KORT VERSLAG VAN DE VOORTGEZETTE LANDELIJKE VERGADERING VAN KERKEN d.d. zaterdag 6 maart 1976

1976-03-26
  • Jaargang 20
  • nummer 13
KAMPEN - Het Landelijk convent van de Gereformeerde Kerken (vrijgem. buiten verband) heeft zaterdag op zijn tweede zittingsdag in Kampen een punt gezet achter de reeds geruime tijd slepende moeilijkheden over de vraag of de kerken zich rechtstreeks dan wel getrapt (nl. via regionale vergaderingen) op de landelijke vergaderingen van deze kerken moeten laten vertegenwoordigen.
Het convent koos zaterdag met overgrote meerderheid van stemmen voor het laatste systeem. Dit betekent, dat elke regionale vergadering (classis) voortaan vier stemhebbende afgevaardigden naar de landelijke vergadering zal sturen. Deze vergadering zal als regel om de twee jaar bijeenkomen ...
Wel liet het convent de mogelijkheid open, dat de landelijke vergaderingen ingeval van een "gewichtige zaak" slechts een voorlopig oordeel uitspreken, wanneer tenminste twaalf kerken tevoren de wens daartoe te kennen geven of acht afgevaardigden daar tijdens de vergadering zelf om vragen. In zo'n geval zal de vergadering voorlopig worden gesloten en na zes maanden in gewijzigde samenstelling opnieuw bijeenkomen De kerken zenden dan elk één afgevaardigde rechtstreeks naar de vergadering. De gedelegeerden van de regio's hebben op zo'n voortgezette bijeenkomst slechts een adviserende stem. Met dit besluit schaarde het convent zich achter de door de Commissie Functionering Kerkverband voorgestelde redactie van artikel 38 van het Akkoord voor Kerkelijk Samenleven ...
Een tegenvoorstel, dat voor die kerken, die bezwaar hebben tegen getrapte afvaardiging, de mogelijkheid openliet zich rechtstreeks via één of twee afgevaardigden te laten vertegenwoordigen, die wel spreekrecht, maar geen stemrecht zouden hebben, werd door de vergadering verworpen. Dit voorstel was afkomstig van de eerste secretaris H. L. Fabel, afgevaardigde namens de regio Noord-Nederland ...
Een tweede tegenvoorstel was afkomstig van de kerk van Aalten-Winterswijk, Zij wilde de landelijke vergaderingen uitsluitend via getrapte afvaardiging bijeen laten komen. Mochten er echter bezwaarschriften worden ingediend tegeneen besluit van een vorige landelijke vergadering, dan zou de vergadering, die over deze bezwaarschriften zou moeten beslissen, samengesteld moeten worden via rechtstreekse afvaardiging.
Ook dit voorstel werd zonder al te veel discussie verworpen ...
Het verst in zijn kritiek op het commissievoorstel ging ongetwijfeld de afgevaardigde van de regio Enschede, ds O. Mooiweer. Hij verklaarde zich een tegenstander VIaIl de nieuwe artikelen, omdat ze z.i. te veel afwijken van de Dordtse Kerkenordening. Verder stelde hij, voor vast te leggen wat "gewichtige zaken" zijn, "om niet te worden overgeleverd aan de willekeur van kerkelijke vergaderingen".
In dit verband vroeg hij zich af of er door de oommissie niet teveel macht gegeven werd aan twaalf kerken of acht afgevaardigden (die volgens het voorstel van de commissie om voortzetting van de vergadering mogen verzoeken) . " Ook meende hij, dat de problemen door het voorstel van de commissie niet werden overwonnen, maar slechts verschoven, Hij vroeg zich verder af of men niet bezig was met een eigen KO-tje zich af te sluiten voor een groot deel van de gereformeerde gezindte (met name de chr. gereformeerden en de "binnenverbanders").
Bovendien betwijfelde hij het of de voorgestelde artikelen de eenheid binnen de eigen kerken zouden bevorderen.
Commissievoorzitter Huizinga bestreed ten stelligste, dat het commissievoorstel in strijd zou zijn met de DKO - "Wij hebben als commissie niet anders willen doen dan het doortrekken van de grondlijnen van de DKO naar deze tijd. Deelneming van de plaatselijke kerken aan de besluitvorming op een landelijke vergadering is niet in strijd met de DKO.
Integendeel!" Daarom ook meende hij, dat de voorgestelde artikelen geen struikelblok zouden vormen in de toenadering tot andere kerken. Hij zei verder, dat de commissie niet de pretentie had een oplossing te kunnen geven voor de bestaande verschillen.
"Maar wèl hebben we geprobeerd een kader te ontwerpen waarbinnen we sámen verder kunnen.
Onze voorstellen hebben een brugfunctie" ...
Tenslotte merkte hij op, dat de oommissie met haar voorstelden de eenheid binnen eigen kerken serieus wil bevorderen. "Wij hebben in harmonie met de DKO een kader ontworpen, waarbinnen wij samen in rechtsgelijkheid verder kunnen komen". "Wij willen ook kerken als Doorn en Oegstgeest erbij houden. Wanneer dat niet gebeurt, mag dat niet aan onze voorstelden hebben gelegen. Het commissievoorstel heeft waarschijnlijk tot gevolg, dat iedere kerk wat moet inschikken. Het voordeel daarvan is, dat we dan dichter bij elkaar komen te zitten."
Het voorstel van de oommissie werd tenslotte met overgrote meerderheid van stemmen aanvaard, De vergadering aanvaardde verder een nieuw artikel 36, waarin wordt bepaald, dat genabuurde kerken naar de 'regionale vergaderingen elk twee stemhebbende afgevaardigden zenden.
Deze vergaderingen zullen als regel tenminste tweemaal per jaar worden gehouden, waarbij een afgevaardigde van telkens een andere kerk voorzitter is. Op de volgende vergadering (3 april a.s.) alleen de verhouding tot de Chr. Geref. kerken en de zaak van de opleiding tot de Dienst des Woords besproken worden. Dan zullen ook de deputaten van de Chr. Geref. kerken aanwezig zijn.

(Voor het grootste deel ontleend aan het "Nederlands Dagblad'") O.M.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief