OM HET U AAN TE ZEGGEN (slot)

1978-09-08
  • Jaargang 22
  • nummer 33
Iemand heeft eens gezegd dat hij niet geloofde aan artikelen, met hoge cijfers er boven. Daarom wordt het tijd de bespreking van dit wonderlijke boek af te sluiten. De ontwikkeling van Floris B. Bakels is die van een pasbekeerde: een groeiend geloof, een ongelooflijke weerstand tegen satanische aanvallen, een schijnend licht, een leesbare brief van Gods liefde - al deze zegeningen worden in Christus door hem uitgestald. Voor ons, ervaren kerkmensen, is het een beschamend en wederbarend ervaren: dat anderen, die achteraan kwamen, ons in het geloof vooruitgaan, ons, wegwijzen, de weg weten te wijzen.

"Wanneer je de dood direct voor ogen hebt", schrijft hij, "word je soms heel rustig. Je bent alleen. Er zijn geen uitwegen meer. Geen mensen meer.
Geen uitstel, geen afleiding, geen laatste beroep, geen genade." Je hebt straks geen kleren meer nodig. Een ter dood veroordeelde liet zijn gebit maar gaan: dat beetje kiespijn kon er wel bij. "Dan grijp je naar Jezus Christus, een menselijk wezen, een menselijk God, een middelaar Die ons begrijpt, Die God begrijpt, Die ons is en Die God is. Zo was het. Zo kwam God door Christus naar ons toe met de genade van het geloof: door ons in de absolute onzekerheid te brengen, door ons alles uit handen te laten slaan, door ons tot verschoppelingen te doen maken, die het Evangelie konden verstaan. Door ons in een 'laatste toestand' te brengen".

Een van de vruchten van Gods Geest aan de schrijver was zijn ontwikkelende naastenliefde. Met liefde tot God had hij geen moeite - met liefde tot de naaste des te meer. Hij realiseert zich: dat ook de beul als klein kind geboren en bemind is geweest. Dat zijn omstandigheden slechter dan die van een ander zijn geworden. Dat je een slecht mens niet mag beoordelen naar jezelf, want zelf ben je ook niet volmaakt. Dan: dat hij natuurlijk bezeten is. "Een demon heeft zich van hem meester weten te maken. Voor hém is dit verschrikkelijk, veel verschrikkelijker dan voor jou. Je moet hem zien als een man, die verlost moet worden".

"Je moet proberen hem te verlossen van het Boze, zoals je God vraagt jou te verlossen van den Boze", zegt hij. "Het is namelijk zo, dat je pogingen tot hulp aan een medemens worden ondersteund met goddelijke kracht. Er komt een ontzaglijke kracht te staan achter jouw pogingen".

De gave der onderscheidingen. "Ik verzeker je", zegt Bakels, "dat boze geesten bij honderden ronddwalen en zelfs te zien zijn. Alleen, in het gewone leven zie je ze niet, ze vallen niet op. In Amersfoort zag je ze wel degelijk. Daar heb ik de gave gekregen diep in iemands ogen te kunnen zien; soms schrik je je dood, want je ziet er een boze geest in. Dat meen ik".

Over vrouwen op posten. "Wie nooit meer oorlog wil, bestrijde de hebzucht.
Hoe? Door meer vrouwen in regeringen op te nemen. Waarom?
Omdat hebzucht de vrouwen veel minder ingeboren is dan de man. Het geven en denken aan anderen ligt de vrouw veel meer dan de man."

"Als ik later (als hij mocht vrijkomen) van Jezus zal getuigen, zal ik één formidabele vijand ontmoeten: spot", schrijft hij in zijn dagboek. "Spot is een vreselijk wapen waartegen maar één wapen is opgewassen: spot!'.
"Is dan mijn gehele religieuze ontwikkeling tengevolge van honger in mijn door honger vergeestelijkte brein opgekomen?" vraagt hij. "Ik ben aan het ontwaken. Ik heb visioenen gezien, ik zal vasthouden hetgeen ik zag", belooft hij zichzelf. "Het is nacht geweest, ik zag sterren. Nu is het dag, ik zie de sterren niet, maar ik weet: ze zijn er".

"Als ik een Duitser was zou ik me levenslang schamen", zegt hij zonder haat - na het opsommen van wat één mens heeft geleden.

Tijdens een ernstige ziekte las de schrijver een Frans bijbeltje. "Ga terug naar uw huis en vertel alles wat God aan u gedaan heeft. God laat mij dit steeds weer 'bij toeval' lezen". Het staat in Lucas 8 : 39.

Toen hij overgeplaatst zou worden kreeg hij deze zekerheid mee. "Nu ben je klaar hier. Nu gaan wij ergens andert naar toe, waar het beter voor je is dan hier. Vertrouw op Mij, Ik ben jouw herder, niets zal je ontbreken.
Ik herkreeg al mijn bezittingen, mijn sleutelbos, wanneer zal ik al die sleutels weer mogen gebruiken?" Aan zijn vrouw schrijft hij die dag: "Herlees wat ik geschreven heb, ik blijf er bij. God geeft alle kracht, die wij nodig hebben, dat is bewezen. Hij weet beter dan wij wat goed voor ons is. Geen seconde te vroeg, geen seconde te laat komt onze dag. Sta alle hulpbehoevenden bij, wees een christin. Wees goed. Wees nooit bang.
Ik kom erdoor. God heeft het beloofd, het komt werkelijk. Als je in zorgen zit, bid dan en lees de Bijbel. Dat geeft altijd - altijd - volkomen uitkomst. Verslap niet in het geloof, blijf vasthouden." En gaat dan schriftelijk met haar in gebed.

Bakels vertelt, sober, over wat de Duitsers fertig-machen noemden: iemand vermoorden. "Je zou een handboek kunnen schrijven over het slaan", zegt hij. "Het slaan van mensen door mensen. De gelaatstrekken van de sadist. Het geluid dat een knuppel maakt in aanraking met vlees, met bot. De fantastische geluiden die de geslagene maakt. Zijn bewegingen.
Misschien zijn er toch voorvallen die niet beschreven mogen worden?"
En dan vertelt hij van de dag, dat hij fertig-gemacht zou worden.
"Ik kreeg de gedachte: 'Wat kan deze man mij doen? Wat kan hij tegen God, zijn Schepper, beginnen? Dit is een mensenkind als ik, echter helaas door de duivel bezeten. Deze man vermag niets als God hem de macht niet geeft. Ik moet niet vrezen. Ik moet bidden voor zijn bevrijding.' Ik legde het werk neer en wachtte af. De duizend Steinbruchwerkers legden eveneens het werk neer en keken toe."

Wat de schrijver precies gezegd heeft kan hij zich niet herinneren. Soms zei men: het was alsof een ander door mij sprak. Maar er volgde een discussie van wel een uur. "Hij ondervroeg me o.a. over de betekenis van het woord Freund. Wat was dat? Na verloop van dat uur reikten we elkaar de hand. Sindsdien heb ik nooit meer iets van hem gemerkt". En hij eindigt met: "wie dat een bewijs van bovenmenselijke dapperheid noemt, moet ik uit de droom helpen. Het is geen valse bescheidenheid als ik zeg zoals het is: het is een sprekend voorbeeld van de macht die God verleent 'aan iemand' in nood, die in Hem gelooft en Hem om bijstand vraagt.
De engelen hadden om mij heen gestaan".

Het belangrijkste voorval uit zijn vreselijke beproevingstijd speelde zich af op Kerstdag 1943. "De Duitsers gaven ons zowaar een dag vrijaf, wij werden niet gepest, kregen behoorlijk te eten, kregen enkele Russische sigaretten ... een kerstboom was opgericht, waarbij wij Stille Nacht mochten zingen. Was dit een onverwachte aandoenlijke goedheid van de Duitsers?"

"Daarna wilde ik alleen zijn. Stiekem trad ik met mijn kostbare sigaretten naar buiten de dikke sneeuw in. Het was ijzig koud en in de hemel fonkelden al sterren. De zon was echter nog niet lang ondergegaan en in het westen was het nog donkerrossig. Ik liep naar beneden, naar het plateau naast het crematorium, waarachter geweldige bossen groeiden. Je had daar ook een schitterend uitzicht over het dal. Het dal hing vol violette nevelen.
Toen ik daar in eenzaamheid stond, een sigaret opstak en langzaam terugkeerde tot mijn eigen sfeer, begonnen van heel ver onder de nevelen in het verborgen dal kerkklokken te luiden".

"Kort daarop verscheen mij in het noorden, richting Nederland, een geweldig zilveren kruis in de hemel. 'Het volk, dat in duisternis gezeten is, heeft een groot licht gezien en voor hen, die gezeten zijn in het land en de schaduw des doods, is een licht opgegaan'." "Dit is geen verbeelding geweest. Dit is de werkelijkheid geweest. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig", besluit hij.

Maar direct daarna: "We aten alom elf uur, dikke macaronisoep die zowaar naar kaas smaakte. Daarna appèl en ... luizencontrole. Om vier uur kregen we een half brood met jam. Verder twee opgehangen mensen, die een Fluchtversuch hadden gedaan. Moord op Kerstmis. Het hele kamp moest aantreden en toezien. Het geeft een zekere voldoening het Duitse beest in zijn volmaaktheid te zien. We vergeten weer gauw: verdedigend verhardingsproces. Vervolgens aardappelen met haché, weinig maar lekker.
Tien minuten na een gruwelijke executie - zoals zij spartelden eten wij aardappels".

Over de geheime en levensgevaarlijke zondagse samenkomsten. "De Bijbeltekst werd voorgelezen. Er volgde een beschouwing dienaangaande.
De tekst was zó gekozen dat zij in rechtstreeks verband met onze verdoemde situatie kon worden gebracht. Daarna volgde een gebed. Er waren mensen van allerlei 'gezindten'." "Tijdens deze verrichtingen hielden wij de post bij de deur in de gaten en hij op zijn beurt die bij de ingang.
Er waren ook bijzonder grove kerels bij de samenkomsten, en kwaadaardige.
Er waren ook ongelovigen bij. Er waren ook wel communisten bij".

"Tijdens de samenkomsten op zondagen in NatzweiIer was een voortdurende stroom van kracht duidelijk voelbaar. De kracht stroomde van buiten af in ons, en de ons vervullende kracht verbond ons alsof wij elkaar bij de hand hielden, de kracht stroomde van man tot man de kring rond, en terug, en heen en weer. Christus was namelijk in ons midden.

"Na afloop gingen wij niet tegelijk uiteen, maar een voor een, of met z'n tweeën, om niet op te vallen. De uitgezette posten gingen huns weegs.
Buiten, in de sneeuw, zagen wij de wereld met andere ogen. Wij waren volstrekt gelukkig en geheel geborgen."

Een vrij ontwikkeld man spreekt met Bakels: "Hoe kun je nu in God geloven met die beestenbende hier om je heen? Hoe kom je aan dat geloof?"
- "Het is me genadiglijk gegeven". - "Dat is een dooddoener". "Je bent er zeker in opgevoed?" - "Nee, niet in opgevoed. Onze hele beschaving is doortrokken van het christendom overigens, maar dat is niet de oorzaak. God heeft mij in Christus aangegrepen, niet in Mohammed.
Ik kan er niets aan doen. Wat de andere godsdiensten betreft: wij vereren allen dezelfde God, er is er maar één". - "Waarom laat jouw God die rotzooi hier toe, deze oorlog, alle slachtpartijen?" - "Omdat wij niet doen wat Hij zegt. Lees in het Nieuwe Testament en je zult zien dat wij leven in strijd met alle geboden en verboden. Wij laten God los en dan komt er iemand anders". - "De Duivel zeker?" - "Ja". - Verder: "Je moet het christelijk geloof niet vereenzelvigen met de christelijke kerken.
Misschien wel ... integendeel ... " Verder: "Misschien is het hier zo'n tranendal juist omdat het christelijk geloof, het prediken en behoeden ervan, in verkeerde handen is. Dat is te bewijzen. Christus zei: 'er is één herder, één kudde, één Kerk. Hoeveel kerken zijn er?" - Nu kan ik je beter volgen". - "Dan zal ik jou nu aan het schrikken maken. Ik begrijp soms helemaal niets van het christendom, van de Bijbel, van Christus.
Gods Zoon Die Zijn leven gegeven heeft aan het kruis, om ons, dusdoende, te verlossen van onze zonden, door Zijn bloed - ik begrijp er soms werkelijk absoluut niets van". - "Nou en? Dus?"

"Dus - ik geloof. Ik kan en wil niet anders. Ik ben aangegrepen. Ik krijg grote troost, gemoedsrust, grote gelukgevoelens soms, zelfs hier. Ik krijg dag aan dag zeer grote gunstbewijzen. Niet ik alleen. Door het geloof zijn eeuwen- en eeuwenlang de meest fabelachtige werken verricht. Ik kan alleen maar zeggen: kom mijn ongeloof te hulp".

Floris B. Bakels heeft alles overleefd. Om ons aan te zeggen, dat er een God is die leeft.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief