Het demonische in de moderne techniek (1)
1978-09-01
De waardering van de moderne techniek heeft iets dubbelzinnigs gekregen. Ze wordt bejubeld om de vooruitgang die ze brengt, geweerd om de gevolgen die ze veroorzaakt.- Jaargang 22
- nummer 32
Elk gezin een auto, was vroeger de droom. Nu ze de wegen vullen, is het soms een nachtmerrie.
De opmars van de computer is in volle gang. Het verzet ertegen neemt echter ook toe.
Iets dergelijks zien we bij de energietechniek. Een groeiende energiebehoefte gaat gepaard met een groeiend verzet tegen een veelbelovende energiebron: de kernenergie.
Optimisme en pessimisme gaan hand in hand als we over de moderne techniek spreken. Dat geldt ook voor de sector van de energietechniek.
Bijgaand artikel gaat dierper in op de vraag: WAT IS ER MET DE ENERGIETECHNIEK AAN DE HAND?
Hoe moet het verschijnsel van de moderne techniek verstaan worden in het licht van het besef dat wij leven in de geschiedenis waarover Christus regeert? Wat heeft de bestaande ontwikkeling met Hem te maken? Is deze zodanig dat Hij daaraan Zijn zegen verbindt, omdat de mensen die ontwikkeling leiden in diepe afhankelijkheid van Hem? Of keren de mensen zich van Zijn Koningschap af door zich in de ontwikkeling van de techniek te laten leiden door motieven die voluit humanistisch zijn? Dan zou daarin de grond gelegen zijn voor de vloek die de moderne techniek in allerlei opzichten over de mens en zijn samenleving brengt.
Het demonische in de huidige technische ontwikkeling wordt door christenen merkwaardig genoeg veelal over het hoofd gezien. Maar zullen wij enigszins de crisis waarin onze cultuur zich bevindt, willen peilen, dan zullen wij aan dat demonische aandacht moeten geven. Wanneer mensen zich door motieven van de Boze in de technische ontwikkeling laten leiden, worden demonische karaktertrekken openbaar.
Neem bijv. het vraagstuk van de energievoorziening. De ernst van de situatie blijkt wel heel duidelijk, als we letten op wat er gebeurt bij een demonstratie tegen kernenergie, bijv. bij een demonstratie tegen de kweekreactor van Kalkar.
Een dergelijke centrale wordt gebouwd om aan de groeiende vraag naar energie te kunnen blijven voldoen. Die vraag komt niet van een bepaalde groep mensen, zoals wel wordt beweerd: neen, de welvaartsstaat, wij àllen vragen steeds meer energie. Toch is er enorm verzet tegen de aangedragen oplossing van de energiebehoefte door middel van kernenergie. Het paradoxale is zelfs, dat men per auto van heinde en ver komt om te protesteren tegen de kweekreactor; dat daarbij energie wordt verkwist, is voor de demonstranten niet hun grootste zorg.
Wie de beelden van dergelijke demonstraties voor de televisie heeft gezien, krijgt de indruk dat er wel wat anders aan de hand moet zijn. Die beelden vertonen een geweldige cultuurspanning rond de ontwikkeling van kernenergie. Aan de ene kant constateer je dat bij de bouw van een kweekreactor vele veiligheidsmaatregelen nodig zijn vanwege de gevaren en de risico's eraan verbonden. Maar aan de andere kant blijken talloze maatregelen nodig te zijn om mogelijke sabotage, chantage en terreur te voorkomen. In Kalkar is 10 miljoen gulden besteed alleen alom voldoende bescherming te hebben tegen demonstrerende lieden. Een massademonstratie kan uit de hand lopen, kan bijv. eindigen in een bestorming, dus moeten prikkeldraadversperring, diepe grachten en hoge muren dergelijke centrales tot onoverwinnelijke burchten maken.
Overdreven? De laatste demonstratie in Kalkar bracht maar liefst 40.000 mensen op de been. De emoties liepen hoog. Er dreigde een waar slagveld, als eerder in Frankrijk, waar doden en vele gewonden vielen.
De spanning in de cultuur
Waar men zo te hoop loopt, en op elkaar botst, daar komt aan het licht dat er rondom de problematiek van de moderne energietechniek een geweldige spanning bestaat. Dat is niet alleen de spanning tussen voor- en tegenstanders, maar ook de spanning die voorstanders en tegenstanders onderling verdeeld houdt. Voorstanders ontkennen niet de gevaren en problemen; de tegenstanders weten ook dat een andere oplossing tekort schiet, zeker op de lange duur. Die spanning manifesteert zich in de hele cultuur, maar spitst zich vandaag toe op de kernenergie. Om de grond daarvan beter te kunnen begrijpen is het noodzakelijk terug te gaan in de geestesgeschiedenis van het Westen. Hoe is het gekomen dat de westerse mens enerzijds in de moderne techniek zo eindeloos aanmatigend is in de vervulling van zijn wensen en verlangens, en anderzijds met betrekking tot die techniek ook zo onzeker en wanhopig is?
Een hemel op aarde
Sommigen beweren dat de oorsprong van deze ontwikkeling te vinden is in het Christendom en met name in het Calvinisme. Marxisten beweren daarentegen dat het Christendom juist een sta-in-de-weg is voor technische vooruitgang. Er is blijkbaar iets anders aan de hand.
Inderdaad is de Reformatie van ontzaglijke betekenis geweest voor de ontwikkeling van de cultuur in het Westen. Aandacht voor de natuur als een geschapen natuur, voor de cultuurroeping van de mens en voor de zin van de geschiedenis zijn sterke stimulansen geweest voor het tot ontwikkeling brengen van wetenschap en techniek.
Echter, nog tijdens die ontwikkeling heeft zich - vooral aanvankelijk in de leidinggevende kringen - een geestelijke omwenteling voltrokken.
Onder invloed van de Renaissance en het humanisme is men de gedachte gaan koesteren, dat de zin van de geschiedenis te bereiken zou zijn door wetenschap en techniek. Voor die geestelijke, in de grond van de zaak revolutionaire, ommekeer, hebben christenen te weinig oog gehad. Dat komt vooral ook omdat deze omwenteling zich voordeed bij de elite van wetenschappers en filosofen. Die dachten namelijk met wetenschap en techniek een aards paradijs te kunnen realiseren. Wetenschappelijk inzicht is voor hen het wapen waarmee de mens zich een weg naar de toekomst baant. Die weg schijnt pas goed begaanbaar als de moderne techniek op basis van die wetenschap tot ontwikkeling komt.
De gedachte gaat dan ook bij de grote massa postvatten dat de mens en de wereld door middel van de moderne techniek tot voltooiing te brengen zijn.
De vooruitgang van wetenschap en techniek heeft een verblindende en betoverende werking. De christelijke eschatologie moet het veld ruimen voor een technische heilsverwachting. De moderne techniek wordt tot een veelbelovende afgod. Met de opkomst en de ontwikkeling van de industriële revolutie zet zich daarom ook de ontkerkelijking en de verwereldlijking in. Met wetenschap en techniek waant de mens(heid) op eigen benen te kunnen staan. De mens beschouwt zich in eigen kennen en kunnen autonoom, soeverein. De westerse mens beschouwt deze wereld en zichzelf als het allereerst en het allerlaatst gegeven. Buiten deze werkelijkheid is er niets (meer); God is dood. De mens is alleen op deze wereld aangewezen.
Maar ondertussen heeft hij weet gekregen uit de goddelijke Openbaring van volmaaktheid en voleinding. Waar hij deze niet meer uit Gods liefde aanneemt daar moet hij zich aanmatigend gedragen en de volmaaktheid en de voleinding zelf realiseren. De westerse mens, die zich steeds meer van God losmaakt en van Hem vervreemdt, verwereldlijkt Gods beloften - bijv. die van een nieuwe hemel en aarde - en tracht die beloften vervolgens zelf te verwekelijken. In wetenschap en techniek is de mens daarom ook zo brutaal geworden. Alles wat kan, wordt ook gemaakt. De zucht naar de volmaking drijft hem op die weg. Elke schroom en terughoudendheid gaat ontbreken. En het valt niet te ontkennen, dat dit tot onvermoede resultaten leidt. De welvaartsstaat ligt in het verschiet. In dit licht is ook te verstaan, dat de grote massa de verering van de wetenschap en techniek bijvalt. Een door de mens met zijn wetenschap en techniek beheerste toekomst wordt ook door hen begeerd. Deze religieuze verering van de moderne techniek op grote schaal leidt tot een gigantische ontwikkeling. Maar ondertussen gaat die techniek wanstaltige vormen aannemen en vertoont zij demonische trekken. Zij wordt tot een vloek, zij brengt een enorme bedreiging en die bedreiging roept het verzet ertegen op.
Het demonische
Het demonische is er altijd geweest, ook in de techniek. Maar in de moderne techniek treedt het demonische toch op een andere manier aan het licht. Het lijkt alsof de beperking van de vroegere, ambachtelijke techniek niet meer aanwezig is. Met een hamer kun je zowel goede als kwade dingen doen, en voor dat goed en kwaad geldt dat zij zich binnen bepaalde grenzen bewegen en te overzien zijn. Dat is bij kernenergie helemaal niet meer het geval.
Aanvankelijk dachten wij, dat het goede het kwaad zou overtreffen, maar de laatste tijd zetten wij daarbij grote vraagtekens. Wij hebben immers in de kernenergie te doen met een grootschalige, gigantisch ingewikkelde energieopwekking, waarvan de gevaren onoverzichtelijk zijn.
Na het gebruik van de eerste kernwapens werd alle aandacht besteed aan het vreedzaam gebruik van atoomenergie. Wanneer de mens de gigantische krachten die vrijkomen bij 't splitsen van atoomkernen, zou kunnen beheersen, zou aan de groeiende energiebehoefte kunnen worden voldaan.
Maar nu de kernenergie wordt toegepast, blijkt dat een vermeerdering van de kernwapens ermee gepaard gaat en dat deze energietechniek vele risico's en gevaren in zich bergt. Momenteel hebben wij reeds de beschikking over een aantal atoomwapens dat 6 à 7 keer zo groot is als nodig is voor de totale verwoesting van de aarde. Over het demonische gesproken!
Niet voor niets maakt men zich dan ook uitermate veel zorgen over de uitbreiding van het kernwapenbezit en over de mogelijkheid dat plutonium, een produkt van kweekreactoren, als grondstof voor atoombommen wordt gebruikt door zelfstandige staten of zelfs door terroristische groepen. Deze laatste zullen zich van internationale afspraken niets aantrekken.
Terwijl zij mogelijk verzet aantekenen tegen de ontwikkeling van de kernenergie, zullen zij tegelijk in hun revolutionaire drift naar een kernwapen kunnen grijpen, zeker als het slagen van de zo begeerde revolutie daarmee pas te garanderen valt!
Maar afgezien van de kernwapens en hun verwoestende werkingen is het demonische ook op te merken in de opwekking van de kernenergie zelf.
Het produktieproces mag dan volgens vele deskundigen voldoende veilig zijn - wij hebben geen reden om daaraan te twijfelen - de schaduwkanten zijn er wel duidelijk. Die komen naar voren bij de zogenaamde radioactieve afvalstoffen. Kernreactoren laten afvalstoffen achter die grote gevaren opleveren voor de gezondheid van de mensen. Niet alleen de mensen van nu, maar ook die van de (verre) toekomst staan aan deze gevaren bloot. Daarom moet het afvalmateriaal zorgvuldig voor lange tijd, zelfs gedurende een groot aantal eeuwen, kunnen worden opgeborgen.
Maar gaat die verantwoordelijkheid voor zo'n lange tijd onze menselijke maat niet te boven? Men kan wel beweren een grote veiligheid inzake dat bewaren te kunnen garanderen, maar juist het voornaamste van de toekomst is toch wel het onvermoede, het niet-voorziene, het onverwachte.
Zo kunnen natuurrampen en oorlogen elke zekerheid aantasten en de risico's sterk doen toenemen.
Maar ook afgezien daarvan moet de vraag gesteld worden, of wij technisch gezien met de kernenergie wel op de goede weg zijn. Is het verschijnsel van de afvalstoffen, waaraan zoveel bezwaren en zorgen verbonden zijn, wel te rijmen met een genormeerde technische ontwikkeling?
Met andere woorden, kunnen wij spreken van een goede techniek als haar afvalprodukten levensgevaarlijk blijven, zelfs voor zo lange tijd dat de ontwerpers van die techniek daarvoor onmogelijk verantwoordelijkheid kunnen dagen?
Dat dit alles ook voor de politiek verstrekkende gevolgen heeft, hopen we een volgende keer te zien.
(Overgenomen uit "Beweging 78", april 1978, uitgave van de Vereniging voor Calvinistische wijsbegeerte)