Een zoon over zijn vader

1978-10-13
  • Jaargang 22
  • nummer 38
In Beweging stond de toespraak dieds H. Vollenhoven hield in de samenkomst die voorafging aan de begrafenis van zijn vader, Prof. Dr D. H. Th. Vollenhoven. Een gedeelte wordt hier overgenomen:

ZATERDAG 20 mei kregen we bericht, dat voor zijn leven werd gevreesd.
Dinsdag 6 juni is hij in Jezus ontslapen. Hij heeft vrijwel niet geleden en tot de laatste dag bleef hij welgemoed. Toen kwamen de complicaties. Hij besefte te gaan sterven. Daarmee heeft hij het nog wel moeilijk gehad. Hij wist immers dat hij zijn leven niet zelf rechtvaardigen kon. Zo was er de beproeving van zijn geloof: 'Ja, maar het blijft een strijd', vertelde hij ons. Maar zo heeft hij zich ook aan de genade van Jezus Christus toevertrouwd met de woorden: 'en door zijn bloed wordt ons gemoed gereinigd van de zonden'.
Het bleef een poosje stil en toen hoorden we hem zeggen: 'Dan zal ik maar naar binnen gaan' ...

HIERNA bleef zijn geest onrustig, als ging het niet aan, om zo maar heen te gaan. Alsof hij van vele vrienden en geestverwanten nog een woord van afscheid spreken moest, kwam hij wat overeind uit de kussens en zei: Dames en heren, ik dank u voor aller aanwezigheid . " Maar er volgde geen toespraak meer. Hij kon alleen nog zeggen: Broeders, ik ben zo moe, ik kan niet meer ... Bij ons kwam het over als een woord waarmee hij het vaandel voorgoed uit handen gaf.
WAT het sterven betreft - voor de dood heeft hij nooit een goed woord over gehad. Hij hield niet van camouflage. De dood was voor hem de laatste vijand die nog te-niet-gedaan moest worden. Die door Christus eigenlijk al overwonnen wàs. Daarom durfde hij deze vijand ook wel in de ogen te zien.

TOEN ik een jongen was, hoorde ik hem eens zeggen: je kunt pas rustig leven, als je rustig sterven kunt. Het viel me op dat de dood op een bedaarde toon voor hem bespreekbaar was. Ik vroeg hem, of hij tegen het sterven opzag. Hij vertelde me toen, dat er natuurlijk wel eens een eind aan de zonde moest komen. Zo was hij. Hij hield niet van vroom-praterij, had een hekel aan goedkope stichtelijkheid, maar zei bij gelegenheid wel eens een paar vrome woorden, die je je leven niet meer vergat.

OVERIGENS was de dood de inbreuk op het leven. Op een dag als vandaag mag dat er rustig bij gezegd worden. Ook op hoge leeftijd heb ik Vader nooit over een 'natuurlijke dood' horen spreken.
Daarmee wilde hij zich niet laten troosten. Evenmin door de gedachte dat zijn ziel van nature wel onsterfelijk zou zijn. Maar wel vertrouwde hij op begenadiging.
Omdat Jezus hem zou roepen ook uit deze duisternis naar zijn wonderlijk licht.

EEN troost die het denken te boven gaat. Wellicht is hij de laatste uren hiermee nog bezig geweest.
Ineens hoorden we hem duidelijk zeggen (met de woorden van Jezus, Matth. 11: 25 en 26): Ik dank U, Vader, Heer van hemel en aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, maar aan kinderen geopenbaard.

Deze geleerde man was wel zó wijs, dat hij niet op het verstand der verstandigen heeft gebouwd, maar als een kind het Koninkrijk van God verlangde binnen te gaan. En dit dan niet als een plotselinge wending in zijn leven. Ook in de kracht van zijn jaren en de dynamiek van zijn denken hebben velen in hem telkens weer dat kind van God herkend.
Dit was het geheim van zijn leven. Daarin besefte hij zijn verbondenheid met de gemeente, het éne volk van God, dwars door de kerkelijke verdeeldheid heen. Dit geheim heeft hem er ook voor bewaard, dat hij zich zou vertillen aan het gewicht van zijn opdracht en zijn lood-zwaar gevoel van verantwoordelijkheid.
We hebben doorgaans een gezellige jeugd gehad.
Een laatste ernst en milde scherts gingen vaak hand in hand.

TOEN zijn geheugen minder werd, zijn denkkracht afnam en de geleerde in hem op de achtergrond trad, hield hij hierin zichzelf er op voor: op kinderlijke wijze een kind van God te zijn. We hebben hem nooit horen spreken over leven als zelf-verwerkelijking; ook niet over sterven als de laatste fase van zelf-voltooiing. Integendeel; hij ging van ons heen in een onvoltooid tegenwoordige tijd. Zijn eigen leven bleef on-af. De dood heeft het geïnterrumpeerd. Hij wist dat God het voor hem zou volenden: bij de opstanding der doden.

VADER was een man zonder camouflage.
Dit gaf me de moed u op deze vertrouwelijke wijze deelgenoot te maken van allerlei overwegingen die bij me opkwamen op die gedenkwaardige dag, dat Dirk Hendrik Theodoor Vollenhoven door de dood heen mocht gaan om zijn Heiland te ontmoeten.
Nog weer dat woord van Jezus overdenkend, vloeiden enkele eenvoudige zinnen me gisteren uit de pen; regels waarmee ik dit woord mag besluiten:

VOOR UW AANGEZICHT

Spelend in de zon
lopend door weer en wind
schuilend voor de storm
waar hij Uw stilte vindt
zó was hij onder ons,
zoals voor U, een kind.
Hij is tot U gegaan
en blijft door ons bemind.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief