Het Verbond tegenover Élite en Naamloosheid

1976-06-04
  • Jaargang 20
  • nummer 23
Christusweerspiegeling ?

Zoals we wel weten is het hoe langer hoe meer gewoon geworden de bijbel met een echo of een spiegel te vergelijken, Dat betekent dan, dat we in de Schrift geen rechtstreekse kijk op de Christus krijgen maar een indirekte! We zien Hem als het ware in een spiegel.
En die spiegel mengt zijn eigen kwaliteiten in het geheel van het beeld dat wij tenslotte opvangen.
En zo hóren we de Christus al evenmin rechtstreeks, Wij horen Hem via een echo, die ongetwijfeld een indrukwekkend volume op ons oor projekteert, maar die toch zeker niet met het "oorspronkelijke" samenvalt.
Zonder beelden: Wij vernemen in de Bijbel niet zonder meer wie en wat de Christus is. Neen, we maken kennis met de Christus-voor-Petrus, met de Christus-naar-Paulus' -opvatting, met de Christusvoor-
de-“oergemeente". En daardoor draagt het Christusbeeld telkens weer tévens de trekken van de gelovige man of de gelovige gemeenschap, die in het desbetreffende bijbelgedeelte aan het woord is. De Christus komt óver vermengd met de bestanddelen van Paulus' wereldbeschouwing, van Petrus' geloof, van de opvattingen en het "denkraam" van de eerste christenen, Maar wie en wat en waar is Hij nu zèlf?
Natuurdijk belhoef ik de kritiek niet te herhalen die ook in "Opbouw" al meerdere malen op deze theologische vernieuwing is uitgebracht.
Ik zou nu willen wijzen op een gevolg dat minder vaak genoemd is: Het Echt van Gods Verbond verdwijnt en de kerkgemeenschap wordt opgesplitst in een élite enerzijds en een schare naamlozen aan de andere kant.
Maar eerst zou ik dat thema ook nog van een andere kant willen benaderen.

Averechtse werking van geloofsgetuigenissen !

We hebben allemaal wel mensen horen getuigen van wat God aan hen en in hun leven gedaan heeft.
Mogelijk hebben we wel spontaan en enthousiast daaraan meegedaan.
Tot lof van de HERE en tot stichting van de mensen. En zeker, vaak werd de vreugde en de dankbaarheid van de spreker een heilige lont, om zo te zeggen, die ook ànderen tot vreugde en dankbaarheid bracht. Maar ... hoe vaak werd ook niet het kopje boven deze alinea bewaarheid! Hoe vaak werkte dat getuigenis ook niet averechts! En dat echt niet alleen bij mensen die niets van het evangelie wilden weten! Vaak juist bij mensen die de vertroosting van Christus boven alles waardeerden!
Hoe kwam dat eigenlijk! Ik denk dat deze vraag wel te beantwoorden is. Als ik vertel wat de HERE aan mij en in mijn leven gedaan heeft ... blijven die uitdrukkingen "aan mij" en "in mijn leven" dan wat ze in de zinsontleding zijn: eenvoudige konkretiserende plaatsbepalingen?
Of gaan ze toch buiten de grenzen van die eenvoud en klom en ze tot een zelfstandig bestaan?
In dat laatste geval bereik ik een resultaat dat praktisch in de lijn ligt van de moderne theologie, hoezeer ik me daartegen ook principieel verzetten wil. Wat óverkomt naar de ander, dat is de Christus-voor Jansen- en -de- Pietersen en hoe we verder mogen henen.
En men was toch al bezig Jansen en Pietersen te bewonderen om hun vrijmoedigheid! Onze hoedanigheden gaan méé het spiegelbeeld bepalen. Ons eigen volume gaat de echo kwalificeren. Ook al bedoelden we dat niet. En tot onze grote teleurstelling zien we dan ook die averechtse werking. We zien dat er kinderen Gods zijn, die niet worden meegetrokken, maar die door ons goed bedoelde spreken in een grote en diepe vereenzaming geraken!

Elite en Naamloosheid
Wanneer het nu eens waar was, dat we in de bijbel alleen maar met de Christus-voor-Paulus en met de Christus-voor de-oergemeente te doen hadden ? Dan stonden er twee wegen open. De eerste weg is die van wat ik zou willen noemen het élitaire élan. We brengen Christus vanuit het tijdgebondene en beperkte van het Petrus-en-Paulus-raam over in de kaders van onze eigen tijd! Geen nood en geen moeite! Had Luther in zijn omstandigheden het volste recht Christus te trekken in het raam van de waag: Hoe ben ik rechtvaardig voor God, ... wij nemen en hebben het recht Hem te stellen in het kader van onze vraag: Hoe krijgen we een rechtvaardige mensenwereld? Zo kijkt de Christus dan in Onze spiegel. En zo kijkt zijn spiegelbeeld door ons gemodelleerd weer naar buiten! Als een eigentijdse echo, om nu weer even in het hóór-beeld over te stappen.
Deze weg kunnen we in bladen en kranten telkens weer ontmoeten.
Het is een openbare weg geworden!
De tweede weg is géén voorpaginanieuws.
Zij loopt in het donker.
Als het nu eens waar was, dat Paulus en Petrus het Christusbeeld "maakten", dat zou ook de grote vereenzaming komen. Men kan Paulus en Petrus toch zeker niet lallen verschrompelen tot de dorre grootheden van "denkraam" en "tijdbeeld"! Het zijn toch ook gróten in het koninkrijk van God.
En hun spiegel vertoont toch stellig ook de omtrekken van het enorme formaat van die geweldige apostelen.
Wat heeft de Christus een "kansen" bij zulke spiegels en bij zulke echoputten! Maar... wat kan Hij nog zijn als Hij in mijn kleine troebele spiegeltje kijkt. Wat is Hij nog als ik Hem "maken" moet? Ik ben Paulus niet. Ik ben Petrus niet. Ik ben ook niet meer lid van de "oergemeente" ! In mijn raam van denken en van geloven past maar een heel kleine Christus!
Zo klein dat ik er geen houvast meer aan heb! 0, wat een ellende als ik het hedendaagse Christusbeeld moet maken!
Ik ben Calvijn niet. Of Kuyper.
Of Schilder. Of - om maar dicht bij huis te blijven - Jansen of Pietersen ! Inderdaad, wat een ellende, als ik als waardebepalende faktor in het Christusbeeld zou moeten optreden. Als ik dat élitaire élan mis, waanin ik met één sprong naast Paulus en Petrus ga staan, dan moet toch wel de grote vereenzaming komen. En de naamloosheid!
Wat helpt het me een christen genaamd te worden, als de Christus zelf weer naar mij genoemd wordt!

Psalm 34

In deze verwarring kunnen we Psalm 34 tot onze bemoediging lezen: " ... lallen de ootmoedig en het horen en zich verheugen ... " (3); " ... Deze ellendige hier riep en de HERE antwoordde ... " (7).
"Deze ellendige" - dat is een zèlfkwàlifikatie van de dichter.
En wat voor kwalifikatie! We zien hem "s.s.t.t.", zonder enige titulatuur.
Als een mens verloren in nood en angst, op God geworpen.
Als een bidder wiens "roepen" niet eens meer de goede orde van een schietgebed kan halen (1).
"En de HERE hoorde" - ziet u wel, dat het alles uit de HERE is en dat David's kwaliteiten niet mee-bepalend zijn voor zijn ervaring van Gods macht en trouw?
Hij was alleen maar "deze ellendige hier"! En hij "riep" alleen maar! Hij was niets, de redding door de HERE alles!
En wat voor kwaliteit wordt van de hoorders vereist? Moeten zij een David of Paulus of Petrus zijn?
" ... laten de ootmoedigen het horen ". De ootmoedigen! Dat zijn de "arme Lazarussen", de mensen die tegenover de HERE alleen maar ontvangers kunnen zijn, die Hem geen kwaliteiten hebben te bieden! Lazarus - God is Helper.
Gods redding is het énige dat ons kwalificeren kan! David en de hoorders - ze behoefden niet tot welke élite ook te behoren. Ze mochten naamloos zijn - "ellendige", "ootmoedigen". En juist daardoor werden ze uit de eenzaamheid en de naamloosheid verlost!
Zoals de naamloze arme van Christus de naam Lazarus krijgt!
Daar hebben we de heerlijkheid van Gods Verbond in ons mensenleven.
Dat Verbond bevrijdt ons van de eenzaamheid-naar-boventoe (de élite) èn van de eenzaamheid-
naar-beneden-toe (de naamloosheid).
David had heus wel een bizondere plaats in Gods plan en hij had ook heus wel een bizondere uitredding ervaren. Maar hij moest het z6 naar ons overbrengen, dat we hem ook weer mogen zien als één van ons en dat we mogen zeggen: Déze God is onze God! Omdat Gods heil niet uit mensenkwaliteiten wordt opgebouwd en niet de afmetingen heeft van grote of kleine mensenmaat, daarom staan we ook weer náást elkaar voor Gods aangezicht!
Zo had ook Petrus als apostel heus Weil een bizondere plaats van Christus ontvangen. En hij had ook heus wel een bizondere ervaring van de opstanding van Christus.
Maar hij moet dat zó overbrengen, dat we hem ook weer herkennen als één van ons en mogen zeggen: Déze Heer is Onze Heer. Zie maar 1 Petr. 1 : 3 "Geloofd zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus die ons naar zijn grote barmhartigheid door de opstanding van Jezus Christus uit de doden heeft doen wedergeboren worden oot een levende hoop ... "
Naast elkaar, voor Gods aangezicht.
Het bizondere is slechts dat sommigen de genadeboodschap aan anderen hebben mogen prediken.
Het bizondere is niet en nooit, dat mensenkwaliteiten de genadeboodschap hebben "gemaakt" en - later - "vèr-maakt". De weg van de ootmoed, van het slechts-kunnen-ontvàngen, is en blijft de enige weg. In het leven. En in de theologie! Zo verlost de God van het Verrond ons van de eenzaamheid en van de vervreemding, waarin de klemtoon op het "eigene"
van wèlke mensen ook ons steeds weer soort.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief