LAND VAN DE DOOD
1976-04-23
(Soemba-Borneo 92)- Jaargang 20
- nummer 17
Zó zou je Soemba kunnen typeren.
De dood héérst er. De overledenen - zij zijn weliswaar begraven, maar ze zijn nog steeds vlakbij aanwezig en ze beïnvloeden het loeven van alle dag, ten goede of ten kwade. Verre voorvaderen, eeuwen geleden gestorven en grootouders of ouders, het is alles tot MARAPOE geworden, dat geheel van verering van gestorvenen.
"Op Soemba daalt zegen en straf neer van Boven langs de dode voorouders en de zon en de maan naar de levende mensen" (Gilhuis, Zendingstaak der kerk).
Een voorspoedige oogst? Wees blij, maar het is niet omdat je je zo inspande.
Ziekte of tegenslag? Berust er in. Zo is dat alles over [e beschikt. Sloof je vooral niet uit.
Waarom zou je je tuinen ànders bewerken dan je ouders deden?
Waarom meer hygiëne of betere voeding? De MARAPOE zou menen, dat je geen rekening meer met hem houdt en kan dan ernstig verstoord zijn en je tégenkomen.
En. kijk dan uit! Beter is regelmatig te offeren. Wat rijst of sirih piruang, groente of vlees op offerstenen of in het bakje dat bóvenin de nok van het huis daarvoor staat. Je kunt daarmee voorkomen, dat de marapoe 't kwade naar je zendt. Doe in elk geval alsof je hem te vriend wilt houden.
ZÓ zijn de doden vlak bij. Hun graven liggen zichtbaar in de kampongs en vele dodenbomen herinneren aan vertrokken overledenen.
Vroeger hingen daar de schedels van de overwonnen vijanden aan. Dat mag nu niet meer, maar in de echte Soebanese samenleving weet ieder wat die dodenbomen betekenen.
Land van de dood - land ook van duisternis en leugen, En die duisternis oefent echt macht uit.
De Soembanees is er aan overgeleverd.
Hij merkt dat niet eens, want dat regiem is al eeuwen zo.
Het land is ook woest en onherbergzaam.
Geen bloemen, hoewel de bodem rijk is. En mensen, die zich niet ontplooien kunnen, bestemd voor de eeuwige dood.
In dàt land klonk het Woord van het leven: "Sta op uit de dood en Christus zal over u lichten", Hij is dood gewéést en levend geworden en is nu in de hemelse gewesten, verheven bóven alle machten (Ef. 1: 21) en Hij heeft in zijn handen de sleutels van dood en dodenrijk (Op. 1: 18), zodat Hij àlle macht heeft. De Soembanees werd gepredikt zich aan Hem te geven. Lange jaren aaneen is die boodschap reeds gebracht. En velen hoorden er naar en bekeerden zich van de duisternis van de marapoe tot het Licht.
Is daarmede de marapoe onttroond?
Ja, zie naar de veilen, die in de opgstane Heiland geIóven.
Zij zijn bevrijd tot nieuw léven.
Maar velen weifelen ook. Dagelijks is er de strijd, als 2Jemarapoe- afbeeldingen zien en offerstenen tegenkomen. Zij zijn er dikwijls niet tegen opgewassen om zich duidelijk af te keren van die machten en totaal te betrouwen op onze Heer Jezus Christus.
Ook verstaan zij nog niet hoe het Woord van de Here aIlerwege ten leven leidt. In het heel gewone dagelijkse leven, in werk en omgang met elkaar, in bezig zijn op de tuinen en met het vee. Het "strijdt om in te gaan" is zo wezenlijk, als je bv. een uitnodiging krijgt van heidense familie om een bruiloft mee te maken, Want dáár is dan ook die marapoemacht, die traditie. En dat kàn niet, en toch ...
Wat is het feit, dat het Woord van God dáár gepredikt wordt door mannen-van-dat-Iand, onderwezen in de Schrift en tijdens de cursussen o.P Parai Puduhamu. Dáár is in dat onherbergzame land-vande-
dood een plaats van de Goede boodschap, de boodschap van léven en je ziet het in verzorgde tuinen, in opgewekt levende mensen, in de broederlijke omgang, in het samen-uitzien naar het nieuwe land-vol-leven, straks ná de jongste dag.
Die prediking en dat onderwijs mogen we helpen en zo vond Pasen moeten we maar eens iets meer dan anders denken aan onze broeders en zusters in de Here, die het moeilijk hebben in hun strijd. Bidt voor hen!