Heilige onverschilligheid

1978-10-13
  • Jaargang 22
  • nummer 38
"Wat doet het er toe?"
(Filip. 1 : 18a)

Daar zijn we niet bij opgevoed en grootgebracht in de Kerk, zeker niet in een Gereformeerde, laat staan een vrijgemaakte Kerk.
Luistert het niet ontzaglijk nauw in de Kerk? Mogen we daar ooit zeggen: wat doet het er toe? Laden zij die het wèl zeggen niet het odium op zich van heilloze onverschilligheid?
Zijn wij niet veeleer geneigd op alle slakken zout te leggen?
Had u gedacht dat zoiets in de Bijbel kon staan: "Wat doet het er toe?"
Nu ja, in de Bijbel komen ook wel eens mensen aan het woord, die er geestelijk de kantjes wat aflopen, van die randfiguren ... maar uit de mond van apostelen en profeten zul je zoiets toch nooit horen! o neen? Wat dacht u dan van Paulus, bepaald geen randfiguur, geen man die kerkelijk de puntjes niet op de i pleegt te zetten. Laat uitgerekend deze Paulus nu eens een keer gezegd hebben: wat doet het er toe? Mág hij ook eens een keer?
Nu ja, iedereen zegt wel eens iets waar hij later spijt van heeft. Ja, maar Paulus heeft het ook nog ópgeschreven, niet in een privécorrespondentie, maar in een brief aan de Kerk! Dank zij de wil des Geestes bewaard voor de Kerk aller eeuwen.
Dat kan nu allemaal wel waar zijn, maar dat zal het wel over een bijkomstigheid gaan, zoiets als zijn mantel of zijn boeken, waar hij ook eens een keer over geschreven heeft, in een soort p.s.-je onderaan een brief.
Al weer mis! Paulus schrijft dit woord neer in het eerste belangrijke stuk van zijn brief aan de Filippenzen en het ging over niets minder dan de Evangelieverkondiging, dus geen kleine zaak!

Hij zit gevangen. Schaduw over zijn leven in dienst van het Evangelie.
De zaak schijnt voorlopig lamgelegd.
Maar niets is minder waar. "Wat mij overkomen is heeft gestrekt tot bevórdering van het Evangelie', schrijft hij (1 : 12). Want doordoor kreeg hij de gelegenheid voor de zaak van Christus te getuigen voor het hele Hof en voor vele anderen.
En tegen alle verwachting in hebben de meeste broeders in de Heer door zijn gevangenschap vertrouwen gekregen om onbevreesd de Evangelieprediking voort te zetten.
o zeker, er schuilt hier en daar ook een addertje onder dit welig tierende gras: sommigen prediken Christus uit nijd en twist, of uit eigen belang, met de onzuivere bedoeling Paulus' gevangenschap zwaar te maken.
Wat heeft daar achter gezeten?
Beroepsjaloezie? Verkapte blijdschap, dat Paulus "met zijn grote mond en scherpe pen en grote invloed"
eens een poosje uitgeschakeld is en dat zij nu ook eens aan bod kunnen komen? Kleinzielig, maar wel menselijk, en niets menselijks is het "grondpersoneel" van de Heer in de hemel vreemd.
Misschien speelde ook een rol verdachtmakend geroddel over Paulus: hij had zijn gevangenschap aan zijn eigen onvoorzichtigheid te wijten ... herinnert u zich nog deze kwalijke roddelpraat uit de bezettingstijd over dominees, die gegrepen werden omdat ze in de preek dingen gezegd hadden, die de bezettende macht niet welgevallig waren? Dominees preken wel tegen roddel, maar houden zich er vaak zelf ook niet vrij van. Dienaren van het heilig Evangelie zijn waarlijk niet immuun voor de verzoeking.
Paulus heeft er het nodige van ondervonden in zijn leven, tot in de gevangenschap toe. Die wordt erdoor verzwaard, want hij hóórt er van. Er zijn altijd wel van die ijverige overbrengers, die dan op hun beurt ook weer een staaltje weggeven van roddel en een steentje bijdragen aan de verzwaring van Paulus' gevangenschap.
Wordt door al die "steentjes" niet langzamerhand het venster dichtgemetseld, dat zelfs voor een gevangen apostel nog open kan zijn op "Jeruzalem"?

Maar neen ... Paulus stoot al die stenen met een forse stoot weg met zijn woord: "Wat doet het er toe?"
Als Christus maar verkondigd wordt, ben ik allang blij!
Dat is nu: heilige onverschilligheid.
Mensen, maak je niet druk! Wat een kleinzielig gedoe achter Paulus' rug om. Maar hij kan er zich echt niet over opwinden en zal er geen nacht wakker van liggen.
Als Christus maar verkondigd wordt!
Als dát maar door gaat, door wie en hoe en waar ook, - wat doet het er toe?
Zo'n heilige onverschilligheid mag je jezelf als christen nu eens veroorloven.
Niet op alle slakken zout leggen. Niet elk meningsverschil tot een schrikbarende ruzie uitspitten.
Niet elk verschil van opvatting opblazen tot een leergeschil. Er mogen in de kerk ook nog eens dingen gezegd worden en gebeuren, waar de hemel niet direkt van onderste boven is.
Heilige onverschilligheid, die er alléén kan zijn bij gratie van de doorgaande Evangelieverkondiging.
Ja, als dat láátste in geding is, zullen we op de ketting springen!
Als Christus niet meer verkondigd wordt, als aan het Woord Gods afbreuk wordt gedaan. Als van de kansels gebracht wordt, met de open Bijbel op die kansels, een woord van mensen, tijdgebonden, feilbaar, menselijk getuigenis, in plaats van het onfeilbare en gezaghebbende Woord van God, dán 'past ons geen houding van: wat doet het er toe?
Je zult dan Paulus niet horen zeggen: wat doet het er toe ... als er maar gepreekt wordt.
Of: wat doet het er toe ... als er maar geloofd wordt.
Je mag in de Kerk alleen maar" wat doet het er toe" zeggen als je er direkt achteraan kunt zeggen: als Christus maar verkondigd wordt.
Het schip van de Kerk schijnt in onze tijd door te moeten varen tussen twee klippen: onheilige onverschilligheid (uitholling en ondermijning van de Kerk) en onheilige opgewondenheid (ongemotiveerde kerkscheuringen).
Onheilige onverschilligheid over de hóófdzaak, en onheilige opgewondenheid over bijzaken.
Als de Geest ons leert onderscheiden kan er net als bij Paulus heilige onverschilligheid zijn over de bijzaken, dank zij ons pal staan voor de hoofdzaak.
Wat heerlijk, als je dan in heilige zorgeloosheid ook eens wat over je kant kan laten gaan en kunt overlaten aan Hem, die toch verkondigd wordt. Of verkóndigen we Hem wel als de Heer der Kerk maar vertrouwen we Hem de zaken der Kerk niet toe? Willen we zelf de touwtjes in handen houden?
Dan zijn we personalistisch in de Kerk bezig. En als Paulus nu in zijn gevangenschap één ding geleerd heeft dan wel dit: het gaat niet om mijn eer, maar om mijn Heer! De Kerk staat of valt niet met mij, - maar ze staat in onze Heer Jezus Christus!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief