Over het voorportaal van de Kerk (2)

1976-06-04
  • Jaargang 20
  • nummer 23
Godisnowhere

Voordat u deze zin leest doet u er goed aan eerst nog even op bovenstaande letters te blijven staren.
Wat leest u? God is nowhere?
Kijk u nog eens goed! Dan ziet u dat ook een andere ordening van de letters mogelijk is: u kunt ook lezen: God is now here! Dat is wel een totaal verschil! Of u zegt: God is nergens of: God is nu hier. Toch waren het precies dezelfde letters die door de een zus en door de ander zó gelezen werden.
Dit grapje uit het boek van J. MaDowell "Evidence that demands a verdict" heeft meer inhoud, dan u vermoedt. Het is een oppervlakkig voorbeeld ven een diepere waarheid: Spreekt de Ned. Geloofsbelijdenis niet van alle schepselen, die zijn als letteren, die ons de onzienlijke dingen Gods geven te aanschouwen. (art, 2)?
Er zijn letters, die iedereen leest - christen of niet-christen maar voor de een spreken ze deze, voor de ander een andere taal.
In tussen wat dit suggereert is: er is dus gemeenschappelijke grond, waarop wij aas gelovigen en nietgelovigen gezamenlijk staan. Die grond waarop wij christen en niet-christen samen staan heeft de middeleeuwer nu symbolisch gestalte willen geven in de voorhal van de kathedraal. Ik den nu heel in 't bijzonder aan de voorhal van de kathedraal in Fïrerburg in Zuid-Duitsland, waar ik vorig jaar onder de deskundige leiding van prof. Rookmaaker rondkeek.
Maar hetzelfde geldt van vele Frans-Duitse kathedralen uit de 13e eeuw. Wat hun voorhallen ons leren is zeer diepzinnig.
Het meest opvallend zijn de sierlijke vrouwengestalten die daar de voorhal versieren Het zijn de zeven muzen, Griekse beschermgodinnen van, de zeven vrije kunsten: grammatica of retorica, de dialectiek (wij zouden zeggen: de mens-wetenschappen) en de wiskunde, geometrie, astronomie en muziek. Boven hen troont de 8e muze: de filosofie, die allen omvat.
De muzen symboliseren alle kennis, die voor de mens mogelijk is los van de openbaring (vgl. E. Male, The Gothic image, p. 76).
Twee andere onderdelen van de voorhal trekken onze aandacht: op de ronde boog rond de voordeur vinden wij vaak afbeeldingen van de natuur: de zeven scheppingsdagen, met beelden van heel de planten- en dierenwereld - interessant voor hen die willen weten welke dieren de middeleeuwer het meest vertrouwd waren.
Tenslotte vinden wij op ooghoogte rondom in de voorhal vierhoekige maquettes met symbolen die de grote deugden en ondeugden symboliseren.
Dat moest iedere kerkganger iedere zondag zien ... ! Zij houten zich bezig met de door iedereen waarneembare menselijke dubbelzinnigheid. De “grandeur" en de "misère" van de mens, om met Pasaal te spreken. Of dat wat Schaeffer noemt: The dilemma of man. Hoe kan het dat de mens zo wreed en zo zacht kan zijn - als twee uitersten in die éne mens: zo groots in kunnen en goedheid. Zo laag in domheid en haat.
Deze voorhal van de 13e eeuwse kathedralen laten ons zien welke velden in de werkelijkheid rondom ons boven zichzelf uit wijzen.
Ze mogen dienen ais wegwijzers naar het heiligdom: de natuur, de dubbelzinnigheid van de mens en de kennis, kunde en kunst van de mens.
Over alle 3 een kort woord.

1) We behoeven niet terug te vallen in de oude godsbewijzen van Thomas van Aquino en evenmin de uitwerking over te nemen van de natuurlijke theologie, om toch vast te blijven houden aan het feit dat de natuur, de bloemen, de dieren en de sterren boven zichzelf uitwijzen, "Het is geen taal, die zij spreken, en het zijn geen woorden, toch wordt hun prediking gehoord over de ganse aarde (Ps. 19). Paulus schrijft in Rom. 1: 20: Want wat van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit Zijn werken met het verstand doorzien.
Hier staan wij op gemeenschappelijke grond met ieder niet-christen.
Neen, dwingend leiden ons deze letters dier natuur niet naar de God van Israël, maar zij blijven appelleren, aan ieder die wil verder zoeken, Denkt u werkelijk, dat een onpersoonlijke macht tot de schepping van deze bloem, van zo'n dier, van dit mens kon komen?
In ieder geval: Einstein werd gedrongen tot andere gedachten bij zijn onderzoek van het universum.

2) Toch geef ik toe dat de moderne mens op dit vûak minder aanspreekbaar is dan als het gaat om het tweede aspect van de voorhal: de rosetten met menselijke deugden en ondeugden: het geheim van de mens, zijn geweten, zijn moraal en zijn verlorenheid. In de 20e eeuw is dit het veld waarop de "meeste gesproken met niet-christenen zin en inhoud kunnen krijgen.
Van mijn eigen gesprekken met niet-christenen door de jaren heen hebben zich veruit de meesten zich ontwikkeld vanuit het vraagstuk van de mens. Daar wil ieder over spreken: wie ben ik?
Hoe begrijp ik mijzelf in de benauwende tegenstrijdigheden, die ik in mij zelf waarneem, Heeft Feuerbach niet gezegd: mijn eerste gedachte was God, mijn tweede: de rede, mijn derde en laatste: de mens. De 20e eeuwse mens lijdt meer nog aan vertwijfeling aangaande zichzelf, dan aan God. Wij zullen de omgekeerde weg van Feuerbach mogen bewandelen, De psychiater Jung heeft in een interview aan het eind van zijn leven gezegd tegeneen Engelse verslaggever: we know nothing about man ... nothing. Het evangelie is de spiegel waarin ook de 20e eeuwse mens zijn gezicht herkent.
Is er één andere wereldbeschouwing, die zó diep spreekt over de adeldom van de mens als de Joods-christelijke (Gen. 1: 26 en Rom. 2: 15) en ook zo diep zijn verdorvenheid peilt? (als bijv. in Rom. 1-3).
Jezus Christus is de Enige, die ons ons-zelf doet kennen wals wij zijn, vgl. Pascal, Gedachten (Prisma, blz. 106-112).

3) Wel blijven van alle symbolen in de voorhal de muzen mij nog het meest fascineren; zij symboliseren de cultuur: hoe ver kan een mens reiken in zijn kennis van de werkelijkheid, hoe ver ontwikkeld is zijn gevoel voor schoonheld (Ps. 8 : 6, Rom. 1: 20). Maar blijft al dit kunnen niet onontsloten zolang het mens-georiënteerd en menscentraal blijft? Lopen er van al deze veilden van menselijke wetenschap en kunst geen lijnen, die heenreiken óver de hortzont van tijd en ruimte? Hoe kan een mens kennen, als denken en werkelijkheid niet uit één bron komen: de Schepper? Staan de muzen niet pas dan op hun plaats als zij heenwijzen naar het heiligdom?
l'A'bri spant zich sinds jaar en dag in om aan dit verwijzende karakter van de muzen vorm te geven.
Daarom vindt u bij ons lezingen over de vervoersproblemen in een moderne stad, of jazzmuziek en daarom werkt een econoom als dr Goudswaard mee en staalt filosofie in de belangstelling. Mogen zij niet allen een eigen plaats hebben in de voorportalen van de kerk? Pas in hun ontsluiting naar boven toe krijgen al deze aspecten der werkelijkheid hun diepe zin en hun eigenlijke kleur. Het blad "Beweging" en de Calvinistische wijsbegeerte in ons land heeft hier reeds lang de nadruk op gelegd.

4) Maar nu nog een opvallend gemis.
Wie de griekse mythologie kent, weet dat er negen muzen waren. Maar of u nu de Notre Dame bekijkt in Parijs, of de Kathedraal in Chartres, of die in Freiburg. u zult er nooit meer dan 8 aantreffen Wat was de negende? en waar is zij gebleven?
De negende muze blijkt bij nader onderzoek de muze te zijn van de geschiedenis. De muze van het geschiedenisonderzoek is eruit weggelaten, Nergens heb ik hiervan een verklaring gelezen. Toch ligt ze voor die hand: de geschiedenis komt pas aan bod in het heiligdom. Wie de kathedraal binnentreedt vindt daar in glas en lood ramen, beelden en schilderijen de geschiedenis van de wereld: vanaf Adam en Eva tot het laatste gericht. Neen, dat kon geen bouwer van kathedralen in de voorhof laten zien. Want de geschiedenis is het terrein zèlf van Gods handelen. Daar heeft Hij zich geopenbaard - in Israël en door Jezus Christus. Hier valt niet meer van verwijzing te spreken: hier zet de Heer zelf zijn schreden.
Toch valt ook hier veel aan te wijzen waar christen en niet-christen gelijkelijk van overtuigd zijn. Niet alleen de kerk - ook de wereld telt haar jaren naar de geboorte van Jezus Christus, niet alleen de christen - ook de niet-christen kijkt aan tegen een geschiedenis van martelaren en zending.
Is ook Israël niet een fenomeen dat ook buitenstaanders intrigeert?
Is ooit een volk na 2000 jaar weer teruggekeerd in eigen land en eigen stad?
Ik moet hier gaan besluiten: de voorportalen van de kathedralen in de dertiende eeuw spreken hun eigen taal Ze roepen de buitenstaander toe: Kijk naar de velden waarin u staat, de wereld van de natuur, de wereld van de mens, de wereld van de cultuur, wijzen zij niet uit boven zichzelf? Bereiden zij u niet vóór om verder te gaan en een blik te werpen in het heiligdom: dan wordt u daar verder geleid in de geschiedenis van Gods handelen en naar het centrum: het kruis.
Zeker: vanuit alle velden van onze werkelijkheid lopen lijnen naar God, vanuit de natuur, vanuit het dilemma van de mens, vanuit de kultuur en de geschiedenis. Of is er nog een vijfde veld: dat van de religie? Zoals Berkhof en Kuitert het wilden in hun meest recente boeken.
Hoe ook, ook al lopen vanuit al deze velden lijnen, al verwijzen ze boven zichzelf uit, toch worden wij op geen weg gedwongen in God te geloven.
Blijkbaar wil God ons niet dwingen, maar nodigen in Hem de ontsluiting van ons leven te zoeken.
Bewijzen van God zijn niet te geven, wel argumenten, Maar geloven is niet een individuele expressie van een individuele emotie.
Beide wezen wij aan het begin en ook hier aan het sloj af.
Lucas 16 : 27-31 leert ons dat zelfs het meest geheide bewijs - zelfs als iemand uit de doden opstond ...
nog niet zal bewerken dat zij - de broers van de rijke man - zich. zullen laten gezeggen. Want geloven is een zaak van het hart. Maar is het niet al heel! veel tussen beide polen van subjectief en objectief te mogen benadrukken dat er letters zijn, die ieder leest en die voor amen gelijk zijn en dat zij mits goed gelezen ons verkondigen: God is now here! De werkelijkheid rondom ons heeft het karakter van een telken. Onze weg is bezaaid met tekenen! Tekenen wijzen boven zichzelf uit ...
Laten wij elkaar erin trainen opnieuw de tekenen te zien en er anderen op te wijzen. Dan rijst er misschien toch ook in onze tijd vóór onze kerken een nieuwe voorhal ...
Ieder van de bovengenoemde vier aspecten vragen nadere aandacht.
Daarover de volgende keer.

Litteratuur : E. Mâle: 'The Gothic image F. A. Schaeffer: De God, die leeft, vooral hfst. 4
He is there and not silent
C. S. Lewis: de sleutel tot het geheim en: de beeldhouwer en zijn beeld
Josh McDowell:Evidence that demands a verdict
Colin Chapman: Christianity on trial H. Berkhof: Christus, de zin der geschiedenis
John Stott: Basic Ohristianity B. Pascal: Gedachten (Prisma) K. J. Kraam: Hoe is God en Hoe leven wij?
Os Guiness: Dust of death.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief