Jezus en de Grieken
1976-04-30
• Niet in de kerk geboren - Jaargang 20
- nummer 18
Een deur open laten staan lokte vroeger onvermijdelijk de opmerking uit: je bent niet in de kerk geboren! Dat moet een tijd geweest zijn, waarin zelfs in Nederland kerkdeuren straffeloos open konden blijven staan.
Via Filippus - de man komt uit Bethsaïda in de landstreek der heidenen - vragen ze audiëntie.
Filippus, voorzichtig, raadpleegt eerst Andreas. Vanwege het mogelijke risico (denk maar aan Paulus later) - de situatie is al explosief genoeg. Samen besluiten ze het verzoek aan Jezus over te brengen. Dan moet Hij zelf maar beslissen.
De "Grieken" waarover Johannes schrijft (Joh. 12 : 20-26) zijn in elk geval niet in de kerk geboren.
Maar ze gaan wel naar Jeruzalem om op het feest te aanbidden, Hun eigen goden hebben ze blijkbaar in de steek gelaten. "Op het feest": Jezus' intocht in Jeruzalem gaat vooraf. Het is dus bijna Pascha.
Zo u wilt: Goede Vrijdag - bijna.
Deze Grieken hebben van Jezus gehoord. Hij brengt zijn laatste dagen in Jeruzalem door. En doet grote wonderen. Dus willen ze Hem wel eens zien, spreken.
• Geen antwoord?
Vreemd, maar het lijkt of Jezus helemaal geen beslissing neemt, geen antwoord geeft op de vraag.
Want Johannes vertelt: maar Jezus antwoordde hun: de ure is gekomen (het ogenblik is aangebroken), dat de Zoon des mensen moet verheerlijkt worden ...
Heeft Jezus nu wèl of géén tijd voor deze Grieken?
Ter vergelijking leggen we er een ander geval naast. In Mt, 16 was jezus nieuwsgierig naar de reactie der Joden. Toen kwam aan de orde: U bent de Messias. Met het verbod dit aan iemand te vertellen.
En vlak voor de eerste aankondiging van zijn lijden. Hier, in Joh. 12, zijn Grieken nieuwsgierig naar Jezus. Ze willen Jezus "zien": ze zúllen Hem zien. Publiek, in het openbaar, als Messias. Want nu is het ogenblik aangebroken dat de Zoon des mensen wordt verheerlijkt. Dat geschiedt niet in een hoek ... En ze zullen er van opzien. Want met het uur van de verheerlijking is ook het oor van het lijden aangebroken.
Hoe zullen deze Grieken dat met elkaar kunnen rijmen? Vergeet niet: wij staan er achter, maar zij staan er nog voor!
• De omweg via de graankorrel
Het zal inderdaad moeilijk te begrijpen zijn. Daarom geeft Jezus een vingerwijzing. In de vorm van een masjaad, een raadselspreuk.
Iets om over door te denken.
Luister maar: "als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij op zichzelf." Dan is en blijft het een graankorrel "op z'n eentje".
Maar "als zij sterft, brengt zij veel vrucht voort". Halm, aar, graankorrels in veelvoud.
Jezus bedoelt: wil zijn leven vrucht dragen (voor Jood en Griek), dan moet Hij eerst sterven.
Een graankorrel wordt gezaaid, neemt zelf geen beslissing. Jezus, déze mèns, moet wél zelf beslissen.
Daarom brengt Hij het beeld hoe algemeen ook - eerst over op zichzelf. Simpel: wie zijn leven liefheeft, is all bezig het verloren te laten gaan. Zoals de graankorrel die ongezaaid op z'n eentje blijft liggen. Maar wie zijn leven haat in deze wereld, zal het bewaren ten eeuwigen leven. In deze wereld: het is duidelijk dat Jezus de toepassing niet abstract, niet theoretisch bedoeld. Het is Hem met recht bloedige ernst, hier en nu. Dat zal in de praktijk, in zijn praktijk blijken.
• Een zaak van liefhebben of haten
De vraag is wel, wat Hij nu eigenlijk met die vreemde termen bedoelt. Wat 1s dat: je leven “liefhebben" en "haten" in deze wereld? Dat "haten" van je leven klinkt als een soort moderne - of antieke - filosofie. Zo in de buurt van "walging". Maar deze filosofische taal is niet de taal van Jezus. Hij weet, van jongsaf, hoe de bijbel, hoe zijn Vader spreekt.
Hoor maar: Jacob heb Ik liefgehad, maar Ezau heb Ik gehaat.
Dat klinkt bijna nog erger dan moderne filosofie. Althans voor onze oren - niet voor joodse.
Als in een klas van dertig leerlingen de onderwijzer één leerling aanwijst om bijv. de bibliotheek bij te houden, dan heeft hij, in joodse taal, de ene leerling lief en haat hij de andere negen-en-twintig (zie ter vergelijking Ps. 78 : 67, 68). "Liefhebben" is ook een kwestie van de voorkeur geven aan, van een keuze. En dus een beslissing. Bij "haten" behoef je dan niet verder te denken dan: de keus is op hem, op die anderen, niet gevallen. Dat is dus heel wat minder geladen dan ons woord haten. Met het oog op de toekomst van Abrahams geslacht viel Gods keus (tegen de menselijke verwachting in) op Jacob en niet op Ezau.
• Geen vrij-blijvende ontmoeting
En nu terug naar Jezus' woorden: je leven haten of liefhebben. Ook daarin zit het element van "de voorkeur geven aan", en dus van een beslissing. Een beslissing die valt in deze wereld. Het valt aan Jezus zelf te demonstreren. Hij gaf er de voorkeur aan, Hij nam de beslissing zijn leven in deze wereld te "haten". Hij besloot, bewust, de weg van lijden en sterven te gaan. Zo alleen kon Hij zijn taak en zending vervuilen. God láát Hem de keus. Jezus zelf neemt de beslissing: niet mijn wil maar Uw wil geschiede ... Maar het resultaat is: veel vruchten. En: zijn leven bewaren ten eeuwigen leven.
Daarmee is nog niet alles gezegd.
De toepassing volgt: als iemand Mij dienen wil (Jood of Griek), hij volge Mij ... Wie Hem volgt staat constant voor dezelfde keus.
Neem iemand als Paulus. Die man had toch geen leven, zou je zeggen (2 Cor. 11 : 23 v.v.). Elke keer dat hij koos voor het volgen van Jezus, maakte hij het zichzelf moeilijk. Toch verwachtte hij zo het leven (2 Tim. 4 : 6-8). Een lijdensweg. Inderdaad, Maar deze lijdensweg loopt uit op verheerlijking.
Precies zoals Jezus zei: wie zijn leven zal walen verliezen, zal het bewaren ten eeuwigen leven.
Hij was immers nog niet uitgesproken: ... hij volge Mij, en waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn. Indien iemand Mij wil dienen, de Vader zal hem eren, (vgl. 12 : 26 en 17: 24).
Jezus volgen is geen vrij-blijvende zaak - het is een zaak van dienen. Je kunt met volstaan bij de Messias met een: "wij zouden Jezus wel eens willen zien". Dat ligt teveel in de lijn van: ... en dan zu1aen we nog wel eens verder zien. Jezus' antwoord is voor jood èn niet-jood veel minder vrijblijvend.
Wie met Hem in aanraking komt, moet kiezen. Elke keer opnieuw. In deze wereld, Met het beeld van de graankorrel voortdurend in gedachten!