Boekbespreking

1976-05-07
  • Jaargang 20
  • nummer 19
Prof. dr A. Troost, "Geen aardse macht begeren wij".
Buijten en Schipperheijn. 1976.
Prijs f 18,90.

"Geen aardse macht begeren wij" is een bundeling van artikelen en toespraken van prof. dr A. Troost, waarin deze zijn visie geeft op de mens en de maatschappij. Het is tegenwoordig nog al gebruikelijk, dat men gehouden referaten en toespraken later in boekvorm uitgeeft. Dat heeft wel bezwaren. Prof. Troost verontschuldigt zich, dat hij liever een goed gecomponeerd boek had geschreven, Door uitzonderlijke omstandigheden moest de bundel echter in haast worden geselecteerd.
Correcties zijn dan ook vrijwel niet aangebracht.
De artikelen zijn ook nog al van verschillend niveau. Dat is ook moeilijk anders te verwachten, aas men naast elkaar opneemt een toespraak voor de E.O. en een artikel uit "Mededelingen" van de Vereniging voor Calvinistische Wijsbegeerte.
Deze kritische opmerkingen gespuid hebbende, moet k mij nu toch haasten de indruk weg te nemen, dat deze bundel van weinig waarde zou zijn.
Het tegendeel is waar. Deze zeer gevarieerde bundel heeft grote waarde door het feit, dat ze gericht is op de actualiteit van het christelijk geloof in de huidige politieke en maatschappelijke verhoudingen.
Troost laat ons in deze strijdvaardige bundel op duidelijke wijze zien hoe met name op politiek gebied de fronten zijn verschoven, vervaagd en veranderd.
Vanuit de visie van de calvinistische wijsbegeerte tekent Troost ons hoe ernstig de situatie is. De lezer wordt er weer eens mee geconfronteerd, dat de calvinistische wijsbegeerte midden in het leven staat en wel degelijk antwoord weet te geven met name op de marxistische stromingen van deze tijd.
Tal van actuele vraagstukken worden behandeld.
Ik noem slechts: medezeggenschap, het bestaansrecht van christelijke organisaties, de ethiek van het winststreven. de noodzaak van christelijke politiek en maatschappijkritiek, Het meest interessant vond ik het artikel "Christelijke politiek tussen biblicisme en humanisme".
Het is een vrij agressief verhaal, waarin Troost een artikel bestrijdt van prof. Augustijn, dat kort tevoren in "A.R.-Staatkunde" was opgenomen. Op dat artikel van Augustijn is indertijd ook door dr Veerman, op dat moment voorzitter van de A.R.P. gereageerd.
Hoewel Veerman ook opmerkt, dat hij zijn partij niet herkent In het artikel van Augustijn, beperkt hij zich tot het maken van een aantal welwillende kanttekeningen Bij een zo felle en fundamentele aanval als prof. Augustijn deed op de christelijke politieke komt men daar weinig verder mee. Eigenlijk gaf Veerman de indruk, dat de A.R.P. nauwelijks antwoord weet te geven op de vraag naar het waarom van christelijke politiek.
Troost pakt het heel anders aan. Hij schiet met scherp, als hij Augustijn op de korrel neemt.
Augustijn had in zijn artikel in feite met karikaturen gewerkt. De christelijke, staatkundige bezinning moet het bij hem ontgelden.
Als wrijfpaal moest daarvoor dienen "Saevis trankuulus in undis" van dr Colijn, alsof er voor en na Colijn op dit gebied niet veel meer verschenen was.
De calvinistische wijsbegeerte wordt door hem, zoals helaas meer gebeurt, doodgezwegen.
Daar moet je bij Troost niet mee aankomen.
Hij zal daarvoor opkomen, al wordt hij daarvoor nu aan de V.U. van verschillende kan ten lastig gevallen.
Troost wijst er terecht op, dat al decennia lang een nieuwe christelijke staatkundige richting, geïnspireerd door de wijsbegeerte en staatstheorie van Dooyeweerd een actieve rol heeft gespeeld bij de A.R.-bezinning.
Het deed mij goed, maar dit is een zeer persoonlijke opmerking, dat Troost weer eens wees op de grote betekenis, die mijn oude leermeester Dooyeweerd, voor de christelijke politieke bezinning heeft gehad. De bestrijding van de biblicistische fundering van de A.R.- beginselpolitiek loopt inderdaad op haar laatste benen. Dat is mee te danken aan veertig jaar calvinistische wijsbegeerte.
Troost wijst eer in dit verband op, dat het hiermee verwante confessionalistische alternatief, zoals b.v. het G.P.V. levert, het iets langer kan uithouden, maar dat het in principe op dezelfde weg van verstarring en ontbinding is.
Interessant is, dat Troost laat zien, dat vanuit de calvinistische wijsbJ. Meulink egeerte de zwakte van de biblicistische A.R.-'Visie al veel eerdr was doorzien, dan in de kring van mensen als Augustijn.
Het boek van Troost is soms wel wat moeslijk te begrijpen. Wie zich enige moeite troost, kan aan dit boek echter veel hebben.
Ik hoop, dat velen zich de moeite willen getroosten van dit boek van prof. Troost kennis te nemen.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief