JEREMIA

1978-08-18
  • Jaargang 22
  • nummer 30
Ook al heb je gezworen tot je schade

Is dat nu wel zo? zijn wij geneigd te vragen. Nebukadnezar was toch een vijand? En het bondgenootschap met Zedekia was' toch opgelegd?
Zedekia was ertoe gedwongen. Hij had geen keus. En als je dan een mogelijkheid ziet eruit weg te breken, heb je toch groot gelijk? Daar heb je toch het volste recht van de wereld toe?
Maar de HERE zegt: zo is het niet.
Zedekia had dat recht niet. Want dat verbond met Nebukadnezar was MIJN verbond. Het werd gesloten in MIJN Naam en bekrachtigd door een eed bij Mij. Door dat verbond te verbreken wekt Zedekia de indruk, dat erop Mij geen staat te maken valt en dat Ik onbetrouwbaar ben.
Een verbond naleven en je eden houden is iets dat in de Schrift sterke nadruk krijgt. Denkt u maar eens aan Ps. 15. Daar wordt gevraagd: wie mag verkeren in uw tent en wonen op uw heilige berg? D.w.z.: wie mag in Gods gezelschap verkeren? Op wiens aanwezigheid stelt God prijs? Het antwoord luidt: die oprecht wandelt en gerechtigheid doet. En waarin bestaat dat doen van gerechtigheid? Dat bestaat o.a, in het geen bedrog plegen in je eden en in het niet veranderen, ook al heb je tot je schade gezworen.
Wie dat in acht neemt, is rechtvaardig.
Hij betracht het recht. Maar Zedekia deed dat niet. Daarmee deed hij zijn eigen naam geen eer aan. Die naam betekent: rechtvaardigheid is Jahweh. Jahweh is degene die het verbond naleeft, wiens optreden door die verbondsverhouding bepaald wordt. Dat is de betekenis van Zedekia's naam. Maar toe hij het verbond met Nebukadnezar verbrak, bewees hij van die rechtvaardigheid van Jahweh niets te zien. Toen gooide hij Jahweh's rechtvaardigheid te grabbel.
Daarom zegt de HERE: hij zal niet ontkomen. Ik zal mijn net over hem uitspreiden. Hij zal in mijn strik gegevangen worden.

Hoe voltrekt Jahweh zijn oordeel?

Voor de voltreking van zijn oordeel over Zedekia maakt de HERE gebruik van Nebukadnezar en zijn leger.
Dat is een manier waarop Hij heel vaak zijn oordeel voltrekt. Het komt maar zelden voor, dat Hij het op een directe manier doet, zonder gebruik te maken van mensen. Een voorbeeld daarvan vinden we b.v. in het geval van Korach met zijn aanhang en van Dathan en Abiram (Num. 16: 31-35). Maar een dergelijke onmiddellijke oordeel voltrekking, zonder toedoen van mensen tot stand gebracht, is toch uitzondering.
Als regel schakelt de HERE mensen in.
Van de buitenkant af gezien lijkt het oordeel van Jahweh dan een puur menselijke aangelegenheid. Het lijkt alsof er alleen maar menselijke factoren in het spel zijn. Dat was ook bij het oordeel over Zedekia het geval.
Oppervlakkig gezien was er alleen maar sprake van politieke faktoren, van menselijke actie en reactie. De Farao wil Babels macht kortwieken.
Hij slaagt erin Juda over te halen tot afval van Babel. Maar Nebukadnezar laat dat er niet bij zitten. Hij kan het zich niet veroorloven, dat zijn flank onbeschermd en ongedekt komt te liggen. En daarom trekt hij met een groot leger naar Juda.
Zo zag het er van de buitenkant af gezien uit. Zo zou het in de kranten hebben gestaan. En de politieke commentatoren zouden het voor radio en t.v, allemaal op deze manier uitgelegd hebben. Natuurlijk was dat niet onjuist. Want al die factoren waren er ook en speelden inderdaad een rol.
Maar achter dit alles en dwars erdoorheen was Jahweh aan het werk.
Hij was bezig zijn oordeel te voltrekken en zijn net over Zedekia heen te gooien.
Hoe weet je zoiets nu? Waar kun je dat aan zien, dat er meer in het spel is dan alleen maar menselijke factoren?
Dat kun je alleen maar weten door het Woord van God. Aan de gebeurtenissen zelf kun je het niet zien. Die dragen heus geen bepaald opschrift of kenteken. Alleen als je het Woord van God kent, kun je in het samenspel van menselijke, politieke en militaire factoren God aan het werk zien en zijn oordeel herkennen.
Maar zelfs dan, als je met het Woord van God geconfronteerd wordt, kun je nog je ogen blind houden voor Gods oordeel en het niet serieus nemen. Dat was ook het geval bij Zedekia.

In het nauw
De situatie was inmiddels uitermate kritiek geworden voor Zedekia. Nebukadnezar was met een geweldig leger naar Juda gekomen. In de garnizoenssteden, zoals Lachis, Azeka en Bethsemes en ook in Jeruzalem, heerste een verhoogde militaire activiteit.
Er werd koortsachtig gewerkt aan de verdedigingswerken. Men leefde in grote spanning. Tussen de commandanten van de verschillende garnizoenen werd een intensief contact onderhouden door middel van koeriers.
En er werden regelmatig rapporten gezonden naar het hoofd kwartier in Jeruzalem. Ook was er een direct communicatie-systeem ontworpen voor het geval de garnizoenen door het babylonische leger van elkaar geïsoleerd zouden worden: 's nachts door middel van vuren en overdag door middel van rooksignalen Door opgravingen in Lachis zijn een paar brieven tot ons gekomen, die ons enig inzicht geven in de toenmalige situatie. Ze zijn afkomstig van een officier die het commando voerde over een voorpost bij Lachis. Ze zijn gericht aan zijn commandant in Lachis zelf. In die brieven komen duidelijk de angst en de verwarring die er toen heersten, tot uiting.
Jer. 21: 1-10 speelt in de situatie waarin het beleg om Jeruzalem nog niet volledig gerealiseerd was. De babylonische troepen trokken wel door Juda en verschillende garnizoensteden werden al belegerd. Buiten de muren van Jeruzalem leverden judese soldaten nu en dan gevechten met babylonische patrouilles.
Zedekia zit goed in het nauw. En dan stuurt hij een tweede delegatie naar Jeremia: Pashur, een van de judeese vorsten, en Zefanja, de plaatsvervangende hogepriester. Ze komen namens Zedekia met een verzoek: vraag toch de HERE voor ons. Nebukadnezar voert strijd tegen ons. Misschien zal de HERE met ons doen naar al zijn wonderen.

Komende catastrofe

Op het moment dat deze delegatie bij Jeremia komt, is hij al ruim 60 jaar oud en is hij al zo'n 40 jaar profeet.
Al die veertig jaar lang was het nog niet voorgekomen, dat mensen of de koning zelf uit zichzelf naar hem toekwamen om het Woord van God te horen. Men had hem altijd gemeden en zoveel mogelijk met een boog om hem heen gelopen.
Nu komt daar verandering in. Koning Zedekia zoekt contact met hem.
Hij is er ineens op gebrand het Woord van Jahweh te horen. Hij legt zijn bestaan en dat van zijn volk in handen van Jahweh: misschien zal Hij met ons doen naar al zijn wonderen.
Want zo is Jahweh toch, nietwaar?
Hij is een God die wonderen werkt.
Dat had Hiskia indertijd ook ondervonden.
Toen was er een soortgelijke situatie. Jeruzalem werd omsingeld door het leger van de Assyriërs. Het was een noodtoestand. Koning Hiskia had Jesaja gevraagd de HERE te raadplegen: En toen had de HERE verlossing beloofd en gegeven. 's Nachts waren de Assyriërs hals over kop in paniek weggevlucht (Jes. 36 en 37).
Dat zou de HERE nu best weer kunnen doen, dacht Zedekia. Zo is Hij toch: een Helper in nood, een Verlosser.
Gelukkig, zijn wij geneigd te denken.
Eindelijk zoekt de koning Jahweh en diens Woord. Zedekia, de verloren zoon, komt weer thuis. Hij gaat weer naar zijn Vader. Zo zouden wij vermoedelijk reageren.
Maar de reactie van de HERE is totaal anders. Hij slaat zijn armen om Zedekia heen, zoals die vader uit de gelijkenis, maar Hij wijst hem af en stuurt hem de woestijn in. Denken jullie dat Ik Nebukadnezar tot de terugtocht zal dwingen? Geen sprake van! De situatie zal nog veel benarder worden. Het zal uitlopen op een catastrofe voor mens en dier. Want eigenlijk is het niet Nebukadnezar die tegen u strijdt, maar een ander: Ikzelf.
Met opgeheven hand en sterke arm. In grimmige toorn en grote woede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief