RONDBLIK

1976-04-09
  • Jaargang 20
  • nummer 15
• Angst

Over onze nederlandse taal blijf je je verbazen. En dat geldt niet alleen de schaarse buitenlanders die proberen zich onze taal eigen te maken. De juist verschenen tiende druk van "de dikke Van Dale" bevat ook voor ons eigen volkje nog verrassingen genoeg. Nee, u hoeft echt geen honderdvijfenzeventig gulden (of guldens?) neer te rellen om het volgende te kunnen volgen. Kijkt u zelf maar: in ons taalgebied worden even vrolijk standbeelden opgericht als bladen! Ziet u Opbouw al staan?
Of ziet u het niet meer zitten?
In het archief - niet de prullebak - van de redactie bevinden zich wel wat brieven van de laatste groep. Als gezamenlijke vertolking daarvan volsta ik voorlopig met één, karakteristiek, zinnetje: zijn we nog wel die we waren?
U verwacht een antwoord? Hier komt het - maar wacht alstublieft nog even met boos worden. Want ons eigen huiselijke taaltje verraadt ons. Een buitenstaander zei eens: als je iemand hoort zeggen "maar ik ben zo bang dat ... ", heb je tien tegen een met een gereformeerde te maken.
En nu ben ik zo bang (voelt u wel), dat we op dit punt inderdaad nog zijn die we waren. Angst mag dan wel een slechte raadgeefster zijn, maar we zijn wel bang voor veranderingen.

• Verandering

Nu is er in Opbouw in de tijd van twintig jaar inderdaad nog al wat overhoop gehaald. De opsomming die ik vorige week gaf is nog lang niet compleet. Denkt u maar aan milieu-hygiène, de plaats van de vrouw, het onderwijs (zonder deze begrippen in oorzakelijk verband te brengen). Op het verlanglijstje van lezers en redactie staan nog wel meer onderwerpen trouwens.
Overzie ik die lijst, dan kan ik me best indenken dat iemand zegt: blijft er nog wel iets overeind staan?
Toch wil ik daar twee opmerkingen naast zetten.
De eerste is: je kunt niet uit de wereld gaan. Dat wil ook zeggen: elke tijd heeft zijn eigen problemen en vragen. Die kun je niet wijzigen. Je kunt alleen proberen een schriftuurlijk antwoord te zoeken.
De tweede opmerking ontleen ik aan het derde nummer van Opbouw's eerste jaargang. Daarin schrijft prof. C. Veenhof : "Schilder gaf nooit een werk van zichzelf onveranderd uit. Wie niet verandert lééft niet zei hij meermalen."
Onder "eigen werk" 'versta ik ook de meningen die onder ons gemeengoed zijn geworden, aan de hand der "vaderen" en der "mannenbroeders" .

• Vrijheid

Mag ik zo vrij zijn ook eens voor te lezen uit eigen werk? U vindt het in het eerste nummer van de twintigste jaargang: "Een en ander bracht ook met zich mee de poging zo genuanceerd te denken, dat de christelijke vrijheid niet in het gedrang raakte, maar tot verdere ontplooiing kon komen."
Die vrijheid is een kernwoord dat best eens (op een andere plaats) de nodige aandacht mocht krijgen.
Tot goed begrip: ik schrijf dit artikeltje in alle christelijke vrijheid op zondagavond. Vanmorgen lazen we in de kerk "de wet in alle christelijke vrijheid. Niet uit Ex. 20 of Deut. 5, maar uit Gal. 5 en 6. Wat daar staat? Onder andere dit: "Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrij gemaakt. .. gij zijt geroepen, broeders, om vrij te zijn; (gebruikt) echter die vrijheid niet als een aanleiding voor het vlees. .. .
Nu weet ik bijna zeker, dat u op dat laatste zinnetje al zat te wachten.
Want "vrijheid" - alles goed en wel, als het maar niet ontaardt in vrijzinnigheid, vrijbuiterij, losbandigheid.
Goed, Paulus is daar ook "bang" voor. Maar dat neemt nliet weg, dat hij éérst schrijft: Christus heeft ons vrij gemaakt.
En juist deze brief verraadt, dat hij met krasse termen (1: 6-10) terwille van die vrijheid zelfs zijn collega Petrus in het aangezicht heeft wederstaan (2 : 11-14)!

• Een voorbeeld

De zin "maar ik ben zo bang dat ... " komt geloof ik vaak voort uit angst voor de vrijheid. We weten er geen raad mee als het hek van de dam is. Ik heb iemand eens horen zeggen: onze kinderen zijn gevangen in de vrijheid. Het ging over onze christelijke levenspraktijk.
En om het feit, dat ieder aan de hand van het evangelie, voor zichzelf dient uit te maken hoe hij die zal inrichten. Niet waar oude palen dien je niet te verzetten ...
Een huiselijk voorbeeld. Onlangs kwam op een gemeentevergadering onze "orde van dienst" aan de orde.
Een van de vragen was: is het erg als onze liturgie soms afwijkt van die der zusterkerken? Die vraag hing samen met andere. Zoals: wat kunnen we doen voor de kinderen in de kerkdienst? Wat zingen we? Kan iemand anders dan de predikant de dienst der gebeden eens op zich nemen?
We grijpen naar het kerkboekje.
Helaas - er staat geen antwoord in op deze vragen. Maar er staat wel iets anders in. Alstublieft: "De liturgie der Gereformeerde Kerken in Nederland". En of u zich daar maar aan wilt houden. Stel u gerust: dat doen we. Maar moet het persé?

• Christelijke kunst

O ja, als je eens vanuit het barre Noorden in het zoele Zuiden gaat logeren, dan voel je je "ver van huis". Maar tref je dezelfde "orde van dienst" aan, dan voel je je weer wat "thuis". Je ervaart de eenheid, nietwaar? Ja ... maar onze eenheid is er een van geloof en belijden.
Dat is iets anders dan een uniforme liturgische "wetgeving".
Het Nieuwe Testament geeft in dezen geen enkel strikt voorschrift.
Wel christelijke vrijheid. Een "order van dienst" is eigenlijk een uiting van kunst. In het begin zullen elementen uit de synagoge hebben meegespeeld. in de loop der eeuwen is die liturgie gestyleerd.
Er is een min of meer vast patroon ontstaan: zó richten we onze dienst in ter ere van God. Met votum en zegen. Met zang en muziek. Niets op tegen: God geeft ons de ruimte.
Gevaarlijk wordt het als we gaan veranderen uit pure vernieuwzucht - bijna gelijk aan vernielzucht.
Als we denken dat mensen vast te houden zijn door variatie in plaats van door het evangelie.
Maar even gevaarlijk is het onze stylering te verheffen tot norm, voor norm aan te zien wat slechts vorm is. Daar houdt de kunst op kunst te zijn en wordt de spontaniteit ingeruild voor het cliché. Simpeler gezegd: wie beweert "het kan en mag alleen zó als we het eeuwenlang gedaan hebben" ruilt de vrijheid in voor een nieuwe wet.

• De kunst der vrijheid

De tijd waarin wij leven brengt belangrijker problemen in ons huisgezin dan dat van de liturgie. Vragen vanaf abortus tot en met euthanasie. Het antwoord is niet aan de uniformiteit, ook niet aan de vaderen en de mannenbroeders van toen. Het antwoord is anno 1976 aan ons. En met de bijbel open (niet voor niets hebben we daar de eerste pagina voor gereserveerd) zullen we elkaar helpen zoeken naar een bijbels antwoord.
Zélfs abortus doet je niet af met een dooddoener. Je bent er wel, ieder voor zich, mee bezig. Genuanceerd zonder het probleem te versimpelen. En hier zowel als overal: in christelijke vrijheid. Onder leiding van Gods Geest - voor dié Leider hebben we allen te buigen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief