Over het voorportaal van de Kerk (3)

1976-06-11
  • Jaargang 20
  • nummer 24
Terug naar de natuur Er zijn nogal wat misverstanden in de omloop over wat l’Abri eigenlijk wil. Er zijn mensen, die zich generen over het feit dat hun zoon of dochter een tijd bij ons doorbrengt. Is l’Abri er dan niet voor "probleemgevallen"? Laat ik het dan maar eens hier zwart op wit neerschrijven: neen, dat is niet het eerste doel van l’Abri. Het eerste doel van l'Abri is een brug te slaan naar de van God vervreemde mens in de 20e eeuwse cultuur. Daarom schrijf ik deze artikelen over de voorhal van de kerk. Dàt is het wat l'Abri wil zijn: een plaats waar de vragen gesteld 'kunnen worden, of die nu binnen- of buitenkerkelijk van aard zijn. Maar dat niet alleen.
l' Abri is namelijk ook niet alleen een diskussie-centrum. In de voorhal behoort ook zichtbaar te worden, waar het hart klopt van het christen-zijn, l'Abri is tegelijk een leefgemeenschap, waar wij in de wijze van leven en omgang met mens en natuur iets willen laten zien van die realiteit van God en de liefde van Christus, Het gebeurt regelmatig, dat mensen tot ons de toevlucht nemen met bijzondere problemen. Wij zijn daar blij om. Ze zijn hartelijk welkom. Betekent l'Abri niet: schuilplaats? Som kunnen wij hen helpen en wij zijn blij, soms moeten wij hen door verwijzen naar meer specialistische hulp, Dit is een van de aspecten van ons werk.
Toch komen veruit de meeste jongeren naar ons l’Abri voor een periode van studie en bezinning.
Al het werk wat wij doen is namelijk ondergeschikt aan het bovenomschreven doel, dat ons voor ogen staat: voorhal te zijn: heen wijzen naar het heiligdom, waar het geheim van ons bestaan onthuld wordt, en dat vanaf "publiek terrein" waar buitenstaanders en insiders elkaar ontmoeten en zich laten aanspreken door dat wat op de wanden van de voorhal staat afgebeeld: de vragen die oprijzen vanuit het gemeenschappelijk mens-zijn in een gemeenschappelijke wereld.

Na deze inleiding nemen wij de draad van ons verhaal weer op: wat zijn die vragen, die wij als christen en niet-christen gemeenschappelijk hebben? Van waaruit lopen de lijnen in onze werkelijkheid, die boven zich uitwijzen naar een hoger geheim? De ontwerpers van de middeleeuwse 13e eeuwse kathedralen schilderden in de voorhal in de regel drie zaken: de natuur, deugd en ondeugd van de mens en de muzen.
De titel boven dit venhaal laat weten dat ik het ditmaal over de eerste van deze 3 zaken wil hebben: de natuur.
In het linker-voorportaal van de Notre-Dame in Parijs ziet u in de boog de afbeeldingen van de tekens van de dierenriem, met de erbij behorende jaargetijden en hun werkzaamheden op het land.
In andere voorportalen ziet u afbeeldingen van de zeven scheppingsdagen.
U ziet er afbeeldingen van de dieren- en plantenwereld in steen gehouwen - zó fascinerend dat het tot vandaag toe voer; werp van studie is van biologen, die wellen weten met welke planten en dieren de middeleeuwer vertrouwd was.
Toch zijn deze dieren en sterrenbeelden en planten daar niet neergezet uit wetenschappelijke interesse.
Voor de middeleeuwer was de dieren- en plantenwereld een schaduw van de bovennatuurlijke waarheden van het evangelie, Hij zag de natuur als symbool. Niet als de ware werkelijkheid, ook niet zoals de Oosterling als alleen maar schijn (maya), maar als spiegel, spiegel van hogere werkelijkheden.
Als Adam van St. Vlotor een noot in de hand houdt, ziet hij in. de houten buitenkant een symbool van het hout van het kruis en in de zachte kern, waar de mensen voeding van ontvangen: Jezus verborgen goddelijkheid. En was het niet Augustinus, die in een boom (stam, tak en blad) een symbool zag van de Drieëenheid? Dit wijst op een zeer bijzondere en heel diepe beleving van de natuur.
De natuur is in de middeleeuwen veel goddelijker dan bij ons: men mediteerde over de natuur. Eigenlijk zijn alle dingen vleesgeworden woorden van God.
In ieder dier of iedere plant zit een gedachte van God verborgen en heel de natuur is aas het ware het boek van God, waarin ieder schepsel een woord van God is, geladen met betekenis. (Zie E. Mâle, The Gothic image, p. 30 e.v.) Als ik boven dit artikel schrijf "Terug naar de natuur" bedoel ik niet, dat wij zouden kunnen of moeten terugkeren naar die middeleeuwse natuurbeleving. Toch hadden zij iets bijzonders wat wij niet meer hebben in hun relatie tot de natuur en dat is: een diep besef dat wij in de natuur niet maar te maken hebben met "materie" of allerlei "processen", maar dat de natuur Geest-vervuld is, een ziel heeft, of hoe je het ook noemen wilt.
Toen Linnaeus in Leiden de plantenwereld onderzocht zei hij daarin God gezien te hebben "quasi a tergo' = als het ware op de rug gezien, zoals Mozes de heerlijkheid van Jahweh mocht zien (Ex. 33: 23).
We moeten terug of beter nog: vooruit naar zo'n nieuwe ervaring van de natuur.
Eigenlijk loop ik hiermee al vooruit op het slot van dit artikel. Beter is hert;om nu eerst erbij stil te staan wat de vragen zijn die in de 20e eeuw oprijzen uit het kontakt dat wij hebben met de natuur, Daarover meer in het volgende artikel.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief