Souplesse met de Heer voor ogen

2012-10-26
  • Jaargang 56
  • nummer 21
Veranderingen en onderlinge verschillen zijn vaak een bron van spanningen binnen de christelijke gemeente. Tegelijk is iedereen er ook van overtuigd dat het in de kerk niet altijd kan blijven zoals het was. Maar hoe voorkom je dat het een strijd wordt met winnaars en verliezers? Hoe houd je ruimte om de ander echt te ontmoeten van hart tot hart?

Of het nu om de preek gaat of over de inrichting van het pastorale werk; of je terecht komt in een pittig gesprek over het kerklied of over de samenwerking met GKv of NGK – het zal niet lang duren of het gaat over verschillen tussen vroeger en nu of veranderingen, die nodig zijn of juist niet.
En daarbij denkt en voelt niet iedereen dezelfde kant uit! Er is kerkelijk ook veel veranderd – in tien of twintig jaar soms meer dan in de anderhalve eeuw ervoor. Dat maakt kerk zijn in 2012 boeiend, spannend en soms ook heel vermoeiend en teleurstellend.

Hoe zal dat geweest zijn in de eerste decennia van onze jaartelling, toen de kerk een nog maar net begonnen beweging was? Paulus speelde daarin een grote rol als evangelist en gemeentestichter, waarbij hij werkte aan de Europese kant van de Middellandse Zee. Het is zelfs zo dat de kerk door het werk van Paulus en de zijnen veranderde van signatuur, waarbij het zwaartepunt gaandeweg buiten de grenzen van Israël kwam te liggen. Daarbij vormden christenen van heidense komaf in de nieuw gestichte gemeentes al snel de meerderheid. Dat gaf pittige vragen over de omgang met typisch joodse gebruiken en de betekenis daarvan binnen het nieuwe leven in Christus. En verder was er natuurlijk de dagelijkse praktijk van het christelijke leven in een heidense leefomgeving. Ook daarin stonden de neuzen in die eerste gemeentes niet bij voorbaat dezelfde kant op. Verschillen genoeg dus, bij alles wat er al veranderd was voor de mensen... en nog veranderen ‘moest’.

Ex-fari zeeër
Inspirerend is het dan om te zien hoe Paulus in het vaak spannende werk van missie en gemeenteopbouw zijn weg zoekt. Eén ding staat voorop: bij alles wat hij doet houdt hij de Heer voor ogen, of hij nu mensen zoekt te winnen voor Christus of bezig is met de opbouw van de gemeente. En ook andersom, als hij stuit op concrete vragen en geschillen, zie je hoe Paulus vanuit zulke kwesties elke keer weer de weg zoekt naar het hart van het evangelie.
Die aanpak zal niet los staan van de grote verandering in Paulus’ eigen leven, toen Jezus aan hem verscheen bij Damascus. Van overtuigd Farizeeër en fanatiek tegenstander van de sekte van Jezus werd hij op slag tot een bevlogen volgeling van de Heer.
En de jood, die strikt binnen de grenzen van wet en gebod bleef, veranderde in een apostel die onder niet-joden zijn werkterrein kreeg! De bekering van Paulus met alles wat daaruit voortkwam, vind ik één van de grote wonderen van de apostolische tijd. Wat een grenzen worden hier overschreden!
Bij mensen onmogelijk, maar mogelijk gemaakt door God in Christus. Als dat geen genade is! En zo heeft Paulus het zelf ook ervaren toen hij van een geharnast Farizeeër werd tot een lenige evangelieverkondiger in dienst van Christus.
Niet alle consequenties van deze grote verandering in zijn bestaan zal Paulus direct overzien hebben.
Hij heeft ongetwijfeld tijd nodig gehad om ‘leer en leven’ te doordenken vanuit dit ongekende nieuwe.
Ook de vraag hoe dat nieuwe verbonden moest worden met het eerdere werk van God onder het eerste verbond – met Abraham en al die anderen – zal hem de nodige hoofdbrekens hebben gekost. Veel van de vruchten van dat denkwerk vind je in de brieven van Paulus terug.

In Christus
Hoeveel er anders werd voor Paulus merk je aan één van zijn meest karakteristieke typeringen van het nieuwe leven, namelijk de wending ‘in Christus’ of ‘met Christus’. Of het nu over leven of dood gaat, over verzoening of vergeving, over vrijheid of dienstbaarheid, steeds weer merk je hoe voor Paulus de lijnen via Christus zijn gaan lopen. En dat nieuwe perspectief, dat in de volle breedte van het christelijke leven doorwerkt, omschrijft Paulus keer op keer met dat ‘in/met Christus’ (of ‘in/met Hem’).
Allesomvattend kan de apostel schrijven dat wie ‘in Christus’ is, een nieuwe schepping is geworden (2 Kor. 5:17). Maar ook lijden en heerlijkheid, verdriet en vreugde verbindt Paulus op die manier met de Heer. In dezelfde lijn liggen de aanwijzingen die Paulus geeft over het alledaagse leven. Wat weg moet uit het leven van een mens – wat kort gezegd ‘dood’ moet – verbindt Paulus met de gekruisigde Christus en het nieuwe leven van liefde en vreugde met de opstanding van de Heer (Kol. 3). Opnieuw dus ‘in Christus’.
Dat geldt zelfs voor centrale en voor joden gevoelige noties uit het Oude Testament, zoals wet, tempel en besnijdenis, want ook die zie je in de brieven van de apostel in een nieuwe gedaante terugkomen. Paulus kan schrijven over de wet en de besnijdenis van Christus (Gal. 6:2; Kol. 2:11) en op andere plaatsen maakt de apostel de woonplek van God superpersoonlijk door een méns te typeren als tempel van de heilige Geest (1 Kor. 6:19).
Alleen al aan zo’n wending merk je dat Paulus’ leven was omgevormd tot een leven ‘in Christus’.
‘Niet ik, maar Christus leeft in mij,’ kan hij ergens schrijven (Gal. 2:20). Dat schreef hij vanuit een diepe persoonlijke ervaring. En dat hij daarin zoveel mogelijk mensen wilde laten delen, zie je terug in zijn werk als apostel en proef je in al zijn brieven.

Kernachtig en soepel
Paulus dacht en voelde vanuit deze kern – vanuit dat ‘in Christus’. Dat is herkenbaar in zijn missionaire werk en in de manier waarop hij bezig was met gemeenteopbouw.
Wat opvalt is dat deze concentratie op de Heer Paulus binnen en buiten de gemeente een opvallende soepelheid geeft, zowel in zijn aanpak van de dingen als in de omgang met mensen. Ik zie dat terug in het missionaire werk, dat Paulus als apostel met grote passie deed. Juist door zijn binding aan het centrale – de band met de Heer – kreeg de apostel alle ruimte om werkelijk in te gaan in de culturen van zijn tijd. Dat hoefde bepaald niet altijd volgens hetzelfde stramien. Hij kon de Joden een Jood worden en de Grieken een Griek, zo schrijft hij.
En hij was de sterken een sterke en de zwakke een zwakke, steeds weer gedreven door het verlangen om zowel de één als de ander te winnen voor de gekruisigde en opgestane Heer (1 Kor. 9:20-23). Zo kon de apostel met de Heer voor ogen heel dicht bij de ander komen, hoe anders de ander ook was! Het enige wat werkelijk telde was dat die ander gewonnen werd voor de Heer.

Bouwen aan de gemeente
Dezelfde souplesse zie ik terug als het gaat over de opbouw van de gemeente. Neem het prachtige woord: ‘Alles is toegestaan, maar niet alles is opbouwend’ (1 Kor. 10:23). Best mogelijk dat Paulus refereert aan een uitspraak van gemeenteleden, die zich in leer en leven ongezond grote vrijheden permitteerden in de sfeer van ‘ik maak toch zelf uit wat ik doe’! Maar hoe dat ook verder is, het valt op dat Paulus zo’n wending heel soepeltjes weghaalt uit de wettische sfeer van ‘mag het wel of niet??’ en ‘Is het wel toegestaan??’. Daarmee creëert hij maximale ruimte voor de volgende stap. Want de hamvraag is voor Paulus: bouw je met dat wat je doet het lichaam van Christus werkelijk op? Kom je daardoor zelf dichter bij de Heer en de gemeente en is wat je zegt en doet (of nalaat) vruchtbaar voor het geheel van de gemeente?
Het boeiende van deze aanpak is dat je daarin van de apostel zoveel ruimte krijgt om zelf zo’n kwestie te doordenken ‘in Christus’ en niet vastloopt in een onvruchtbare discussie.

Verscheidenheid
Het derde wat me opvalt is, dat Paulus vanuit dat ‘in Christus’ met veel liefde en aandacht omgaat met de verscheidenheid binnen de gemeente. De apostel zoekt steeds weer naar het eigene van ieder gemeentelid, met zijn of haar mogelijkheden. De diepste reden is dat Paulus er van overtuigd is dat deze verscheidenheid een gave van God is – de Geest geeft zoals Hij wil (1 Kor.12:11). En deze verscheidenheid geeft zulke uitgelezen mogelijkheden bij het eerder genoemde missionaire werk en bij de opbouw van de gemeente.
Bij veranderingsprocessen stuit je onherroepelijk op dit punt van de verscheidenheid. Paulus prikkelt in zijn brieven om meer oog te krijgen voor de eigenheid van mensen binnen en buiten de gemeente.
Alle kans dat je, als je dat doet, ook meer situatiegevoelig wordt en meer feeling krijgt voor de specifieke mogelijkheden en kansen die er in elke tijd voor het evangelie liggen.

Bij elk van de drie punten, die van het missionaire, de opbouw van de gemeente en de omgang met verscheidenheid valt het op dat de apostel de ruimte en de vrijheid zoekt. Maar even boeiend is het dat Paulus die ruimte en vrijheid nooit buiten het bereik van de Heer houdt. Jezus is Heer, ook over de grootst mogelijke vrijheid en de meest uitgestrekte ruimte.

Met vragen naar het hart
Niet alleen de lange lijnen van Paulus’ aanpak – zoals ‘hoe win ik’, ‘wat bouwt op’ en ‘hoe benut ik de verscheidenheid’ of ‘hoe gebruik ik de christelijke ruimte’ – zijn leerzaam als het gaat om de omgang met verschillen en veranderingen. Ook Paulus’ omgang met heel concrete vragen en kwesties ervaar ik als richtinggevend. Dat zit vaak niet eens zozeer in hoe belangrijk de kwestie zelf is of hoe die opgelost zou kunnen worden, maar meer in de benadering.
Daarbij bedoel ik de manier waarop Paulus steedsweer vanuit zo’n specifieke vraag of kwestie de verbinding zoekt met de werkelijkheid dat Jezus Heer is.
In elke brief van Paulus vind je daarvan voorbeelden.
Zo kan Paulus in een discussie over zwakken en sterken de zwakke ineens betitelen als een broeder voor wie Christus is gestorven (1 Kor. 8:11). Met die onverwachte wending van nauwelijks een halve zin tilt hij de hele problematiek naar een ander niveau, waardoor het persoonlijker wordt en zoveel dieper.
In vergelijkbare problematiek (Romeinen 14) zet Paulus in een oordelende en veroordelende sfeer de mensen voor de Heer door te vragen: wie ben jij dat je de knecht van een Ander oordeelt? Door zo de één en de ander op de Heer te betrekken, steekt Paulus af naar een laag dieper. Alle kans dat dat verbindend werkt – een zwakke en sterke hebben die diepere laag gemeen: de Heer heeft hen beiden gemaakt (naar Spreuken 22:2). Daarmee komt de onderlinge verhouding in een heel ander perspectief te staan.
Weer anders gaat het bij pijnlijke scheefgroei rond de liefdesmaaltijden, inclusief een avondmaalsviering (1 Kor. 10). Paulus confronteert de mensen van Korinte met het indringende moment van de instelling van het avondmaal en daarin met de Heer, die zijn leven gaf als losprijs voor velen. Ook dit is in feite een aansporing richting de Korintiërs om hun avondmaalsviering werkelijk ‘in Christus’ te vieren.
Ten slotte nog de aansporing van Paulus aan de gemeente van Filippi, om niet alleen op het eigen belang te letten (vul ook rustig in: eigen mening, eigen smaak etc.). Daar steekt Paulus onverwacht door naar de weg van gehoorzaamheid en vernedering die Jezus ging (Fil. 2) en geeft daarmee zijn aansporing een ongekend diepe lading.

Dichtbij de Heer blijven
Zowel in de doorgaande lijn van zijn werk (missie, opbouw, verscheidenheid) als in zijn omgang met concrete vragen en kwesties gaat Paulus ons voor om dichtbij de Heer te blijven en de ruimte die dat geeft te benutten om het hart van de ander te zoeken: winnen en bouwen en vruchtbaar maken van verscheidenheid. Maar bij allerlei controverses gaat de apostel dezelfde weg door ten diepste de Heer te zoeken. Dat was Paulus’ aanpak bij soms ingrijpende verschillen binnen gemeentes, en dat in tijden waarin minstens zoveel veranderde in de kerk als in 2012.
Ter navolging! Bijvoorbeeld als het gaat over een psalm of opwekkingslied, een andere vorm van pastoraat, Israël, de lengte van preek, de tweede dienst, de plaats van de vrouw in de kerk, een nieuw te beroepen dominee, een jeugddienst, samenwonen, de koop of verbouw van de kerk, zuivere koffie, homoseksualiteit, de invulling van de zondag ... of wat in de gemeente ook maar ter tafel komt.

Drs. Freddy Gerkema is predikant van de NGK van Amersfoort-Noord en lid van de redactie van Opbouw.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief