Een beker koud water

2012-10-13
  • Jaargang 56
  • nummer 20
Een zomervakantie die echt anders was dan anders. Dat was het voor twintig gemeenteleden van de NGK Amersfoort-Noord, die samen een opvanghuis voor weeskinderen in Kampala (Uganda) een opknapbeurt gaven. Het was een klus met veel kanten: schrijnend, chaotisch, maar ook hartverwarmend en niet zonder hoop.

Een ecologisch verstoord meer, een overvol Kampala, een opvanghuis waarvan er misschien wel 10.000 nodig zijn in Uganda en een opvoedingskamp voor jongeren dat alles weg had van een gevangenis. Was het dan alleen maar kommer en kwel, dacht u misschien bij het eerste artikel.
Dat was het zeker niet.
Het was – om iets te noemen – een unieke ervaring om samen als groep gemeenteleden in zo’n armoedig oord de handen uit de mouwen te steken. En dat in soepele samenwerking met Afrikaanse bouwvakkers en Afrikaanse ‘moeders’, die in het Nafasi-huis voor de kinderen zorgden.
Gastvij en hartelijk was ook elke keer de ontvangst in het gasthuis, als we na een dag hard werken terugkwamen.
Bijzonder zoals we gaandeweg verbonden raakten met al deze Afrikaanse werkers.
Een bijzonder moment was verder de ‘ieder heeft wat’-kerkdienst aan de oever van de Nijl op de tweede zondag van ons verblijf. Liederen, een paar korte lezingen met een enkel persoonlijke woord en een kringgebed: even eenvoudig als intens. En zo is er nog veel meer moois te noemen.

Stoorzender
Wat eruit springt, zijn de ontmoetingen en gesprekken met Afrikanen.
Dat tilde de sombere gedachten over wat je daar als Mzungu in Afrika te zoeken hebt naar een ander niveau.
Want hoe verstorend de rol van de blanken in de Afrikaanse samenleving ook is geweest, de werkelijkheid van de één die de ander tot naaste wordt, is er ook. Iets als: ‘een zwarte en blanke ontmoeten elkaar, hun beider maker is de Heer’ (vergelijk Spreuken 22:2, NBG). Wat een verbindende kracht gaat daarvan uit!
Daarbij merk je dat niet elke verstoring van de Afrikaanse samenleving een onheilzame is geweest. Want word je elkaar werkelijk tot naaste, dan is dat bij de gratie van het Evangelie.
Met al het bevrijdende van dien!
Wij ervoeren dat op een bijzondere manier in de derde week, toen we tijdens de safari in een klein dorpje – niet ver van het grootste nationale park, Murchison Falls – neerstreken in een uiterst eenvoudig gasthuis van de Boomu Women’s Group (www.boomuwomensgroup.org).
De avondmaaltijd stond klaar en we deden tafelgewijs ons gebed in stilte.
Maar nauwelijks waren we de maaltijd begonnen of één van de gastvrouwen – een tiener nog – stond op en zei dat ze voor ons wilde bidden. Dat deed ze met een ontwapenend fijn gebed. Wat een verbondenheid in geloof gaf dat!
De volgende ochtend deden we bij de rondleiding door het dorpje een heel andere ervaring op, toen we de plaatselijke smederij aandeden. De hoogbejaarde smid vertelde over zijn handwerk en alle gebruiken en regels die daarbij kwamen kijken – ook richting zijn kleinzoon, die hem zou opvolgen. Op dat moment werden we even helemaal ondergedompeld in de wereld van Afrikaanse magie, met zijn vloek en zijn zegen.
Wat heerlijk dat het Evangelie een stoorzender mag zijn in deze wereld van donker bijgeloof, dacht ik toen.
En wat proef je op zulke momenten ook de kracht van het Evangelie, dat deze ban van de magie doorbrak en de harten van Afrikanen raakte. En dat ook nog eens ondanks het onrecht dat de Afrikanen van Europese kant de eeuwen door geleden hebben.

Dat we twee nachten bivakkeerden in zo’n achterafdorp was het werk van Sander, de baas van ons gasthuis in Kampala. Hij regelde de safari’s en had goed ingeschat dat wij zo’n echt Afrikaans onderkomen veel boeiender zouden vinden dan een nacht in een hotel. Het aardige was ook dat we met ons verblijf het project van de Boomu Women’s Group steunden, en daarmee ook het dorp. Want met de financiële extraatjes proberen ze de diversiteit aan landbouwproducten te vergroten. We zagen daar bij onze rondleiding het nodige van.

Kindsoldaat
Een nacht eerder verbleven we op het terrein van een middelbare school – een soort mbo met ruim 200 intern gehuisveste leerlingen, opgezet om voormalige kindsoldaten weer nieuwe kansen te geven. Aan deze school, met de mooie naam Hope North (www.hopenorth.org), is ook een gasthuis verbonden. Dat levert niet alleen wat extra inkomsten op, maar ook een rijk scala aan contacten.
Ongelofelijk zoals we daar ‘in the middle of nowhere’ onthaald werden met dans, zang en djembégeroffel. En na de heerlijke maaltijd kwamen de indringende gesprekken. Ik sprak een jongen die gezien had hoe soldaten van het Lord’s Resistance Army van Joseph Kony zijn ouders vermoordden, waarna hij zelf jarenlang als kindsoldaat in de jungle zat en er na een vluchtpoging zwaar mishandeld uitkwam. De zeventienjarige was daarin ongebruikelijk open, want de meeste Afrikanen stoppen zo’n traumatische verleden heel ver weg.
Die avond ontmoetten we ook een Nederlandse ontwikkelingswerker, die dramasessies opzet om de Noord-
Ugandezen spelenderwijs aan het denken en praten te krijgen. Dat kon gaan over het oorlogsverleden, maar ook over seks, misbruik en echte liefde tussen man en vrouw.
Het waren ontmoetingen die je bijna de olifanten en giraffes van de safari deden vergeten.
Een onderkomen in een dorp en bij een school. Dat betekende twee keer een heel natuurlijke impuls in een bestaande structuur. Alles voor en door Afrikanen. Waarbij je je als Mzungu welkom voelde als een graag geziene gast. Niet meer en niet minder.

De stap naar ‘ons’ gasthuis in Kampala (www.icuganda.org/guesthouse/content) is dan niet eens zo groot.
Het geheel staat onder leiding van Sander en Sarah van Zanten, die een avond bevlogen hebben verteld over hun werk in en voor Uganda.
Ze leven van het organiseren van de safari’s en besteden de opbrengst van het gasthuis aan projecten in het geboortedorp van Sarah.
Sarah vertelde dat ze in de jaren tachtig naar Nederland vluchtte, daar trouwde, maar zo graag nog eens iets wilde betekenen voor het dorp waar ze opgroeide. Om die reden gingen Sander en Sarah samen in 2007 terug naar Kampala, waar het idee groeide om met de inkomsten uit het gasthuis een school en een kliniek in het geboortedorp van Sarah te bouwen. Zo werd dankzij ons verblijf in het gasthuis het dak van de kliniek gelegd.
Een mooi ding is natuurlijk dat bij dat alles veel Afrikaanse handen betrokken zijn. In dat verre dorp de bouwvakkers, maar ook het personeel van school en kliniek. En het gasthuis in Kampala schept ook de nodige werkgelegenheid. Kortom: ontwikkelingswerk op zijn best!

Zonnetjes
Je zou bijna vergeten dat we gekomen waren om het kindertehuis Nafasi een facelift te geven. Opnieuw een mooi project (www.kajanafasi.org), alleen al vanwege de insteek om (wees)kinderen weer in Afrikaanse gezinnen terug te plaatsen.
Eén van de maatschappelijk werkers bij Nafasi was John, een man van zeventig jaar die zijn onderzoek naar geschikte gezinnen met grote toewijding en blijmoedigheid deed. Dat ondanks het leed dat hem overkwam door de dood van zijn kinderen (een ongeluk en aids) en de zorg voor zijn kleinkinderen, die hij samen met zijn vrouw op zich had genomen. Wat een uitstraling kan één mens hebben!
Op de werkers en kinderen van Nafasi, de gezinnen waar hij komt en niet te vergeten zijn kleinkinderen.
En de buren, want John was onbevangen andersdenkend op het punt van de bescherming van zijn huis.
Waar ieder die het betalen kan in Kampala een muur rond zijn huis optrekt, bleef hij zeggen: ‘Mijn muren zijn de buren. Want een muur van steen beschermt, maar isoleert ook.’ Geen muur dus rond het huis van John.
Net zulke mooie dingen zijn te zeggen over de kopman van de bouwgroep waarmee we samenwerkten.
Hij heet Moses en is naast bouwvakker ook predikant in een dorpje even buiten Kampala. Al werkend in zijn gemeente stuitte hij op grote werkloosheid en apathie onder jongeren.
Daar is hij vanuit zijn oude vak wat aan gaan doen. Nu trekt hij geregeld metselend en timmerend met zijn jongens op, leert ze het vak en geeft ze al coachend nog veel meer mee.
Een man met een gouden hart. John en Moses zijn echte zonnetjes in dit Afrikaanse land!

Op een iets ander niveau zouden kerken ook meer kunnen betekenen, zo is mijn indruk. Financieel wellicht, omdat een probleem bij projecten als Nafasi is dat de gelden voor een groot deel uit Europa afkomstig zijn. Maar misschien kunnen kerken ook een grotere rol spelen in de adoptie en begeleiding van deze gezinsloze kinderen.
En wat zou de christelijke gemeente een voortrekkersrol kunnen vervullen als het gaat om een levensstijl van liefde en trouw, waardoor het gezin aan kwaliteit zou winnen en misschien ook in kwantiteit zou afnemen, want de bevolkingsgroei in Uganda is ongezond hoog.

Beker
Zo brachten drie weken Uganda ons niet alleen bij chaos en misère, maar gloorde er op allerlei niveau’s ook hoop. Soms in persoonlijke ontmoetingen, maar ook bij projecten, waar hulp was doorgegroeid naar deelname in projecten van en voor Afrikanen. Zodat je als Mzungu gewoon een beetje inschuift, zoals bij die twee projecten tijdens de safari. Uganda is dus niet alleen het verhaal van de Nijlbaars. Ik heb ook vaak gedacht aan die beker koel water waar Jezus het over heeft. Vooral op de momenten dat ik zat te denken over het structurele in de hulp en in gedachten bijna zat te bouwen voor de eeuwigheid. Bemoedigend is dan die beker koel water voor de ander uit Matteüs 10:42. Een beker die zo weer leeg is, zodat je na een paar uur weer dorst hebt. Incidenteler kan hulp niet zijn! Toch komt Jezus met dit kleine gebaar, waarbij het woordje ‘koel’ iets verraadt van warme, persoonlijke attentie en van het ‘meer dan het gewone’. Jezus brengt dit kleine, incidentele in verband met het superstructurele plan van God. Dat plan van vrede op aarde en alle dingen nieuw. Mooi om daar zelf ook iets van te ervaren toen we van één van de werkers in het gasthuis hoorden dat zijn zoontje met malaria in het ziekenhuis lag. We hebben hem de veertig dollar gegeven die dat kostte. Weinig structureel, als je aan Kampala denkt. Maar toch goed, omdat Jezus zo’n gebaar verbindt met het grote Koninkrijk. En, zoals ik het Koos Veefkind wel eens heb horen zeggen, omdat God heel veel kan met heel weinig.

Nieuwsuur zond op 26 september een confronterende reportage uit over een opvoedingskamp in Uganda. Te vinden via Uitzending Gemist.

Drs. Freddy Gerkema is predikant van de NGK Amersfoort-Noord en lid van de redactie van Opbouw.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief