Youth for Christ

1978-07-28
  • Jaargang 22
  • nummer 28
Veel jongens en meisjes uit onze kerken hebben op de een of andere manier contact met Youth for Christ. Ze bezoeken koffiebars, doen mee aan studieweekends, gaan naar de jaarlijkse toogdag op Hemelvaartsdag en doen aan evangelisatiewerk op campings. Zo is er nog wel meer te noemen.
Ouderen vragen zich vaak af of het wel goed zit met Youth for Christ en ze gaan in gedachten daarbij terug naar de jaren ná de tweede wereldoorlog, toen deze jeugdbeweging ontstond. Ze vergeten daarbij echter dat er in de laatste vijf, zes jaar met Youth for Christ wel wat is veranderd. Onder leiding van dominé G. Brucks, geboren in Canada, kwam er een hele verandering tot stand. De gedachte dat Youth for Christ een beweging is die probeert mensen van de kerken los te werken óf praktisch mensen van de kerken weghoudt is een grote vergissing.
In "Uitdaging" van juni 1978 zegt Brucks er zelf het volgende van:

"Want het is ergens zo dat onze organisaties groeien, omdat het kerkelijk jeugdwerk niet groeit. Alhoewel ik met hart en ziel meewerk aan Youth for Christ en alle vormen van interkerkelijk jeugdwerk loop ik toch warmer voor de kerken en elke vorm van kerkewerk dan voor interkerkelijk werk, want ik ken de tekorten van interkerkelijk werk."
Sinds ongeveer een jaar is ds Brucks directeur van Youth for Christ in Europa, terwijl daarvoor zijn werk uitsluitend in Nederland lag. Hij ziet grote mogelijkheden voor het werk van Youth for Christ.
Met behulp van duizenden mensen in Nederland die het werk daadwerkelijk of financieel steunen, kan nu verder worden gewerkt, ook al is Europa beslist geen christelijk continent meer: "

Je kunt overal kijken. In Zuid-Amerika en in Afrika vind je meer levendige christenen dan in West-Europa ... "

Aan het slot van het interview lezen we nog:

"Als je me vraagt, waar ik de mèeste waardering voor heb, dan zeg ik: de meeste waardering heb ik niet voor de hippe vogels van Youth for Christ of voor de bekwame mensen van het Instituut voor Evangelisatie. De meeste waardering heb ik voor de dominee die Jezus liefheeft en die vanuit die liefde elke dag maar weer trouw is, dezelfde mensen bezoekt en dezelfde mensen troost en z'n werk opbouwd. Want laten we eerlijk zijn, op het werk van de dominee is ons werk gebouwd.
Vandaar dat ik vind dat we alles moeten doen om de dominee te steunen. Dan is mijn werk veel avontuurlijker, maar zijn werk is veel belangrijker."

Een vraag van belang is hoe het komt dat ook onze jongelui bij Youth for Christ een stuk spontaneïteit vinden dat ze in eigen gemeente vaak missen. Het is een vraag die niet "zo maar" is te beantwoorden, maar die wel tot nadenken moet zetten en waarvan we ons niet al te gemakkelijk moeten afmaken. En voor onze jongelui zelf is het van belang te blijven denken aan wat ds Brucks in "Uitdaging" zei, dat ook hij het kerkelijk jeugdwerk belangrijker acht. Voor hen die aan dit jeugdwerk leiding proberen te geven ligt er dan de opdracht om dit zó te doen, dat het wat inhoud èn vormgeving past in de tijd waarin onze jongelui groot worden.
Dat is niet gemakkelijk, omdat ook het léven van de eigen gemeente daarbij van levensbelang is. Want er dreigt vandaag een verwijdering te ontstaan tussen geloof en kerkgang.
Er komen vandaag steeds meer mensen die de Here Jezus willen liefhebben, maar die zeggen liever thuis in de bijbel te lezen dan naar de kerk te gaan. Er zijn jongelui in ons land die trouw de bijbelkring van Youth for Christ bezoeken en daarbij intensief bezig zijn, maar die je zondags in geen enkele kerk kunt vinden. En ook in eigen kring blijkt er meer belangstelling te zijn voor het geloof dan voor de kerk. We kunnen dat betreuren, maar we moeten de ogen niet sluiten voor de werkelijkheid.
En als we de ogen open willen houden, zullen we meteen naar oorzaken van dit verschijnsel moeten zoeken en ons de nodige zelfcritiek niet besparen. Dán alleen zullen we met Gods hulp een antwoord op deze ontwikkeling kunnen vinden.
Laat ik enkele zinnen mogen aanhalen uit wat ik hierover indertijd in "Verkenning" schreef:

"De laatste jaren hebben verscheidene sociologen zich hiermee bezig gehouden. In het kort gezegd komt hun conclusie hierop neer dat velen "het" in de kerk niet vinden.
Dat kan aan die velen liggen.
Dat kan ook aan de kerk(en) liggen.
Die laatste mogelijkheid moet de kerkmensen - jong en oud maar eens tot nadenken brengen.
Als de kerk velen niet meer aanspreekt, spreken kerkmensen jullie en ik - andere mensen niet meer aan.
Laten we bedenken dat God de kerkelijke instituten en kerkgebouwen niet nodig heeft om mensen voor Zich te winnen.
Hij kán vergaderen, tot Hem brengen, buiten dat alles om. Daarmee is niet gezegd dat het zó moet."

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief