De heerlijkheid van Gods wetten

1976-06-04
  • Jaargang 20
  • nummer 23
De wetten, die de Here door de dienst van Mozes aan zijn volk Israël gegeven heeft en die ons in de boeken Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium bewaard zijn gebleven, hebben voor de nieuwtestamentische kerk nog niets van haar glans verloren.
Niet alleen de wetten voor 'het godsdienstige leven in engere zin, maar voor het ganse leven in het verbond. De burgerlijke wetten, strafwetten, eigendomswetten, krijgswetten, gezondheidswetten, huwelijkswetten, handelswetten, pandwetten, veiligheidswetten en nog zoveel meer, zijn tot onze lering beschreven.
Ze zijn ons bewaard gebleven, niet om ons heil te zoeken in een slaafs navolgen van wat de Here aan zijn volk Israël in zijn positie en in zijn tijd te doen geboden had, stel dat dit mogelijk zou zijn. Maar wel moeten wij in de geest die uit deze wetten spreekt, onze huidige maatschappelijke samenleving en instelling daarnaar beoordelen.
Velen zijn er ,die onder meer de sociaal-politieke betekenis der O.T. wetten afwijzen of die wetten voor óns alleen van religieusgeestelijke betekenis achten 'als schaduwen van het komende Godsrijk.
Maar ze verstaan niet, dat Gods wetten aan Israël gegeven, heel concreet en gewoon ten doel hebben gehad om hier op aarde een goede, rechtvaardige en heilzame samenleving te stichten. Een samenleving, welke geen klassenonderscheid kent, geen bevoorrechte stand laat opkomen, grootgrondbezit tegengaat, overal het recht der armen en verdrukten beschermt, nadruk legt op de plichten der bezitters, Dat ze daarom ook voor de beoordeling en verbetering van onze tegenwoordige politieke instellingen en maatschappijvormen en economische verhoudingen van betekenis zijn.
Te midden van de strijd der geesten en politiek en economisch terrein moeten wij het dan ook als taak en roeping zien, niet alleen om met vermaak de heerlijkheid en wijsheid en gerechtigheid van die eenmaal aan Israël gegeven wetten op re merken. Maar ook om van die heerlijkheid, wijsheid en rechtvaardigheid getuigenis te geven door woord en geschrift.
Zo kunnen Gods inzettingen nog gezangen zijn ter plaatse van onze vreemdelingschappen (Psalm 119:54).


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief