Hebt uw vijanden lief (2)

2005-03-11
  • Jaargang 49
  • nummer 5
Bij een poging de islamitische godsdienst met de christelijke te vergelijken kan het haast niet anders of je stuit op het gebod van de Here Jezus om de vijand lief te hebben. Eigenlijk gaat het hierbij om een radicalisering van de naastenliefde. Het gebod de naaste lief te hebben moet zich vaak de beperkende uitleg laten welgevallen dat niet verder gekeken wordt dan de eigen groep. Mozes keerde zich daar al tegen door ook de vreemdeling bij die liefde tot de naaste te betrekken.

Maar het is eerst de Here Jezus die elk misverstand de pas afsnijdt en iedere beperking opheft als Hij zegt: ‘Hebt uw vijanden lief en zegent wie u vervolgen’.
Daarmee haalt Hij ook de liefde voor de vreemdeling nog weg uit de romantische sfeer van ‘de vreemdeling zeker, die verdwaald is zeker’, want de vreemdeling kan wel allesbehalve een deerniswekkend persoon zijn. Hij kan een vijand zijn, een vijand zelfs die vervolgt. Maar Jezus zegt dat ook dan het gebod van de liefde geldt.

Veel ontvangen
Wat een weergaloos en bijzonder woord! Bekend? Ja, overbekend zelfs, maar ook noodlottig bekend, in die zin dat we er niet meer door geraakt worden. Daar kan inderdaad weer verandering in komen bij vergelijking met waar anderen het mee moeten doen. Door zo nu en dan eens in de koran te lezen, zoals ik zei. Want wat die ook kent - dit niet. Ik ben nu aan het vergelijken. En denk erom, ik heb het daarbij vooral over mogelijkheden die in ons geloof zitten. Ik zeg niet dat wij het beter doen dan de aanhangers van de islam of welke andere godsdienst ook maar. Wij leven denk ik ver beneden onze stand en dat maakt dat er voor superioriteitsgevoelens geen plaats is. Mij gaat het er nu evenwel om, in het aangezicht van andere godsdiensten die zich onder ons beginnen te roeren, te overwegen wat wij allemaal meegekregen hebben.
Dat is zonder meer veel. En, zei Jezus, wie veel ontvangen heeft, van die zal ook des te meer worden gevraagd (Lucas 12:48). Dat is niet niets, daar kun je het benauwd onder krijgen. Toch zou dat geen goede reactie zijn.

Hij geeft wat Hij beveelt
Bedenk: zelf is Christus eerst de Gever van al het grote dat Hij van ons vraagt. Want hoe kan de Heiland ons met zijn radicale gebod tot naastenliefde opdragen de groepsgrenzen te overschrijden en de clanmuren te overstijgen? Omdat Hijzelf eerst over de grens die tussen God en ons in lag is heengegaan. Toen wij nog vijanden waren zijn wij met God verzoend door de dood van zijn Zoon, schrijft Paulus (Romeinen 5:10). Mozes zegt: ‘Heb de vreemdeling lief, want je bent zelf vreemdeling geweest in het land Egypte’ (Deuteronomium 10:19).
Het Nieuwe Testament zegt: heb je vijand lief, want je bent zelf vijand geweest. Namelijk van God. En Christus is met de vijandsliefde van God over de grens tussen God en ons heengegaan. Die daad, dat sterven voor ons die Gods vijanden waren het is de bodem onder het gebod de vijand lief te hebben. Daarom moeten wij ons voortdurend in die liefde van Hem verdiepen en sterk maken, willen we niet door het gebod van de liefde tot de naaste, tot de vijand, heenzakken.
Ik noem daarom het gebod tot het liefhebben van de naaste en de vijand het christelijke gebod bij uitstek.
Niemand anders dan Christus kan het geven, niemand anders heeft er het recht toe. Niemand behalve Hij verleent er de kracht toe.

Geestelijke vragen
Liefde tot de naaste, liefde tot de vreemdeling, liefde tot de vijand - ziedaar de oplopende reeks waar de bijbel ons op trakteert en waar de islam bij ten achter blijft. Je zou willen dat er vandaag een sfeer bestond die het mogelijk maakte een verschil als waar ik het nu over heb in alle eerlijkheid en openheid in het publiek te bespreken.
Om daarbij vanuit ons eigen geloof vragen te stellen aan de islam.
Bijvoorbeeld deze vraag: wij willen jullie godsdienst niet direct gewelddadig noemen, maar zou het ook kunnen zijn dat jullie religie gemakkelijker dan ons geloof voor geweld te raap ligt? Vanwege het ontbreken van juist het gebod de vijand lief te hebben? Het is wel waar dat ook onder christenen dit geweldige gebod vaak een kommervol bestaan leidt, maar dat neemt toch niet weg dat bij conflicten tussen mensen juist het evangelie van Jezus Christus vaak een verzoenende rol heeft kunnen en mogen spelen. ‘Waarom lijdt ge niet liever onrecht?’ (1 Corinthe 6:7), is een woord van de apostel dat veel zegen heeft verspreid. De liefde tot de vijand heeft veel ergs voorkomen.
Het christelijke Westen is daardoor behalve een war-making-force ook wel een peace-making-force geweest.

On-verschillig
Maar het lijkt wel of je tegenwoordig zulke dingen niet zeggen mag.
Mensen vangen een humaan woord uit de koran op en ze zeggen opgetogen: kijk, zo is de islam! Diezelfde mensen horen vervolgens een woord uit de bijbel en ze zeggen: mooie woorden! Maar ondertussen...!
Waarom zeggen ze niet dat het aan beide kanten van de streep moeilijk is om het goede dat gezegd is te doen, maar dat we niettemin dat goede dat aan beide kanten gezegd is met elkaar mogen vergelijken en aan het een boven het ander de voorkeur mogen geven? Is er niet zoiets als een eerlijke vergelijking mogelijk?
Waarom is men toch zo on-verschillig!
Er is verschil! De islam deelt de wereld in in twee compartimenten: dâr al islam en dâr al charb, het gebied van de islam en het gebied van het zwaard.
Daar zit nog wel iets tussen, ik weet het, de betrekkelijk tolerante houding ten opzichte van de overwonnenen.
Maar toch, het gebied van het zwaard, dat is de wereld van de ongelovigen, dat zijn wij dus, in hun ogen. In de tijd van de grote kaliefen heeft dat geleid tot de geweldige veroveringsoorlog die de Moren over heel Spanje en het Turkse kromzwaard tot voor de poorten van Wenen bracht.
Gewapenderhand heeft de islam zich verbreid. Dat kun je niet aan een stelletje heethoofden à la Bin Laden toeschrijven, dat is wel degelijk de islam geweest. Heeft het christendom dan geen geweld gekend? In de kerstening van de Saksen door Karel de Grote, bijvoorbeeld? In de Kruistochten?
Zeker! Toch, ik herhaal het, is er verschil. Het evangelie is in ons Europa overwegend door ongewapende zendelingen gebracht. En nog gaan ze uit, de verbreiders van het evangelie, met open handen die niet met wapens zijn gevuld. Naar het woord van de profeet Zacharia: ‘Niet door kracht, noch door geweld, maar door mijn Geest zal het geschieden’ (Zacharia 4:6). Daarin sprak en spreekt zich het besef uit dat geestelijke macht iets anders is dan zwaardmacht. Dat besef komt rechtstreeks uit de bijbel vandaan, waar de islam niets vergelijkbaars tegenover kan stellen. Daar zitten wereldlijk gezag en geestelijk gezag te veel op één stoel. Hetgeen een heilloze combinatie is. We kunnen er God voor danken dat die twee, kerk en staat, bij ons beter gescheiden zijn.

Uittreden
Liefde tot en dus belangstelling voor de naaste, ook de anders gelovende naaste - dat uittreden en naar buiten gaan heeft in het christelijke westen diepe sporen getrokken. Zozeer dat het ons haast tot een tweede natuur is geworden. Loop eens door de volkenkundige musea in de steden van Europa. Sla eens encyclopedieën op, ik bedoel niet eens christelijke. Wat een aandacht voor mensen die anders zijn! Wij weten niet meer dat het in feite en van oorsprong (naast andere inspiratiebronnen, zeker) christelijke liefde is geweest die daaraan ten grondslag ligt. Toch is dat zo. U kunt aan de westerse universiteiten opgeleid worden tot islamoloog. Het omgekeerde, dat u in de moslimwereld tot bijbelgeleerde gevormd wordt is ondenkbaar. Om dichter bij huis te blijven, uw kinderen krijgen op school voorlichting over de islam.
Dacht u dat moslimkindertjes op hun scholen in Iran over het christendom geïnformeerd worden? Helemaal niet!
Denk ook eens aan bewegingen als ‘Artsen zonder grenzen’, - een van de vele, vele acties zonder grenzen die van het westen zijn uitgegaan. Of het Rode Kruis, wel eens over nagedacht waarom dat logo een kruis is? De wereld van de islam is later gekomen met de Rode Halve Maan en de Joden met de Rode Davidsster. Men proefde in dat kruis het christelijke. En dat zat er ook in, van oorsprong. Maar niet toevallig was dat Rode Kruis er het eerst. Dat op vele wijzen naar buiten treden, die uitwaartse belangstelling, dat zich niet in de eigen groep op- en afsluiten, daarvan durf ik te zeggen dat dat als een vrucht van christelijke naastenliefde eigen is aan ons geloof.
Niet dat je daar geloof voor hoeft te hebben, maar het komt er wel vandaan.
Je kunt de door het christendom aangestoken culturen onmogelijk eenkennig noemen.

Uw gebod is zeer wijd
Toegegeven, ik durf de islam niet zomaar een geweldsgodsdienst te noemen (er zijn evenveel lieve moslims als lieve christenen), maar doordat ze alleen de broederliefde kennen zonder vandaar door te stoten naar ‘de liefde jegens allen’ (je ziet de bijbel die doorstoot herhaaldelijk maken: 1 Tessalonicenzen 5:12; 2 Petrus 1:7), tot zelfs de vijand toe, worden zij gemakkelijker dan in ons christelijk geloof het geval is door geweld naar ‘de anderen’ toe op sleeptouw genomen. Ik denk dat we dat in alle objectiviteit kunnen vaststellen.
En dat doen we dan niet om de moslim daarover lastig te vallen, maar om ons zelf bewust te maken van wat voor een geweldig gebod de Here ons voorhield toen Hij zei: hebt uw vijanden lief. Wat opent dat een mogelijkheden en wat kun je met dat gebod ver komen! Wij moeten dus niet kreunen onder de zwaarte van dit gebod om er dan vervolgens toch onszelf mee te verheffen boven anderen, maar we moeten met Psalm 119 in bewondering vaststellen: ‘Aan alle volmaaktheid heb ik een einde gezien, maar uw gebod is zeer wijd’ (Psalm 119:96). Wij hebben er de handen vol aan en ‘het verlangen naar meer’ dat vandaag onder veel christenen leeft zou zich vooral dáárop moeten concentreren. Want ik schat dat wij het gebod tot liefde voor de vijand in de tijd die vóór ons ligt nog zeer nodig zullen hebben. De vijandschappen onder de mensen worden immers niet minder maar meer.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief