Wandelen in de waarheid

1978-07-28
  • Jaargang 22
  • nummer 28
"Groter blijdschap ken ik niet, dan dat ik hoor, dat mijn kinderen in de waarheid wandelen."

3 Johannes: 4

Vadertrots

Een predikant ontmoette op een receptie een bejaarde man. Al gauw kwam het gesprek op de kinderen van deze man. Hij had alle reden om trots op hen te zijn. Ze hadden allen (hij had er zes) een behoorlijke positie bereikt. Het was voor de man een genot om er over te praten. Maar plotseling zei hij: "Maar dominee, weet u wat ik het fijnste vind? Dat al mijn kinderen Jezus Christus kennen als hun Heiland. Daar ben ik het meest blij om." Hij had het ook kunnen zeggen met de woorden van Johannes: "Groter blijdschap ken ik niet, dan dat ik hoor, dat mijn kinderen in de waarheid wandelen. "

Een goed getuigenis

Johannes schrijft dit aan Gajus om wat hij van hem gehoord heeft. We weten maar weinig van deze Gajus.
We weten niet waar hij gewoond heeft, niet wat zijn beroep was, niet of hij getrouwd was en kinderen had. Maar wat we weten is het fijnste wat er van een mens te weten valt. Johannes heeft een bijzonder goed getuigenis van hem ontvangen. En Johannes wordt er warm van. Want Gajus is zijn kind, door zijn getuigenis geboren tot het nieuwe leven uit de Geest. Wat is het dan heerlijk om te horen hoe dat leven stand houdt, doordat zijn kinderen in de waarheid wandelen.

Zien waar je loopt

Ik vermoed dat weinigen in de taal van alledag de woorden 'waarheid' en 'wandelen' in deze kombinatie gebruiken. Wandelen doe je in een park. En de waarheid wordt gesproken.
Hoe kun je in de waarheid wandelen? Een andere uitdrukking, die Johannes meer dan eens gebruikt, is duidelijker: 'wandelen in het licht'. En als hij ons daartoe aanspoort, dan hebben we daar weinig moeite mee. Wie (verliefde mensen uitgezonderd) wandelt nu graag in het donker. In het licht zie ik hoe de wereld om me heen er uit ziet. Dan zie ik de bocht in de weg, die ik moet volgen als ik niet in de sloot terecht wil komen. Dan zie ik de steen of de boomwortel, waar ik anders over gestruikeld was. In het licht zie ik de werkelijkheid. Anders gezegd: de waarheid. Wandelen in het licht is dus hetzelfde als wandelen in de waarheid.
Maar aan het daglicht heb ik niet voldoende om de weg door het leven te vinden. Daar heb ik ander licht voor nodig. Dat kan ik vinden in de Schrift. Dat vind ik in Jezus Christus. Hij is hèt Licht in deze wereld en Hij is dè waarheid in eigen persoon, Wandelen in de waarheid is wandelen achter Jezus aan. Dat is doen zoals Jezus heeft gedaan.

Leer en leven

Ja, de waarheid moet gedáán! Over het algemeen rekenen wij ons wel tot dat deel van kerkelijk Nederland, dat er op uit is voor de waarheid pal te staan. We hebben warme sympathie voor elke geleerde, die ons komt bewijzen dat het scheppingsverhaal aardig overeen komt met de resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Wie beweert, dat feiten uit het leven van Jezus als de maagdelijke geboorte of de opstanding niet echt gebeurd zijn, krijgt bij ons geen voet aan de grond. We huiveren terug voor de mening, dat we gerust op ingrijpende punten van mening mogen verschillen met de apostel Paulus, omdat hij ook maar een feilbaar mens was. Wie zo de waarheid geweld aandoet is onder ons op zijn minst hoogst verdacht!
Maar hoe goed het ook is de waarheid te verdedigen, zij is ons allereerst bekend gemaakt om haar te dóen. Wie belijdt dat de bijbel een onfeilbaar gezag heeft, heeft als eerste roeping zich door de bijbel te láten gezeggen. Wie volhoudt dat wij niet van de apen afstammen, maar geschapen zijn naar het beeld van God, zal dat beeld dan ook dagelijks moeten vertonen. Als we vurig de werkelijkheid van Christus' opstanding verdedigen, kan dat tegen ons getuigen als we niet uit die werkelijkheid léven, als mensen die mèt Christus zijn opgestaan in een nieuw en ander leven.

Levende bewijzen

Gajus deed de waarheid. Hij verleende gastvrijheid aan rondtrekkende predikers van het evangelie (vs. 6). Gajus had Jezus lief gekregen.
Hij had zijn geloof beleden.
En dat was geen bevlieging gebleken. Hij stond voor zijn geloof.
Hij toonde zijn liefde door onderdak te verlenen aan mensen, die hij waarschijnlijk helemaal niet kende.
Maar ze predikten de Naam van Christus en dat is voor Gajus voldoende.
Hij ziet hen graag bij zich aan tafel en ze krijgen van hem een goed bed. 'Wat doe je daar goed aan', schrijft Johannes. 'Zo werk je met die predikers samen voor de waarheid'.
Gajus is kennelijk een 'gewoon' gemeentelid. Hij zit niet in de kerkeraad. Want hij ontvangt van de apostel geen opdracht ambtelijk op te treden tegen ene Diotrefes, die zich in die gemeente nogal misdraagt (vs. 9). Hij wordt ook niet opgeroepen om te vechten tegen valse leer, zoals Johannes dat in zijn eerste twee brieven wel doet.
Dat kan iedereen ook niet. Ook vandaag staan gelovigen meermalen met de mond vol tanden als ;ij in aanraking komen met onbijbelse gedachten en ideeën. Maar kun je dan ook minder voor Jezus betekenen?
Gelukkig niet! Hoe belangrijk het ook is wanneer onbijbelse meningen als slecht en schadelijk worden ontmaskerd, het is het belangrijkste niet. Dat is het dóen van de waarheid. Het meest briljante betoog van de knapste theoloog is zinloos, wanneer hij niet de waarheid doet, die hij zo vurig verdedigt.
En het doen van de waarheid is weggelegd voor iedere gelovige. Met hulp van de Geest is het gelukkig geen onmogelijke zaak. We kunnen de waarheid van het Woord niet beter verdedigen dan door er in te wandelen. We kunnen de zaak van het Woord niet beter dienen dan door het werkelijkheid te laten worden in ons leven. Alleen zo zijn wij levende bewijzen voor het werkelijk bestaan van God, in Wie wij zeggen te geloven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief