Techniek: zin, onzin of waanzin?

1978-09-29
  • Jaargang 22
  • nummer 36
We pakken de draad weer op.
Allereerst even een 'familiair' krabbeltje. Ik wil u graag vertellen waarom u vorige week tevergeefs hebt uitgezien naar een vervolg. Daarmee vul ik n.l. tegelijkertijd aan, wat nog ontbrak en wel moest ontbreken aan mijn eerste OPBOUW-schrijfsel 'een eenzijdige kennismaking'.
Toen schreef ik dat ons gezin 2 kinderen telde. Welnu, dat zijn er inmiddels 3. De laatste, een zoon, heet Remy (klemtoon op de 2e lettergreep).
Volgens ingewijden stamt deze naam af van ofwel 'remedius' (= 'helper'; denk aan ons woord remedie) ofwel 'remigius' (= 'roeier'). U zult begrijpen dat wij voorkeur hebben voor de eerstgenoemde afleiding. Nu over naar de techniek.
Nee, nog niet ... ik vergat nog wat - heel wat zelfs: moeder en kind maken het goed.

Op het eerste deel van 'techniek: zin, onzin of waanzin?' kwam een reaktie binnen m.b.t. de verwijzing naar de tekst van Hosea (Mijn volk gaat te gronde door gebrek aan kennis).
De schrijfster stelde - terecht!dat het in het boek Hosea bij de woorden 'kennis' en 'kennen' telkens gaat om 'de kennis' ('het kennen') van God. Door gebrek aan dát kennen gaat het volk te gronde.
Het 'gebrek aan kennis' in Hosea heeft weinig te maken met onwetendheid - waarover ik schreef.
Ik ben blij met deze opmerking.
Die heeft me erbij bepaald, dat ik de term 'onwetendheid' beter niet had kunnen gebruiken om aan te geven wáárdoor de idee van een neutrale techniek zavel en - ook christenen - kan beheersen.
Weliswaar heb ik in het artikel deze 'onwetendheid' gekoppeld aan 'gebrek aan bezinning', maar daarmee maakte ik niet alles goed; te zeer had ik al een bepaalde sfeer opgeroepen.
Daarom kort wat notities over 'kennis' en 'kennen'.

1. Inderdaad heeft 'kennis' of 'kennen' in de Bijbel dikwijls betrekking op de kennis van (niet: over!) God.

2. Dat is echter niet alleen of uitsluitend een religieus kennen; ook in ons alledaagse doen en laten blijkt de kennis van God, ik denk aan: 'Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken' (Spr. 3 : 6); en ook in ons denken, weten en kennen komt de kennis van God tot uiting, dan denk ik aan: De vreze des Heren is het begin der kennis .(Spr. 1:7).

3. 'Kennen' in de Bijbel is een 'vol' kennen, met ogen, oren, handen en voeten ... met alles wat in, op en aan je zit. Kennen als totale en komplete mens.
De Bijbel kent geen aparte levens-
kamertjes voor de ziel, voor het hart, voor het verstand etc. Die boedelscheiding is later bedacht, door afvallige mensen.

4. De aangehaalde tekst over de vreze des Heren als begin der kennis (of 'der wijsheid' - zie Job 28 : 28, of 'des verstands' - zie Spr. 9 : 10b, of 'des inzichts' - zie Ps. 111 : 10, vgl. Hosea 4: 14) betekent - denk ik - dit: als je God kent (vreest) dan begint het pas, dan gaat de wereld voor je open, dan ontplooit je leven, dan zie je alles met andere ogen, dan ken je pas echt en helder en fris.

5. 'Kennis' in de Bijbel BEGINT bij de overgave aan God; maar BEHOORT ook telkens bij Hem TE EINDIGEN... en daaraan schort het heden ten dage!

6. In de Bijbel zijn 'kennis' en 'gehoorzaamheid' nauw met elkaar verbonden (zie Hosea) ...
maar de moderne mens gaat eerst kennis verzamelen via wetenschappelijk onderzoek e.d. en pas daarna vragen naar wat mag of wat niet mag ...
dan pás immers kun je gefundeerd oordelen - zo heet het.

7. Men onderscheid wel 'kennen en 'weten': Kennen doe je dan met heel je wezen, weten zou slechts een zaak zijn van het verstand.
Het is voor mij de vraag of dit onderscheid houdbaar is; is het mogelijk om met je verstand iets te 'weten' buiten je wezen om?
Leef je dan niet in twee of meer werelden (elk met een eigen zin)?

8. Ik wil maar zeggen: als de Bijbel spreekt over 'gebrek aan kennis', dan heeft dat weinig te maken met wat wij gewoonlijk verstaan onder 'onwetendheid' .

9. Maar dat 'gewoonlijk' begrip heeft een onjuiste inhoud. Immers: het kennen van God heeft diepingrijpende gevolgen voor ál ons kennen, voor ons inzicht in de werkelijkheid, in wat er gebeurt, in wat geoorloofd is en wat niet etc....
ook voor wat wij dan wetenschap (zogenaamd objectief en neutraal) noemen.

10. Ook - en dan komen we terug op het artikel over de techniek: het kennen van God leidt tot een andere kijk op de techniek (en haar zogenaamde neutraliteit); een bezinning, vanuit de omgang met God, op de vraag naar de aard en de plaats van de techniek leidt onherroepelijk tot een uitbannen van een idee dat de techniek neutraal (normvrij) zou zijn.
Waar die bezinning ontbreekt verslaat zo'n idee zijn tienduizenden.
In die zin gaat een volk te gronde door gebrek aan kennis, nl. een kennis van God die dóórwerkt in ál ons doen en laten - ook in onze techniek.
In die zin heb ik de verwijzing naar de tekst uit Hosea bedoeld.

Na deze uiteenzetting over Bijbels kennen, kan ik wat korter zijn over de oorsprong van de idee, dat de techniek neutraal zou zijn. Dát is namelijk het eigenlijke onderwerp van dit schrijfsel.
Als je nadenkt over de hedendaagse techniek, en je afvraagt hóe die geworden is wát ze nu is, dan valt verschil op te merken tussen moderne en klassieke techniek.

Vroeger - zeg maar: ambachtelijk, kleinschalig, handwerk, de hele produktie in één hand (of in ieder geval: onder vrij direkt toezicht van één man/vrouw).

Nu: methodische gepland - op basis van wetenschappelijke gegevens, zeer grootschalig, goeddeels gemechaniseerd of - nog verder - geäutomatiseerd, een in mootjes gehakte produktie.

Naar mijn indruk zou de idee van een neutrale techniek minder kans gehad hebben in vroeger dagen: de ambachtsman was ingesteld op het leveren van diensten; hij zal zich er derhalve eerder van bewust zijn geweest dat hij ook behoorde te dienen ... en derhalve veel méér deed dan puur het maken van 'dingen' (een stoel bijv.) Hij verrichtte zijn werk voor anderen (hij kende die ander ook persoonlijk)... en als het goed was deed hij dat als voor God (Ef. 6 : 5-9). En dat betekent enorm veel voor wát je doet en hóe je dat doet.
De moderne techniek zou veel van zijn angstaanjagende, benauwende en tyrannieke karakter verliezen, als veel meer mensen de techniek bedreven 'als voor de Here'. En dat is geen vrome spreuk!

Verder over de vraag naar de oorsprong van de neutraliteitsidee omtrent de techniek.
Bij de ambachtsman bestond weinig voedingsbodem voor die idee - naar mijn indruk. Bij de moderne technikus is er gerede aanleiding tot die idee.

1. In de eerste plaats hierdoor: de moderne techniek is op wetenschappelijke leest geschoeid. Een produktieproces wordt onderworpen aan en gerealiseerd op basis van uitgebreid wetenschappelijk onderzoek.
De pretentie van een neutrale, waardevrije wetenschap (ook vrij van geloofs-vooronderstellingen) is a.h.W. 'automatisch' overgegaan op de moderne techniek.

2. Vervolgens heeft een hedendaagse technikus - als regelweinig gelegenheid om het gehele produktieproces, of het totale produkt, te overzien ... hij maakt een onderdeel . . . hij is een rad in een groot uurwerk. . . hij kan nauwelijks beseffen wat er met het resultaat van zijn noeste arbeid wordt aangericht. Hij maakt slechts een knop, een bout, een deur, een raam. .. en wát valt daarover nu te zeggen met betrekking tot normen.
Zo zullen - tot voor kort - weinig Philips- en Daf-employees beseft hebben, wat hun werk te maken heeft met energie- en milieubeheer.
Ik vraag me wel eens af of we niet nog veel meer van dergelijke kwesties over het hoofd zien. . . of we als christenen niet ziende blind zijn.
Wij wéten toch van het voor God verantwoord beheren en ontplooien van de schepping?! Hoe komt het dan dat we zulke problemen als energie- en milieubeheer pas sinds enkele jaren zijn gaan zien?
Alweer: de idee van een neutrale techniek hééft zijn tienduizenden verslagen, ook onder christenen.
Dát die idee ontstaan is, komt stellig door de overmoedige pretentie van de mens dat hij het wel even zal 'fiksen', dat hij best in staat is om zelf te bepalen wat goed is, wat kwaad ... als we maar zorgen voor een goede 'kennis' - in de uitgeholde betekenis dan - van de natuur e.d.
Plato dacht af dat kennis deugd voortbracht; de moderne westerse mens denkt dat nog veel sterker, en is ook dienovereenkomstig gaan handelen. Daarin ligt de wáán-zin van de moderne wetenschap en de moderne techniek.
Volgende keer verder over 'normen' voor de techniek.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief