Een kerk die tegenvalt – en haar Heer
2012-10-26
Wij gelóven de kerk als Christus’ lichaam op aarde, en zíen een gebouw, een groep mensen, een instituut. De binding daaraan wordt in onze tijd door allerlei oorzaken steeds losser en vluchtiger.- Jaargang 56
- nummer 21
Vier redacteurs van Opbouw en De Reformatie beschrijven in dit artikel hun motivatie om de gezamenlijke Special dit jaar te wijden aan het thema: de kerk.
Wanneer ik ga schrijven over de kerk, doe ik dat vanuit drie perspectieven of rollen. Allereerst ben ik zelf lid van een kerk. Al in mijn late studententijd en aan het begin van mijn periode als promotiestudent in Kampen hield ik mij bezig met het thema: hoe ga ik om met een kerk die tegenvalt? Want dat doet de kerk, zeker als je vol idealen en dromen zit en toewerkt naar een eigen actieve rol in die kerken. Zoiets is niet alleen onvermijdelijk, maar ook buitengewoon leerzaam. Tenminste, als je een weg vindt om werkelijk in geloof om te gaan met een kerk die tegenvalt. Dan is de kerk niet meer dan één van de onderdelen van het lijden van de huidige tijd waar God zelf zijn toekomst tegenover zet - God die ons tegelijkertijd toezegt dat wij nu al mogen delen in de luister van Jezus Christus (Rom. 8). Ondertussen valt de kerk nog steeds tegen.
De andere rol is die van voorganger, catecheet en pastor. Ik heb het als een voorrecht ervaren om in allerlei gesprekken, preken en lessen iets van de theologische noodzaak over te dragen om te zoeken naar een antwoord op de vraag: hoe ga jij om met een kerk die tegenvalt? Het is een bijzonder mooie ervaring om dit zoeken en tasten, dit huilen, rouwen en ergeren te verbinden met God zelf en zijn liefde voor mensen. Het hele leven krijgt ruimte en kracht, en de kerk blijkt juist in dergelijke ontmoetingen een plaats waar inderdaad alleen het kruis van Jezus Christus kan zegevieren. Dwaasheid wordt – wonderlijke ruil! – wijsheid die mensen samenbrengt en samenbindt bij de maaltijd. Ondertussen valt de kerk nog steeds tegen.
De derde rol is die van praktisch theoloog. De kerk is onderwerp van theorieën, onderzoek, data, modellen en schema’s. Het gaat ineens over ecclesiologie in plaats van kerkleer. Wetenschappelijke afstand betekent ergens ook: ik moet mijzelf en mijn ervaringen terugtrekken. Verhalen uit de geschiedenis van de kerk, van mijn eigen kerkverband, maar ook van heel vroeger geven diepere en genuanceerdere inzichten. De kerk – dat is in mijn dagelijks werk veel meer en breder dan de GKv, en tegelijk is de kerk die ene plaatselijke gemeente, en tegelijk is zij juist heel sterk de GKv.
De kerk is in ieder geval zo veel meer dan alleen mijn ervaringen. Ondertussen valt de kerk nog steeds tegen.
Een themanummer van Opbouw en De Reformatie over de kerk roept een spanning op die ik in elk van de drie rollen ervaar. GKv en NGK – dan zit je middenin de vraag: is de kerk de Kerk, of de plaatselijk goede contacten tussen gemeentes, of de landelijk nog steeds ingewikkelde verhouding tussen kerkverbanden?
Gaat dit nummer niet over persoonlijke problemen en geschiedenissen waar juist déze twee bladen zelf de mooie én pijnlijke vruchten van zijn? Gaat dit nummer niet over mijn eigen grootvader, ooms en tantes, neven en nichten? Ondertussen valt de kerk nog steeds tegen.
Als kerklid, predikant en praktisch theoloog merk ik nog iets anders op.
Dit nummer is er gekomen – en hoewel de inhoud veel stof tot nadenken geeft, ervaar ik dit nummer voor alles als een wonderlijk staaltje van Gods genade.
Ondertussen houdt God van zijn kerk.
Hans Schaeffer is postdoc onderzoeker aan de TU in Kampen en redacteur van De Reformatie.