kerknieuws

1978-10-13
  • Jaargang 22
  • nummer 38
Beroepen te Doorn: kand. W. Borgdorff te Utrecht.

Regio Alkmaar-Zaandam - Uit het persverslag van de regiovergadering Alkmaar-Zaandam, gehouden op 20 september 1978: Namens de kerkeraad van Krommenie vraagt ds Veefkind aan de regio of naar haar oordeel de wijze van vergaderen van de Landelijke Vergadering voldoet - wat betreft de methodiek van het vergaderen, kosten daarvan, telkens op een zaterdag of dat eventueel een aaneengesloten vergaderweek wenselijker zou zijn. Een definitief oordeel wordt hierover niet gegeven."
Ds Veefkind vraagt mede namens de kerkeraad van Krommenie of het niet gewenst is, dat er roulering komt in de funktie van 'deputaat voor het begeleidingswerk' . De vergadering geeft in overweging dit in de Raad van advies te bespreken."
"De kerkeraad van Zaanstreek-Centrum vraagt en verkrijgt advies over het afgeven van attestaties - nl. dat attestaties alleen worden afgegeven aan kerken van hetzelfde kerkverband.
Bij overgang naar een ander kerkverband kan een uittreksel uit het kerkelijk register worden afgegeven."

Heemstede - Uit het kort verslag van de op 19-9-'78 gehouden kerkeraadsvergadering: "Naar aanleiding van een door br Schuringa ingebrachte notitie wordt uitvoerig gediscussieerd over het karakter van onze erediensten.
Ds Van Rongen geeft in zijn boek 'Zijn schone dienst' (Goes 1956) als omschrijving van het karakter van de Geref. eredienst, dat de hele eredienst als het ware een gesprek is tussen de God des verbonds en het volk des verbonds, op grond van de verzoening in Jezus Christus.
Binnen dit kader moet al het handelen in een kerkdienst staan. De raad kan zich in deze omschrijving vinden.
De discussie spitst zich toe op de vraag of en in hoeverre het musiceren, anders dan ter begeleiding van het zingen, daarin past. De raad komt tenslotte tot de conclusie, dat het musiceren in een eredienst niet in strijd behoeft te komen met de gegeven omschrijving, tenzij het daarin een zelfstandige functie gaat vervullen. Disputabel blijft, wanneer dat het geval is. De raad heeft geen bezwaar tegen het maken van muziek onder het kollekteren en bij het rondgaan van het brood en de wijn bij het H.A., mits daarbij de dienst der offerande en de bediening van het sacrament primair blijft en de muziek daaraan geen afbreuk doet."

Prof. dr H.J. Jager - Op 14 oktober is het 50 jaar geleden dat Prof. Jager als predikant van de gemeente van Jutrijp-Hommerts werd bevestigd.
Elders in dit blad wordt aandacht aan dit jubileum geschonken.

ds J. O. Mulder - De emeritus-predikant van Kampen ds J. O. Mulder is vandaag (13 oktober) 75 jaar geworden.


PERSVERSLAG van de 7e zitting van de Landelijke Vergadering van afgevaardigden van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt buiten verband), gehouden op 30 september '78 in het vergadergebouw achter de Gereformeerde kerk te Wezep.

De preases, ds Goris, opent de vergadering.
Hij laat zingen Ps. 85: 3, leest Ps. 85 en gaat voor in gebed.
Hij heet de afgevaardigden en belangstellenden welkom. Blijkens de presentielijst zijn niet alle regio's door 4 afgevaardigden vertegenwoordigd.
Enkele afgevaardigden zijn vervangen door secundi of tertii, anderen zijn verhinderd zonder dat een plaatsvervanger aanwezig is. De Acta van de 4e en 5e zitting worden ongewijzigd vastgesteld.
De praeses stelt het rapport aan de orde van de commissie-Van Atten c.s. inzake de manier waarop de behandeling van de art. 1-30 van het Akkoord van kerkelijk samenleven door de Landelijke Vergadering van 1980 moet worden voorbereid.
Ds Van Atten geeft een toelichting op het rapport. Volgens de commissie zijn deze artikelen gereed voor behandeling door de volgende L.V.: het ontwerp is in de kerken behandeld, en de Commissie Funktionering Kerkverband I heeft de reakties en wijzigingsvoorstellen uit de kerken beoordeeld en, voorzover nodig en gewenst, verwerkt. Deze procedure behoeft niet herhaald te worden. Wel meent de commissie, dat, doordat deze procedure al 4-6 jaar geleden heeft plaatsgevonden, een en ander bij de kerken dieis weggezakt, en veel kerken de tekst van de artikelen en de toelichting misschien niet eens meer hebben. Daarom moet de L.V. zorgen dat de rapporten van de CFK I met de art. 1-30 opnieuw bij de kerken komen.
Volgens de commissie moet de L.V. van 1980 de artikelen toetsen aan 3 criteria, t.w. overeenstemming met de Schrift, noodzaak en wenselijkheid, en aansluiting bij de DKO in verband met kontakten met andere kerken.
De CFK I, die deze artikelen heeft opgesteld, kan volgens de commissie niet weer in het leven worden geroepen, terwijl de CFK II een beperkte opdracht had ten aanzien van de art.
31-40. De commissie stelt zich voor, dat de L.V. van 1980 dan ook uit eigen midden een commissie zal benoemen om de ter vergadering gemaakte opmerkingen te verwerken.
Aan de bespreking in twee rondes wordt deelgenomen door de brs. ds Bakker, De Boer, ds Versluis, ds Van der Kwast, Bosman, ds Van Tongeren, ds Moggré en ds Janse.
Enkele afgevaardigden waarschuwen, dat de kerken nu niet de gehele procedure van 1972-1974 moeten gaan herhalen en niet weer een groot aantal wijzigingsvoorstellen moeten indienen.
Zij zijn van mening dat de zaak voldoende is doorgesproken in de kerken.
Andere sprekers vragen zich af, of toch de huidige L.V. in deze zaak geen principe-besluit kan nemen, nu de commissie-Van Atten c.s. meent dat de artikelen gereed zijn voor behandeling.
Het gaat hierin om onderwerpen van het grootste gewicht, die niet zolang mogen wachten, stellen zij.
In zijn beantwoording spreekt ook ds Van Atten namens de commissie de wens uit, dat de kerken het werk dat in de loop der jaren rond deze artikelen al verricht is niet gaan overdoen.
Hij hoopt dat de regionale vergaderingen eventuele amendementen zullen doorspreken. Behandeling van de art. 1-30 door déze L.V. blijft hij onmogelijk vinden: het zou een te grote aanslag betekenen op mankracht en tijd. Bovendien komen er heel wat onderwerpen in aan de orde, over de uitwerking waarvan veel vragen te stellen zijn, waarschuwt hij.
Op voorstel van ds Janse wordt met algemene stemmen besloten het commissievoorstel te aanvaarden en de commissie-Van Atten c.s. opdracht te geven om de rapporten inzake art. 1-30 te laten herdrukken en aan de kerken toe te zenden. De commissie zal daarbij een dringend beroep doen op de kerken om niet opnieuw een groot aantal amendementen in te dienen, maar de voorbereiding van de behandeling in 1980 vooral via de regio's te doen plaatsvinden.
Vervolgens stelt de praeses het voorstel van de regio Harderwijk inzake de vrouw in het ambt aan de orde.
Deze regio stelt de vergadering voor, het volgende te besluiten: "De Gereformeerde kerken (vrijgemaakt buiten verband), in Landelijke Vergadering bijeen te Wezep, konstateren, dat in de kerken gewichtige vragen rond "de vrouw . in het ambt" blijken te leven, en dat hier en daar de praktijk dienaangaande bezig is te veranderen.
Zij besluiten daarom een aantal broeders, die wijs zijn in de Schriften, te verzoeken, om de kerken te dienen met een antwoord op de vraag, of Gods Woord de kerken inderdaad de vrijheid laat het ambt van ouderling of diaken door zusters der gemeente te laten bekleden.
Zij vragen de kerken om in afwachting van dit antwoord beslissingen tot openstelling van deze ambten voor zusters der gemeente op te schorten, en niet over te gaan tot (verdere) verkiezing en benoeming van vrouwelijke gemeenteleden in deze ambten."
Namens de regio Harderwijk licht br. De Boer het voorstel toe. Er liggen 4 overwegingen aan ten grondslag: 1) de materie is dermate moeilijk, dat we elkaars wijsheid en inzicht in de Schrift nodig hebben om tot een goed verstaan van Gods Woord in dezen te komen; 2) de kwestie van de vrouw in het ambt raakt nauw aan de zaak van het Schriftgezag, van het omgaan met en het gebruik van de Schrift; 3) een verandering in de praktijk van vele eeuwen is een ingrijpende zaak, waarover we met e1káár moeten nadenken; 4) de geschiedenis in binnenen buitenland laat zien dat de eenheid der kerk door -toelating van de vrouw in het ambt gemakkelijk in gevaar wordt gebracht.
Om deze 4 redenen is volgens de regio Harderwijk gezamenlijke bezinning op dit onderwerp dringend noodzakelijk.
Volgens br De Boer ligt dat ook in de lijn van het onderwijs van Paulus aan de gemeente van Corinthe, en vloeit dat ook voort uit de Preambule en art. 31 van het Akkoord van kerkelijk samenleven.
Daarom ook moeten individuele kerken in deze zaak niet zelfstandig tot een andere praktijk overgaan.
Aan de bespreking die in 3 rondes plaatsvindt wordt deelgenomen door ds brs. ds Doornbos, ds Moggré, Buitenhuis, ds Van Keulen, ds Stuy, ds Van Tongeren, ds Van Ommen, ds Visser, ds Van der Kwast, ds Blokhuis, ds Bakker, ds Van Oene, ds Van Atten, ds Strating, Bosman, ds Veefkind en ds Janse.
De meesten van hen zeggen huiverig te staan tegenover het voorstel van de regio Harderwijk.
Veel sprekers vinden de wég die de regio bewandelt onjuist. Niet deze regio moet deze zaak aan de orde stellen, maar de kerken die het ambt openstelden voor vrouwelijke gemeenteleden hadden dat moeten doen.
Zij moeten met argumenten vanuit de Schrift aantonen dat de totnogtoe gevolgde praktijk verkeerd is in plaats van - zoals in één geval gebeurd is - de bewijslast om te keren. Het feit dat ze dat niet doen en de zusterkerken in het land passeren, logenstraft de harde noodzaak dat het ambt voor de vrouw moet worden opengesteld.
Als de L.V. de weg gaat die Harderwijk wijst, past ze zich aan bij deze verkeerde praktijk, zo benadrukken deze sprekers.
We maken dan bovendien dezelfde fout als de synode van 1936, die van bovenaf ingreep en naar aanleiding van diskussies in de pers opdracht gaf tot het toetsen van bepaalde afwijkende menningen, vinden zij. Andere afgevaardigden wijzen de vergelijking met 1936 af: het zijn hier niet twee predikanten die ter vergadering met een voorstel komen, maar een hele regio doet dit verzoek langs de juiste kerkelijke weg. Het gaat volgens hen ook niet om een onderwerp uit de kerkelijke pers, maar om ingrijpende beslissingen die zijn genomen.
Zij vinden dan ook dat de zaak korrekt op de L.V. aan de orde is gesteld.
Enkele sprekers wijzen erop, dat niet de materie van de vrouw in het ambt aan de orde is, maar de vraag, hoe we als zusterkerken met elkaar omgaan.
Tot het instellen van een commissie op het eerste te bestuderen is de L.V. niet bevoegd, tot een uitspraak over het laatste wèl, vinden zij. De vrijheid in Christus verplicht de kerken in een dergelijke zaak met de anderen rekening te houden en weerhoudt van het gaan van eigen wegen. Vanuit de Preambule moeten we vooral dáárop wijzen: dat kerken zulke beslissingen niet op eigen houtje nemen. De brs. Van Tongeren en Van Ommen dienen een voorstel in, om een appèl in deze geest op de kerken te doen.
De noodzaak om in deze kwestie niet buiten de zusterkerken om stappen te ondernemen klemt temeer, zo stellen enkele afgevaardigden, omdat het niet om middelmatige zaken gaat waarin we elkaar vrij mogen laten (zoals in bepaalde liturgische zaken), maar om het gezag van de Schrift dat in geding is. Ook al willen de kerken in kwestie het Schriftgezag niet ondergraven, toch is het gevaar aanwezig dat dat wèl gebeurt. Andere sprekers ontkennen dat: de kerken in kwestie zijn er in het geloof mee bezig en tasten het Schriftgezag niet aan; het gaat om een verschil in Schriftverklaring, en niet over het Schriftgezag. Zij betreuren het dat dit in de diskussie wordt ingebracht.
Tegen het instellen van een commissie voor dit onderwerp worden nog andere bezwaren ingebracht. Op deze manier is de weg vrij voor het instellen van studiecommissies voor tal van andere onderwerpen die in diskussie zijn, vrezen enkele sprekers.
We gaan dan de kant op van de Hervormde kerk met een synode als opperherder over de kerken. Diverse afgevaardigden pleiten ervoor om de meningsvorming over dit onderwerp in de kerken voorlopig rustig te laten doorgaan. Volgens hen is deze zaak nog lang niet rijp voor een kerkelijke beslissing. Bovendien: wat te doen als de commissie met een meerder- en een minderheidsrapport komt? Moet dan de L.V. de knoop doorhakken en voor alle kerken de beslissing nemen, ook voor kerken waar deze zaak niet leeft? Enkele sprekers vinden het onjuist dat het voorstel van Harderwijk niet zegt, dat de commissie aan de volgende L.V. moet rapporteren.
Een rechtstreeks advies aan de kerken achten zij verkeerd.
Anderen zijn van mening dat het voorstel tot instelling van een commissie het onderwerp in kwestie in feite minimaliseert en disputabel stelt. Een studie-opdracht suggereert dat de kerken de zaak ter duscussie mogen stellen, en een verzoek aan de kerken om beslissingen op te schorten heeft dan maar weinig kracht.
De L.V. is niet alleen onbevoegd tot het instellen van een commissie, maar het is ook onnodig, aldus enkele afgevaardigden.
De regio Harderwijk kan toch zelf een commissie benoemen.
Bovendien had de regio zich eerst zelf tot de kerken in kwestie moeten richten. Omdat niet is gebleken dat de regio deze zaak zelf niet kon afhandelen, hoort dit naar art. 32 van het Akkoord van kerkelijk samenleven volgens hen niet op de L.V. thuis.
Eén der afgevaardigden vindt, dat het voorstel van Harderwijk het paard achter de wagen spant. Met de aanvaarding van art. 34 heeft de L.V. de deur opengezet voor het openstellen van het ambt voor de vrouw, wanneer een gemeente dat tot haar heil acht, vindt hij.
Enkele sprekers steunen het voorstel van de regio Harderwijk. Landelijke bezinning is gewenst; deze zaak mag niet per kerk of regio worden beslist, maar raakt de kerken in het gemeen, vinden zij. Zij vrezen dat de kerken anders uit elkaar groeien. Andere afgevaardigden zijn van oordeel, dat het hoog tijd wordt om dit onderwerp diepgaand te bestuderen; privé komt niemand eraan toe. Als we het nu voor ons uitschuiven, lopen we straks achter de feiten aan, vrezen zij.
In zijn beantwoording namens de regio Harderwijkeveneens in 3 rondes - ontkent br De Boer dat de zaak van de vrouw in het ambt op een verkeerde manier aan de orde is gesteld. Het had inderdaad op de weg van de kerken in kwestie gelegen om de zaak op de L.V. te brengen, maar het feit ligt er nu eenmaal dat ze dat niet gedaan hebben en dat ook in de toekomst niet van plan lijken.
Moeten we dan in een cirkel ronddraaien en zeggen: zolang deze kerken niets doen, doen wij ook niets.
Bovendien, aldus br De Boer, wéten we waarom deze kerken de zaak niet aan de L.V. voorleggen: ze zijn er nI. van overtuigd dat de kwestie van de vrouw in het ambt behoort tot de vrijheid van Christus' gemeente. Als we een appèl op de kerken doen om beslissingen in deze zaak aan het oordeel van de zusterkerken in het land te onderwerpen, dan moeten we er tegelijk blijk van geven te beseffen waar het bij deze kerken op vast zit, aldus br De Boer. We moeten tegelijkertijd de bereidheid tonen om het antwoord dat deze kerken op ons appèl geven - nl. dit valt binnen onze crristelijke vrijheid - via een commissie bij het licht van Gods Woord te onderzoeken. Alleen tegen die achtergrond, waarmee we het hart van de zaak raken, kunnen we Z.i. een krachtig appèl op de kerken doen.
Met het ontbreken daarvan in het voorstel-Van Tongeren-Van Ommen heeft hij dan ook grote moeite.
Volgens br De Boer heeft de bespreking ter vergadering over het Schriftgezag hem gesterkt in de overtuiging, dat juist over de vraag of deze kwestie nu wel of niet binnen onze christelijke vrijheid valt, verschillend wordt gedacht. Overigens beklemtoont hij dat het voor de regio Harderwijk buiten diskussie staat, dat de voorstanders van de vrouw in het ambt trouw willen zijn aan de Schrift en zich aan het gezag van de Schrift willen onderwerpen. Maar het feit dat in het verleden zowel voorals tegenstanders het Schriftgezag rond dit onderwerp in stelling hebben gebracht, moet z.i. toch tot voorzichtigheid manen. En wie zal ontkennen dat rond de vrouw in het ambt belangrijke vragen inzake het gebruik van de Schrift en tijdgebondenheid van bepaalde Schriftgedeelten aan de orde zijn?
Een vergelijking met de gang van zaken in 1936 wijst br De Boer af. Er is geen sprake van ingrijpen van bovenaf: de zaak komt nu legitiem vanuit de kerken aan de orde. De vrees dat de kerken met een studiecommissie de Hervormde kant opgaan deelt hij niet. Niemand peinst er z.i. over om zaken als abortus, homofilie en euthanasie aan de orde te gaan stellen; bovendien zijn dat geen kerkelijke zaken. De regio Harderwijk wil geen synodaal machtwoord in deze zaak, maar pleit voor gezamenlijke bezinning en het gebruikmaken van elkaars wijsheid.
Ook behoeft er volgens hem geen vrees te bestaan dat op deze manier alle kerken zich met de vrouw in het ambt moeten gaan bezighouden: de vraag die Harderwijk stelt is niet: "Moet het? Is het een verplichting voor alle kerken?", maar: "Mag het?
Staat het in de vrijheid der kerken?"
Br De Boer waarschuwt dat de zaak in 1980 toch aan de orde komt, wanneer de L.V. de art. 1-30 van het Akkoord van kerkelijk samenleven moest vaststellen, incI. de artikelen over de ambten. Als nu geen commissie wordt ingesteld, krijgen we in 1980 de hele discussie op de L.V., met inbegrip van de ingewikkelde vragen rond de exegese van allerlei Schriftplaatsen. Z.i. hoort dat niet allereerst op een L.V. thuis, maar in een studiecommisie.
Op de opmerkingen; dat Harderwijk zelf de zaak ter hand had moeten nemen, antwoordt br De Boer, dat de kerken in de regio niet de mening zijn toegedaan dat zij zelf voldoende inzicht hebben om het beslissende woord in deze moeilijke materie te spreken; we hebben als kerken in het land elkaar daarvoor nodig, vindt hij.

Bovendien vindt de regio dat dit onderwerp als een zaak van kerkregering de kerken in het gemeen aangaat.
Br De Boer verklaart zich bereid een eventueel appèl op de kerken krachtiger te formuleren in de geest van het voorstel-Van Tongeren-Van Ommen.
In dat appèl moet het niet alleen gaan om de kerken die al beslissingen in deze zaak genomen hebben, maar het moet zich richten tot alle kerken, omdat alle kerken ermee te maken kunnen krijgen, vindt hij.
Nadat de praeses de bespreking heeft gesloten, vindt de stemming plaats.
Met 8 stemmen tegen, bij 7 onthoudingen verklaart de vergadering het voorstel van de regio Harderwijk ontvankelijk.
Het voorstel tot instelling van een commissie wordt verworpen met 16 stemmen voor, 18 tegen, bij 6 onthoudingen.
Het voorstel om een appèl op de kerken te doen uitgaan wordt aanvaard met 24 stemmen voor, 9 tegen bij 9 onthoudingen.
De afgevaardigden van de regio Harderwijk en de brs Van Tongeren en Van Ommen zullen proberen hun voorstellen op dit punt te combineren en de volgende vergadering de tekst van een appèl voor te leggen.

De praeses deelt mee, dat het moderamen gaarne verneemt welke kerk als roepende kerk voor de L.V. van 1980 wiloptreden.
De volgende zittingen van de L.V. zullen D.V. plaatsvinden op 28 oktober en 25 november.
Nadat br De Boer is voorgegaan in dankgebed sluit de praeses de vergadering.

A. P. de Boer, 2e scriba

ADRESSEN

Middelburg - De scriba van de kerk van Middelburg (W. M. Riemens) woont thans: Ooststraat 2, Middelburg.

Loosdrecht - Het scriba at van de kerk van Loosdrecht is nu in handen van N. Bottelier, Joh. Huslaan 18, 1216 RB Hilversum, tel. 035-14215.

Marknesse - Preekvoorziening is gewijzigd in: W. H. van Helden, Zwartmeerpad 20, Kraggenburg.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief