JEREMIA
1976-04-30
Afgodendienst en dienst van Jahweh Als wij terugzien naar het volk Israël uit de tijd van de koningen en van Jeremia, kost het ons moeite te aanvaarden, dat Israël dat volop afgoderij bedreef, toch niet het gevoel had daarmee Jahweh te krenken; Voor ons besef liggen afgoderij en het dienen van Jahweh zover uit elkaar, dat ze elkaar absoluut uitsluitend en onmogelijk met elkaar te combineren zijn. En we kunnen ons nauwelijks voorstellen, dat Israël daar helemaal geen moeite mee had, Wanneer Israël blijkens vs. 23 de beschuldiging Jahweh verlaten te hebben en de Baäls achterna gelopen te zijn verontwaardigd van de hand wijst, maakt dat op ons de indruk van onwaarachtigheid en van een bewuste leugen. Wij zijn geneigd ervan uit te gaan, dat ze daar helemaal niets van menen. Toch moeten we die neiging onderdrukken.- Jaargang 20
- nummer 18
Als Israël zegt Ik heb me niet verontreinigd en ben de Baäls niet achterna gelopen, meent het heus wel wat het zegt. Hoe kan dat?
Hoe is het mogelijk dat Israël in een voor ons zo duidelijke zaak niet ziet waar het om gaat en op die fatale weg blijft doorgaan? Fataai is die weg immers voor hen.
Al zouden ze zich wassen met loog en veel zeep, al kwamen de sterkste bleekmiddelen en bussen vol Vim eraan te pas, toch blijft hun ongerechtigheid als een onuitwisbare vlek voor Gods oog (vs. 22).
Vruchtbaarheid
Om Israël's afwijzing van de beschuldiging te begrijpen moeten we proberen ons te verplaatsen in die tijd en de afstand tussen Israël in die dagen en ons te overbruggen.
We moeten dat trouwens altijd proberen. Om een voorbeeld te geven: voor ons is de slavernij en de slavenhandel waaraan onze voorouders zich schuldig maakten, heel duidelijk een kwalijke zaak.
Hoe komt het, dat zij er geen been in zagen?
Hoe komt het, dat wat voor ons zo duidelijk is, door hen niet werd gezien? Dat komt omdat wij inmiddels in een andere tijd leven.
Van onze tijd uit is kritiek heel gemakkelijk. Maar als wij in die tijd geleefd hadden, zouden wij ongetwijfeld aan die kwalijke praktijken hebben meegedaan. Achteraf kritiseren is niet zo moeilijk. Op het moment zelf doorzien wat er aan de hand is, is veel moeilijker.
Daarom is het noodzakelijk. ons in zulke tijden te verplaatsen. Niet om zo alles wat toen gebeurde, goed te keuren, maar wel om het in de juiste verhoudingen te kunnen zien en om onszelf te bewaren voor een stuk gemakkelijke hoogmoed.
Israël leefde in een wereld waarin de vruchtbaarheid een dominerende rol speelde in het leven van de mensen. Precies zoals het thema van de geboortebeperking vandaag van alle kanten op je afkomt, botste je toen overal tegen het thema van de vruchtbaarheid op.
Dat is niet verwonderlijk in een tijd waarin de industriële revolutie nog onnoemelijk ver weg lag, waarin er nog geen fabrieken bestonden en waarin bijna iedereen volledig afhankelijk was van de opbrengst van zijn eigen akkertje en van zijn eigen veestapel. Het voortbestaan van gezin, stam, volk en mensheid hing helemaal af van de vruchtbaarheid van akkers, gewassen, vee en mensen. De mensen horen ook in dit rijtje. Want de gemiddelde leeftijd was erg laag, de kindersterfte erg hoog en de medische verzorging erg gebrekkig.
In de toenmalige samenleving lag het volle accent op de vruchtbaarheid.
Nu is de mens altijd weer de dingen die in zijn leven van doorslaggevend belang zijn, als goden gaan vereren, Dat heeft hij gedaan en doet hij nog met geld en techniek en wetenschap. Hij deed het ook met de vruchtbaarheid, In de wereld waarin Israël leefde, waren de goden der volkeren dan ook vruchtbaarheidsgoden. Het beeld dat de mens zich van zijn goden vormde, werd bepaald door de vruchtbaarheid. Precies zoals de griekse filosofen een god creëerden, die in feite niets anders was dan een abstracte filosofische idee en zoals vele revolutionairen Jezus omvormen tot een revolutionaire held, zo waren de Baäls en Astartes en Molochs producten van het vruchtbaarheidsdenken, Hun altaren waren verspreid over het hele gebied van het Nabije Oosten. Bij elk dorp en elk vlek waren ze te vinden, vaak op kleine natuurlijke of kunstmatige heuveltjes (de zgn. hoogten) en in de nabijheid van een grote boom. Bij grotere plaatsen vond je hun tempels.
Regelmatig werden er offers gebracht.
Soms -:- in tijden van nood - waren dat kinderoffers. Er werden vaak processies gehouden, waarbij de godenbee1den werden rondgedragen langs akkers en weidegronden en huizen. En dan was er - niet te vergeten - de godsdienstige prostitutie. In allerlei vormen werd bij de heiligdommen van deze goden ontucht bedreven om de vruchtbaarheid van het leven te bevorderen.
Zuurstofmasker
Dat was het klimaat waarin Israël leefde en de atmosfeer die het inademde.
En zoals een mijnwerker onherroepelijk stoflongen . krijgt .
tenzij hij permanent een zuurstofmasker zou dragen, zo werd ook iemand die in deze atmosfeer leefde, onvermijdelijk er door aangetast, tenzij hij het zuurstofmasker gebruikte, dat God gegeven had: zijn Woord.
Bovendien had God Israël een ruimte willen geven, die vrij was van deze geestelijke luchtvervuiling: het land Kanaän. Daarom had Israël de opdracht gekregen: als ge het land Kanaän in bezit neemt, moet ge alles wat met de vruchtbaarheidsgodsdienst te maken heeft, grondig vernietigen.
Die opdracht heeft Israël niet radicaal uitgevoerd. Er bleven besmettingshaarden zitten, die de atmosfeer vergiftigden. Doordat Israël ook niet dicht bij het Woord van God bleef leven, was het onvermijdelijk dat de longen door deze bedorven atmosfeer werden aangetast en dat men steeds meer het vruchtbaarheidsdenken in zich opnam.
Het proces dat ik hier even met een paar woorden heb aangeduid, is niet iets dat alleen Israël kon overkomen. Ook vandaag vindt de vervreemding van God nog op dezelfde manier plaats. Het aangetast worden door de geestelijke luchtvervuiling is alleen maar te voorkomen door het zuurstofmasker van Gods Woord te gebruiken.
Wie dat niet doet omdat hij denkt dat zijn longen sterk genoeg Zijn, gaat eraan.