GEEN SLIPPERTJES!
1976-05-07
Mogen we elkaar vandaag eens een paar tips aangeven, die u in de kerkelijke samenzang kunt gebruiken? Het is niet voor muzikanten of deskundigen geschreven - alleen voor kerkgangers. Als u.- Jaargang 20
- nummer 19
U neme de melodie van psalm 1 voor u. En vindt daar in de tweede regel de tekst "noch op 't pad der zondaars staat" in de oude berijming; of "noch met goddelozen gaat" in de nieuwe. In vroeger tijden zongen we daars van zondaars een halve toon hoger dan in de toonsoort past; laten we zeggen een gis in plaats van een g. Vandaag niet alzo. U vond in de oude psalmbundel een tekentje, een zogenaamd kruis, voor die noot geschreven. In het nieuwe kerkboek vindt u dat kruis niet.
Waarom dat?
In de eeuwen, waarin onze vurige Geneefse psalmwijzen tot een trage taaie brij waren gestold, zong men geen psalmen maar psalmversjes; en liefst geen psalmversjes maar psalmregels. Men verloor de grote lijn en raakte in het slop van de persoonlijke vrome beleving. Welnu. Bij dat psalmzingen verloor men mede de band met de grondtoon van de melodie, het allesbeheersende tooncentrum, de zogenaamde do, die aan het eind van elk vers is te vinden. Zoals jongens, die eindeloos met een bootje op het wijde water zwalken, de thuishaven soms uit het oog verliezen.
En dan maakte men slippertjes! Merkte men dat de tweede regel van psalm 1 op a eindigde (en dat kan zonder enig bezwaar) dan maakte men op zijn gemak een overstapje naar de buurtoonaard a, door de g tot een gis te verhogen. Zo kreeg men een si-do sluiting, een snapslot zogezegd en men ging heerlijk zitten uitrusten op de a: een ogenblik te gast bij de buren - maar wel van plan om straks weer naar huis te gaan.
Pijnlijk als zo iets gebeurt juist wanneer de tekst over het pad der zondaars gaat. Want al zingende namen onze vaderen een overstapje op een andere lijn, waar ze persé niets te maken hadden. Ze gingen een ogenblik bij die zondaars te gast, als u begrijpt wat wij bedoelen. Hun voeten waren al uitgegleden voor ze het wisten, terwijl hun mond nog goede woorden zong. U hebt het rode potlood nog, dat u zich destijds ter correctie van de bastaardmelodieën Uit onze 29 gezangen aanschafte? Welnu, neem dat porlood en kras haastiglijk het kruis van de 2e regel in psalm 1 door, als u nog een oud boekje hebt. U zult er goed aan doen, die verhoging voortaan niet te zingen. U behoudt op die wijze de eenheid met de psalmzingende kerken over heel de wereld, want die hebben alle haar oude psalmwijzen in ere hersteld.
Een soortgelijke verhoging vindt u in de zevende regel van psalm 3.
"Maar velen doen van mij" in de oude berijming, of: "Maar Heer gij zijt mijn schild" in de nieuwe. Dat woordje "van" kreeg in vorige eeuwen een kruis - opdat de melodie mocht eindigen in a. Maar de melodie moet helemaal niet eindigen in a; ze moet vlot en bewogen door gaan tot en met de laatste regel.
Hetzelfde geldt voor de tweede regel van deze psalm. Dat "saamgezworen rot" heeft onze vaderen lelijk te pakken gehad. Streep het door alstublieft en zing geen verhoogde toon. Het nieuwe Liedboek, waarin de nieuwe interkerkelijke berijming, kent die verhoging gelukkig niet. Nu moet er meteen bijgezegd worden, dat het nieuwe Liedboek niet geheel konsekwent is geweest. Want in regel 9, "uit Sions heilig oord", heeft men wél een kruis geschreven. En dat is fout, De neiging om even een overstapje naar een buur-toonaard te nemen was op dit punt te machtig. De commissie is hier door de knieën gegaan voor de zware druk van het kerkvolk. Misschien wel met de schrale troost: dat die verhoging toch onmiddellijk in de volgende regel werd hersteld, Maar van den beginne is die verhoging contrabande geweest, en ongewenst.
Hij hoort er niet in, wanneer wij de psalmwijzen stijlzuiver restaureren.
En men had die verhoging voor hetzelfde geld weg kunnen laten.
Hoe weten we die dingen zo precies? Met welk gezag kunnen we van de psalmwijzen zeggen hoe het geschreven en hoe het bedoeld is?
Wel, allereerst zijn er te Genève enkele exemplaren van het authentieke hoek uit 1562 overgebleven, in de universiteitsbibliotheek. U kunt daar fotocopieën van laten komen. Dan constateert u zelf dat het voorgaande juist gesteld is.
Maar bovendien heeft de organist van de kathedraal van Lausanne, Pierre Pidoux, in opdracht van de Zwitserse regering in 1962 een uitgave van de oorspronkelijke psalmwijzen verzorgd, waarbij hij zelfs nauwkeurig aangaf: hoe deze wijzen tussen 1542 en 1562 genoteerd en gewijzigd werden. Daarbij is heel de schat met zijn wordingsgeschiedenis bloot gelegd.
In de derde plaats hebben wij een oorspronkelijk exemplaar van Datheen's oudste uitgave in ons bezit en wel uit 1566, dat is het jaar, waarin Datheen zijn Nederlandse vertaling van het Geneefse psalter klaar kreeg. In dat boek zijn alle tonen niet slechts uitgeschreven met vierkante noten - maar bovendien is er telkens de naam uit het ut-re-mi stelsel aan toegevoegd! Want wel werd, de interpretatie van het muziekschrift in de 16e eeuw veelal aan de smaak van de speler overgelaten, maar door de toepassing van dit zogenaamde soimisatiesysteem is elk misverstand uitgesloten, Voor de kerkelijke samenzang kon geen persoonlijke exegese open blijven; de eenheid van de zang en haar welluidendheid eisten absoluut eensluidende uitvoering.
Welnu, Datheen schreef, zich bevindende op het pad der zondaars van psalm 1, mi fa sol. Als er een verhoging gewenst of gebruikelijk of toegelaten ware geweest, zou Datheen hebben geschreven: la si do.
En wat voor zin heeft het nu, dat u zo'n kruis doorstreept en geen verhoging meer zingt op die aanvechtbare plaatsen?
Dat is duidelijk. Wie uit het nieuwe Liedboek zingt of de nieuwe berijming gebruikt, laat de verhogingen weg. Terecht, En als u de verhogingen van onze grootouders handhaaft zingt u een gis tegen de g van de anderen. Dat is een lelijke onwelluidendheid. De oude J. S. Bach zei het al: tonen, die het dichtst bij elkaar liggen, geven de gemeenste dissonant.
Ze geven een ergernis in de kerk, een skandalon. Want bij een wanklank is er iets mis in ons lofoffer, de varren van onze lippen zegt de brief aan de Hebreeën. Dan is het offer niet liefelijk, niet welluidend.
Daar moeten we even aandacht aan geven. Niet alleen uw buren voelen zich geshockeerd. Er is ergens boven een God, die troont op de lofzangen van Israël, zegt psalm 22. En die troon mag niet wankelen vanwege onze overstapjes en slippertjes.
Als u met het rode potlood het psalmboek doorwandelt vindt u vele plaatsen, veel meer dan u denkt, waar u goed werk doet met een schrapje te zetten. In de derde regel van psalm 5. In de tweede regel van psalm 7. In de vijfde regel van psalm 10. In de vierde regel van psalm 11. En zo voort. Weg ermee.
Intussen bent u in de psalmen 8, 10 en 11 een verlaging tegengekomen, een mol genaamd, die met een tekentje wordt aangeduid dat op een letter b gelijkt. Die verlaging komt u alleen in de zogenaamde dorische toonreeks tegen. De zesde toon van de dorische reeks kan namelijk zowel hoog als laag zijn; kan - wanneer de voortgang van de melodie dat vraagt - met een mot verlaagd worden. Een vrij moeilijke muziektheoretische zaak is hier in een paar onnozele volzinnen samengevat.
U hoeft geen medicijnen te hebben gestudeerd om door een medicament beter te kunnen worden; zo behoeft u geen muziekgeschiedenis te hebben gestudeerd, om het voorgaande aan te nemen en toe te passen. Als u de zaak werkelijk wilde doorgronden zoudt u de naam van de duivel tegenkomen; zo noemden onze vaderen die ongewenste toontrap, die door een verlaging vermeden kon worden.
En dan nog iets over die "toonreeks". U stuitte zojuist op dat woord.
Al in het oude Egypte kende men het. Men had daar de pentatonische of vijf tonige toonladder. Toevallig bestond dlie uit de vijf tonen, die u met de zwarte toetsen van ons pianoklavier krijgt. Op die vijf tonen werd gezongen. U kunt er zeker van zijn, dat de psalmen van Mozes in de woestijn met behulp van deze vijf tonen werden gezongen.
Pas onder Salomo werd die vijf tonige reeks, door Syrische invloeden, uitgebreid met enkele tussentonen. Zo ontstonden de reeksen van zeven tonen, die u alle op de witte toetsen van uw piano kunt terugvinden. De verschillende karakters van die Syrische reeksen, die later in Griekenland, nog later in Rome, zijn vastgesteld, komen voort uit de plaatsen, waar de halve tonen gelegd werden.
Want u moet weten, dat elke psalmwijs slechts uit 7 tonen bestaat, welke elk hun eigen vaste plaats hebben. Daar zitten geen verhogingen bij. lis een melodie, zoals bijvoorbeeld die van psalm 5, samengesteld uit de tonen d - e - f - g - a - b - c - (d) (dus met de d als centrum, als eindpunt, rustpunt) dan spreken we van de dorische reeks. Is de wijs, ails van psalm 51, uit de tonen e - f - g - a - b - c - d - (e) opgebouwd, (waarbij de e het rustpunt, de slottoon, het tonale centrum betekent), dan spreken we van een phrygisahe reeks. Is de melodie (als bij ps. 139) uit de tonen g - a - b - c - d - e - f - (g) samengesteld, dan heet zij mixolydisch. U moogt die namen vandaag nog vergeten als u kunt, mits u onthouden wilt: dat die stugge sluiting f - g vele duizenden jaren oud is en niet uitgevonden door de commissie voor het nieuwe Liedboek, De sluiting si-do, die u in psalm 89 aantreft en die uw moderne oren beter aanspreekt, is uit het ionisch; dat is de reeks c - d - e - f - g - a - b - (c). Speelt u die toonreeksen maar eens en open uw oren.
Wanneer u de vriendelijkheid hebt gehad even door dit zure appeltje heen te bijten, beseft u dat onze psalmwijzen met hun eigen karakters geen willekeurige verhogingen toestaan. Onze grootouders hebben op deze punten, kinderen van hun tijd als ze waren, grotelijks gedwaald.
De gezuiverde en gerestaureerde schatten uit de Calvinistische kerkmuziek zijn weer i? al hun schoonheid beschikbaar.
Tenslotte nog een praktische opmerking. Die kunt u zelf toepassen als u thuis psalmzingt (doet u dat nog wel eens? Vroeger werd geen zondagsbezoek afgesloten zonder een psalm!). Ook uw organist kent de kneep, die u thans gaat lezen; hij zal hem waarschijnlijk zelf ook toepassen.
Wilt u de verleiding van een muzikaal slippertje - bijvoorbeeld van een gis in plaats van een g - voorkomen, dan kunt u het begeleidende akkoord, vlak voor de verleiding komt, op een g baseren. Tijdens een g-accoord kan niemand een gis zingen zonder te kleuren. Wie het toch doet - zijn slippertje is voor elk en een iegelijk openbaar geworden.
En wie wil nu onnodig uit een gezond gareel springen?