Wandelen door de Rechte Straat

2005-03-11
  • Jaargang 49
  • nummer 5
‘Wat is de oppervlakte van Nederland?’ Het is een van de eerste vragen die mij in Syrië gesteld wordt. Ik zit in een klasje met twaalf, voornamelijk Duitse, studenten van de Arabische taal. Ook zij doen verwoede pogingen met een snelle berekening het aantal vierkante kilometers van hun land te schatten. De vraag zal mij tijdens mijn verblijf nog vaak gesteld worden door mensen die ik amper heb leren kennen.

In een artikel over Syrië zag ik dat als eerste gemeld wordt… de oppervlakte van het land is 185.180 km2. Als ik, afgaande op de assen van ons land, gok op 40.000 km2 maakt dat totaal geen indruk. Nederland roept wel herkenning op: men noemt gretig de namen van een aantal voetballers.
Maar opnieuw maak ík weinig indruk, want ik weet niets interessants over die Nederlandse voetballers te vertellen.
Zij zijn beter op de hoogte van ‘de prestaties van mijn volk’ dan ik.

Echt oosters
Ik was voor het eerst in de gelegenheid Syrië beter te leren kennen. Een aantal dingen zijn mij opgevallen. Meer dan bijvoorbeeld Libanon en Jordanië is Syrië echt Arabisch gebleven, ondanks westerse invloeden, zoals de import van digitale hoogstandjes (internetcafé-’s, GSM’s, etc.). Wie de Arabische cultuur wil proeven doet er goed aan naar dit land te gaan. Je waant je af en toe in bijbelse tijden, zo onveranderd oosters oogt de leefwijze van de mensen.
En dat zowel in de oude binnenstad als in de dorpen op het platteland.
Wie Arabisch wil leren kan hier goed terecht. Er zijn weinig Syriërs die Engels of een andere westerse taal spreken. In een land als Egypte is het lastig om als beginner Arabisch te oefenen: Egyptenaren zitten op het puntje van hun stoel om hun mondje Engels te etaleren. Ik heb daar gesprekken gevoerd waarbij ik stug Arabisch bleef spreken en mijn gesprekspartner Engels. Syriërs zijn terughoudend. Ze dringen zich niet op, maar stel je een vraag dan is er openheid en bereidheid voor een beleefd gesprek. Zij waarderen het zeer als je als buitenlander werkelijk interesse voor hen hebt en het gesprek aanknoopt in hun eigen taal.

Rijke historie
Syrië heeft veel te bieden; het is een land met een uitermate rijke historie en cultuur en prachtig landschappelijk schoon. Wie door Damascus loopt, de oudste altijd bewoond gebleven stad ter wereld, loopt door tijdperken heen en snuift de sfeer van eeuwen op. Je ziet klinkerstraatjes waarvan je kunt vermoeden dat elke meter onder die klinkers weer een eigen geschiedenis heeft: de tijd van de Fransen, Arabieren, Ottomanen, Mongolen, Omayaden, Romeinen, Arameeërs, Chaldeeën, Assyriërs.
Nu zijn er de gezellige straatjes met winkeltjes en restaurants en af en toe doorkijkjes op schitterende binnenplaatsen.
Jammer dat de ezels en karren in de oudste wijk van Damascus tamelijk recent plaats hebben moeten maken voor gemotoriseerd verkeer: kleine Aziatische busjes die net door de nauwe straatjes kunnen.
De stad wordt herhaaldelijk in de bijbel vermeld. Je wordt herinnerd aan Paulus, als je staat bij het kerkje (en tevens museum) van Ananias, niet ver van de straat genaamd de Rechte.
Daar vlakbij is ook de plaats waar Paulus de stad ontsnapte - in een mand over de muur neergelaten door vrienden.

De jonge kerken
De tijd in Damascus wilde ik ook benutten om een indruk te krijgen van het kerkelijke leven daar.1 Je moet er dan wel mee rekenen dat de zon dag een gewone werkdag is en voor het instituut waar ik lessen volgde een studiedag. De nationale evangelische synodekerk, die alleen op zondagmorgen een dienst heeft, kon ik zodoende in de eerste vier weken niet bezoeken. Pas met Pasen was ik in de gelegenheid in deze kerk een dienst mee te maken. De avond ervoor hoorde ik toevallig dat de dienst een uur later zou beginnen vanwege een rechtstreekse uitzending voor de televisie. In de preek kwam helder het paasevangelie naar voren. Maar een ‘ander evangelie’ kwam naar voren toen in de laatste tien minuten van de dienst de voorganger een lofrede op president Assad hield, gekoppeld aan een directe aanval op de persoon van Bush en Sharon. Zijn afkeuring over hen uitte hij zeven keer nadrukkelijk en expliciet.
In de weken ervoor was ik wel in de gelegenheid de diensten van de Kerk van de Nazarener te bezoeken. Dat is een andere evangelische kerk in de oude binnenstad, die vaker diensten hield. Hoewel de stijl van de preek mij niet aansprak (nogal schreeuwerig) heb ik daar veel hartelijkheid ervaren.
Deze kerk staat dichter bij het gewone volk dan de Protestantse Synodekerk, is mijn indruk.

De oude kerken
Met Pasen en in de weken die er aan vooraf gingen zijn er altijd veel activiteiten in de kerken in Damascus. Zo maakte ik ook samenkomsten in verschillende niet-protestantse kerken mee: Syrisch Orthodox, Grieks-Katholiek (Melkitisch), Maronitisch, Armeens Orthodox. Ik werd getroffen door de invloed die deze kerken op het leven van alledag van mensen heeft. Ook de betrokkenheid van christenen bij allerlei activiteiten van hun kerk viel mij op. Er waren indrukwekkende diensten in stampvolle (grote) kerken. Opvallend was dat allerlei vormen zeer onprotestants aandoen (beelden, kaarsen, processies, kleding van priesters en bisschoppen).
Maar bij dit alles klonk tegelijk steeds het evangelie met op allerlei momenten schriftlezingen en schriftuitleg. Ik heb de indruk dat veel kerkleiders daarmee een strijd willen voeren tegen uitwassen van het volksgeloof (met veel bijgeloof) dat nog sterk onder hun eenvoudige parochianen leeft.

Noot
1. Op een bevolking van 16 miljoen inwoners zijn er in Syrië volgens schattingen zo’n 1,5 miljoen christenen, dus ongeveer 10 %. Daarvan behoort de overgrote meerderheid tot de oude kerken: 33 % grieks-orthodox, 33 % oosters orthodox, vooral armeens orthodoxen en syrisch orthodoxen, 33 % oosters katholiek (o.a.
assyriërs) en daarnaast een zeer kleine groep die protestants/evangelisch is. Tot deze laatste groep behoren de Armeense evangelische kerk, de nationale protestants-evangelische synodekerk van Damascus en de kerk van de Nazarener.

Herman Takken van stichting Evangelie & Moslims was vorig jaar vijf weken in Damascus voor studie van Arabisch en islam. Hij had een kamer bij een Syrisch gezin in Bab Toma, de oude binnenstad, niet ver van de straat genaamd ‘de Rechte’ (Handelingen 9:11). Op verzoek van de redactie schreef hij twee artikelen over zijn belevenissen en zijn kijk op het land en de bevolking.

Service
Dagelijks maak ik de trip van de wijk Bab Toma naar Moehaadjirien. Dat is een afstand van zeven kilometer. We reizen in busjes die vertrekken als ze vol zijn, veertien mensen op elkaar gepakt. Het vaste bedrag voor de rit is vijf lira (acht Eurocent) en wordt over de hoofden van mensen heen naar voren getransporteerd. Gewoonlijk wordt er ‘onderweg naar de chauffeur’ gewisseld, zodat muntjes munten worden of zelfs briefgeld.
Wisselgeld komt onberispelijk in de juiste proporties terug. Wie direct achter de chauffeur zit is de pineut als doorgeefluik. Een vrouw geeft mij eens een briefje van vijftig en ik, op de pineutplek zittend, moet mensen die tien lira muntjes hebben gegeven nog vijf lira muntjes teruggeven. Het wordt mij te ingewikkeld. Gelukkig zijn er hulpvaardige medereizigers die met veel plezier deze adjnabi (buitenlander) willen helpen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief