Bidden, het goede doen en wachten
2012-10-26
De kerk – het lichaam van Christus op aarde, een instituut, een gebouw, een groep mensen - hoe staat zij ervoor en hoe moet het verder? Veel is in deze Special voorbij gekomen, veel om over na te denken en met elkaar over door te praten. Aan het einde van deze Special komen vier mensen aan het woord die beschrijven hoe de kerk er in hun dromen uitziet.- Jaargang 56
- nummer 21
Secularisatie en kerkverlating kleuren de omstandigheden waarin de kerk in ons land vandaag de dag verkeert. Zij moet steeds meer terrein prijsgeven aan de wereld. Dat raakt niet alleen de kerk, maar ieder van ons persoonlijk.
De wereld wint terrein in ons hart. En dat, terwijl de Bijbel van een omgekeerde beweging spreekt: ’Want ieder die uit God geboren is, overwint de wereld’ ( 1 Joh. 5:4 ). Wie kent er geen voorbeelden van kerkverlating, vaak heel dichtbij? Het doet me denken aan situaties in het Oude Testament, waarbij Israël terrein verloor aan zijn vijanden en soms zelfs letterlijk kinderen weggeroofd zag worden (2 Kon. 5:2) .
Geen florissante tijden! Vaak klonken er dan stemmen in Gods naam. Eén daarvan, Hosea, zei het eens zo, met een drieslag: ‘Keer terug naar uw God, houd u aan liefde en rechtvaardigheid en blijf altijd op uw God vertrouwen’ (Hos. 12:7, Willibrordvertaling 1995).
Terugkeren naar God, op welke punten zou dat moeten gebeuren? Die vraag is terecht, als we haar maar niet stellen in de geest die door Maleachi wordt geschetst: ‘Hoezo moeten we terugkeren?’ (Mal. 3:7).
Herberg
Ik volsta met twee voorbeelden. Ik droom ervan dat we binnen de kerk het begrip kerkpolitiek, dat per definitie naar binnen gericht is, afschaffen – niet alleen het woord natuurlijk, maar vooral het verschijnsel. En ik droom ervan dat de kerk weer meer ecclesia wordt, een gemeenschap van mensen die bijeengeroepen worden voor onderling beraad en vervolgens uitgezonden worden om hun roeping in praktijk te brengen.1 In mijn droom zie ik dan een kerk die als een herberg functioneert, waarin mensen liefde en rechtvaardigheid vinden en ondervinden. Ook is zij oefenplaats van het christelijke leven. Zij verstaat haar missionaire en diaconale roeping en neemt die serieus. Zo wordt zij weer meer het ‘licht van de wereld’.
Het risico bestaat dat we daar een actielijst van maken in de hoop dat God dan snel zal voldoen aan ons verlangen dat de kerk weer groeit. Maar dat moeten we niet willen. Het is goed om ons onvoorwaardelijk te houden aan liefde en rechtvaardigheid en altijd op God te blijven vertrouwen – dat is ook: te wachten op zijn moment en op zijn zegen, en niet op onze resultaten.
Zou Bonhoeffer ook aan Hosea gedacht hebben toen hij sprak over ‘een tijd waarin de zaak van de christenen verborgen zal
zijn en stil, maar waarin er mensen zullen zijn die bidden en het goede doen en wachten op Gods uur’?2
Benedictus
Een paar jaar geleden maakte ik kennis met de zogenaamde Regel van Benedictus.
Benedictus leefde in Italië van 480-547 en wordt algemeen beschouwd als grondlegger van het kloosterleven.
Van hem zijn drie begrippen bekend die hij als basishouding van de monniken vroeg: stabilitas, conversio morum en obedientia. Met stabilitas bedoelde hij: bestendigheid, geworteld zijn, niet snel afhaken als het moeilijk wordt; conversio morum is de dagelijkse verbetering van houding en levensstijl - de dagelijkse bekering eigenlijk, en obedientia is aandachtig luisteren en van harte gehoor geven.
Ik droom van een kerk waarin die grondhouding veel vaker gevonden wordt.
Twee keer drie dus: Hosea vraagt om bekering, om liefde en rechtvaardigheid en om vertrouwen. Benedictus dringt aan op stabilitas, op conversio morum en op obedientia. Twee keer drie is zes – het getal van de mens in zijn onvolmaaktheid.
Zeven staat voor volheid en volmaaktheid. Daar mogen we naar uitzien, daar mogen we van dromen, daar mogen we in geloof op wachten, terwijl we intussen bidden en het goede doen.
Leendert Verheij is president van het gerechtshof Den Haag, lid van de NGK van Rijswijk en voorzitter van de Commissie Kerkrecht en Beroepszaken in de NGK.
1 Gerben Heitink, Golfslag van de tijd, pag.240, 241
2 Dietrich Bonhoeffer, Verzet en Overgave. 2e druk, 1974, pag. 251