Plaatselijke eenheid met landelijke steun

2005-03-11
  • Jaargang 49
  • nummer 5
Onder dat opschrift schrijft ds. K. Harmanny, lid van het deputaatschap Kerkelijke Eenheid van de GKV over de verschuiving die in dit deputaatschap heeft plaatsgevonden. Aan de komende Generale Synode van de GKV wordt voorgesteld om een omslag te maken 'van inperking van plaatselijke eenwording naar begeleiding van plaatselijke mogelijkheden'.
Om dat doel te dienen wordt aan de synode een 'Kader voor plaatselijke contacten met andere kerken' voorgelegd.
De tekst ervan luidt als volgt (De Reformatie, 19 februari):

1. Zowel de landelijke als de plaatselijke contacten worden gedreven door het verlangen van onze Heiland, verwoord tegenover zijn hemelse Vader: 'dat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld gelove dat Gij Mij gezonden hebt', Joh. 17:21.
De contacten richten zich daarbij op de belofte die Jezus Christus gaf in Joh. 10:16: 'zij zullen naar mijn stem horen en het zal worden één kudde, één herder.' Vanuit deze gehoorzaamheid werken de kerken zowel landelijk als plaatselijk aan eenheid die confessioneel is verankerd en waar mogelijk zichtbaar vorm krijgt. Ze zullen bij eventuele contacten ook andere kerken aanspreken op deze Goddelijke roeping.
2. Bij de plaatselijke contacten wordt de gemeente vanaf het begin goed en regelmatig geïnformeerd. Waar mogelijk wordt ze ook daadwerkelijk bij de contactoefening betrokken.
Bij belangrijke beslissingen wordt de bewilliging van de gemeente gevraagd.
De kerkenraad werkt aan voldoende eensgezindheid in de gemeente voordat hij verdere stappen onderneemt.
3. De volgende beleidsbeslissingen worden ter goedkeuring aan de classis voorgelegd:
- het toelaten van elkaars predikanten tot de woordbediening in de wederzijdse kerken, met daarbij de mogelijkheid om gezamenlijk erediensten te beleggen;
- het toelaten van elkaars leden aan het avondmaal, met daarbij de mogelijkheid om gezamenlijk avondmaal te vieren;
- het samensmelten van beide gemeenten.
De kerkenraad moet daarbij steeds aantonen dat de kerk waarmee men samenwerking zoekt, voldoende vertrouwen verdient volgens de kenmerken die art. 29 NGB noemt voor de ware kerk.
De classis ziet erop toe dat de plaatselijke kerk zich houdt aan de kerkordelijke afspraken die binnen het kerkverband zijn aanvaard. Wanneer zich een situatie voordoet die bij het maken van deze afspraken blijkbaar niet was voorzien, mag de kerkenraad er alleen van afwijken wanneer de classis oordeelt dat dit noodzakelijk en verantwoord is.
4. De kerkenraad vraagt voor alle onder 3 genoemde punten advies aan de deputaten van de generale synode.
De deputaten zien erop toe dat de plaatselijke toenadering zich niet onnodig verwijdert van de landelijke ontwikkelingen rond de kerkelijke eenheid, maar deze zo veel mogelijk ondersteunt. De classis neemt goede nota van het advies van de deputaten, maar neemt in eigen verantwoordelijkheid een besluit.
5. Ook na verkregen instemming van de classis blijft de kerkenraad verantwoordelijk voor een heilige bediening van het Woord en de sacramenten, zodat geen wolven de schaapskooi van Christus kunnen binnendringen (Hand. 20:28-30).
6. Bij samenwerking rond Woord en sacrament vindt regelmatig overleg plaats met de andere kerkenraad.
Beide kerkenraden respecteren elkaars tuchtoefening en ontvangen als regel geen lid van de andere kerk zonder toestemming van de betrokken kerkenraad.
7. Wanneer de andere kerk deel uitmaakt van een kerkverband dat gelet op de norm van art. 29 NGB fundamentele bezwaren oproept, mag de kerkenraad niet toelaten dat eventuele contacten schade toebrengen aan de gemeente van Christus als tempel van Gods Geest (I Kor. 3:17). De kerkenraad zal dergelijke bezwaren eerlijk aan de orde stellen en zo bevorderen dat beide gemeenten door de contactoefening worden aangescherpt in het onderscheiden van de geesten (I Joh. 4:1).

Als ik me als Persschouwer - en geen lid van onze Commissie voor Contact en Samenspreking - een tweetal opmerkingen mag veroorloven:
a. Bij alle waardering voor de veranderde insteek, de toon van het stuk lijkt toch vooral defensief. Om zo te zeggen: meer dijkbewaking dan uitdiepen van de vaargeul.
b. Punt 7 kan een lastige worden, als ermee geopereerd gaat worden in de contacten tussen GKV en NGK. Persoonlijk heb ik altijd voor de eer bedankt om als witte raaf binnen mijn kerkgenootschap te worden neergezet.

Overigens spelen er bij de vrijgemaakte broeders heel andere zorgen. Harmanny:

Binnen het deputaatschap waren niet alle leden ervan overtuigd dat de kerken deze openheid aankunnen. Een aantal deputaten oordeelde dat het gepresenteerde voorstel te veel ruimte biedt voor onverantwoorde stappen.
Ook meenden ze dat er te veel afstand is genomen van het tot dusver gevoerde beleid. Ze hebben daarom een eigen voorstel aan de synode geformuleerd, dat ook in het rapport is opgenomen. We betreuren uiteraard dit gebrek aan overeenstemming.
Tegelijk maakt het duidelijk dat de kerken op dit punt de zaken niet op hun beloop kunnen laten; de zaak van de kerkelijke eenheid vraagt op de komende synode om heldere keuzes.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief