ingezonden

1978-06-30
  • Jaargang 22
  • nummer 26
Bij dezen willen we graag reageren op het artikel "Predikant en politiek" van J. Meulink in Opbouw van 5 mei jl.

Ter verduidelijking

Alvorens met de eigenlijke reactie te beginnen, proberen we de volgende (politieke) termen te omschrijven.

1. Theocratie *) (zoals het G.P.V. voorstaat): de regering heeft als vertegenwoordiger van God tot taak Zijn wetten op te leggen aan het gehele Nederlandse volk.

*) Het Bijbelse begrip theocratie wordt duidelijk als we kijken naar de oudtestamentische relatie tussen God en zijn volk Israël. Deze relatie is gebaseerd op het verbond dat God met Israël sloot. Nu kunnen ook niet-Joden opgenomen worden in dat liefde-verbond. We moeten er als christenen echter niet naar streven Gods geboden op te leggen aan mensen die God en zijn Woord niet kennen.

2. Christen-democratie (zoals het C.D.A. voorstaat):
- aanvaardt het Evangelie als richtsnoer voor het politieke handelen
- wil streven naar een maatschappij waarin de Bijbelse gerechtigheid meer gestalte krijgt, de mens zijn vrijheid en verantwoordelijkheid beter kan beleven en waarin het welzijn van allen wordt gediend.
- richt zich tot het gehele Nederlandse volk zonder onderscheid naar geloofsovertuiging of maatschappelijke groepering.

3. Sociaal-democratie en liberale democratie (zoals de P.v.d.A. en de V.V.D. voorstaan): de politiek is niet gebaseerd op een bepaalde levensbeschouwing, maar op een maatschappij visie. In deze politiek vinden mensen van verschillende richtingen elkaar op grond van een zelfde maatschappijvisie.

Enkele opmerkingen n.a.v. "Predikant en Politiek"

1. Meulink zegt in zijn artikel dat binnen de P.v.d.A. "humanisme en Evangelie gelijke rechten hebben".
Hij concludeert dat "in de praktijk de humanistische beschouwingen prevaleren". Het is inderdaad zo dat de humanisten in de meerderheid zijn. Dat houdt o.i. echter niet in dat de humanistische levensbeschouwing de voorrang heeft. Het gaat de P.v.d.A. niet om de levensbeschouwing maar om het politiek inzicht.
Christenen die op de P.v.d.A. stemmen zijn daardoor niet plotsklaps humanisten geworden! Ze stemmen op grond van een bepaald politiek inzicht, dat (toevallig) overeenkomt met dat van de P.v.d.A.-stemmers die een humanistische levensbeschouwing hebben.

2. Zijn levensbeschouwing en maatschappijvisie van elkaar afhankelijk, of sluiten ze "alleen maar" op elkaar aan?
Bij humanisten bestaat er geen afhankelijkheidsrelatie tussen levensbeschouwing en maatschappijvisie (humanisten vind je zowel bij de P.v.d.A. als bij de V.V.D.).
Volgens Meulink volgt uit een christelijke levensbeschouwing de keuze voor "christelijke politiek"; wat dat dan ook zijn mag! Meulink noemt de in Dordrecht uiteindelijk niet-beroepen dominee een "socialistisch predikant". Er bestaan kennelijk politiek gezien (globaal) drie "soorten" predikanten: liberale, socialistische en christelijke. Vervolgens merkt Meulink op dat in de P.v.d.A. het Evangelie gelijk gesteld wordt aan de andere levensbeschouwingen.
Dat is zo. Het ligt trouwens nogal voor de hand, daar de P.v.d.A. politiek bedrijft op basis van een maatschappijvisie. De levensbeschouwing die geleid heeft tot een bepaalde maatschappijvisie is voor de persoonlijke verantwoordelijkheid van de leden zelf!

3. Is de taak van de overheid ervoor te zorgen dat al haar onderdanen de "Evangelische vrijheid" ervaren (G.P.V.-theocratie zie boven)?
Of moet de overheid veeleer dienstbaar aan haar onderdanen zijn, het onrecht bestraffen, de rechtsorde handhaven en de vrijheid van meningsuiting, onderwijs etc. waarborgen?

4, Levensbeschouwelijk gezien zit voor de christen de ellende primair in het zondige menselijke hart. Het maatschappelijk gevolg is daarom dat de menselijke structuren scheef zijn. Juist christenen moeten werken aan een nieuwe wereld, nl. het Koninkrijk van God. De christen heeft dan de hoop en het zeker weten dat de komst van dat Koninkrijk ten laatste niet afhangt van de prestaties van de mens maar van God. Die strijd in dienst van het Koninkrijk Gods dient in de woordverkondiging van christelijke kerken aan de orde te komen.

5. Volgens Meulink is de "christelijke partij" een eis van Gods Woord (hoe komt hij daaraan?).
Moet een ontkerstende samenleving door "christelijke politiek" gebracht worden tot de geboden van God? Is het niet eerder een taak van de christelijke kerk, het lichaam van Christus, de secularisatie tegen te gaan?

Afsluiting

In het bovenstaande hebben we geprobeerd enige kritische kanttekeningen te plaatsen bij, alsmede enige vragen te stellen n.a.v. Meulinks artikel.
We pretenderen geenszins hiermee het laatste woord gezegd te hebben.
We hopen daarom dat deze reactie een aanzet zal zijn tot verdere discussie.

Paul Kurpershoek
Jan Pekelder

Op dit "ingezonden" zal de heer Meulink in een volgend nummer reageren.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief