Jezus en de kerkverlating

2012-09-29
  • Jaargang 56
  • nummer 19
Als een politieke partij of een bedrijf een zwaar verlies heeft geleden, zijn de reacties niet zelden paniekerig. Er wordt een diepgaand onderzoek aangekondigd of er sneuvelt een kopstuk. Er moet hoe dan ook iets gebeuren. Heel anders is Jezus’ reactie op de massale kerkverlating in Johannes 6. ‘Willen jullie soms ook weggaan?’

Van leegloop is aanvankelijk geen sprake. Jezus brengt massa’s mensen op de been. Ze willen Hem zelfs tot koning kronen. Maar dan doet Jezus enkele uitspraken waardoor Hij in mum van tijd zijn hele achterban van zich vervreemdt.
Eerst verwijt Hij de mensen dat ze alleen maar aan brood, aan maagvulling denken (vers 26-27). Dan noemt Hij zichzelf ‘het brood dat leven geeft’ en degene die uit de hemel is neergedaald. En Hij verzekert dat een ieder die in Hem gelooft eeuwig leven heeft (32-33). Tegen deze uiterst pretentieuze praat protesteren de Joodse leiders, zoals eens het volk in de woestijn.
Jezus bindt vervolgens echter niet in, maar doet er nog een schepje bovenop. ‘Jullie zijn dood van jezelf en alleen als je helemaal één wordt met mij ontvang je eeuwig leven!’ Het gevolg van deze uiterst krasse uitspraak is dat ook Jezus’ volgelingen afhaken. ‘Dit zijn harde woorden, wie kan daarnaar luisteren?’ (60).
En nogmaals gooit Jezus olie op het vuur: ‘Wat ik gezegd heb, is Geest en leven. Maar sommigen van jullie geloven niet’ (63-64). Het gevolg is dat talloze leerlingen Jezus in de steek laten. Alleen de twaalf zijn er nog. Je zou verwachten dat Jezus hen koestert en amechtig om de hals valt. Maar nee, Hij lijkt ook voor hen de deur open te zetten. ‘Willen jullie soms ook weggaan?’

Klare wijn
Ook Jezus maakte dus en massale kerkverlating mee. Wat kunnen wij van zijn reactie leren?
Om te beginnen valt op dat Jezus geen water bij de wijn doet. Van zijn landgenoten mag Hij een rabbi, sociaal werker, politiek leider of zelfs Messias zijn, maar niet het hemels brood dat eeuwig leven geeft. Hij mag de weg wijzen, maar niet de Weg zijn.
Precies zo vindt onze samenleving het prima als de kerk goede sociale dingen doet, maar de boodschap dat Jezus de weg en de waarheid en het leven is, wil ze niet horen.
Niemand immers bezit de waarheid, laat staan dat iemand de waarheid is.
Van Jezus kunnen we leren geen water bij de wijn van het Evangelie te doen. Een verwaterd evangelie is geen Evangelie. Het smaakt nergens naar.
Ook valt op dat Jezus de blijvers niet om de hals valt en ook niet boos tegen de weglopers uitvalt. Hij straalt een soevereine rust uit. Het geheim hiervan is dat Jezus vanaf het begin wist wie er niet geloofden en wie Hem zou uitleveren (64). Jezus kent de zijnen. En daarom kan zijn kerk niets gebeuren, hoeveel er ook gebeurt.
Voor wie lijden onder de diepe vervreemding van Christus in onze samenleving en de enorme kerkverlating – mensen zoals ik dus – mag dit een reden zijn om niet in paniek te raken. Christus’ soevereine rust mag ons beheersen.
Dat betekent niet dat we achteroverleunend niets doen.
Verre van dat. Maar het uitgangspunt van ons aanhoudende smeekgebed, volhardende zoeken en toegewijde inzet mag de zekerheid zijn dat Jezus de zijnen kent. De situatie loopt Hem niet uit handen.

Toets
Ten slotte maakt Jezus van de situatie gebruik om de twaalf voor een keuze te plaatsen. ‘Willen jullie soms ook weggaan?’ vraagt Hij. Die vraag ontlokt Petrus het mooist denkbare getuigenis: ‘Naar wie zouden we moeten gaan, Heer? U spreekt woorden die eeuwig leven geven, en wij geloven en weten dat u de Heilige van God bent’ (68-69).
Weggaan of blijven? Door de geestelijke crisis van deze tijd komen we vroeg of laat allemaal voor die vraag te staan. Petrus stelt een retorische wedervraag: ‘Heer, is er een alternatief voor U? U biedt iets wat niets of niemand bieden kan. Iets waarnaar ik – en wie uiteindelijk niet – hunker met hart en ziel: zuiver, waarachtig, eeuwig leven.’ Jezus gebruikt de situatie dus om het geloof van zijn leerlingen te toetsen. Hij loutert het als goud, dat door het vuur heen alleen maar mooier gaat blinken.
Een crisis is een snoeiproces. Zodat de kerk weer vrucht gaat dragen. Veel vrucht.

Drs. Jan Mudde is predikant van de Wilhelminakerk in Haarlem.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief