Koningskinderen

2012-10-26
  • Jaargang 56
  • nummer 21
Student Klaas staat in de deuropening van mijn werkkamer op de Evangelische Hogeschool. ‘Mag ik u iets vragen?’ begint hij voorzichtig. ‘Als u niet in gesprek bent of in vergadering of zo, zie ik u heel vaak achter uw computer zitten. Misschien een gekke vraag, maar eh … doet u dan ook wel eens een spelletje?’

Ogenschijnlijk zijn de belevingswerelden van volwassenen en jongeren steeds verder uit elkaar komen te liggen. Er wordt veel geschreven en gesproken over kinderen en jongeren in relatie tot de cultuur waarin zij leven, en wat de uitwerking daarvan is op hun ontwikkeling. Er zijn de afgelopen jaren allerlei onderzoeken gedaan op dat gebied.
Het beeld dat daaruit voortkomt, is niet al te rooskleurig. Op mijn bureau liggen boeken met titels als: De jeugd is tegenwoordig sociaal, eenzaam, lui, cool, braaf, slim, rebels en … vul maar in, en De terugkeer van het gezag – waarom kinderen niets meer leren.
Wat we om ons heen zien, stemt niet hoopvol. Maar het is mijn overtuiging dat we daar niet in moeten blijven hangen.
Er is zo veel meer. Misschien biedt deze tijd wel meer dan ooit kansen om jongeren te bereiken.
Hoe komt het dat de jongeren in de kerk, en misschien ook wel veel volwassenen, zo weinig lijken te beseffen dat zij unieke Koningskinderen zijn? Hoe komt het dat ze heel sterk de drang in zich lijken te hebben om mee te kleuren met wat iedereen doet?

Acute richtingloosheid
De ontwikkelingen in de jongerencultuur gaan sneller dan ooit. ‘Soms denk je ze in beeld te hebben, en dan verschieten ze alweer van kleur,’ verzuchtte iemand. Wat bij veel jongeren opvalt, is hun excessieve mediagebruik.
Jongeren zijn onafscheidelijk van hun mobieltje, besteden ook heel veel geld aan telefoneren en sms-verkeer; laatst hoorde ik van een jongen die daar ruim € 200,- per maand aan besteedt.
Verder is hun computer in veel gevallen hun beste vriend. Het Nederlandse Jeugdinstituut meldde in 2010 dat jongeren tussen de 13 en 16 jaar gemiddeld zo’n 315 minuten per dag gebruik maken van media, en voor jongeren tussen de 17 en 19 jaar is dat 220 minuten per dag. Een onderzoek uit 2011 concludeert dat jongeren tussen de 13 en 19 jaar aan internet, televisie en radio elk circa twee uur per dag besteden – in totaal dus zo’n zes uur per dag. Zo kom je aan een aardige werkweek… Maar we zien meer. Jongeren lijken soms onbereikbaar te zijn, ze zijn moe, onzeker, ze lijken ongemotiveerd en velen hebben disciplineproblemen.
Voor veel jongeren is hun uiterlijk erg belangrijk, zij hebben concentratieproblemen en in een wereld waarin iedereen 24 uur per dag bereikbaar is, zijn velen van hen desondanks eenzaam.
Tieners lopen te worstelen met hun identiteit en de onzekerheid daarover maakt dat zij maar doen wat iedereen doet. Zij hebben last van het ‘doen-watiedereen-
doet-syndroom’ zoals ik dat tegenwoordig noem.
Veel twintigers zijn verdwaald. Velen hebben hun studie niet afgemaakt, hebben geen werk, weten niet wat zij willen. Zij missen richting, houvast, gezag en continuïteit en niemand lijkt het hun te kunnen geven. En daarnaast hebben we nog de dertigers die last hebben van hun dertigersdip of die dolen als gevolg van existentiële verwarring en acute richtingloosheid.
Wat is er toch aan de hand? Wat ik hier beschrijf, zijn symptomen van iets wat veel dieper ligt. Maar wat is dat dan?
Voordat ik daar op inga, is het goed om de zaak ook van de andere kant te bekijken. Wat zien jongeren en wat maken zij mee? Wat zijn hun behoeften en wat hebben zij nodig om een evenwichtig, weerbaar en gelovig volwassen mens te worden?

Behoeften
Jongeren verlangen naar liefde en geborgenheid. Zij worden echter geconfronteerd met veel gebrokenheid in relaties. Te veel relaties blijven daarnaast vaak steken op het niveau van de functionaliteit, ook in de kerk en op de scholen. Maar wat is liefhebben nu werkelijk en hoe geven volwassenen dat vorm in woord en daad, in welke relatie zij ook tot jongeren staan?
Jongeren verlangen naar voorbeelden en identificatiefiguren. Maar als ik hen bevraag hoeveel volwassenen ook werkelijk inspirerende mensen voor hen zijn, wil het nog wel eens stil blijven. Het is maar de vraag of volwassenen voldoende bereid en beschikbaar zijn om bewust te investeren in jonge mensen. Misschien moet ik het nog scherper formuleren: ik betwijfel soms of er wel voldoende aansprekende volwassenen zijn. Ook volwassenen kunnen maar al te gemakkelijk meedoen met de stroom van wat iedereen doet en blijven steken op het niveau van de oppervlakkigheid, de buitenkant of de regels, druk zijn met hoe het hoort in plaats van hoe het werkelijk is. Daar kiezen ze niet altijd bewust voor, maar het kan zo gemakkelijk langzaam maar zeker de omgangsstijl binnensluipen en bepalen.
Jongeren verlangen naar geestelijk welzijn. Dat is het diepste verlangen dat God zelf in hen gelegd heeft. Brengen wij de jongeren die aan ons zijn toevertrouwd ook werkelijk bij de Heer Jezus?
Hoe zichtbaar is dat voor hen, hoe open zijn we daarover? Is ons eigen verlangen naar God tastbaar aanwezig of zijn we druk doende met het overdragen van een overtuiging?
Jongeren hebben behoefte aan zuiverheid en reinheid. Ze zijn echter opgezadeld met media vol seks en geweld; daar is geen ontkomen aan. Uit allerlei onderzoeken blijkt dat de meerderheid van jongeren met een (orthodoxe) kerkelijke achtergrond alles tot zich neemt wat deze wereld te bieden heeft.
Laat ik mogen benadrukken dat jongeren ook behoefte hebben aan bescherming van hun jonge hart. Helaas worden ze al veel te vroeg geconfronteerd met de problemen van en in de volwassen wereld; ook daar is geen ontkomen aan. Of het nu gaat om de relatieproblemen van hun ouders, de rampen in deze wereld, de crises waar wij mee te maken hebben: het is hun allemaal bekend.
Als laatste noem ik de behoefte van jongeren aan nabijheid, intimiteit, aan relaties met diepgang. Maar zij zitten opgesloten in social media en zij weten niet meer zo goed hoe het anders kan.

Verlangen
Dat wat we bij jongeren zien in hun gedrag is een symptoom van iets wat veel dieper ligt. Wat we zien is onmacht en geen onwil. Onder misschien wel uiterlijke onverschilligheid zit verlangen. De kern waar het bij jongeren om gaat is hun verlangen naar nabijheid, bescherming, verbondenheid en perspectief.
Zij zoeken naar hulp en ondersteuning om een weg te vinden in het leven en zicht te krijgen op de eigen identiteit, op de mogelijkheden die God in hen gelegd heeft. Zij willen weten wat een leven met God inhoudt en zij verlangen naar volwassenen die dat kunnen laten zien allemaal. Jongeren hebben moeite met zelfontplooiing in een geïndividualiseerde wereld die doorgeschoten is in vrijblijvendheid – benauwende vrijblijvendheid.
Er is geen bescherming in een wereld die alles maar goed vindt.

Bezieling
Jongeren zitten niet te wachten op clichés over hoe het hoort, maar snakken naar volwassenen die het leven laten zien zoals God het bedoeld heeft. Dat mag natuurlijk allereerst in de gezinnen gebeuren, maar de kerk is ook de plaats bij uitstek waar ruimte is voor de ontmoeting tussen de generaties en binnen generaties samen met de Heer God. Juist in de kerk mag er gesproken worden van hoop en perspectief en is er ruimte om levenswijsheid over te dragen, in plaats van deze te versmallen tot informatie die je wel op Google kunt vinden. De kerk zou de plaats moeten zijn waar jongeren zich gekend en bemind weten, waar zij ook de veiligheid ervaren om de vragen te stellen die hen bezighouden. In de kerk moeten niet de geestelijke keurmeesters optreden die jongeren de maat nemen, maar zijn idealiter geestelijk rijpe en levendige volwassenen aanwezig die met ontferming bewogen zijn en die bij jongeren het verlangen naar God weten op te wekken. Het gaat om het hart en de bezieling; dan is er veel mogelijk.
Thomas a Kempis zei: ‘Wie veel liefheeft, bewerkstelligt veel.’ Misschien helpt de volgende vraag wel: behoort u tot die categorie mensen die jongeren nooit meer zullen vergeten?
Niet omdat u een karikatuur van uzelf gemaakt hebt, maar omdat u echtheid en doorleefde godsvrucht hebt laten zien en omdat u in staat bent om werkelijke verbinding te maken met jongeren?
Het is belangrijk dat jongeren in de gemeente echt gekend zijn. Dat betekent dat er meer is dan aandacht voor groepen en programma’s, commissies en beleidsplannen. Werkelijke verbondenheid tussen generaties door middel van warme relaties is enorm belangrijk.
Vormen we echt een gemeenschap van heiligen?
Dan is ook noodzakelijk dat er duidelijkheid is over welke thema’s doorleefd moeten zijn op weg naar geestelijke volwassenheid. Dat kan dan niet blijven steken bij de onderwerpen geloof en bekering (hoe belangrijk ook), of nog erger: slechts bij kennis. Personen die geestelijk leiding hebben te geven, dienen ook echt de thema’s die jongeren bezighouden te kennen. Ze moeten die bespreekbaar durven maken. Misschien moet ik het nog anders formuleren en de vraag stellen: zijn er voor jongeren eigenlijk wel geestelijke leiders zichtbaar in de kerk?
Een andere belangrijke kwestie is de vraag hoe de kerk eraan kan bijdragen dat de ouders hun geloof levend houden, zodat zij het kunnen overdragen aan hun kinderen.

Ontmoeten
Mensen die verlangen, komen in beweging. Volwassenen die verlangen, kunnen dat ook bij jongeren opwekken.
Daarom sluit ik af met een uitspraak van Augustinus: ‘De meeste mensen lijken op wat zij liefhebben.’ Wat zien jongeren als zij naar ons kijken?
Het is mijn diepe wens dat jongeren en volwassen in de kerk elkaar vinden en ontmoeten in hetzelfde verlangen: Christus kennen en bekendmaken! Dan gaat het erom dat we elkaar weten te vinden en aan te spreken op wat wij zijn. Dat is zo veel meer dan spiegelen wat deze wereld biedt.
Het is ontdekken en laten zien hoe Gods ons geschapen en bedoeld heeft: als Koningskinderen!

Els van Dijk is directeur van de Evangelische Hogeschool in Amersfoort en lid van de CGK (Pniël)
Veenendaal.

De adelaar
(een legende die Indianen in het westen van Amerika vertellen) Een jongetje vond eens een adelaarsei en legde dat in het nest van een prairiehoen (een soort fazant). Het prairiehoen broedde alle eieren uit. Zo zag het kleine adelaartje het licht te midden van de kleine prairiehoentjes.
Hij groeide samen met hen op. Hij dacht dat hij een prairiehoen was, net als de anderen. Hij deed alles wat zij deden. Met zijn poten woelde hij in de aarde, op zoek naar zaden en insecten. Hij klokte en kakelde en al fladderend vloog hij alleen kleine afstandjes, hooguit een paar meter boven de grond.
Dat is tenslotte de manier waarop prairiehoenders vliegen.
Jaren gingen voorbij. De adelaar werd ouder en ouder. Op een prachtige zomerdag zag hij hoog in de lucht een schitterende vogel, die langzaam op de wind zweefde in grote, ronde banen. ‘Wat een fantastisch mooie vogel!’ riep de adelaar uit. En aan zijn buurman, een prairiehoen, vroeg hij: ‘Weet jij hoe die vogel heet?’ ‘Dat is een adelaar, de koning van de vogels,’ klokte zijn buurman. ‘Maar sta er niet te lang bij stil. Je kunt nooit zo worden als hij.’ De adelaar zuchtte een keer en besloot om het maar te vergeten. Later stierf hij, in de veronderstelling dat hij een prairiehoen was.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief