Geen contact tussen de landelijke vergadering in Wezep en de generale synode van Groningen-Zuid
1978-08-25
- Jaargang 22
- nummer 31
Op de landelijke vergadering van onze kerken in Wezep is door een aantal kerken een voorstel ingediend om contact te zoeken met de synode van de kerken binnen verband om te komen tot een gesprek dat gericht is op verzoening en herstel van kerkelijk samenleven.
Dit voorstel maakte ter vergadering veel tongen los.
Er was een vrijwel algemeen gevoelen dat er niet berust mag worden in het gescheiden optrekken en dat daarom al wat voor God verantwoord is moet worden gedaan om weer tot elkaar te komen.
Minder eenstemmigheid was er rondom de vraag of de tijd al rijp was, om zich met een verzoek om samenspreking tot de kerken binnen verband te wenden.
De vrees werd uitgesproken dat een dergelijk verzoek wel eens een averechtse uitwerking kon hebben.
Sinds de verhouding tussen beide kerkengroepen nadrukkelijk aan de orde gesteld is, valt er gezien diverse uitlatingen in de pers van de zijde van hen die ons de scheidsbrief uitreikten, weinig toenadering te bespeuren.
Ook wanneer men de stelling: eerst bekering, dan samenspreking, niet hanteert, dient toch overwogen te worden of een verzoek zinvol is en dienstbaar aan het gestelde doel.
De vergadering in Wezep heeft na brede bespreking besloten niet op het verzoek van de kerken. van Maassluis, Enschede-Noord en Bunschoten-
Spakenburg in te gaan omdat de tijd daarvoor niet rijp geacht werd. Wel werd de bede uitgesproken, dat de Here onze God wegen en deuren, die nu nog gesloten zijn, moge openen.
Op de synode van de vrijgemaakte kerken in synodaal verband, die te Groningen vergaderde, is dezelfde zaak aan de orde geweest, vanwege een desbetreffend verzoek van enkele broeders in den lande. Ook in deze vergadering was grote eenstemmigheid, maar van een andere toonzetting.
Ter synode bleek dat er geen verschil was over de conclusie van de commissie, die de zaak voorbereidde, dat aan het verzoek niet kon worden voldaan.
In het verslag van de discussie hoor je de bekende argumenten. Daarbij valt op dat er nog al eens verwezen wordt naar de brief die door de synode van Hoogeveen indertijd is gericht aan de kerken in Noord-Holland, waarin de weg naar herstel van eenheid duidelijk zou zijn aangegeven.
Op die brief kom ik later in dit artikel nog terug.
De broeders ter synode in Groningen blijken dankbaar te zijn voor het werk van de synoden van Amersfoort en Hoogeveen, die het schisma voltrokken.
Herstel en verzoening zijn slechts mogelijk, wanneer onze kerken duidelijke blijken van bekering tonen.
Met die "bekering" is het niet zo best gesteld, want zo lezen we in een kop in het verslag van het Nederlands Dagblad: Ontwikkeling in buitenverbandkerken baart synode zorgen!
Wel zorgen, maar geen samenspreking!
In de discussie werden de broeders gewezen op artikelen van ds E. Hoogendoorn over de ontwikkelingen in onze kerken.
Deze dagen kreeg ik een paar nummers van de kerkbode voor het Noorden van het land in handen, waarin ds T. Boersma de aangeprezen artikelen overneemt.
Met een ijver, een betere zaak waardig, heeft ds H. zich op de kwalen en gebreken van onze kerken gestort.
In ellenlange artikelen wordt verhaald, wat de schrijver zo al heeft bijeengegaard met de mededeling dat hij bij lange na niet volledig is. De schrijver, die naar ik aanneem, tot de jongere garde van de predikanten behoort, geeft blijk zijn lesje goed geleerd te hebben.
Zo de ouden zongen, piepen de jongen.
De les is echter van kwalijk allooi.
Was dit schrijven niet een zorgwekkend, duidelijk symptoom van een gevaarlijke geestes-houding, dan zouden we ons er met een paar grapjes van af kunnen maken.
Van alles wordt overhoop gehaald om aan te tonen hoe slecht onze kerken en verschillende voorgangers in die kerken zijn; ze doen niets dan afwijken van de confessie en van de k.o. en onderhouden allerlei oecumenische contacten, daarom is er geen basis voor samenspreking.
Ds Boersma die één en ander in de kerkbode overnam, voegt hier o.a. aan toe: Bij het lezen van dit alles ben je verbijsterd.
Nu dat ben ik ook.
Hier openbaart zich de gesteldheid, waarvoor men ter vergadering in Wezep terecht bevreesd was. _ Ik ga onze kerken niet verdedigen tegenover de aanklachten van ds H. en allen die van dezelfde geest zijn, want het heeft geen enkele zin. Ook distancieer ik mij van hun kritiek, wanneer die m.i. terecht is, omdat ik hun "gelijk" op geen enkele wijze wil delen.
Heeft de synode in Groningen zorgen over ons, ik heb zorgen over een gemeenschap die zichzelf meent te kunnen rechtvaardigen met de ongerechtigheden van anderen.
Bij lezing van het requisitoir van ds H. moest ik denken aan het woord in Galaten 6: Broeders, zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt, helpt gij, die geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid, ziende op uzelf; gij mocht ook eens in verzoeking komen.
Aan die woorden hechten zich vanzelf zoveel aansporingen om billijk te zijn in het oordeel, niet partijdig en onverhoord oordelen en zo veel meer.
Het is inderdaad verbijsterend.
Het is een gruwelijke vertekening van het beeld van onze kerken.
Zou er werkelijk niets goeds te zeggen zijn over ons.
Je zou haast gaan denken, wanneer ds Boersma (met grote droefheid) opmerkt dat er helaas geen enkele mogelijkheid meer is om in de buitenverband-
kerken te herkennen kerken die naar de leer van Christus leven en samenleven.
Dit wordt gezegd van kerken die officieel verklaard hebben zich te onderwerpen aan het Woord van God in aanvaarding van de belijdenis van de gereformeerde kerken in Nederland.
Er zijn nog enkelingen in onze kerken over wie in meer positieve zin geschreven wordt en tot die enkelingen behoort de schrijver van dit artikel.
De lezers, die zich herinneren wat de aanleiding was tot de buitenverbandzettingen zullen met mij denken: het kan verkeren.
Maar ik wil niet nalaten op te merken, dat ik er feestelijk voor bedank om te komen opdraven als getuige á charge tegen mijn collega en vriend drs H. de Jong, ook al zijn er zaken waarin ik met hem verschil van inzicht.
Reacties als door mij in dit artikel gesignaleerd doen de vraag opkomen hoe christenen tot een dergelijke opstelling tegenover mede-christenen kunnen komen.
Het evangelie, de leer van Christus, waarover ds Boersma spreekt, vraagt een heel andere levenshouding.
Met verontwaardiging alleen komen we weinig verder.
Daarom wil ik nog eens een poging wagen om tot de achtergronden van de moeilijkheden bij de communicatie door te dringen.
Wel zorgen over, maar geen contact met onze kerken
Ontwikkeling in buiten-verband-kerken baart synode zorgen, zo lezen we boven het verslag dat het Nederlands Dagblad gaf van de bespreking op de synode van Groningen van het verzoek om contact op te nemen met onze kerken.
De synode heeft dus zorgen over ons.
Hierboven verhaalde ik van de droefheid van ds T. Boersma en de vele zorgen waaronder ds E. Hoogendoorn gebukt bleek te gaan.
Uit dit alles mogen we opmaken, dat wij in de ogen van de broeders en zusters binnen verband in grote nood zijn.
Wat ligt nu meer voor de hand in het christelijk leven, dan dat je met mensen, die in nood zijn, waarover je zorgen en droefheid hebt, gaat spreken om ze te helpen de weg naar het behoud weer te vinden.
Het Woord van God is op dit punt nauwelijks mis te verstaan.
"Waar is uw broeder", vraagt de Here onze God aan Kaïn.
Het is daarom onbegrijpelijk, dat de synode, die zorgen over ons heeft, het verzoek om contact met onze kerken afwijst en over gaat tot de orde van de dag: de contacten met kerken in het buitenland.
Deputaten trekken af en aan, aandacht voor de "verre" broeders, maar de naaste aan de deur laat men liggen ...
Helaas herhaalt zich hier de historie.
Er zijn ruim tien jaren verstreken na de strijd in de vrijgemaakte kerken en wanneer je nu weer eens doorleest wat er in die tijd zo al in de pers is geschreven beleef je gelukkig niet meer de emoties en spanningen die er in die donkere dagen in overvloed waren.
Het is daardoor mogelijk wat rustiger te onderscheiden en waar nodig wat nadere informatie te verschaffen.
In het kader van dit artikel werd mijn aandacht getrokken naar een bespreking van de hand van dr J. Douma van het geschrift "Verantwoording van een keus A.D. 1967" van J. Kamphuis.
In zijn geschrift stelde Prof. Kamphuis dat de schrijvers van de Open Brief het kerkvolk op de brede weg van het oeverloze oecumenisme voerden.
Hij voegde er aan toe dat ook van deze brede weg geldt dat die tot het verderf leidt en zei: Het betreft hier geen fout op de goede, maar het kiezen van en het voorgaan op de kwade weg.
Om het eens ouderwets te zeggen: deze broeders lopen niet alleen risico's ten aanzien van hun stand, maar ook van hun staat t.o. God.
Dit gaat dr Douma wat te ver en hij waarschuwt voor de gevaren van de zweep van de consekwentie.
Maar ook ds Douma heeft grote zorgen wat de ondertekenaars van de O.B. betreft, hij schrijft: Ik weet niet, waar de ondertekenaars van de O.B. terecht zullen komen. Hun weg is gevaarlijk en daarop moet onomwonden gewezen worden.
De genoemde broeders waren het er over eens dar er een gevaarlijke weg werd gegaan; waar zouden die mensen nog eens uitkomen.
En ze zullen tot vandaag heilig overtuigd zijn van hun gelijk en klaar staan om de bewijzen daarvoor te leveren.
Nu zou je verwachten dat binnen een gemeenschap, die zich ware kerk noemt, waar de tucht wordt bediend om zondaren te behouden, waar de stok en de staf van de Goede Herder in de ambtelijke dienst waken over de kudde, alles wordt gedaan om de dwalenden terecht te brengen.
Het kan zijn dat men in de kringen van Prof. J. Kamphuis en dr J. Douma meent, dat die tucht geoefend is in alles wat er in artikelen in de pers, in aanklachten en bezwaarschriften is overhoop gehaald.
Maar dacht men nu heus dwalenden terecht te brengen door dikke brieven met aanklachten door hun brievenbus te werpen en hen buiten te sluiten zonder hen te horen of een woord tot hun behoud te spreken?
Daarom overkomt ons niets nieuws, wanneer een synode zorgen over ons heeft, in ons geen kerken van Christus herkent en over gaat tot de orde van de dag.
Maar zouden de broeders nu eens willen overwegen welke vragen er opkomen bij allen die de tucht in de kerk als een goede zaak, als de zorg van de Goede Herder zien, wanneer een kerk, die zich "ware" kerk noemt op deze wijze te werk gaat.
Zou er geen reden tot zelfonderzoek zijn, nu er duizenden buiten die gemeenschap van de "ware kerk" zijn terecht gekomen, die in oprechtheid belijden dat zij het eigendom van Christus zijn.
En nu ben ik gekomen aan wat het hart van de 'zaak is in het nog altijd voortdurende conflict.
Daarover een volgend keer.