"Böse Juristen, schlechte Christen"?
1976-04-16
In het dagblad Trouw van donderdag 12 februari jl. trof ik onder de titel "ongewone taal in kerkorde van buitenverbanders" een artikel aan, dat handelde over de landelijke vergadering in Kampen, welke is gehouden op zaterdag 7 februari. De schrijver van het artikel schetst in het kort het ontstaan van de gereformeerde kerken vrijgemaakt buiten het verband en gaat vervolgens in op de twee visies welke er binnen deze kerken zijn ten aanzien van de vormgeving van het kerkverband.- Jaargang 20
- nummer 16
Aan de orde komt ook de positie van de oommissie functionering kerkverband ten opzichte van, de twee stromingen die er naar zijn zeggen momenteel zijn: aan de ene kant de mensen, die zeggen dat ze met de opzet van de Dordtse kerkorde nog wel uit de voeten kunnen en aan de andere kant zij, die zeggen zo weinig mogelijk te willen regelen en het kerkverband meer ideëel dan juristisch willen benaderen. Vervolgens wordt de voorzitter van de commissie, ds J. C. Janse uit Zaandam aangehaald, die zegt: "In het verleden is er te vaak koud-juridisch met de kerkorde omgesprongen.
Als het zo moet, kun je net zo goed een stel juristen bij elkaar zetten om een uitstekende regeling te ontwerpen. Wij streven naar een reformatorische manier van omgaan met elkaar, tot in de verwoording van de kerkorde. Wij zijn vastbesloten, elkaar vast te houden in de hoop, dat er zo wat nieuws groeit". Een artikel, dat dit laatste tot uitdrukking wil brengen is artikel 31 van het concept-akkoord, waar staat: "De kerken, die van Christus zijn, werken eendrachtig samen. Zij wekken elkaar op het Woord van God te bewaren en te blijven bij de leer van de kerk naar de formulieren van enigheid; zij helpen en dienen elkaar en behartigen de zaken, die zij gemeenschappelijk hebben. Zij mogen daarbij niet over elkaar !heersen, maar zullen geduld met elkaar hebben en samen de tijd van God verwachten, waarin Hij de weg duidelijk zal maken".
Volgens het commentaar in Trouw waren er tijdens de vergadering mensen, die zeiden, dat dit eigenlijk helemaal geen kerkorde-taal is. Zelfs waren er, die in de laatste woorden "verkeerde mystiek proefden".
Na deze vrij lange inleiding wil ik, zonder inhoudelijk op het concept-akkoord in te gaan, graag enkele kanttekeningen plaatsen bij wat men zou kunnen noemen de "procedure-kwestie".
1. Bij een deel van de buitenverbanders blijlkt de vrees te bestaan, dat een strak gereglementeerde opbouw van het kerkverband in de toekomst wel eens soortgelijke conflictsituaties op zou kunnen leveren als in de jaren 1942-1944 en 1966 en volgende jaren. Een vraag die ogenblikkelijk boven komt is deze, of dergelijke conflictsituaties niet zouden zijn ontstaan, of zich in geringere mate zouden hebben voorgedaan, bij afwezigheid van een strakke reglementering. Het is onmogelijk hier een uitspraak over te doen. Wel moet me van het hart dat het blijkbaar mogelijk is, indien ik om me heen kijk naar andere kerkverbanden, om heel lang binnen één bepaald kerkverband bijeen te blijven hoewel er bijzonder grote controversen bestaan. Kennelijk spelen ook andere factoren en rol, bijvoorbeeld de wil om bij elkaar te blijven.
2. Indien we nu bevreesd zijn voor de toekomst en denken dat een strenge kerkorde 'ons weer voor grote problemen zal stellen, houden we naar mijn mening over de mogelijkheden om ook bij een uitermate zwak juridisch akkoord van kerkelijk samenleven, uit elkaar gedreven te worden en van elkaar te vervreemden.
3. Stel dat er, om wat voor kwestie dan ook, ernstige meningsverschillen zijn. Naar mijn mening zal het dan ook met een ideële kerkorde in de hand, mogelijk zijn om broeders aan te klagen.
Dit zou dan ironisch genoeg bijvoorbeeld kunnen op grond van het nieuwe artikel 31. Immers, wat is "elkaar dienen", wat is "blijven bij de leer van de kerk naar de Formulieren van enigheid"?
Dit kunnen in de praktijk uitdrukkingen blijken te zijn, die door twee kerken heel verschillend worden geïnterpreteerd.
4. Indien men werkelijk op weg wil naar meer samenwerking tussen de kerken en daartoe een verband wil oprichten waardoor het meer mogelijk wordt elkaar tot een hand en een voet te zijn, is een zekere orde en reglementering (mede) noodzakelijk. Evenals bij zovele andere gedragsregels, treden veel van de bepalingen uit de kerkorde in werking indien er iets "mis" is. Op dàt moment dient er naar Gods Woord in een bepaalde geest gehandeld te worden.
5. Wanneer men eendrachtig nu al van mening is, dat er in die geest moet worden gehandeld, neemt dat niet weg dat de reglementering zelf juridisch moet zijn, Men moet bijvoorbeeld kunnen weten hoe men moet handelen, tot wie men zich kan richten en wat de beroepsmogelijkheden en gevolgen van het ingestelde beroep zijn. Op dat moment heeft niemand iets aan een zwakke formulering en kan deze zelfs funest zijn.
6. Ligt het niet voor de hand om de kerkorde, welke krachtens haar aard vooral juridisch is, dit karakter te laten behouden. In het verlengde daarvan kan bekeken worden of een commissie, samengesteld uit vertegenwoordigers vanuit die kerken (waaronder juristen), een kerkorde kan opstellen.
Voor de uitvoering van haar taak is een dergelijke commissie geheel afhankelijk van de duidelijke opdracht welke meegekregen wordt van het convent Alsdan behoeft men mijns inziens niet bij voorbaat bang te zijn voor "juristerij".
7. Wanneer leden van onze kerken in hun burgerlijk leven een principiële kwestie willen uitvechten, zoeken ze een advocaat.
Wordt een werknemer bijvoorbeeld ontslagen door zijn werkgever omdat het de eerste verboden wordt vloekende collega’s te wijzen op het overtreden van Gods verboden en deze werknemer hieraan geen gevolg wil geven, dan wekt deze werkgever een advocaat die hem kan aanvoelen in zijn principiële stellingname. Na goed overleg tussen werknemer en advocaat wordt een begin gemaakt met de procedure, waarbij de raadsman de grieven van de werknemer met behulp van de juridische vaktaal verwoordt.
Uiteraard zijn er grote verschillen tussen deze situatie en de gang van zaken met betrekking tot de toepassing van de kerkorde. De overeenkomst tussen beide is echter wel, dat indien men hoe dan ook zijn recht wil zoeken, men een duidelijke juridische richtingwijzer nodig heeft. In die situaties heeft men behoefte aan niet-misteverstane formuleringen. Ik zeg niet dat alleen de juristische vakman uitkomst kan bieden, maar waarom zou men niet. gebruik maken van vaardigheden, die iemand tijdens zijn studie en in zijn werkkring zich eigen gemaakt heeft?
1) Lag al enige tijd op onze tafel. (red.)