‘Blijf in Mij, dan blijf Ik in jullie’
2012-10-13
‘Hij stond op, liet alles achter en volgde hem.’ Aan daadkracht ontbrak het de eerste volgelingen van Jezus niet. En nog altijd zijn er christenen die hun leven op z’n Levi’s omgooien. Edward en Jet van der Heijden bijvoorbeeld. Eerst advocaat en orthopedagoog, nu zendingswerkers. Roeping? ‘Absoluut. Maar zending is niet meer of minder dan ander werk. De vraag is: geven we God de zeggenschap over ons hele leven?’- Jaargang 56
- nummer 20
Het is dat een levendige groep studenten komt binnenvallen in het café van Jeugd met een Opdracht-basis Heidebeek in Heerde, anders hadden Edward en Jet van der Heijden nog uren, ja zelfs dagen kunnen doorpraten over ‘roeping’ en ‘Jezus volgen’. Het heeft ze zichtbaar gegrepen.
De studenten komen koffie tanken na een anderhalf uur lange aanbiddingsbijeenkomst, een ritueel waar de Discipelship Training School van Jeugd met een Opdracht (JmeO) de dag mee heeft geopend. De morgenstond heeft hier zeker goud in de mond.
Het vijf of zes maanden lange programma, wereldwijd bekend als DTS, bouwt christenen op om op alle mogelijke plekken in de samenleving te leven als discipel van Jezus.
Drie maanden van studies, lessen en gesprekken worden gevolgd door een ‘outreach’, een evangelisatieprogramma van twee of drie maanden in het buitenland. Ieder jaar trekt de DTS vele christenen naar de basis tussen de Heerdense weilanden en heide.
Edward en Jet zijn in februari hun werk als staflid op Heidebeek begonnen.
Ze moesten meteen flink aan de slag met de voorbereiding en uitvoering van een DTS die op het punt stond te beginnen. ‘We moeten er nog steeds van bijkomen’, lacht Jet. ‘Je bent er echt 24/7 mee bezig.’ Edward vult aan: ‘Het is heel intensief.
Je moeten vijf maanden lang het programma organiseren, je hebt veel een-op-eengesprekken, je bidt met en voor studenten en je moet de hele outreach regelen, van de vliegtickets tot het activiteitenprogramma.’ Vanwege die intensiteit hoeven de stafleden in de andere helft van het jaar niet weer een DTS te leiden, maar krijgen ze andere taken toebedeeld.
Voor nieuwelingen als Edward en Jet betekent dat een paar maanden ‘corvee’. ‘Nou ja, het is iets meer dan dat’, zegt Edward. ‘We verzorgen inderdaad de maaltijden en staan in de koffiecorner, maar dat geeft ons de kans om iedereen hier te leren kennen. Er werken hier zo’n honderd stafleden, die ken je niet meteen.
Daarnaast vind ik het ook een mooie mogelijkheid om te dienen. Al is het voor sommigen wel even wennen om een voormalig advocaat hier koffie te zien schenken.’
Knagen
Edward en Jet volgden zelf ook een DTS, in 2009. Dat was het begin van de radicale omkeer in hun leven. ‘Of eigenlijk begon het met een boek’, vertelt Edward. ‘In 2008 lazen we tijdens een vakantie het boek Volg jij mij van Compassion-directeur Hans van der Lee. Hij schrijft daarin over radicaal discipelschap. Het mag je alles kosten, je zou alles moeten kunnen opgeven. Hij heeft het daarbij over bezitsvermindering in plaats van het verzamelen van meer en meer, waar het meestal over gaat. Een heel radicale boodschap.’ Jet vervolgt: ‘Je leest wel vaker boeken waar je graag wat mee wilt doen, maar dat verwatert dan alweer snel. Nu niet.
We konden niet meer terug en doen alsof we het niet gelezen hadden.’ Het stel vertrok naar Engeland om daar een DTS te volgen. Ze kregen drie maanden les over het karakter en vaderhart van God, de Heilige Geest, het opgeven van je rechten, evangelisatie en vele andere zaken. Daarna vertrokken ze voor twee maanden naar Worcester in Zuid-Afrika voor een outreach.
Ze woonden op dat moment al zo’n vijftien jaar in Amsterdam. Edward was advocaat en hield zich bezig met commerciële contracten en conflicten.
Jet was gezinswerker bij Lijn 5, waar ze gezinnen met grote problemen hielp.
Om de DTS te volgen, namen ze beiden een sabbatical op. Daarna zouden ze hun baan weer oppakken. Geen probleem, dachten ze, want ze hadden veel plezier in hun werk. ‘Het was heel uitdagend en ik kon er veel in kwijt’, zegt Edward. En Jet: ‘Ik kwam bij mensen thuis en probeerde ze te laten ontdekken hoe ze dingen zelf konden gaan doen, hoe ze zelf in beweging konden komen. Dat was heel erg leuk.’ Maar ondanks dat ze tevreden en dankbaar waren met hun leven zoals het was, bleef het knagen. ‘Ik had een gevoel dat ik bezig moest zijn met dingen van eeuwigheidswaarde’, zegt Jet.
‘In mijn werk bouwde ik aan gezinnen.
Mooi, maar voor nu alleen. Wat voor zin heeft het uiteindelijk? Ik wilde iets doen met blijvende waarde.’ Bij Edward leefde eenzelfde soort gevoel.
‘Ik vond het belangrijk om christen te zijn in het bedrijfsleven, want ik denk dat we christenen nodig hebben in alle lagen van de samenleving.
Tegelijkertijd wilde ik geestelijker en dieper bezig zijn. En we wilden graag aan anderen doorgeven wat we tijdens de DTS aan geestelijke rijkdom hadden ontvangen.’ Toen Edward een tweede bezoek aan Zuid-Afrika bracht, kwam de bevestiging.
‘Toen een paar mensen voor mij gingen bidden, vroeg ik God om te laten zien of we fulltime de zending in moesten of niet. God bevestigde dat.’
Toetsen
Edward en Jet denken ‘absoluut’ dat dit hun roeping is. Althans, op dit moment. ‘Het kan per persoon en per periode verschillen wat Gods roeping voor je is’, zegt Edward. ‘Toen ik net afgestudeerd was en overwoog of ik advocaat moest worden of niet, heb ik ook roeping ervaren. Ik heb bepaalde gaven en talenten gekregen en wilde die graag inzetten. Daarnaast kon ik ook daar, op die werkplek, een licht zijn.’ ‘Zending is niet meer of minder waard dan ander werk’, vult Jet aan. ‘Ik heb heel veel geleerd in mijn werk als orthopedagoog wat ik ook nu weer kan gebruiken. Ik geloof dat die jaren mij voorbereid hebben op het zendingswerk, zoals dit werk me waarschijnlijk ook weer voorbereidt op iets anders.
Het kan zo maar zijn dat wij weer de advocatuur en de hulpverlening in gaan. Het punt met roeping is denk ik dat je niet vast moet houden aan je leventje, maar dat je altijd bereid moet zijn je leven voor God te brengen en te toetsen of Hij het zo wil. Mensen lijken er soms van uit te gaan dat ze het werk waarmee ze beginnen tot hun 65e moeten blijven doen. Maar is dat zo?’
Je leven aan de toets van Gods wil onderwerpen is volgens Edward en Jet een kwestie van ‘goed luisteren’. Oftewel: altijd dicht bij God leven, zodat zijn wil zich vanzelf openbaart. ‘Jezus zegt in Johannes 15: blijf in Mij, dan blijf Ik in jullie’, zegt Jet. ‘Dat is eigenlijk het hele verhaal.’ Edward: ‘God wil de zeggenschap over ons hele leven hebben. Ik weet niet of wij dit werk altijd zullen blijven doen, maar ik weet wel dat ik altijd als zijn discipel wil leven. God heeft met iedereen een plan en dat is een plan van groei, want God is een God van groei.’
Jordi Kooiman is zelfstandig journalist en eindredacteur van Opbouw.