Mijn vriend Helmich
1976-04-23
Ik heb een vriend van twaalf jaar. Hij heet Helmich. Ik ben voor hem "Ome Wijk" en dat zal zo blijven. Zondags in de kerk kijkt hij of ik er wel ben. Trouwens, hij let niet alleen op mij maar ook op anderen En als hij iemand mist, deelt hij weleens een vermaning uit. Zo oefent hij toezicht uit op zijn manier. En als hij voordat de dominé de preekstoel op gaat de tijd èn de zin heeft, telt hij de mensen: één, twee, drie ... Tot tien gaat bet wel goed, maar dan wordt het moeilijker en is hij gauw (te gauw) bij twintig. En dan gaat het oog vlugger: zestig, tachtig, honderd. Er zijn er wel meer, maar dat geeft niet. Met honderd vindt Helmich het wel genoeg. En dat ben ik eigenlijk met hem eens. Want een kerk met honderd mensen doet mij meer dan een kerk met honderden mensen. Maar dat is persoonlijk.- Jaargang 20
- nummer 17
Het collecteren is voor Helmich een belangrijk onderdeel van de dienst. Geen wonder, dan kan hij iets doen. Dan wordt hij aktief.
Helmich behoort bepaald niet tot de mensen, die het tijdens de kerkdiensten zo lui mogelijk afwerken. Nee, hij doet zijn best er iets van te maken. Het liefst zou hij met de collectezak de kerk ingaan en iedereen persoonlijk benaderen.
Dat gaat echter niet en dus beperkt hij het tot de mensen in de bank waarin hij zit.
Met zwier pakt hij de zak aan en met evenveel zwier geeft hij die door. En je kunt het aan hem zien dat hij een blijde gever is. En de HERE heeft zo'n gever lief.
Zingen doet hij ook graag. Hij is wel eens wat te vroeg en komt ook weleens wat achteraan, Maar hij méént het en dat is het voornaamste.
U begrijpt, dat Helmich anders is dan anderen.
Hij is door God anders gemaakt. Dat betekent niet, dat zijn bestemming oolk anders is.
Ook hij is een mens en door God geroepen om Beeld van Hem te zijn, Ook Helmich is geroepen om iets daarvan te laten zien in zijn leven. Als André van Duyn daar iets van begrepen had, zou hij dat versje over Willempie nooit hebben gezongen.
Jammer dat "normale" mensen zulke abnormaal kunnen doen. Abnormaal, dat is tégen het normale, tégen hetgeen waartoe we geroepen zijn door God.
De mensen zeggen dat mongooltjes "abnormaal" zijn, maar zou de Here Jezus dat ook zeggen als Hij naar Helmich kijkt? Ik denk van niet. De schrijver van "De engel en de blindeman" wijst hier ook op, als hij schrijft over een van zijn kinderen. 1) Eigenlijk heeft Helmich iets van de lijdende Heiland. In Jesaja 53 wordt van de lijdende knecht des HEREN gezegd, dat hij geen verschijning was, die bewondering welkte. Uiterlijk gezien is Helmich onaanzienlijk, heeft hij geen gestalte om te begeren. Maar is dat beslissend?
Zeker niet! Helmich denkt over een heleboel dingen niet zo diep na, maar dit staat voor hem vast: God is er en de Here Jezus is er en hij zelf mag een kind van God zijn en de Here Jezus is ook voor hem gestorven. Dat hebben zijn ouders hem verteld en dat gelooft hij, kinderlijk eenvoudig, ja, hij haalt de dingen wel eens door elkaar.
Ook het leven van Helmich wordt gekenmerkt door goed en kwaad. En soms vindt hij de carnavalsliedjes mooier dan "U alleen, U loven wij.”
Helmich is spontaan, in zijn kwaad worden, maar ook in zijn "Lief zijn voor een ander". Hij begrijpt na een enkel woord van zijn vader of moeder waar de problemen liggen. Is er verdriet, dan heeft hij een woord van troost, is er blijdschap, dan doet hij enthousiast mee. Op zijn eigen manier, soms wat onbehouwen maar wel geméénd.
Helmich is beslist geen heilig boontje. Hij kan kwaad zijn, stampen, boos kijken, maar echt háten kan hij niet.
Hij kan wel eens vloeken - ook hij hoort dat op straat - maar hij zal! nooit zeggen dat God dood is. God dood? Kom nou, dáár lacht hij om.
Wij, mensen dragen de gevolgen van de zonde met ons mee. De eeuwen door gaat dat al zo.
En dat zal zo zijn tot op de dag dat Jezus terugkomt. De zonde heeft veel verkeerd doen gaan, in de verhouding van mensen onderling, maar ook in de ontwikkeling van de mens, lichamelijk en geestelijk, De Here Jezus zegt: "Zalig de armen van geest ... "
Wat zal er van Helmich worden? Later, als zijn ouders niet meer voor hem kunnen zorgen?
Daar denken zijn ouders wel eens over na.
En dan is er zorg en moeite.
Maar ze weten het, dat die zorg overbodig is.
Dat is een grote troost, voor hen en voor alle 'Ouders die kinderen hebben, die anders zijn dan anderen.
Jezus moet in mensen gestalte krijgen.
Dan worden we echt mènsen en gaan we God loven.
Dat geldt ook voor Helmich...
Zo komt God aan Zijn eer, ook in mensen als Helmich.
En eens zullen de blijde zangers zingen (Psalm 87), tussen hen in zal Helmich staan. En dan zingt hij zuiver, dan is hij nooit meer te vroeg en komt hij ook nooit meer achteraan, Dan zullen al zijn woorden zuiver klinken, Want God maakt alle dingen nieuw.
1) Mr. J. van der Hoeven schrijft in drie boeken over zijn zoon Aat, Scheel engeltje, De enige en de blindeman en Afscheid van een engel. Uitgegeven bij Ploegsma in Amsterdam.