Geen contact tussen de kerken binnen en buiten verband (4)
1978-09-22
Het krachteloos appel- Jaargang 22
- nummer 35
In het voorafgaande hebben we geprobeerd een antwoord te vinden op de vraag, waarom de broeders binnen verband in hun synode alle contact met onze kerken, om te komen tot herstel van de geslagen breuk weigeren, terwijl de Schrift ons zo duidelijk leert dat wij bereid moeten zijn tot verzoening.
Waarom komt een appèl in Christus niet over?
In twee publicaties signaleerde ik een spreken over Gods genade in de Vrijmaking en het werk van Jezus Christus in de Vrijmaking, waarin het accent in het werk van onze Heiland valt op zijn "reformatorische" arbeid, waarbij Gods genade in het kruis van Christus uit het centrum van prediking en kerkelijke gemeenschap dreigt te geraken.
Om aan te tonen, dat ik niet tegen windmolens heb gevochten, wil ik aandacht besteden aan het appèl, dat door de synode van Hoogeveen destijds is gedaan op de kerken in Noord-Holland, nadat de afgevaardigden van genoemde kerken de toegang was geweigerd.
Om de broeders alle recht te laten wedervaren, zullen we het appèl in zijn geheel overnemen en van enige kanttekeningen voorzien.
Aan de kerken in Noord-Holland, vertegenwoordigd in de particuliere synode, gehouden te Wormer 1969.
Geliefde broeders,
Wij staan nu achter de genomen beslissingen ter zake van de beide afvaardigingen van de kerken in Noord-Holland, beslissingen, die van vèrstrekkende betekenis zijn voor de toekomst van de Gereformeerde Kerken in dit land. Wij werden geplaatst voor de aangrijpende werkelijkheid van een breuk in het plaatselijk, classicaal en provinciaal kerkelijk leven in Noord-
Holland. Het werd duidelijk, dat de macht der zonde verwoestend heeft gewerkt, gelijk die macht der zonde naar haar aard altijd verwoestend en verscheurend werkzaam is. Het is beschamend, dat dit alles kon gebeuren in de kerken, die zo genadig door de HERE waren gesteld in de vrijheid.
Vijf en twintig jaren na de Vrijmaking moest de generale synode van Hoogeveen een :credentiebrief weigeren te aanvaarden. Er zijn weinig woorden voor nodig om te overtuigen hoe smartelijk deze breuk voor de kerken is.
Toch menen wij niet te mogen volstaan met het signaleren, betreuren en veroordelen van de zonden als oorzaak van de geslagen breuk. Want mocht er na de confrontatie met het gelezen rapport en de besluiten een zodanige verslagenheid bij u zijn, dat de vraag geboren wordt: 'Wat moeten we doen, mannen broeders?' (1) (Hand. 2: 37), dan hebben wij op die vraag het antwoord u te geven. Dat antwoord is er. Wij brengen u in herinnering, hoe de HERE ons heeft gunst bewezen, toen hij ons deed staan in de vrijheid. Hij is met ons een weg van veel verlossingen gegaan.
Hij bracht ons in die weg der vrijmaking terug naar de enige grondslag van de Gereformeerde Kerken in dit land, te weten de waarheid Gods zoals die beleden wordt in de Drie Formulieren van Enigheid. Wij willen niet vergeten, hoe u en wij samen op die weg zijn gezet en hoe u en wij ook samen onze goede en trouwe God gedankt hebben voor die onverdiende genade over zijn kerken in Nederland. Wat een zaak van diepe vreugde was het voor ons allen de gemeenschap der kerk opnieuw te ervaren op die vaste grondslag.
Daarom te meer smart het ons te moeten constateren, dat broeders en zusters, die samen werden uitgeleid, thans gescheiden optrekken. Moeten wij zó de toekomst des Heren tegemoet?
En deze smart is vooral zo groot vanwege de oorzaken van de geslagen breuk. Rapport en besluiten leiden onze gedachten als vanzelf heen naar deze samenvatting. U hebt het voornaamste der wet (2) - de trouw aan de broederschap - verwaarloosd door het verband der kerken niet meer te onderhouden naar de geldende kerkenordening: U hebt de enige en goede grondslag der kerken niet ongerept bewaard en u hebt de dwalingen: niet krachtig weerstaan. U hebt u verdraagzaam betoond, waar u niet verdraagzaam mocht zijn, namelijk tegenover hen, die de band aan deze leer der zaligheid losmaken en de verbindende kracht van de belijdenis als accoord van de kerkelijke gemeenschap verbreken. U hebt in bescherming genomen degenen, die u in het aangezicht had behoren te weerspreken naar uitwijzen van het heilig evangelie.
Broeders, zó kunt u de toekomst des Heren niet tegemoet gaan! Bedenkt, dat wie de band aan de kerkelijke belijdenis losmaakt, of dit kwaad ook maar in bescherming neemt, er niet aan kan ontkomen de band aan de Schrift als het Woord van God los te laten, te eniger tijd. De ontwikkelingen in de Nederlandse Hervormde Kerk en binnen de Gereformeerde Kerken (synodaal) zijn overduidelijk: Wie de band aan de belijdenis loslaat en de dwalingen niet aanstonds tegenstaat, mist zijn verweer tegen de vloedgolf van het oeverloos oecumanisme. (3) U zult bovendien moeten bedenken, dat uw beslissingen niet alleen uzelf raken, maar ook de jeugd der kerk, ja geheel uw nageslacht en dat uw keus van thans mede bepalend is voor het geestelijk klimaat, waarin zij zullen leven, die na u zullen komen.
Wij zijn er ons klaar van bewust, dat de genomen beslissingen gevallen
zijn in een kritiek stadium van het bestaan van de Gereformeerde Kerken.
Wij zijn ervan overtuigd, dat - gelijk de Vrijmaking geweest is een genadig wederbrengen tot de oude grondslag der kerken - de kerken, vertegenwoordigd in deze synode, geen andere begeerte koesteren noch ook mogen koesteren dan te blijven bij deze enige grondslag en voort te gaan in dat oude en beproefde spoor.
Onze oproep aan u mag daarom geen andere zijn dan deze: Verlaat de schadelijke en heilloze wegen en laat u weer bouwen op dat ene fundament, dat God gelegd heeft.
Wij hebben u niet afgestoten. Wilden wij voort op de weg, die Christus met zijn kerken in dit land is gegaan, dan moesten wij uw credentiebrief weigeren. Maar ook toen onze hand uw credentiebrief weigerde, ging ons hart naar u uit. Zo gaat ons hart ook thans naar u uit als wij u smeken: 'Kom ga met ons en doe als wij!' Wat méér is: gaat met die God, die eeuwenlang zijn kerken in Nederland wilde bewaren bij het pand haar toebetrouwd ; die de kerken verwaardigd heeft de door Hem geschonken belijdenis als de waarachtige en volkomen leer der zaligheid te mogen wandelen in die weg, die zij vrijwillig aanvaardden als accoord van kerkelijke gemeenschap.
Het zou een vreugdegeschenk uit de hemel zijn, indien op déze wijze de geslagen breuk werd geheeld! Bij de HERE is geen ding onmogelijk! Dat geloof ontslaat u en ons echter niet van onze verantwoordelijkheden.
Broeders, de liefde van Christus dringt ons, wanneer wij u smeken: gaat in de rechte sporen om Zijns Naams wil.
Met broedergroeten,
voor de generale synode voornoemd,
J. Kok, praeses
O. J. Douma, assessor
W. Vreugdenhil, scriba I
P. Lok, scriba II
Het kost enige moeite om niet in te gaan op wat aan de orde was bij deze bizarre kerkrechtelijke handeling van de synode, die met dit besluit meer dan vier duizend leden van Christus' lichaam in één keer buiten de kerkelijke gemeenschap sloot.
1. Als het gaat om een appèl op de harten, denk je onwillekeurig aan de apostel Paulus, die in de brief aan de Filippenzen een onvergankelijk voorbeeld heeft gegeven, toen hij schreef: Indien er dan enig beroep op u gedaan mag worden in Christus, indien er enige bemoediging is der liefde, indien er enige gemeenschap is des geestes ... om vervolgens te wijzen op Christus' overgave in vernedering en dood.
Paulus doet een appèl in de naam van de Christus van het kruis.
Hoe schamel steken hierbij af de woorden van de synode als antwoord op de vraag: "Wat moeten wij doen, mannen-broeders".
De synode spreekt van verlossingen en onverdiende genade op de weg van de vrijmaking en appelleert dus om een uitdrukking van J. Kamphuis (zie vorig artikel) te gebruiken op Christus, hoogste Reformator en Vrijmaker.
De synode vermaant niet uit de Schriften, maar krachtens een omstreden opvatting inzake het handelen van Christus in de geschiedenis van de kerk.
Hier wordt erg onzorgvuldig over verlossingen gesproken.
Naar het oordeel der liefde mogen we niet aannemen, dat hiermee bedoeld is dat de éne verlossing, in de éne Middelaar, in het éne offer een aanvulling nodig heeft in bijkomende verlossingen in kerkelijke vrijmakingen Dan blijft over, dat hier nivellerend gesproken wordt over de verlossing.
In de Schrift en ook in de belijdenis gaat het om verlossing uit de macht van de boze en van de zonde.
Wie gaat spreken over verlossing in tijden van kerkelijke strijd, werkt verwarring in de hand, evenals de mensen die onder verlossing verstaan het bevrijden van de verdrukten in deze wereld.
2. Het voornaamste van de wet is volgens de synode de trouw aan de broederschap. Dit soort ontsporingen beleven mensen, die de Schrift niet opendoen wanneer ze een beroep doen op het broederhart.
Heel duidelijk leert de Here Jezus Christus ons dat het eerste en grote gebod is: Gij zult de Here uw God liefhebben. Het tweede gebod: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf, wordt "daaraan gelijk" genoemd, maar dat neemt niet weg dat de liefde tot God richtend en bepalend is voor de liefde tot de naaste.
Hoe de synode de trouw aan de broederschap het voornaamste van de wet kan noemen is eenvoudig een raadsel.
De liefde tot de Here onze God is het eerste en grote gebod en bepalend voor de liefde tot de naaste en de trouw aan de broederschap. De zaak hier in geding kon wel eens een grotere rol hebben gespeeld in de kerkelijke gedingen dan je op het eerste horen zou denken. De broeders in Hoogeveen vergaderd, hebben zelfs niet overwogen of de door hen uitgestotenen, bij wat men noemt verwaarlozing van de trouw aan de broederschap mogelijk geleid werden door het eerste en grote gebod, de liefde tot Hem.
Bij trouw aan de broederschap is het maar de vraag wat men onder die broederschap verstaat. Is die broederschap beperkt tot de vrijgemaakte kerken met hun belijdenis en kerkorde, dan zou er een zeker recht van spreken zijn. Maar wie gelooft, dat onze goede God in ons land en daarbuiten nog heel veel kinderen heeft, die niet tot die kerken behoren, gelooft ook dat de broederschap zich breder uitstrekt en precies die zaak was in die dagen aan de orde gesteld.
Een gesprek hierover is niet mogelijk gebleken.
3. Wanneer de synode waarschuwt om de band aan de kerkelijke belijdenis niet los te laten, missen we opnieuw een spreken uit het Woord.
In plaats daarvan klinkt er een waarschuwing onder verwijzing naar de geschiedenis, waarin de Hervormde kerk en de Geref. kerken (syn.) als afschrikwekkende voorbeelden worden opgeroepen.
4. De credentie-brief van de kerken in Noord-Holland is geweigerd, omdat de kerken in Hoogeveen vergaderd, voort wilden op de weg, die Christus met zijn kerken in ons land is gegaan.
Bij een voorgaande gelegenheid heb ik in ons blad al eens de vraag gesteld, hoe men mensen, die aangesproken worden als geliefde broeders om Christus' wil kan heenzenden.
Niemand heeft de moeite genomen op die vraag te antwoorden.
Na wat we hebben opgespoord in een artikel van Prof. J. Kamphuis is het mogelijk een antwoord op die vraag te vinden.
In die éne zin van de synode, zien we het beeld getekend van de in deze kerken gangbare mening over het kerkvergaderend werk van Christus in ons land. De vergadering van Zijn éne kerk heeft plaats gevonden in de weg van de reformatie, afscheiding, doleantie en vrijmaking.
Op die weg gaat de Here Jezus Christus voor en de zijnen volgen.
Vragen we in het bestek van deze artikelen: met welke Christus, dan is het antwoord: met de Reformator en Vrijmaker.
Op die weg van de kerkvergadering zijn wij in de jaren van de strijd achtergebleven; wij delen het lot van de Roomse, Hervormde, Gereformeerde e.a. kerken, maar de anderen trekken met Hem voort, zij moesten ons wel achterlaten, hoewel hun hart naar ons uiting.
Zij moesten kiezen tusen Jezus Christus en ons.
Je vraagt je, deze dingen lezende en overwegende af: Zouden die broeders en zusters nu echt geloven, dat al die kerken en ook onze kerken hun weg zonder Jezus Christus gaan?
Dacht men, dat wij één stap zonder Hem kunnen doen.
Het is toch wel een verschrikkelijke tragiek, dat men aan de éne kant van de scheur met Christus voortgaat en in "nieuwe" genade troost ontvangt in het verdriet, omdat wij heengingen; aan de andere kant van dezelfde scheur ontvangen wij onze Heiland, die stierf aan het kruis, troost en kracht om door moeite en vervolging heen voort te gaan op een wel erg smalle weg.
Intussen constateren we dat we in dit wat bewogen stuk van het appél, geen beroep aantreffen op de éne Heiland en Zaligmaker, die al de Zijnen doel delen in het éne heil.
Er wordt ook hier een appèl gedaan op de reformatorische arbeid van Jezus Christus in de vergadering van de zijnen.
Dit beroep komt niet over bij hen, die op grond van de Schriften en in aansluiting aan de belijdenis de opvattingen van de broeders over de kerkvergadering in ons land afwijzen, terwijl een verwijzing van onze kant naar het verzoenend lijden en sterven van de Heiland bij de kerken binnen verband niet overkomt.
Bij deze stand van zaken is er weinig hoop op een toenadering tussen de kerken.
Tenslotte: boven dit artikel schreef ik: het krachteloos appèl.
Krachteloos is het, omdat niet uit de Schriften wordt gesproken en zo nodig vermaand.
Krachteloos is het omdat opvattingen over de kerkvergadering en over de Vrijmaking in alles de toon aangeven.
Laten we hopen en bidden dat het Woord van God in de kerken, destijds in Hoogeveen vergaderd, de overhand mag krijgen over "opvattingen" die het kerkelijk leven op zo gespannen voet brengen met wat het evangelie ons voorhoudt ten aanzien van de roeping als gelovigen samen te leven uit de verzoening door het kostbaar bloed.