Gerretson - zes delen verzamelde werken
1976-05-28
't Is goed nieuws: Gerretsons her en der gepubliceerde artikelen en niet-gepubliceerde toespraken zijn in zes delen verzameld. In Opbouw van 24 mei 1974 kondigde ik deel I aan. Dit deel bevat literaire artikelen, die Gerretson tussen 1904 en 1958 vaak onder de schudnaam Geerten Gossaert schreef. In Opbouw van 3 januari 1975 kondigde ik deel II aan, dat evenals de resterende vier delen voornamelijk historische beschouwingen bevat. De laatste vier delen zijn nog niet in Opbouw aangekondigd.- Jaargang 20
- nummer 22
Dat gebeurt nu. Inderdaad: nogal laat. Dit is ook bepaald in strijd met het belang van de auteur en van zijn werk. Mijn verontschuldiging aan de uitgever en aan dr G. Puchinger, die deze zes bundels heeft samengesteld.
Een bijzonder mens
Dr Puchinger heeft de nagedachtenis van zijn leermeester Gerretson geëerd met het bijeen brengen van zeer verspreid liggend materiaal.
Gerretson was van 1925-1954 hoogleraar in de geschiedenis van Nederlands-Indië aan de universiteit van Utrecht. Van 1952-1956 was hij voor de CHU lid van de Eerste Kamer.
Uit z'n verzamelde werken leren we hem vooral als historicus kennen.
Daarna ook als staatsman, Met opzet zeg ik: staatsman. Het woord 'politikus' lijkt me minder juist als ik denk aan Churchill's uitspraak, dat een politikus vooral aan de volgende verkiezing denkt, maar een staatsman aan de volgende generatie. Gerretson had iets van een staatsman: zijn visie op het aktuele werd bepaald door een open houding naar de toekomst en door kennis der eeuwen, in grote lijnen en in details.
Dit blijkt bijvoorbeeld uit zijn slotwoord op een konferentie van hervormde predikanten; hij vergeleek de organisatie van de staat en die van de kerk. Een gegroeide oligarchie van ambtsdragers of een kerk waarin de dominees de dienst uitmaken en een vergoddelijking van de staat, zag hij als strijdig met de soevereiniteit van de gemeente en met het doorzet en van demokratische tendensen (deel III, blz. 344 e.v.), Hij schreef een spannend verhaal over Marnix van Sint-Aldegonde, die Antwerpen aan de vijand prijs gaf. Gerretson laat zien dat Marnix van Sint-Aldegonde een scherp inzicht had in de verhouding van staatkunde en religie; hij wist dat hij met de overgave van Antwerpen niet de vrijheid overgaf.
De geestelijke en de daarop gefundeerde staatkundige vrijheid had een sterker bolwerk dan Antwerpen, namelijk de gereformeerde gemeenten in Vlaanderen en Wallonië (deel II, blz. 361).
Profetisch
Voorzichtig schrijft Gerretson over de brochure van Colijn "Op de grens van twee werelden". Hij laat zien hoe voorbarig en oppervlakkig een veroordeling van Colijns houding in 1940 is. Hij praat de zwakke momenten in Colijns brochure niet goed, maar laat wel zien hoe begrijpelijk Colijns houding was. En vooral: Colijn had in zijn beschrijving van de politieke situatie van zijn tijd iets profetisch, Hij zag dat de demokratie in Europa en in Nederland dreigden te ontaarden, omdat men niet meer de waarde van geestelijke, politieke en ekonomische vrijheid inzag.
Het profetische van Gerretson als historicus en staatsman schuilt hierin, dat hij de aktualiteit van deze historische problemen weet aan te tonen. Hij stelt dan ook dat wie genoemde vrijheden met de bevrijding niet door ons volk herwonnen zijn. (deel IV, 297-312).
Gezicht naar de toekomst
Gerretson staat als historicus niet .naar het verleden toegekeerd, Hij ziet zijn eigen tijd niet als alleen maar slecht. Hij verheerlijkt het verleden evenmin. Het heden wordt niet getoetst naar de maatstaven van het verleden, maar de geschiedenis wordt bestudeerd om het heden beter te begrijpen en om met besef van verantwoordelijkheid op de toekomst gericht te leven. Vergelijk zijn opstel "Zin en onzin der geschiedenis", deel IV, blz. 328 e.v, Deel V van zijn verzamelde werken begint met een verhaal over "Wezen en zin der geschiedenis" en daar schrijft Gerretson: "de hoogste funktie van de geschiedschrijver is zijn volk de weg te wijzen naar de toekomst. (11).
En verder ...
iln het bovenstaande stipte ik slechts enkele punten aan uit de geweldige hoeveelheid artikelen en lezingen die in Gerretsons verzamelde werken te vinden zijn.
Beschouwingen over Willem van Oranje, Groen van Prinsterer, Kuyper, Lohman, De Savorin Lohman, Colijn, koningin Emma, stadhouder-koning Willem III, Jan Pietersz, Coen, Maria Stuart, Oidenbarneveldt, Stalin, Truman en vele anderen. Ook natuurlijk beschouwingen over Nederlands-Indië, voorvallen uit de parlementaire geschiedenis, te veel om op te noemen, maar alle betogen zijn geschreven door een man, die boeiend vertelt en een zeer eigen, seigneurale stijl heeft.
Nog één deel !
We hebben nu "zes delen Gerretson".
In meer dan een opzicht een kostbaar bezit. Reeds in mijn aankondiging van het tweede deel (Opbouw, 3 januari 1975) maakte ik een opmerking over de wenselijkheid van een 'toegift'. Ik bedoel: een zevende deel, dat een uitgebreid register van namen en onderwerpen moet bevatten. Tevens lijkt dr Puchinger de aangewezene tot het schrijven van een 'portret' van Gerretsons leven en werk. Geen gemakkelijke taak, maar de samensteller op ’t lijf geschreven.
N.B. De zes delen Verzamelde Werken van C. Gerretson, samengesteld door dr G. Puchinger; zijn verschenen bij Bosch en Keuning te Baarn.
Deel I, literatuur (1904-1958), 659 blz., f 45,-
Deel II, geschiedenis (1904-1931), 405 blz., f 37,50
Deel III,geschiedenis (1933-1939), 434 b1Jz.,f 39,50
Deel IV, geschiedenis (1940-1949), 457 blz., f 39,50 Deel V, geschiedenis (1950-1953), 408 blz., f 39,50
Deel VI, geschiedenis (1954-1958), 495 blz., f 42,50