die betekenis gebruiken wij het woord "kennen" vaak: weten hoe iemand heet. Ken jij die man?
vraagt iemand je. Jawel, zeg je, dat is Berend Borst. 0, zegt de ander, wat is dat voor iemand?
Moet je mij niet vragen, antwoord je dan. Dat weet ik niet. Ik ken hem alleen van naam.

Wij zeggen al dat we iemand kennen, als we alleen maar weten welke naam hij heeft. In de bijbel is kennen veel indringender. Iemand kennen wil in de bijbel zeggen: in contact met iemand staan, zodat je weet wat je aan hem hebt en wat voor vlees je in de kuip hebt.
Iemand kennen heeft altijd iets in zich van je op hem of haar betrokken voelen.
Dat geldt ook hier. Al vóór Jeremia's geboorte was Jahweh op hem betrokken. Toen kende Hij hem al. Met heel zijn hart was Hij toen al naar Jeremia toegekeerd.
Toen had de Here hem óók al geheiligd.
Dat woord "geheiligd" moeten we hier in zijn grondbetekenis nemen: afgezonderd tot, bestemd voor.
Jahweh had Jeremia al voor zijn geboorte bestemd voor het profeet zijn.
Dat God iemand al voor zijn geboorte ergens toe bestemd heeft, wordt in de bijbel niet zo vaak gezegd.
Het wordt eigenlijk alleen vermeld in bijzondere gevallen.
Zo vinden we het b.v. bij Jakob en Ezau: de oudste zal de jongste dienstbaar zijn (Gen. 25 : 22, 23).
Paulus zegt, dat God hem van de moederschoot af heeft afgezonderd en bestemd voor het apostelschap (Gal. 1 : 15, 16).
Bij Johannes de Doper komen we het tegen (Luc. 1 : 13-17) en bij Simson (Richt. 13: 3-5) en ook David, die eveneens een zeer bijzondere plaats zou innemen, spreekt ervan in Ps. 139 : 16. En tenslotte kunnen we nog noemen de Knecht des Heren, de Messias (Jes. 49 : 1), een profetie die t.a.v.
Jezus vervuld werd (Luc. 1 : 30- 33; Matth. 1 : 20, 21).
Wanneer we deze gevallen nagaan, blijkt er telkens sprake te zijn van mensen met een speciale opdracht en roeping of sleutelpositie. Daarom moeten we er een beetje voorzichtig mee zijn om dit zo maar te veralgemeniseren en klakkeloos op iedereen toe te passen. Deze voorbeelden laten zien, dat God in bijzondere gevallen, als er sprake is van een heel speciale opdracht, iemand al vóór zijn geboorte voor die taak apart kan zetten, soms zelfs al vóór zijn allereerste levens-aanvangen.

Profeet
Zo was het bij Jeremia. God had al v66r zijn geboorte een bestemming voor hem: die van profeet voor de volkeren (vs. 5). Het is goed daar nog even aandacht aan te geven. God stuurt Jeremia niet alleen naar Juda en Jeruzalem, maar naar de volkeren. Het Woord van God is niet alleen maar bestemd voor het volk van God, maar ook voor de heidenen.
Gods Woord kan niet worden opgesloten binnen de grenzen van de kerk. Het moet daar ook doorheen breken naar buiten toe. Kerkmensen hebben vaak de neiging Gods Woord voor zichzelf te reserveren en om het uitsluitend voor eigen gebruik te hanteren. Ze gaan er vaak als een muur omheen staan om niets ervan naar buiten te laten doordringen.
Dat is niet goed. Het Woord van God moet de wereld in. Via de gemeente moet het verder komen.
Het is bestemd voor de volkeren.
Dat was bij Jeremia al zo, Hij moet Gods mond, Gods spreekbuis zijn voor de volkeren.
Maar Jeremia ziet dat nog niet zo zitten. Ach, Heer Jahweh, zie, ik kan niet spreken, want ik ben jong. Ik ben niet de geschikte man voor deze taak, voor dit ambt (vs. 6).
Met de woorden "ik kan niet spreken" wil Jeremia niet zeggen, dat hij een spraakgebrek heeft of dat hij niet goed uit zijn woorden kan komen. Het heeft te maken met zijn jeugdige leeftijd. Hij bedoelt te zeggen: Ik ben nog te jong om publiek op te treden en de mensen toe te spreken. Ze zullen mijn woorden niet willen aanvaarden, hun schouders erover ophalen en zeggen: Wat verbeeldt dat broekje zich wel! Hij is nog niet eens droog achter zijn oren en wil ons nu al de les lezen. Laat hij zijn mond houden. Daarom, zegt Jeremia.
ben ik echt niet geschikt voor dit werk. Er zit bij hem ook wel een beetje vrees achter. Hij .ziet tegen deze taak op. En dat is niet zo vreemd. Het is ook maar even iets, wat er van hem gevraagd wordt! Wie zal hij allemaal tegenover zich krijgen? Koningen, vorsten, ministers, priesters, notabelen, zijn eigen volk (vs 18). Jeremia begrijpt best dat het profeet zijn niet bestaat in het bakken van zoete broodjes, maar in het signaleren van wat verkeerd en zondig is, ongeacht bij wie. En daar mankeert het niet aan. Het volk is door en door verziekt en het land bedolven onder de ongerechtigheid (vs 16). Jeremia beseft maar al te goed, dat Jahweh's opdracht hem heel wat vijanden zal bezorgen. Daar ziet hij tegen op. Natuurlijk.
Maar Jahweh zegt tot hem: Zeg niet dat je niet geschikt bent, Jeremia.
Want dan vergeet je Mij (vs 7).
In de eerste plaats is het niet Jeremia die uitmaakt of hij geschikt is, maar Jahweh. En verder moet Jeremia niet zijn eigen verhaal en zijn eigen ideeën doorgeven, maar de woorden van Jahweh.
Je zult hun vertellen wat IK gebied, zegt de Here. Je gaat dan ook niet op eigen gezag naar hen toe. Je bent niet je eigen opdrachtgeven.
IK stuur je. En wanneer Mijn opdracht en Mijn woorden in het geding zijn, speelt leeftijd geen rol meer. Dan kan men zioh er niet laatdunkend van afmaken door op je leeftijd te wijzen. En wat die vijandschap betreft en het verzet dat je ontmoeten zult, wees daar niet bang voor. Want Ik ben met je om je te bevrijden (vs. 8, 18, 19).
De Here zegt hier een paar wezenlijke dingen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief