HET C.D.A. EN DE ZONDE
1978-07-07
Steenkamp- Jaargang 22
- nummer 27
Ook C.D.A.-voorzitter Steenkamp heeft een poging gedaan een excuus te vinden. Hij is het eens met Lubbers dat het hier gaat om een rooms probleem.
Andere groepen hebben dit niet.
Zijn commentaar op de affaires verscheen o.a. in 'Vrij Nederland' (een rood sexblaadje) en lokte woedende en triomfantelijke reacties uit. De welingelichte kringen van de V.P.RO. zeiden: 'zie je wel, die roomsen en die christenen zijn gewone oplichters en dieven' en Arie Kuiper in 'De Tijd' (een Rooms-Katholiek weekblad) ging ervan vloeken in zijn krant.
Dat vloeken is overigens óók typisch rooms.
Steenkamp beweerde 'Het eigen geweten is bij ons katholieken niet voldoende ontwikkeld'. Dat was de triomfantelijke kop van V.N. Maar het waren wel de eigen woorden van deze hoogleraar. Katholieken zijn, zo meent Steenkamp, door de vele geboden en verboden van de kerk verkrampt opgegroeid. En alles wat de kerk niet verboden heeft, is toegestaan.
Daardoor weten ze niet goed een vrije houding aan te nemen. Ze zijn verminderd toerekeningsvatbaar. Ik geef het nu ook weer in mijn eigen woorden. Nu, dit soort uitspraken deden de welingelichte kringen vanzelfsprekend goed en maakten, Arie Kuiper, de hoofdredacteur van 'De Tijd' woedend. Hij vindt dat Steenkamp maar voor zich zelf moet praten en niet alle Rooms-Katholieken moet belasteren. Hij meent verder dat het C.D.A. geen anderhalve stuiver waard is, als het Steenkamp niet tot de orde roept.
Nu dat heeft het C.D.A. niet gedaan, voorzover ik weet. Dat het C.D.A.
geen cent waard is, principieel gezien, wist ik al voor de affaires. Maar heeft Steenkamp ongelijk? Pas als zijn ongelijk duidelijk is, is hij intern ter verantwoording te roepen.
Van de reactie van Steenkamp geldt in ieder geval dat deze ook valt onder het zoeken van verklaringen, die in feite pogingen tot verontschuldiging zijn. Het is pleisteren met loze kalk.
Herdershond
Is er een rooms zondebesef? Ja, zoals er een gereformeerd zondebesef is.
Nu zijn dat maar benamingen en meer niet.
Wat weet de RK.-leer niet over de zonde, wat de leer van de Reformatie wel weet?
Het antwoord is: de genade.
Het verschil ligt in de leer van de rechtvaardiging van de goddeloze zonder de werken, alleen uit genade. Het roomse zondebesef is inderdaad mede gevormd door het ontbreken van deze leer. Volgens de officiële kerkleer is er onderscheid tussen doodzonden en vergefelijke zonden. Die vergeeflijke zonden maken de mens niet tot een kind des toorns in Gods ogen. Dat is de echte Rooms leer van Trente. Geldig tot vandaag.
Nu daarover spreekt de H. Schrift anders. Arie Kuiper geeft om een beroep op de H. Schrift niets. Hij is daarin heel duidelijk. Hij vindt het dwaasheid van de Joden zich op de Bijbel te beroepen, als het gaat over het bestaansrecht van de staat Israël. Dat heb ik hem horen zeggen voor de K.RO. Hij vindt het ongehoord je te beroepen op een zoveel duizend jaar oud boek. Hij is echt een man van de paus. Die heeft de staat Israël ook nog nooit erkend en die vindt zijn eigen gezag ook uitgaan boven dat van de Schrift.
Zowel de ontkenning van de mogelijkheid van het beroep op de H. Schrift als het onderscheid tussen doodzonden en zeg maar de rest van de zonden, is voor een Schriftgelovige ondenkbaar en ook onverteerbaar.
Wie werkelijk met God te doen krijgt, de Rechter der ganse aarde, krijgt ook met zijn zonden te doen. Voor Gods aangezicht zijn er ook geen kleine en grote zonden. De gelovige ervaart existentieel, om dat akelige modewoord eens te gebruiken, dat men inderdaad een goddeloze is, die alleen maar van vrijspraak kan leven. En dan niet van de vrijspraak door de kerkclerus, maar van de vrijspraak door God Zelf.
Er is overigens weI onderscheid tussen groot en klein wat betreft de zonde.
Maar ook de kleinste zonde maakt ons des doods schuldig. Dat besef kent men niet in de Roomse levenspraktijk.
Een aardig voorbeeld vond ik in het 'dagboek van een herdershond' van pater Schreurs, zoals dat door de K.RO. vertoond is. Dat ging wel over een vroegere tijd, maar het levensgevoel is eender. De kapelaan in dat dagboek vloekt evenzeer als Arie Kuiper. Maar dat is geen zonde. Of op zijn hoogst een vergeeflijke zonde. De kapelaan liegt tegen zijn pastoor.
Maar voor een goed doel. Van dat liegen heeft hij geen last. Hij zal het ook niet biechten. Zelfs zijn engelbewaarder zegt dan niets.
De mensen, protestanten en rooms-katholieken, vinden het dan ook helemaal niet erg wat de C.D.A.-politici gedaan hebben. Behalve de opinie van de beroepsschrijvers en de beroepssprekers weten we intussen ook wat de kiezers ervan denken. Nu, die vinden het uitstekend. Het C.D.A. is de grootste partij geworden.
En het onderscheid tussen 'protestantisme' en rooms-katholicisme is op dit punt aan het verdwijnen. Aantjes, van de rechterflank van de Gereformeerde Gezindte, gelooft niet dat de H. Catechismus gelijk heeft als die ons leert dat de mens van nature onbekwaam is tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Hij heeft dat eens gezegd voor de T.V. En als men de aanklacht uit zondag 23 H.C. ontkent, dan ontkent men de centrale waarheid van het Evangelie. Dat wat de Bijbel tot een blijde boodschap maakt, is de leer van de vrijspraak van de goddeloze, zonder de werken. En als men dat 'goddeloos' niet meer aanvaardt, dan is men een humanist geworden.
Humanisme
In het veld van het humanisme kan het C.D.A. alleen gedijen. Het Rooms-Katholicisme is humanisme. Het protestantendom, dat verwaterd is, niet minder.
Wat is het verschil tussen de Schrift en alle moraal van de mens uit? Nu, dat is de genade. En het niet willen leven van de genade. Het in verzet komen tegen het 'goddeloos' in het vrijsprekend oordeel van God, om Jezus' wil alleen ..
Dat al of niet aanvaarden van de leer van de rechtvaardiging van de goddeloze bepaalt de mensbeschouwing en ook het zondebesef. Als Arie Kuiper het van Steenkamp niet wil aanvaarden, laat hij dan luisteren naar Prof. dr L. J. Rogier. Die schreef: 'Een katholiek is per se een humanist in de christelijke zin, want hij gelooft in de vrije wil en in een beslissend aandeel van de mens in de bewerking van zijn eigen zaligheid.
Een protestant, geneigd alles te zetten op de ene kaart van de genade of van het geloof alleen, is per se geen humanist!' "Terugblik en uitzicht", blz. 296. Rogier zegt dan verder dat het zelfbedrog is dit te ontkennen.
Luisterend naar een evangelisatiekoor in de St. Augustinuskerk te Geleen, kwam ik te lezen in een boekje dat in de bank lag met de liturgie voor de mis in de paastijd. Daarin staat te lezen een alternatieve geloofsbelijdenis.
Kennelijk wel net zo iets als een alternatief samenlevingsverband, waarover de A.RP. zich druk maakt. Die geloofsbelijdenis luidt in het begin zo: 'Ik geloof in de mens, en in een wereld, waarin het voor de mensheid goed is om er te leven. Ik geloof dat het onze taak is om zulk een wereld te scheppen ... ". Dat gaat een poosje zo door. Ik weet niet of zo iets met of zonder toestemming van de bisschop wordt opgenomen. Maar met of zonder toestemming van dr Gijsen, het is puur humanisme. Van een afgrijselijk en ook afschrikwekkend soort. Zo wordt alles van de Bijbel op de kop gezet.
De zonde van het C.D.A.
Het is daarom niet alleen noodzakelijk te spreken over het C.D.A. en de zonde, er is ook een zonde, typisch voor het C.D.A. Dat is het feit dat het bestaat. Het is zelfbedrog om te ontkennen dat het Rooms-Katholicisme humanisme is. Het is de zonde van het C.D.A. het onverzoenlijke te brengen onder één noemer. Men kan dat alleen maar doen, omdat men het eigene opgegeven heeft.
Er zal bij mij wel een klein beetje heimwee naar de oude A.RP. in zitten.
Ik heb tegen de vorming van het C.D.A. gestemd en de aanneming van het C.D.A. in de A.RP. heeft mij mijn lidmaatschap van de A.RP. doen beëindigen. De enige echte en de oudste politieke partij in ons land werd om zeep geholpen. De nieuwe tijd. Jazeker. Maar dat hoeft mij niet enthousiast te maken over de doodgravers van het levenswerk van Kuyper en Groen. .
Ethisch réveil
Het is typisch humanistisch om te praten over een ethisch réveil, dat we nodig zouden hebben. Al dat gepraat erover is geknoei aan de buitenkant.
Als we iets nodig hebben, dan is het een dogmatisch réveil. Met excuses voor de lelijke woorden, maar de welwillende lezer zal me begrijpen.
We beleven een omkeer van alle waarden. Je mag wel alternatief samenwonen, maar geen koopsompolis hebben. Je mag door de mazen van de wet voor abortus zijn en voor euthanasie. Je mag voor alles zijn wat de Bijbel verbiedt. Maar de P.v.d.A. zal elke afwijking op geldelijk gebied aangrijpen als een bewijs van de slechtheid van de werkgever. Verzet tegen elke andere afwijking is "conservatisme".
In de grote verloedering helpt het niet om te proberen hier en daar wat tegen te houden. Dat wordt trouwens ook maar uitgelegd als reactie.
Maar wat wèl helpt dat is het weer stellen, consequent ook in het publieke leven, dat er alleen maar uitkomst en toekomst is, als men weer gelooft de vrijspraak van de goddeloze, zonder de werken, alleen uit het geloof.
Een nieuwe Luther was wel prettig. Of een van de vrienden van Kohlbrugge?
Er wordt in de Heilige Schrift veel gewaarschuwd tegen zonden met geld en goed.
De rijke jongeling was geen onaangename kapitalist.
Jezus kreeg hem lief.
Maar hij zat er wel naast.
En goed ook.
Dat is de ernst van de vele waarschuwingen.
Wie met God te doen krijgt, krijgt ook het nauwe geweten, dat niets te maken heeft met de kramp van een wettisch christendom, maar alles te maken heeft met de wetenschap coram Deo te leven.
Dit evangelie alleen kan ons redden. Kan ook de belastingmoraal redden.
Sittard, 6 juni 1978