Verlangen
1976-05-21
Ik dank U Heer, ik hoor een vogel zingen, - Jaargang 20
- nummer 21
't Is een bekend, een zo vertrouwd geluid,
En toch zo nieuw, dat ik verrast pauzeer,
En luister naar dit wondere gefluit.
Wat is het dat die zang toch in mij werkt,
Het is zoveel, tenminste een verlangen,
Dat sluimerend intens tot leven komt,
Emoties wekt in woorden niet te vangen.
Als bij een stoomfluit in de donkere nacht,
Of bij een misthoorn in de verre zee,
Geluiden die als uit een andere wereld,
Geheimenissen voeren met zich mee.
Is 't een belofte van wat komen gaat?
Of is 't een vage roep uit het verleden?
Mijn hart klopt snel, 't is zo onzegbaar schoon,
Al is het nog omsluierd in het heden.
Maar ik verwacht dat het eenmaal zal komen,
Dat ik zal weten en die roep verstaan,
Dan zal mijn hart de harmonie herkennen,
Die mij daarin nog altijd is ontgaan.
Want 't oog zal zien en 't oor zal eenmaal horen,
Wat door geen mensenkind is uitgedacht,
En vol van glorie zal de dag eens komen,
Waarop het schepsel, nu nog zuchtend, wacht.