Gods gastvrije hart
2012-10-26
Wij gelóven de kerk als Christus’ lichaam op aarde, en zíen een gebouw, een groep mensen, een instituut. De binding daaraan wordt in onze tijd door allerlei oorzaken steeds losser en vluchtiger.- Jaargang 56
- nummer 21
Vier redacteurs van Opbouw en De Reformatie beschrijven in dit artikel hun motivatie om de gezamenlijke Special dit jaar te wijden aan het thema: de kerk.
De kerk daagt mij elke keer weer uit om na te denken over wat nu echt wezenlijk is.
Een paar jaar na ons trouwen kregen we iets heel bijzonders: het trouwservies van de grootouders van mijn geliefde uit 1938. Een paar keer was er iets gebroken in de ruim 50 jaar dat het in hun kast had gestaan. En toen kregen wij het… Natuurlijk waren we er erg zuinig op. Ik durfde het niet uit te lenen als we op Tweede Kerstdag in de kerk een gratis kerstmaaltijd vierden.
Gemeenteleden kunnen dan een tafel adopteren en die dekken, versieren en na afloop het vuile servies weer meenemen. Stel dat er iets zou breken? Tot ik een boek las over de radicaliteit van de opoffering van onze Heer. Middenin de zomer besloot ik: deze Kerst eten zes gasten in onze kerk van de borden van opa en oma Burger. Als ze érgens mogen breken, dan toch op deze avond! Wat een prachtig moment om de vuile borden weer mee te nemen en thuis voorzichtig af te wassen. De kerk met haar gastvrije maaltijd daagde me uit de waarde van dit servies anders te definiëren.
Een tijd geleden bezocht ik een gemeente waar avondmaal gevierd werd. Dat wist ik niet van tevoren en ik kwam op het laatste moment binnen, zonder briefje. Om me heen zaten familieleden die geen lid zijn van de GKv, maar die ik als gelovigen zeer hoog acht en liefheb. We waren in de dienst aanwezig, maar werden niet uitgenodigd en konden de maaltijd van de Heer niet daadwerkelijk meevieren. Het raakte mij heel diep om daar te zitten en toe te kijken naar de viering van het heil in Christus. Ook hier daagt de kerk mij uit: wat is nu echt wezenlijk? Zijn dat de regels van de kerk rondom de viering van het avondmaal, of is het iets anders, het delen van het geloof in onze Heer, los van kerkmuren?
Nu kan dit een simpele tegenstelling lijken: borden die bij een gastvrije maaltijd mogen sneuvelen en regels die een gastvrije maaltijd in de weg staan. Voor mij zijn het veelbetekenende momenten. Als ik in één woord zou mogen zeggen wie God is, zou dat waarschijnlijk het woord ‘gastvrij’ zijn. Gods hart is gastvrij en dienstbaar: kijk maar naar onze Heer Jezus Christus.
Het kan maar zo dat ik mezelf hiermee typeer als typische dertiger in de GKv: moe van regels en een beetje doorgeschoten naar de andere kant.
Dat is dan vast ook de reden dat ik nog steeds in die GKv zit: ik ben eraan verbonden, op allerlei manieren.
Ik wil me ook laten uitdagen door deze vreemde kerk met die merkwaardige geschiedenis.
Ik wil me laten uitdagen door al die mensen die net zo raar zijn als ik zelf: kom ik voor hen uit mijn comfortabele plekje? Durf ik me kwetsbaar op te stellen in een omgeving die misschien niet altijd veilig voelt? Probeer ik hen elke keer weer te bereiken met die levensveranderende liefde van God zelf ? Zoek ik ook elke keer weer de kracht bij Jezus zelf en niet bij de kerk, die maar een uitingsvorm is?
De kerk daagt mij uit om elke keer weer bij de gastvrijheid van Gods hart uit te komen. Bij de opofferende dienstbaarheid van onze Heer Jezus Christus.
En… gelukkig! bij de Geest die overal kan waaien en vrijheid kan brengen.
Ik hoop dat u dit nummer van Opbouw en De Reformatie net zo uitdagend vindt als de kerk zelf; laat u uitdagen door de vraag wat nu echt wezenlijk is.
Janneke Burger-Niemeijer is coördinator AKZ+, lid van de GKv van Franeker-Sexbierum en redacteur van De Reformatie.