Over geloofsbelijdenis en avondmaal vieren (3)
1976-05-21
De vorige maal heb ik het gehad over de moeilijkheid van het Schrift-bewijs bij een onderwerp als ons nu bezig houdt: zullen kinderen uit een christelijk gezin eerst belijdenis doen van hun geloof alvorens aan het avondmaal deel te nemen? Ik wil nu mijn briefschrijver iets langer aan het woord laten. U zult merken, dat hij met het Schriftbewijs geen moeite heeft. Hij schrijft: - Jaargang 20
- nummer 21
"M.i. volgt uit de overweging van allerlei uitspraken van de Heilige Schrift de conclusie dat de kinderen door de Here Jezus Christus ook worden uitgenodigd tot Zijn tafel.
De Maaltijd is een voortzetting van de paasmaaltijd van het Oude Testament. Ik mag hiervoor wel verwijzen naar enige Schrift-overdenkingen van K. Schilder (SchriftoverdenkingenIII, pp. 112-121, 188). Enige korte samenvattingen: "De tafel wàs er al; de dis wàs er al; de mááltijd wàs er al; een herinneringsmaaltijd wàs er al; een avondmaal wàs er al". "Hij haalt het nieuwe uit het oude"; "het nieuwe komt op uit het oude en sluit zich zo dicht mogelijk aan; "de vergunningen - ja, voor de kinderen, die mogen toezien en mogen eten, zodra ze ook maar even lezen kunnen, lezen, nemen en eten, zulks doende tot zijn gedachtenis."
Aan de paasmaaltijd zaten de kinderen aan. "Als vaststaand kan worden aangenomen, dat de pesach-maaltijd begon na de inleidende liturgie die aan elke maaltijd voorafging. De eigenlijke pesach-liturgie begon met de vraag van het jongste lid van het gezelschap: Vader, waarom is deze nacht anders dan andere nachten?"
Zie ook Ex. 12 : 26. (Wegwijs 3 van het Ned. Bijbelgen. pag. 20).
Jezus die ook dè Gastheer is aan de Maaltijd, zegt (Matth. 19: 14): "Laat de kinderen geworden en verhindert ze niet tot Mij te komen, want voor zodanigen is het koninkrijk der hemelen."
En als de kinderen in de tempel roepen: Hosanna, de Zoon van David! snoert Hij hen niet de mond, maar zegt: "hebt ge nooit gelezen: Uit de mond van kleine kinderen en zuigelingen hebt Gij lof bereid."
T.a.v. de eerste christelijke gemeenten zegt ds Pop (Bijbelse woorden en hun geheim, p. 350): "kennelijk worden de kinderen der christenen probleemloos tot de gemeente gerekend. Zij nemen ook aan het leven der gemeente deel."
En in 1 Cor. 10 en 11 gaat het niet over kinderen, màar daar bestraft de apostel misbruiken door volwassenen. Zij, die volwassenen, beseffen niet dat ze op onwaardige, onbeschofte, wijze het brood eten en de beker des Heren drinken.
(Zie ook Grosheide in Korte Verklaring.) Als ik het goed zie, begon alles met een maaltijd en ging deze maaltijd over in de Maaltijd-der-Heren. Zouden dan op dat moment de kinderen worden weggestuurd?
De gemeente is Gods huisgezin, Gods kudde. En bij de kudde behoren lammeren. We hebben de kinderen te "ontvangen" (Mattheus 18 : 5, 6 enz.). De lammeren mogen we niet weren van de krib."
Tot zover mijn correspondent. Ik voeg hier nog iets aan toe, uit een catechismus-achtig opgesteld onderricht over het onderhavige punt, dat mij werd toegestuurd. Ik denk dat het een proeve is. Enige vragen en antwoorden hieruit: "Zal men ook jonge kinderen tot het Avondmaal nodigen en toelaten?
- Antw.: ja, want zoals uit het antwoord aangaande de doop bIlijkt, ziet Christus hen niet minder dan de volwassenen als leden der gemeente, gelijk Hijzelf hen omhelsd, de handen opgelegd en aan de volwassenen zelfs tot een voorbeeld gesteld heeft, ja, het aan “hen-gelijk-worden tot een ontbindende voorwaarde voor het ingaan In Zijn koninklijk gesteld heeft. '
Maar is het H.A. dan niet alleen bedoeld voor hen die rot zelfstandig geloven en belijden zijn gekomen?
- Antw.: Woord en Sacrament zijn door God aan de GEMEENTE gegeven en wij mogen ze dus niet aan een deel der gemeente onthouden door o.a. juist hen uit te sluiten, die het Sacrament der versterking van het geloof, gegeven in de moeilijke jaren bij de worsteling tot het komen van een zelfstandige geloofs-beleving, zo bitter-hard nodig hebben.
Maar is de openbare belijdenis dan niet een voorwaarde bij het toegang vragen? - Antw.: Die toegang tot het avondmaal behoeft voor leden der gemeente niet te worden gevraagd, omdat zij door Christus is gegeven, toen Hij zeide tot zijn apostelen en in hen tot ons: "Drinkt allen daaruit" (Mattheus 26: 28), aangezien zij niet berust op de wankele grond van ons gevoelsleven, maar op de onveranderlijke beloften Gods."
Zonder van volledigheid te spreken, kunnen we toch zeggen, dat we hier een heel rijtje Schriftargumenten voor ons hebben, waarmee men de stelling wil bewijzen dat het avondmaal ook voor de jonge kinderen in de gemeente toegankelijk is. Al dadelijk signaleer ik hierbij, dat mijn briefschrijver in het begin heel terecht spreekt van een 'conclusie uit de overweging van allerlei uitspraken van de Heilige Schrift'. Dat maakt zijn Schriftbewijs onrechtstreeks.
Evenals dat trouwens bij mij het geval was, Ik spreek bij deze punten ook graag van 'conclusie' en doe dat uit bewuste voorzichtigheid.
Men kan zich in z'n concluderen vergissen. Op dit punt raken we elkaar dus. Niemand moet dit uitleggen als relativisme. Er zijn echt punten genoeg waarbij de kerk met beslistheid kan en moet spreken: zo zegt de Here, bijvoorbeeld tegen de dwaling die de opstanding loochent. Maar er zijn ook punten, waarop de kerk samen met al de heiligen de waarheid moet vinden. Misschien zelfs telkens weer opnieuw moet vinden.
En over zulke punten gaat het hier en nu.
Een argument waarover ik me nog niet heb uitgelaten is dat van het Israëlitische pascha, waaraan ook de kinderen deelnamen. Welnu, in de eerste plaats, als ik afzie van het gebruik in het latere jodendom, dat inderdaad het ritueel van het vragende jongste kind aan de maaltijd kende: ma nisjtana ... wat is het verschil tussen deze nacht en alle andere nachten? en me beperk tot Exodus 12 : 26/ 27, dan blijft er niet zoveel van het argument overeind staan, m.i.
"En wanneer uw zonen tot u zeggen: wat betekent deze dienst van u, dan zult u zeggen: het is een paasoffer voor de Here, die in Egypte aan de huizen der Israëlieten voorbijging, toen Hij de Egyptenaren sloeg, maar onze huizen spaarde". Strikt genomen valt hier geen deelname van de vragende zonen aan de maaltijd uit op te maken. Maar goed, laten we er van uitgaan, dat de vragende zoon wèl een deelnemer was, dan doet zijn vraag naar de betekenis aan een zekere mate van rijpheid denken.
Ook in het jodendom, zo wil ik maar zeggen, heeft men het lamsvlees niet aan kleuters in de mond gedrukt. De jongste deelnemer was van een leeftijd waarop catechese zin had. Van hieruit is de sprong naar Jezus, die op twaalfjarige leeftijd z'n eerste pasen hield niet al te groot.
Dus, we zouden op grond hiervan de 'gangbare' leeftijd van avondmaal vieren drastisch kunnen verlagen naar twaalf jaar of minder?
Ach, wat houd ik eigenlijk weinig van zulk soort bijbelgebruik! Ik bestrijd het meer bij anderen, dan dat ik het voor mijn eigen standpunt durf aan te wenden. Is dan werkelijk het oude pascha zo gelijkend op de maaltijd des Heren, dat we de bijkomstigheden van het één zomaar kunnen overbrengen op het ander? Stel je voor, dat we in de christelijke kerk aan meisjes de doop zouden weigeren, omdat in Israël alleen de jongetjes besneden werden! Er is wel een zekere overeenkomst tussen pascha en avondmaal, maar de verschillen zijn toch ook zeer duidelijk aanwezig. Is het christelijke avondmaal niet gewoon éen stuk 'moeilijker' dan het joodse paasritueel vind je nu in het joodse paasritueel zinnen als: neemt, eet, dit is Mijn lichaam - drinkt, dit is het nieuwe verbond in Mijn bloed? Viel er nu wel zoveel te 'onderscheiden' aan het joodse pascha? Denk bijvoorbeeld aan de dubbele betekenis, die het brood aan het avondmaal heeft; het lichaam des Heren, zoals Jezus zelf zegt, èn de gemeente als eenheid ("omdat het één brood is, zijn wij, hoevelen ook, één lichaam; we hebben immers deel aan het ene brood," 1 Cor. 10: 17). Of de oproep: de harten opwaarts in de hemel! Is dat niet moeilijk voor een kind?
De aard van de Maaltijd des Heren zelf, waaraan zeer veel kanten zitten (ik krijg het daar nog over), maalt eigenlijk een zekere rijpheid vereist. Dat is voor mij een heel belangrijk argument en ik ben er niet van ondersteboven, als ik daarvoor niet precies een tekst kan aanwijzen.
Wel vraag ik aan degenen, die hun standpunt, dat verschilt van het mijne, met teksten staven, of dat nu echt wel bewijskrachtige Schriftplaatsen zijn. Jezus heeft de kinderen omhelsd en de handen opgelegd. Nou, en? Moeten daarom de kinderen aan het avondmaal?
Jezus had de kinderen als kinderen lief en niet als kleine volwassenen. Respecteren wij de eigenheid van het kind wel voldoende?
Mag het kind wel kind zijn bij ons? Of zeggen wij: er is één heil voor allen en dus is de gemeente ook één pot nat? Uit het feit, dat Jezus de kinderen omhelsde valt veel eerder op te maken, dat Hij ze als kinderen behandelde, Het was immers zijn gewoonte niet om dit bij volwassenen te doen? Zoals een vader in het gezin z'n jongste knulletje knuffelt, maar met z'n oudste een stevig gesprek voert, met een glas sherry als 't fijn gaat. Kun je dat omdraaien? Ik ben dan ook niet overtuigd door het argument, dat de gemeente Gods kudde is en bij de kudde behoren lammeren, of de gemeente Gods kudde is en bij bij het huisgezin behoren kinderen.
Dat is wel waar, maar kinderen horen erbij als kinderen. De gezinseenheid kun je ook niet als argument gebruiken om alle gezinsleden bij elkaar in één groot bed te laten slapen. De gezinseenheid valt 's avonds om begrijpelijke en aanvaardbare redenen uiteen. 's Morgens sluit ze zich weer, ronder enige schade opgelopen te hebben. Maar het kon wel eens zijn dat we op dit punt onbewust in de greep van een nivellerend socialisme zitten, dat het geheim van eenheid in verscheidenheid niet kent: mannen, vrouwen, kinderen - het is enerlei. En nu geloof ik, dat je die verscheidenheid ook kunt overdrijven. We hebben dat meegemaakt in het pleidooi voor gescheiden jeugdverenigingen.
Dat niet weer! Maar aan de andere kant: laat het kind kind blijven, Ze kunnen nog lang genoeg volwassen zijn, Volgende keer verder.