Verenigde Gereformeerde Kerk

1976-04-23
  • Jaargang 20
  • nummer 17
Deze maand moesten we een bliksembezoekje in Schotland maken: voor een paar besprekingen en zo. In vijf dagen uit en thuis.

Al vaker had Gart, onze tuinman, gezegd: "dat ik van m'n leven nooit in Schotland ben geweest, dat staat me slecht an. De rest van Europa heb ik nu wel gezien." Wat ligt dus meer voor de hand dan te vragen: Gart, kun je een paar dagen missen en meerijden naar Overzee? Als die vraag ernstig gemeend was, dan was Gart van de partij. Op het laatste moment vond HKH, dat ze niet kon achterblijven: anders moet je rijden en zelf de kaart lezen en Gart van alles wijzen.

In vijf dagen - wat kan er dan veel gebeuren! Eerste middag de reis naar Europoort, de inscheping, een zelfbedieningsdiner van hier tot Paasmaandag. Een kijkje hier, een babbeltje daar, een drankje en de reisroute vluchtig uitgestippeld. De tweede dag: met thee op bed gewekt door een wasechte Afrikaanse neger; ontbijt met ham and eggs oftewel gebakken eieren met spek. De douane, stempel .in paspoort en rijden door een vreemd en machtig interessant landschap. De grens met Schotland, de eerste meren, de bergen waar sneeuw op ligt in april, het eerste groen aan bomen en struiken. Tegen de avond: aankomst in het dorpje van onze bestemming, ergens in de Hooglanden, Een groet hier, een handdruk daar, een omhelzing en een welkom. "Goeie mensen, kennen jullie hier nu ook iedereen?" Gart genoot en wij genoten dubbel, De derde dag: reizen, besprekingen, ontmoetingen, inspecties. Gart breidde zijn Engelse woordenschat met honderden procenten tegelijk uit. Keek zijn ogen uit aan de landbouw, aan de veesoorten, aan het primitieve boerenleven. Vond de mensen open en hartelijk. En lang niet achterlijk.

De vierde dag: terug naar een stadje in Noord-Engeland, waar we de nacht overbleven om de lange terugweg naar de boot te breken. En in dat stadje gebeurde het.

We waren zaterdagavond laat aangekomen. Het logies was besproken (a single and a double: een kamer voor een alleen en een kamer voor twee) en op zondagmorgen stond het ontbijt klaar. Wel wat ongewoon, te moeten reizen op zondag. Ja, dat wisten we vooruit, dat is onvermijdelijk: we moesten maandag op kantoor zijn. Maar we hadden een kerkdienst uitgekozen: om half elf in de United Reformed Church, de verenigde gereformeerde kerk. "Is die kerk wel zuiver?", vroeg Gart.

Redelijk zuiver, zeiden we. Het is zo ongeveer de kerk van Elspeet en de gereformeerde kerk en de onze bij elkaar geteld, 0, dat was dus in orde. Maar of we hem na afloop zouden vertellen, wat er gezegd en gedaan was? Dat zouden we!

Na afloop vertelden we. Dat we enkele handdrukken hadden gekregen en dat onze naam in het gastenboek werd gevraagd - dat had Gart goed meegemaakt. Ook dat hij onze oude vriend en 81 jaar was, voor het eerst in Engeland. Maar dat de voorganger ons "van overzee" speciaal begroet had en ons een goede zondagen een behouden terugreis wenste, was hem ontgaan. Ook had Gart de psalmen gemist; maar geen nood) want we hadden psalm 23 helemaal gezongen, zij het op een Engelse melodie. En verder verschillende goede gezangen. Of er uit de Bijbel gelezen was? Jazeker. Eerst uit het oude testament, psalm 24.
Daarna uit het nieuwe, Handelingen 11. Of de Wet wel gelezen was?

Dat niet - maar het Evangelie was zuiver verkondigd. Of er ook een tekst was genoemd? Ook dat; de preek ging over de zin: "het geschiedde, dat de discipelen in Antiochié voor het eerst Christenen werden genaamd."
De voorganger sprak over "christenen", waarbij de naam geen inhoud meer heeft. Er is ergens burgeroorlog, waar alles wat niet Mohammedaan is, "christen" genoemd wordt, Maar dat heeft met Jezus Christus niets te maken. In Ierland is een burgeroorlog, zogenaamd tussen protestantse en katholieke "christenen". Maar ook daar wordt het woord misbruikt. In de laatste wereldoorlog vocht het Lutherse Duitsland onder meer tegen Engeland en Amerika; landen, die toch ook niet heidens mogen heten. Maar ook hier werd niet gehandeld naar de geest van Christus.

Nee, zei de voorganger, de zaak lag heel anders. Een naam die we erven drukt niet (of niet meer) onze aard uit. Dan vroeger op zijn school; daar werden bijnamen gegeven, die nauwkeurig aangaven, wie wat was. Een jongen, die nooit een penny kon uitgeven, heette toen al De Vrek. Vandaag is hij heel rijk en geeft nooit wat uit; maar de hele stad noemt hem De Vrek. Een jongen, die altijd de grootste konijnen fokte en de mooiste bloemen kweekte; vandaag fokt hij het mooiste vee en oogst de grootste opbrengsten van zijn land; en nog altijd heet hij De Reus. En zo waren er meer bijnamen, die nauwkeurig aangaven, wat de aard van iemand is.

Welnu, zei de voorganger, Daar in Antiochië was het Evangelie verspreid en er waren mensen, die er naar lééfden, Die zachtmoedig waren en nederig en vergevensgezind en dienstvaardig, attent en vriendelijk. Die mensen vielen in de stad op: ze hadden nét zulke eigenschappen als Jezus van Nazareth, die gekruisigd was. En men gaf hun toen de bijnaam: christenen! Die naam drukte beter dan hun geërfde namen uit, wat hun aard was.

Jawel, dat alles zei de voorganger. Dat wij, als we de christennaam waard willen zijn, niet moeten staan op onze papieren rechten, maar streven naar zachtmoedigheid en rechtvaardigheid. Dat wij, als we christenen willen heten, het beeld van onze Heiland moeten vertonen.
Dat we dus voor elkaar moeten zorgen, elkaars vreugde en leed delen, elkaar van onze boze zonden afhelpen en elkaar bemoedigen en troosten, Op die manier vertoonden wij de eigenschappen van Christus; op die manier hadden we deel aan zijn lichaam; op die manier konden wij als delen van hetzelfde lichaam elkaar niet meer missen.

Gart stond er van versteld. Dat die voorganger al die mooie dingen in de Engelse taal kon zeggen! Het was zeker niets minder dan hij in Elspeet zou hebben gehoord. Wat fijn, dat wij er wat van konden verstaan en hem konden doorgeven. Zo had hij toch ook nog een goede zondag, vond hij. Inclusief de sabbathsreis.

Want hij zag meer dan voorheen, dat er buiten de Nederlandse toestanden ook nog elders kinderen van God wonen. Zoals onze gastvrouw, die met ons ontbeet en een Engels versje opzei: waarin ze dankte voor leven, gezondheid, vriendschap, voedsel en Gods zorgen, Dat was toch erg mooi, vond hij. En dat die christenen in dat Engelse stadje elkaar gevonden hadden in een "Verenigde Gereformeerde Kerk". Het was een erg nietig gezelschapje - maar "waar twee of drie in Mijn naam vergaderd zijn ... " citeerde Gart plechtig. En dat de kinderen een deel van de dienst vooraan zaten, zelf een lied zongen en toen naar de zondagsschool gingen - wel, dat was toch niet zo gek. Kinderen kunnen toch alles niet volgen, wat voor grote mensen gepreekt wordt.

Al deze en dergelijke opmerkingen kwamen tijdens de thuisreis in de loop van de middag. We reisden onze weg met blijdschap. Want we beleefden, meer dan voorheen, onze verbondenheid-in-Christus; ons kleine gezelschap, verbonden met de kerken in Schotland en Engeland, verbonden met de christenheid overal ter wereld, verbonden met voorgeslachten en met ons nageslacht, "Het was een minachtig klein gezelschapje, daar in de stad", zei Gart nadenkend, "maar al schijnt de kerk verdwenen te zijn - er is altijd een overblijfsel, staat geschreven".
Jawel. Een gedachte om vast te houden. Met papieren rechten hebben de kerken van de reformatie zich tegen elkaar afgezet, zich van elkaar afgescheiden; elkaar overtroffen in zuiverheid misschien, maar aan de wereld een voorbeeld van verdeeldheid gegeven. Voor tallozen in deze wereld is het woord "kerk" en "christenen" negatief geladen. Daarin zal de wereld het wel fout hebben - maar de kerk heeft zéker gedwaald.

Verenigde Gereformeerde Kerk. Zou daar nog iets inzitten? Je hebt mensen, die tot elke prijs streven naar een grootste-gemene-deler-chrisendom.
Zo'n soort eenheidsworst, waar we ons allen in zouden moeten kunnen vinden. Het zal wel een utopie blijven, wanneer het alleen om de menselijke, aardse organisatie gaat.

Iets ánders wordt het, wanneer wij naam-christenen eens allemaal op Christus zouden gaan gelijken. Dan zouden we feilloos herkennen allen, die van Christus zijn. Uit welke kerkformatie ook. Dan zouden we elkaar ook niet gauw meer loslaten, ons versnipperen in onsamenhangende groepjes, waarin de leden zichzelf verteren.

En nog wat. Een van mijn vrienden zei eens: och, al die christenen onder één kerkdak te brengen lijkt me niet bepaald nodig. Een grote kerk moet toch weer in parochies gedeeld worden, wil ze kerk blijven, waarvan de leden elkander kennen. Maar al zouden we allemaal onder onze huidige kerkdakjes blijven - wanneer we in elkaar maar het werk van Jezus Christus herkennen, dan zou er al veel gewonnen zijn.
En is die laatste opmerking het overdenken niet waard?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief