Vroomheid, karakter, genie
1976-04-30
Het is onbegrijpelijk - of toch ook weer niet? - dat aan de herdenking van de heldendood van Michiel Adriaanszoon de Ruyter zo weinig aandacht wordt besteed. In 1907, toen het driehonderd jaar geleden was dat de grote Nederlander werd geboren was dat anders. Maar in deze tijd heeft ons volk als geheel weinig interesse voor zijn historie en nog minder voor zijn waarlijk grote zonen. In Opbouw willen wij De Ruyter, een man die in velerlei opzicht hoog boven zijn tijdgenoten uitrijst, gedenken.- Jaargang 20
- nummer 18
Michiel de Ruyter was een wonderlijke man en zijn levensloop was niet minder wonderlijk. Zijn grootvader was boer, maar plunderende soldaten verbrandden diens boerderij. Zijn vader werd bierdrager in Vlissingen en verdiende een sobere boterham voor zijn vrouwen zijn elf kinderen.
Miehiel. opgegroeid bij de zee, ging als elf jarige jongen aan boord van een koopvaarder. Het leven op zo’n schip is onvoorstelbaar hard. Er wordt getrapt en geslagen! De sterfte onder de zeelui is onrustbarend hoog. Maar Miehiel hield het uit. Even onderbrak hij zijn zeemansbestaan om als soldaat van Oranje, o.a. bij Bergen op Zoom, de stad waar zijn vader geboren werd, tegen de Spanjaarden te vechten. Daarna is het opnieuw..... varen. Het is oorlog en overal liggen kaperschepen op de loer. Biskaaiers, kwade zeerovers, enteren het schip. Hij wordt gewond, de enige keer tot hij, een halve eeuw later, als Luitenant-Admiraal-Generaal het dodelijke schot ontvangt. Bedelend zwerft hij van de Spaanse kust naar Vlissingen terug, En dan is het weer ... varen! Naar West-Indië. Naar de Levantijnse Kust. Naar het hoge Noorden om walvissen te vangen als stuurman van de "Groene Leeuw". Tenslotte op een eigen schip "De Salamander".
Intussen leert Miehiel het vak. En hij studeert - waar en hoe weet niemand - tot hij alles van de zeevaartkunde weet wat er in die tijd van te weten viel. Als "eigen baas" handelt en onderhandelt hij. En ieder kent hem als de onkreukbare. Ook vecht hij tegen de zeerovers. Zijn moed, bekwaamheid en slimheid worden daarbij door niemand overtroffen.
En vooral is hij er op uit slaven door kapers gevangen en op slavenmarkten verkochte zeelui vrij te kopen, Midden dertig jaar is het geleden dat De Ruyter voor 't eerst naar zee ging. In 1651 komt hij als kapitein van zijn "Salamander", een sterk en goed bewapend schip met een bemanning van 50 koppen, in Vlissingen aan. Hij heeft er geld mee verdiend, met zeerovers afgerekend en er zelfs een Spaans oorlogsschip mee in de grond geboord.
Maar nu is het genoeg. Hij maakt een eind aan zijn zeemansloopbaan.
Met zijn eerste vrouw was hij slechts één jaar getrouwd geweest. Na de geboorte van een dochtertje stierf zij. Het kind enkele dagen later Zijn tweede vrouw mocht hij veertien jaar bezitten.
Maar hij zag haar weinig.
Zijn werk maakte dat hij maandenlang over allerlei zeeën zwierf.
Vier maanden na haar dood viel De Ruyter Vlissingen binnen.
Daar vernam hij dat hij opnieuw weduwnaar was geworden. Vader van twee jongens en twee meisjes.
De oudste jongen is Engel, de latere viceadmiraal, De Ruyter heeft zich met grote bekwaamheid en ontoombare energie aan zijn woelige, donkere jeugd ontworsteld.
Hij is uit het havenproletariaat opgeklommen en is nu geëerd "burger" van de stad Vlissingen.
Voor de derde keer trouwt hij, nu met Annetje van Gelder, de weduwe van een zeekapitein.
De burgemeester en reder Lampsens is getuige, "als bekende" staat er in het trouwregister bij.
De Ruyter gaat wonen in een statig burgerhuis tussen de Lange Nieuwstraat en het Groene Woud.
Nu is het genoeg! Hij zal rustig bij vrouwen kinderen blijven. En vooral doen wat hij het liefste deed: lezen, bestuderen de bijbel.
Ja, dat was De Ruyter's toekomstplan.
Maar - het nieuwe leven duurde ..... een half jaar!
Er brak oorlog uit met het trotse Albion dat de zeeën - dwars tegen Hugo de Groot's "De vrije zee" in - tot zijn eigendom verklaarde.
De hollandse vloot was ondanks de zorgen van Maarten Harpertszoon - "Bestevaer"Tromp een wonderlijk en gammel al.legaartje. Johan de Witt zou later schrijven: "Den aerdt van de Hollanders is soodanich, dat als Haer de noodt ende de pericuîen niet seer klaer voor ogen eomen zij geenszins gedisponeert connen werden om naer behooren te vigileren voor haer eygen securiteit".
Er ontstond "een bynaer desperate situatie". Toen Tromp zou uitvaren schreef hij aan "Hunne Hoogmogenden", de Staten-Generaal: "Mij verdriet te zien dat de schone nieuwe schepen die half volmaalot (voltooid) zijn, overal aan land blijven leggen, die men hadde kannen gereed hebben als men daarmede fatsoendelijk den viand hadde kennen het hoofd bieden."
Met bittere moed besluit hij zijn brief evenwel met de woorden: "Dan (ik) voor mijn zal niet mankeren in mijn devoir om als een eerlijk man voor mijn lieve vaderland te leven en te sterven; daarop gelieft (U) te verlaten."
Het zwakste engelse fregat was altijd nog beter dan het sterkste oorlogsschip van Holland!
Als de oorlog uitbreekt moet er uit Zeeland nog een vice-commandeur worden benoemd - luitenant-admiraal-generaal is Tromp.
De Staten-Generaal zenden een benoemingsbrief daarvoor aan de Zeeuwse Staten. Maar de naam van deze funktionaris is daarop nog niet ingevuld! Die Staten moeten zo’n vlugge officier zelf maar zien te vinden. Het kan de heren in Holland blijkbaar niet schelen wie de Zeeuwen zenden!
En zo wenden de regeerders van dit gewest zich tot de koopvaarder-in-ruste De Ruyter. Maar ze krijgen het niet gemakkelijk. De Ruyter is aanvankelijk "gansch ongenegen" om op het verzoek van de Staten, al was het maar voor één tocht, in te gaan. Een dergelijke onmogelijk zware taak op een onvoorstelbaar slecht uitgeruste vloot is wel het laatste dat De Ruyter begeert. Bovendien heeft hij een innerlijke afkeer van oorlog en alles wat daarmee gepaard gaat. Maar – het land is in groot gevaar. En daarom neemt hij tenslotte met "tegenheid en bekommernisse" de zware opdracht aan. Hij doet wat hij voortaan altijd zal doen als het vaderland hem nodig heeft: hij gaat. Op de tiende augustus 1652 komt De Ruyter als vice-admiraal op het schip "Neptunus" "verzien met acht en twintig stukken en bemand met honderd vier en dertig koppen." De Ruyter komt in een vloot van schepen gevorderd van de Oost- en West-Indische Compagnie en van particuliere reders.
Trage schuiten, de bemanningen vaak dronken, de kapiteins met de onderhandse opdracht zich zover mogelijk buiten het gevecht te houden - wat niet verhinderde dat juist zij het eerst zonken of veroverd werden. En De Ruyter verklaarde "liever dan met deze 80 schepen had ik 12 schepen van oorlogh gehad."
De eerste engelse oorlog eindigde onbeslist. De enig werkelijke overwinning behaalde De Ruyter met zijn smaldeel, opererend volgens een geheel nieuwe strategie, op admiraal Ayscue bij Plymouth. De grote zeeslag bij Terheide werd, gerekend naar de balans van de verliezen, een nederlaag. En "Bestevaer" Tromp, het hart van de vloot sneuvelde, De moed en de bekwaamheid van de vlootvoogden en de vastberadenheid van de staatslieden hebben evenwel toch in die dagen de toekomstmogelijkheden van de Republiek bewaard.
Na het regiem van Cromwell komt in Engeland weer een Stuart op de troon. Het is Karel II. De kringen om deze koning waren, zo schreef een engelsman, "mad for a Dutch war", bezeten van een oorlog met Nederland. Nu is de Republiek der Verenigde Nederlanden evenwel paraat. Er is een machtige vloot gebouwd. Johan die Witt is er de architect van. De Ruyter zal er de dirigent van worden.
Wat hij waard was had hij ten volle bewezen in de Noordse oorlog tegen Zweden. Maar als de tweede oorlog tegen Engeland uitbreek] is hij ver weg. Hij was met een vloot naar Afrika en Zuid-Amerika gezonden en zwierf toen de oorlog begon in de buurt van New-Foundland! Admiraal in de eerste aanval op de Engelse vloot is de kolonel van de ruiterij Van Wassenaar-Obdam! Met 103 "schepen van oorlog", bewapend met 5000 kanonnen en bemand met 21.000 koppen, gaat hij de Engelse vloot tegemoet, maar lijdt bij Lowestoff een verpletterende nederlaag, en vliegt zelf met zijn schip de lucht in. Juist op tijd komt De Ruyter "gelijk luiden die langs de weg gaan met hunne mantels om d'ooren, ten einde 't gezelschap te myden" en gedekt door een dikke mist om Schotland heen de haven van Delfzijl binnen. Hij wordt gevolgd door 'n vloot van "prijzen", buit gemaakte schepen. Zijn reis naar Holland werd een triomftocht.
"Al de verslaaghentheit streek van 't harte en men schepte nieuwen moedt."
Onmiddellijk wordt De Ruyter de opperbevelhebber van de vloot.
En dan openbaart zich zijn genialiteit zodanig ten volde. Vóór hem vochten oorlogsvloten wel, maar ze leverden geen slag. Van tactiek en strategie was weinig sprake, Als vijandelijke eskaders elkaar naderden probeerde elk van de partijen de meest gunstige positie te veroveren. En dan zocht elke kapitein een vijandelijk schip als zijn prooi, gaf dat een paar maal de volle laag en probeerde het dan te enteren. Van een zeeslag was eigenlijk .geen sprake. Wat plaats vond leek meer op een verward gevecht tussen twee groepen zeerovers.
Michiel de Ruyter schiep de nedenlandse marine! In hem waren de kwaliteiten van een zeekapitein-zonder-enige-vrees; de ordenende geest van een koopman, de bezonnenheid, de tact van een groot leider, mèt de overgave aan "de zaak" zonder enige persoonlijke eerzucht of rancune harmonisch verbonden. Hij won de harten van de eigengereide onderbevelhebbers door vertrouwelijk, gezamenlijk overleg en zijn superieure bekwaamheden ten opzichte van alles wat de zeevaart en de zeeoorlog betrof. En voor de matrozen was hij de "ouwe", de "bestevaer" in wie zij een grenzenloos vertrouwen stelden. Hij nam nooit onnodige risico’s en zorgde goed voor hen en hrun gezinnen.
De Ruyter was een man die altijd zichzelf bleef en nooit nodeloos iets wagen zou. Als er slag werd geleverd stond hij als een rots op de campagne van zijn "Zeven Provinciën", als de alles ziende leider van een door hem zelf tot gezamenlijke actie geschoolde vloot, waarvan hij elk eskader en elk schip in zijn hand had en dirigeerde.
Zo heeft De Ruyter de roemruchte vierdaagse zeeslag gewonnen. En regelde hij de meesterlijke terugtocht van zijn vloot tussen de Vlaamse zandbanken door nadat deze in de tweedaagse zeeslag, tengevolge van het eigenmachtige handelen van de ongelofelijk dappere maar eigengereide Cornelis Tromp, de nederlaag had geleden.
En tenslotte leidde hij de wonderbaarlijke tocht naar Chattam , dat unieke gebeuren in de geschiedenis van de Nederlandse zee-oorlogen, waaromtrent de man die toen zo iets was als de Engelse minister van marine misschien wel het schoonste getuigenis gaf, toen hij daarover schreef: ,,Ik vind het heel merkwaardig en ,een eer voor de Hollanders dat degenen die aan land gingen (dat waren de mannen van het door De Ruyter in het leven geroepen corps mariniers c.v.) niettegenstaande de provocatie van Terschelling (daar hadden de Engelsen kort te voren 1500 koopvaardijschepen en alle huizen verband - c.v.), niemand kwaad deden en geen huis plunderden en alleen een paar makkelijk te dragen dingen meenamen. Maar daarna kwamen tot onze eeuwige schande de mannen van Lord Douglas die alles plunderden en meenamen; de roeiers die ons overvoeren vertelden ons dat 'onze eigen soldaten een veel vreselijker plaag voor het landvolk geweest zijn dan de Hollanders."
De grootste betekenis voor land en volk hadden evenwel de daden van De Ruyter in de tijd na het rampjaar 1672. Ons land werd toen tegelijk aangevallen door Frankrijk, Engeland en "Bommenberend'", de bisschop van Munster.
In korte tijd stonden die Franse legers bij Naarden, Woerden en Oudewater en werd Groningen door de bisschop belegerd.
De machtige Engelse vloot was volgestouwd met de soldaten van een Landingsleger. En een tweede Lag in Engeland gereed om op het eerste sein naar onze kusten over te steken. Toen het land reddeloos, de regering redeloos en de regering radeloos was heeft de vloot van De Ruyter naar de mens gesproken land en volk van de ondergang gered. In drie grote zeesIagen , die van Solebay, Schooneveld en Kijkduin, heeft de grote admiraal, hoewel zijn vloot veruit de mindere was van die van zijn tegenstanders, die vernietigend verslagen. Ms De Ruyter de slag bij Kijkduin zou hebben verloren, zo schreef een historicus, "dan was licht de landing in die rug van het veldleger geslaagd, Lodewijk XIV had kunnen nemen wat hij wilde en Willem III was verdwenen uit de wereldgeschiedenis."
Wat De Ruyter waarlijk groot deed zijn is zijn eenvoud en zijn kinderlijk geloof.
Enkele uren na die vierdaagse zeeslag klom een Franse edelman bij De Ruyter aan boord om hem te complimenteren. Hij vond de admiraal in diens hut met een bezem in de hand om zijn kajuit aan te vegen, bezig met het voeren van zijn kippen! De luitenant van het Engelse admiraalsschip, die uit het water was opgevist, nadat de "Royal James" brandend was vergaan, en die als deskundige de slag bij Solebay had gevolgd en 's avonds met De Ruyter's officieren aan tafel zat barstte opeens Los met de woorden: "Ja, hij is een admiraal, en tegelijk een kapitein, een loods, een matroos.
Deze man, deze held is alles."
Friedrich Lützow noemt hem de grootste zeeheld van alle tijden.
Twee honderd tachtig jaar geleden prees Colbert hem als de beste soldaat die ooit op zee vocht.
Franse ooggetuigen van zijn zeeslagen waren van oordeel dat niemand in staat was zó met zijn vloot t,e manoeuvreren als De Ruyter. Kenners van het zeeweren verklaarden dat hij en Nelson tot die éne klasse van superieure bevelhebbers behoren.
Toen de Admiraliteit de bijna zeventigjarige vroeg met een schamel eskader naar de Middellandse Zee te gaan om de Spanjaarden, toen onze bondgenoten, in de strijd tegen de Fransen te helpen - de Spaanse koning had geëist dat De Ruyter het hulpeskader zou commanderen - en deze wees op de ellendige toestand waarin de schepen verkeerden, hadden de heren de treurige moed te vragen of De Ruyter misschien bang was geworden op zijn oude dag. Toen gaf De Ruyter dit Koninklijke antwoord: "Neen, ik begin de moedt niet te laten vallen. Ik heb myn leven veil. voor den Staat: maar ik ben vervondert en 't is my leet dat de Hieeren de vlag zoo veel hebben en waagen." En: "Als hem eenige Heeren verzochten, dat hy, niet tegenstaande zijne inzichten ten tegendeele, evenwel ’t zee zou gaan was zyn antwoordt: De Heeren hebben my niet te verzoeken, maar te gebieden, en al wierdt my bevolen 's Landts vlagh opeen enikel schip te voeren, ik zou daarmee 't zee gaan, en daar die Hieeren Staaten hunne vlagh betrouwen, zal ik mym leven waagen." En De Ruyter ging! Zijn laatste woord tot vrouw en vrienden was: ,,Ik zal deze tocht doen al moest Ik naar het schip gedragen worden" - De Ruyter was ziek! - "Maar ik zeg U adieu voor eeuwig want ik denk niet weer te komen,"
Is het een wonder dat de marxist Jan Romein van hem zegt dat De Ruyter een "fenomenale karaktervastheid bezat"?
Tijdens de operaties in de Middellandse Zee komt De Ruyter in Napels. Hij heeft uit Holland vernomen dat daar Hongaarse predikanse op de galeien zijn geketend.
En hij had de mededeling gekregen dat deze zaak de Staten-Generaal "ten hoochsten ernst" was.
En daarom: hij, zal niet weer uitvaren voor deze bevrijd zijn. Na allerlei chicanes kon de vlootpredikant Ds Westhovius - hij sprak latijn - met brieven van de onderkoning naar de galeien gaan en kon 26 "Slaven" bevrijden. Na knap speurwerk vond hij er nog twee in het lazaret en één in de gevangenis. Dit noemde De Ruyter zijn "grootste overwinning".
In het Hongaarse Genève - Debrecen - verrees De Ruyter's standbeeld en sindsdien wordt deze bevrijding door de Hongaarse gelovigen elk jaar daarbij herdacht!
De Hongaren zijn blijkbaar zeer dankbaar!
In een volgend gevecht wordt De Ruyter dodelijk gewond. Hij zal sterven. Maar hij is daarvoor niet bevreesd. Hij heeft zijn leven lang de HEERE gediend. In zijn kajuit lag naast de zeekaarten zijn bijbel met de koperen sloten. Hij las er elke dag in. En 's Zondags werd op zijn vloot kerkdienst gehouden Een vloek mocht daarop niet worden
gehoord. Voor de vierdaagse zeeslag vierde hij op de Zeven Provinciën het Heilig Avondmaal!
Nu is het einde gekomen. Als het rustig is om hem hoort men hem teksten opzeggen: Psalm 42 vers zes en vers acht. Vlak voor zijn heengaan ligt Ds Westhovius geknield VOOT zijn bed. Samen zeggen zij woorden uit De Ruyter’s lievelingspsalm, de 63ste: ,,0 God, Gij zijt mijn God. Ik zoek u in de dageraad. Mijn vlees verlangt naar U; in een land dor en mat: zonder water" - In het eind van de middag van de 29ste april stuurt de predikant een boodschap naar de viceadmiraal. Ze komen allen, de onderbevelhebbers, de kapiteins. Geen die niet diep ontroerd is. De Ruyter kijkt hen allen aan. Ds Westhovius bidt. Om half tien zucht de stervende nog éénmaal.
En dan is de man die op aarde in zoveel oorlogen strijden moest het Rijk van de eeuwige vrede ingegaan.