GELIJKE BELASTINGPLICHT
1976-05-28
Het is een oude vraag: is het de mens geoorloofd, de keizer schatting te betalen? In de praktijk is deze vraag al duizenden jaren omgevormd tot: is het de mens niet geoorloofd zo weinig mogelijk belasting te betalen?- Jaargang 20
- nummer 22
En aangezien er geen gezin in ons lieve vaderland bestaat, dat geen belasting betaalt, mag de geheven belasting wel eens onderwerp van ons gesprek zijn.
Wij kennen een complex van directe inkomstenbelastingen, waaronder mede loonbelasting en dividendbelasting vallen. Elke burger is in principe belastingplichtig. De hoogte van de aanslag is afhankelijk van de hoogte van het betrokken tarief; en de hoogte van het betrokken tarief is weer afhankelijk van de hoogte van het inkomen. Dat lijkt ingewikkeld gezegd - maar het is nog maar zeer eenvoudig, vergeleken bij de ingewikkeldheid van ons belastingstelsel.
Stel, dat wij allemaal eenzelfde percentage van ons inkomen aan de tolgaarders moesten afstaan. Laten we even aannemen: 15 procent van ons inkomen gaat naar het totale complex van inkomstenbelastingen, hierna genoemd de l.B. Dat cijfer is niet zo gek - want een van de belangrijkste Engelse financiële bladen,The Economist, gaf het als een streefcijfer voor het Verenigd Koninkrijk. Welnu. Wanneer wij allen 15% van ons inkomen aan I.B. zouden moeten afstaan, werden we allemaal gelijkelijk betrokken bij de overheidsuitgaven. Zoals onze kerken vaak streven naar een gelijke omslag van de kerkelijke kosten, bijvoorbeeld zoveel procent van ons inkomen, of zoveel weken arbeidsloon.
Maar zo eenvoudig ligt het Nederlandse belastingstelsel niet. Behalve een procentuele heffing van ons inkomen, brengt het verhoogde inkomen een hoger aanslagpercentage mee. Eenvoudig gezegd: een laag inkomen wordt met 20% belast, een hoger inkomen met 30%, met 40%, ja tot 70% toe. Dit is wat wij noemen een "progressief" belastingstelsel.
Begrijpelijk, dat deze progressie, deze omhooggang van het percentage samen met de omhooggang van het inkomen, sterke kritiek ontmoet.
Het werken voor promotie bijvoorbeeld wordt geremd door de progressieve belastingdruk. Het aanvaarden van meerdere verantwoordelijkheden, die elk hun energie, hun tijd, hun krachten en hun slijtage van lichaam en verstand vergen, wordt (vrijwel) niet extra betaald. Belangrijk werk, dat men in zijn vrije tijd zou kunnen doen (ik denk aan de schrijvers van wetenschappelijke arbeid, het leiden van de jeugd) wordt niet beloond door een extra inkomen - want de fiscus roomt het meeste af. Juist vrijetijds-arbeid, die in de plaats van ontspanning of rust komt, en die van een mens de meeste offers vraagt, wordt het slechtst betaald.
Want door het verhoogde inkomen komt hij in een hoger aanslagpercenage.
Dat klinkt alles nog al droog. Maar bedenk, dat het gaat om ons aller aandeel in de overheidsuitgaven, die alleen kunnen bestaan bij de gratie van het overheidsinkomen. We hebben er allen mee te maken, hoeveel geld er in het nationale onderwijs, in de nationale defensie en in het nationale bestuursapparaat gaat zitten. Om maar even drie enorme grootheden te noemen.
Geen wonder dat degenen, die de hoogste inkomens weten te verdienen, het meest op de I.B.-wetgeving studeren, Want voor elk bedrijf is de fiscale post even belangrijk als de winstposten de onkostenpost. Zoals een onderneming streeft naar voldoende winst (dat is het rapportcijfer van de ondernemer) en streeft naar het in de hand houden van de onkosten - zo neemt elke ondernemer een fiscaal adviseur in dienst, Om niet meer te betalen dan de wet voorschrijft. (Sommigen streven er bovendien naar: om veel minder te betalen dan de wet gebiedt; maar dit is een wetsovertreding, die alleen afkeuring verdient.) In elk geval heeft de progressieve belastingdruk in ons land er voor gezorgd, dat veel kapitaal naar het buitenland vlucht; dat veel belasting ontdoken wordt; dat u in regeringskringen openlijk kunt horen verklaren dat ons belastingstelsel dolgedraaid is; en dat er onnoemelijk veel geld "zwart", dat lis buiten bereik van de fiscus, de wereld ingaat. En wat zwart wordt geboren wast u zo maar niet weer wit.
Het genoemde Engelse blad bepleitte onlangs een sterke vereenvoudiging van het Engelse belastingstelsel. En kwam daarbij tot een reëel haalbaar algemeen cijfer van 15% voor allen. Daarmee zou de overheid hetzelfde inkomen houden, zou een ingewikkeld belastingstelsel kunnen worden uitgeschakeld, en zou een leger van ambtenaren overbodig worden. Dat laatste wordt vandaag, nu er werkloosheid bestaat, niet als een pluspunt beschouwd; is het in wezen natuurlijk wel.
De Nederlandse econoom prof. dr F. Hartog gaf in NRC-Handelsblad een artikel over dit Engelse voorstel. Hij rekende het publiekelijk na en zei: dat is zo voor de hand liggend, dat ik het zelf had willen uitvinden! In Nederland kwam hij tot een voorlopig haalbaar cijfer van 16 ½ procent voor allen, met de grote mogelijkheid dit achteraf te corrigeren tot ongeveer 15 procent. Als u de berekening wilt volgen neme u een pot-
1000 en een stukje papier.
Uit de laatste miljoenennota wordt het belastingbedrag geraamd op nagenoeg 28 miljard gulden; alleen inkomstenbelastingen. Het persoonlijke inkomen van u en mij en ons allemaal zou, uitgerekend op basis van 1974, op 224 miljard gulden komen. Een berekening toont aan, dat de I.B. daarvan thans 12 ½ % bedraagt. Maar dan zijn we er nog niet.
Er bestaat zo iets als een "belastingvrije" voet. Professor Hartog taxeert het aantal aangeslagen belastingplichtigen op 5 ½ miljoen personen, die elk over f 10.000 (gemiddeld) geen belasting verschuldigd zijn. Er wordt dus thans 55 miljard gulden vrijgesteld van l.B. Van het inkomen ad f 224 mrd min f 55 mrd = f 169 miljard moet dus de fiscus die f 28 miljard plukken; dat is zo'n 16 ½ procent per man. Zo kwam hij op het eerstgenoemde streefcijfer; dat zou haalbaar zijn.
De werkelijkheid zou nog gunstiger liggen, Want het voordeel van het ontduiken .der belasting gaat minder zwaar tellen dan de strafkans en de gewetensdruk. De voordelen van kapitaalvlucht verliezen ook hun glans, De stroom van zwart geld is misschien weer te kanaliseren. En van een “dolgedraaid" stelsel behoeft geen sproke meer te zijn.
Misschien zegt u, als u wakker gebleven bent na het voorgaande verhaal: zo'n gelijke belastingplicht zal wel aantrekkelijk zijn voor de hogere inkomens (dat zijn soms de pientere jongens) maar voor de lagere inkomens zal het wel nadelen geven. Ook dat heeft prof. dr Hartog nageplozen.
En dat valt erg mee. De lagere inkomens beginnen, na hun belastingvrije voet, al op 20 % en springen spoedig naar 26 procent. Die lagere inkomens zouden er dus op vooruitgaan.
Voor de werkende gehuwde vrouwen zou de invoering van een gelijke belastingvrije voet van f10.000 een uitkomst betekenen. En hoeveel gehuwde werkende vrouwen trachten niet een inkomentje te verdienen, maar moeten dat weer goeddeels uitgeven aan extra hulp, crèche en belastingen?
Blijft over, dat de hogere inkomens grote voordelen aan een uniform belastingtarief kunnen beleven. 0 ja? Prof. dr Hartog zegt, dat u ook dat met een korrel zout moet nemen. Juist de hogere inkomens zijn zo zeer gespitst op de uitzonderingsmogelijkheden, vrijstellingen en extra aftrek, dat zij veel minder voordeel uit een uniform stelsel zouden trekken, dan theoretisch voor handen ligt.
Toegegeven: zij zouden het meest profiteren van een gelijk belastingrecht.
Maar hogere inkomens zijn als regel het gevolg van hogere inspanningen, hogere prestaties, hoger intelligentie en hogere werklust.
Laten we nu niet onwillekeurig zo zachtrood aanlopen bij het spreken over “hogere inkomens". Daar zitten tal van hoogst fatsoenlijke lieden achter die hogere inkomens. Mensen voor wie het Schriftwoord geldt: dat de hand des vlijtigen gezégend wordt. Ons inkomen komt misschien uit handen van onze werkgevers, onze patiênten en onze cliëntenmaar uiteindelijk uit handen van onze God en Heer. Mág die alsjeblieft de een zegenen boven de ander? Van Hem is 'het zilver en het goud.
Mag Hij geven aan wie Hij wil?
Er wordt vandaag veel gesproken over nivellering. Dat betekent zo iets als gelijk-strijken. Allemaal even veel of even weinig. Allemaal gelijke mensen. Allemaal gelijke rechten; gelijke kansen; misschien wel gelijke plichten - maar dat laatste hoor je zo niet.
Dat is een utopie. In het land van de revolutie-bij-uitstek zijn de inkomens het meest gedifferentieerd. De geprononceerd-rode burgemeester en minister in ons land hebben onwaarschijnlijk hoge inkomens; ze zijn publiek bekend. Over nivellering dus niets geen goeds. Althans de van boven af opgelegde nivellering.
Er is nog een andere nivellering, die Christenen uit de Schrift kennen.
"Die veel verzameld had hield niet over; die weinig verzamelde kwam niet te kort", zegt het oude testament. En: "ze hadden alle goederen gemeen en niemand noemde iets zijn eigendom" staat in het nieuwe.
Jawel. Maar in het eerste geval zat hier duidelijk Gods hand achter: die in de woestijn voor het onderhoud van allen bleek te zorgen. En in het andere geval kwam de nivellering van de kant van de "bezitters", die vrijwillig gaven. En ook dat kwam uit Gods hand; Salomo zei het al: "wie ben ik en wat is dit volk, dat wij uit onszelf zo zouden geven als hier geschiedt? Het is alles van U en wij geven het U uit Uw hand".
Blijft dus over: het objectieve gegeven, dat het mogelijk zou zijn ons nationale huishouden op dezelfde grote voet voort te zetten, maar met aanzienlijk meer billijkheid. Met minder verleiding tot overtreden. Met meer aanmoediging ook het geven van extra prestaties. En met meer gezonde kansen voor iedereen.
Misschien bent u dat laatste niet direct met mij eens. Dat kan ik verstaan.
Wilt u ook trachten het bovenstaande objectief te verstaan?