Hermine de Rijk stopt na 25 jaar STAGG
2005-03-11
ZEEWOLDE - Hermine de Rijk begon, na maar liefst 25 jaar actief te zijn geweest in onze kerken, augustus jl. aan een nieuwe uitdaging. Zij is nu als docente drama en als supervisor verbonden aan de Hogeschool te Ede.- Jaargang 49
- nummer 5
Wie 25 jaar lang achter de schermen in onze kerken heeft gekeken, kent onze kerken door en door. Daarom is een terugblik alleszins de moeite waard.
Hoe ben je destijds bij de STAGG terecht gekomen?
‘In de krant stond een advertentie voor een relatie- en gezinstherapeute. Daar schreef ik op. Het was ds. Jaap de Vries van Culemborg die toen in een gesprek tegen mij zei: ’ We zoeken ook iemand die toerustingswerk voor ambtsdragers kan doen, volgens mij ben jij daar geschikt voor’. Op freelance basis gaf ik al snel een eerste cursus in Utrecht. Vervolgens ook in andere plaatsen. Er kwamen cursussen voor jeugdleiders, ouders en wijkcontactpersonen bij. Na verloop van tijd vroegen kerkenraden om hulp en klopten ook predikanten aan de deur voor een serie gesprekken en supervisie. Nog weer later raakte ik betrokken bij het werk van de Theologische Studiebegeleiding en had rond de stage gesprekken met iedere student. Met dit alles ben ik nu gestopt. Alleen met het coachen van Stichting ‘De Haven’, zeg maar ‘het prostitutieproject’ van ds. Strating in Den Haag, ga ik nog door.’
Wat is je in die 25 jaar opgevallen in onze kerken?
‘Dat er niets zo complex is als de dynamiek van een gemeente. Een gemeente bestaat uit mensen met verschillende doelen en verwachtingen. En ook al is er een gemeenschappelijke noemer, het valt niet mee om samen goed te functioneren.
Kenmerkend voor onze kerken is ook dat mensen zich veelal niet in een keurslijf willen laten drukken. Het is, behalve een tendens in de maatschappij, ook een gevolg van de scheur uit de jaren zestig die voor deze mentaliteit heeft gezorgd. De vele instromers uit andere kerkverbanden zijn veelal mensen die zich aan het keurslijf van hun eigen kerk hebben losgemaakt en versterken genoemde mentaliteit. Zij ervaren binnen de Nederlands Gereformeerde Kerken ruimte. Maar hoe ga je met die ruimte om? Hoe geef je die vorm als gemeente? Dat is de grote vraag en die vraag is voor elke plaats weer anders. Ik heb ervaren hoe moeilijk die vraag vooral voor predikanten, maar ook voor kerkenraden is. Daar zit een groot stuk verlegenheid. Dat leer je ook niet tijdens een studie theologie of een opleiding tot dienaar des Woords. Ook ben ik steeds meer een overkoepelend orgaan gaan missen. Wanneer je aan de bel wilt trekken is het moeilijk een loket te vinden.’
Welke ’ tools’ heb je ambtsdragers kunnen aanreiken om in die verlegenheid verder te komen?
‘Inzicht in wat je aan mogelijkheden in huis hebt, vind ik belangrijk. Er bestaat niet een model voor gemeenteopbouw dat geschikt is voor alle gemeenten. Hoe vind je voor je eigen concrete situatie in het hier en nu een goeie bedding? Daar gaat het om! Ik probeer een kerkenraad te helpen bij het krijgen van overzicht en vanuit dat overzicht tot goede structuren te komen die dienstbaar zijn aan de situatie in de gemeente.
Als het om predikanten gaat zijn er, wat mij betreft, drie dingen heel belangrijk: contact met jezelf, contact met God –zeg maar je spiritualiteit- en contact met je gemeente. Daarnaast een flinke dosis inzicht in mensen, in de bedoeling van pastoraat en gesprekstechniek Deze kanten van het ambt vind ik in doorsnee zwaar onderbelicht in de opleiding tot predikant. Een predikant zou zich daarin ontwikkeld moeten hebben en er een leertraject in moeten volgen vóórdat hij de gemeente in gaat. Predikanten laten veelal te weinig zien en merken hoe ze zelf geraakt zijn door het Woord. Welke relatie ze daar zelf mee hebben. Waar dat wel gebeurt wordt de gemeente ook meer geraakt. De kracht zit’em in de wederzijdse ontmoeting. Daarvoor moet je je ook láten ontmoeten, je leeg maken om de ander te ontmoeten, God een plaats te geven in die ontmoeting. Dat inzicht heb ik telkens op predikanten en ambtsdragers over willen brengen door dat bewust te maken, door gesprekstechnieken aan te leren. Ik realiseer me wel hoe gering mijn aandeel is geweest, want de onmacht was vaak groot. Als ik een klein steentje in de grote rivier heb mogen verleggen, is er al veel gebeurd.’
Wat hebben al die gesprekken en trainingen met jezelf gedaan?
‘Dominees zijn meer mensen voor me geworden. Ik ben opgegroeid in een gezinscultuur met veel respect voor ‘zwarte en witte jassen’. De gesprekken met predikanten heb ik dan ook als het meest heftige deel van mijn werk ervaren. Dikwijls werd ik geraakt door hun teleurstellingen en de confrontaties met hun gemeente en met zichzelf. Veel predikanten hoopten bij aanvang op een sterke kerkenraad, als aanvulling op hun eigen tekorten, maar moesten en moeten ontdekken dat ambtsdragers ook niet alles kunnen opvangen. Toch moet je samen leiding zien te geven aan dat ingewikkelde gemeenteproces en moeilijke pastorale situaties.
Ik heb in pastorieën veel eenzaamheid en verlies aan moed en spiritualiteit gezien. Soms denk ik: predikant zijn is een onmogelijk vak…’ ‘Gelukkig ben ik in staat ‘los te laten’ en heb ik ook veel ontvangen. ’t Is heel boeiend om mensen op weg te mogen helpen en te zien hoe dingen gaan groeien, hoe ervaringen op hun plek vallen. Ondanks de vele kijkjes achter de schermen heb ik de kerk als sociale gemeenschap nog steeds hoog en heb ik God hoog! Je mag toch zeggen: ik ben een kind van God, Hij verklaart mij zout en licht en zo is het ook bij de mensen die ik in de kerken mocht ontmoeten. Ik ben altijd op zoek naar het wonder in de ander. Het is mijn gebed dat mensen in de gemeente ook zo naar elkaar zullen kijken.’