"Here, leer ons bidden!" (2)
1978-11-10
Bidden moet geleerd worden. Dat brengt me op een vraag: Leert U uw kinderen bidden?- Jaargang 22
- nummer 42
Als ik dat vraag bedoel ik niet alleen of U hen kindergebedjes leert, bv. ,,'k Sluit m'n oogjes, 'k Vouw m'n handjes."
Dat zult U echt wel doen. Maar ik bedoel: Bidt U wel eens samen met één van uw kinderen in bepaalde omstandigheden?
Ik noem een voorbeeld: één van de vele uit m'n eigen jeugd: Toen ik als 16-jarige jongen mulo-examen moest doen, merkte m'n moeder dat ik erg nerveus was. Hoewel ik dus al niet zo jong meer was, zei ze heel rustig: "Kom eens mee". Ze nam me mee naar een apart kamertje. Daar bad ze in eenvoudige woorden voor het examen.
En toen zei ze: "Nu hebben we het in de hand van de Here gelegd.
Daar ligt het we goed. Wees nu maar rustig".
Kijk. .. dat is je kinderen leren bidden. Je geeft hen geen les in gebedstechniek. Maar in de praktijk bid je zelf met hen mee in bijzondere omstandigheden. Dat vergeten ze nooit meer.
Ik weet best: Dat is niet gemakkelijk.
Je hebt er drie dingen voor nodig: Een vertrouwensrelatie met God; Een vertrouwensrelatie met je kind; Een binnenkamer.
Met die binnenkamer bedoel ik: een plekje waar je zelf met de Here alleen kunt zijn of waar je samen met je kind met de Here alleen kunt zijn.
U weet: De Heere Jezus zegt tegen z'n discipelen: "Gijlieden als ge bidt, ga in uw binnenkamer".
In het Oude Testament kende Daniël al zo'n binnenkamer.
Ik wil daar extra op wijzen.
Want ik denk dat er juist van die binnenkamer zo weinig gebruik wordt gemaakt. De binnenkamer in een oosters huis was een kleine kamer, die van binnen kon worden afgesloten. Daar kon een mens alleen zijn: alleen met zichzelf, alleen met z'n God!
In onze tijd zijn we niet graag alleen.
We zijn vaak bang om alleen te zijn. Alleen met onszelf of alleen met God.
Als we alleen zijn, zetten we de radio hard aan. We hebben ook geen tijd om alleen te zijn.
En toch vraagt persoonlijk bidden om alleen-zijn.
En de beste manier om veel kostbare tijd te verspillen is geen tijd te hebben om met God alleen te zijn.
Het benauwt me dat ook in de gemeente zelfs trouwe kerkgangers moeten toegeven: Het leven in ons gezin is zo jachtig en druk. Er is haast geen tijd voor rustig gebed en voor persoonlijk contact met God. Als ik dat hoor, weet ik zeker: In zulke gezinnen wordt veel tijd 'nutteloos' verknoeid.
Ik denk aan Luther. Luther sprak elke morgen met de Here. Maar als hij het erg druk had, bad hij dubbel zo lang. Dat is nogal logisch.
Hij had toch extra kracht nodig!
En dan is de binnenkamer een oase in de woestijn; een stukje hemel op aarde. Wie daar God ontmoet, put nieuwe kracht.
Bidden moet je telkens weer leren.
Daarvoor kun je ook terecht in het Oude Testament, b.v. in de psalmen.
De psalmen zijn een complete leerschool voor het gebed.
Als je de psalmen goed leest, word je meteen genezen van de gedachte, dat bidden alleen maar vragen is.
Bidden omvat veel meer. Je klaagt je nood bij God. Soms lijkt in de psalmen bidden haast een worstelen met God zodat de stukken er af vliegen.
Maar het is ook: een tot rust komen bij God: "Mijn ziel is immers stil tot God!" Een je vertrouwen uitspreken in God: "In God is al m'n heil, m'n eer." Het is een roemen in God: "Ik roem in God, ik prijs 't onfeilbaar Woord."
Het is een belijden: "God heb ik lief!"
Het is: loven, prijzen en danken: "Komt maakt God met mij groot!"
En dat niet alleen. Weet U wat we in de Bijbel ook zo vaak tegenkomen: de voorbede.
Ik bedoel niet wat bij ons wel voorkomt, dat 's zondags van de kansel wordt afgelezen: "De voorbede is gevraagd voor zr. X., die een zware operatie moet ondergaan."
Dat is natuurlijk ook wel goed.
Maar wat ik bedoel is: Zo maar gewoon bidden voor anderen.
De Here zegt tegen de vrienden van Job: "Laat Job voor U bidden.
Anders zal Ik U kwaad doen!"
In psalm 122 lezen we: "Bidt Jeruzalem vrede toe."
Abraham bidt voor Sodom.
Paulus zegt tegen Timotheüs: "Ik vermaan U dan allereerst."
Hoort U wel: "allereerst". Dat is heel belangrijk!!! Wat is belangrijk? Wel, dit: ,Voorbeden en dankzegging te doen voor alle mensen, voor koningen en hooggeplaatsten. "
Ja, het staat er echt: "Voor alle mensen ... !" (1 Tim. 2: 1, 2).
Paulus bidt voor de gemeenten en hij vraagt de gemeenten te bidden voor hem.
De gemeente in Jeruzalem bidt voortdurend voor Petrus, die in de gevangenis zit! (Hand. 12).
En wat is het merkwaardige: God verhoort die gebeden. Petrus komt vrij. Hij staat aan de deur te kloppen.
En dan geloven de apostelen niet eens in de verhoring.
Net alsof je "bidden" kunt vergelijken met een soort loterij: er zit een enkel prijsje tussen. Maar de grote meerderheid is nieten. En je rekent alvast op een niet!
We zeggen ook wel eens: "Dat was en verrassende gebedsverhoring!"
Alsof God iemand is die bij grote uitzondering een gebed verhoort.
Dat brengt ons op een heel belangrijke vraag. Deze vraag: Hoe zit het met de verhoring van de gebeden? Verhoort God je gebed altijd?
Over deze vraag is heel veel geschreven.
Ik kan daar wel een goedkoop antwoord op geven. Maar daar hebt U niets aan!
Om te laten zien hoe ingewikkeld de problemen hier zijn, noem ik een paar voorbeelden.
We leven in een tijd van werkeloosheid.
Er is een vakature voor een onderwijzer. Drie gelovige jongens solliciteren. Ze willen alle drie graag die baan hebben. Ze bidden er ook alle drie om.
Het zijn echt gelovige gebeden.
Maar er is maar één jongen die de baan kan krijgen.
Een ander voorbeeld. Er komt een kandidaat klaar. Hij kan heel goed preken. Drie gemeenten, die al een jaar vakant zijn, beroepen hem. Er wordt in alle drie gemeenten vurig gebeden. Maar er is maar één gemeente die hem krijgt. Blijven de gebeden van 2 gemeenten dan onverhoord?
Men heeft voor de oplossing van dit probleem veel goede en minder goede redeneringen opgezet.
Men heeft er op gewezen dat je verkeerd kunt bidden en daarom niet ontvangt. Dat is ook zo.
Jakobus zegt: "Gij bidt wel, maar ge ontvangt niet, omdat ge verkeerd bidt" (Jak. 4: 3). Her is wel degelijk zo, dat wij zelf de verhoring van ons gebed in de weg kunnen staan.
Als we egoïstisch bidden, is dat geen gods-dienst. Het is zelf-dienst.
Wat je dan doet is geen bidden.
Wees daarom maar blij dat God niet alle gebeden verhoort.
Als God je in zo'n geval wel verhoort, zou die verhoring zelf een straf kunnen zijn. Dat kan! Het is inderdaad gelukkig dat God niet elk gebed verhoort. Verhoring kan een straf zijn.
Je mag bv. best bidden om gezondheid en voorspoed in je werk.
In het "Onze Vader" gebeurt dat ook. Je bidt om je dagelijks brood.
Maar in het "Onze Vader" staat dit gebed in een bepaald kader.
Je bent een kind van God. Het is je te doen om Gods Naam, Gods Koninkrijk en Gods wil. En in dat raam bid je om gezondheid en voorspoed bij je werk. Maar als in je gebed de voorspoed bij je werk hoofdzaak wordt, dan ben je een materialist; dan bid je gevaarlijke gebeden! God kan je verhoren. En dat kan je straf zijn.
Het gaat goed met de zaken. Je koopt een tweede huis en een jacht.
Maar je benen zijn te zwak om die weelde te dragen. Je wordt door al die dingen zo in beslag genomen, dat de dienst van God er bij inschiet.
Wat je graag wilde hebben en waar je om gebeden hebt, brengt je verder van God af. We moeten heel voorzichtig zijn met goedkope gebeden.
We kunnen zelf de verhoring in de weg staan.
Ik denk aan wat de Here Jezus zegt: "Indien gij een ander z'n misdaden niet vergeeft, zal Uw Vader in de hemel ook U niet vergeven".
Dan kun je net zo hard bidden als je wilt, maar je gebed wordt niet verhoord!
Ik denk ook aan de farizeeër, die vooraan in de tempel ging staan.
Hij sprak niet echt met z'n Vader.
Hij gaf zichzelf schouderklopjes. En God verhoorde hem niet!
Je kunt zelf de verhoring van je gebed in de weg staan.
Maar dat niet alleen. Je kunt jezelf zo in de weg staan, dat je niet eens meer goed kunt bidden.
Ik denk aan 1 Petrus 3 : 7. Daar lezen we: "Desgelijks gij mannen, leeft verstandig met uw vrouwen, als met brozer vaatwerk, en bewijst haar éér, daar zij ook mede-erfgenamen zijn van de genade des levens, opdat uw gebeden niet belemmerd worden."
Dit is een prachtige tekst voor een
vrouwen contact -dag.
De Here leert ons hier niet de gelijkheid van vrouwen man (de vrouw is brozer vaatwerk. Je moet er voorzichtig mee omgaan.) Maar wel de gelijkwaardigheid van vrouw en man. De vrouwen de man zijn gelijkwaardige partners: ze zijn samen erfgenamen van de genade des levens.
De apostel Paulus heeft dat ook al benadrukt, als hij zegt: Christus maakt met z'n genade geen onderscheid tussen mannelijk en vrouwelijk."
(Gal. 3 : 28).
Man en vrouw zijn niet gelijk; maar z~ zijn wel gelijkwaardig.
Maar waar het mij omgaat, is dit: Petrus zegt hier: Hoor eens mensen, als het in je huwelijk niet goed zit, en het ligt aan jou, dan is het ook niet goed tussen God en jou. Dan kun je niet goed bidden.
Geen goeie relatie met je vrouw, dan ook geen goeie relatie met God.
Het huwelijksformulier past deze tekst alleen toe op de man.
Ik geloof dat dat niet terecht is.
Petrus trekt deze conclusie nadat hij de vrouwen de man hun plaats heeft gewezen!
Daarom geldt ook voor beide, de vrouwen de man: "Als u faalt in het kontakt met uw wederhelft, faalt U ook in uw kontakt met de Here."
Je merkt dat als dominee in de praktijk van je werk.
Kortsluiting in het huwelijk betekent: kortsluiting in het kontakt met de Here! Vooral bij die partij waar de meeste schuld ligt.
Misschien blijf je aan tafel wel gebeden opzeggen. Maar het is niet meer echt bidden!
Soms is de slechte huwelijkssituatie al een brok gewoonte geworden.
Je sjokt maar door, terwijl de verhoudingen niet deugen.
Maar je gebedsleven kwijnt. Je kwijnt zelf. Je vraagt je af: "Hoe komt dat?"
Terwijl het antwoord op die vraag in 1 Petrus 3 : 7 staat.
De omgang tussen man en vrouw blijkt dus van grote betekenis te zijn voor de omgang met God!
Natuurlijk zijn er veel meer manieren om de omgang met God te blokkeren. Daarvoor hoef je echt niet getrouwd te zijn.
Het komt ook vaak voor dat mensen denken dat de weg naar God geblokkeerd is, terwijl het helemaal niet waar is.
Iedere dominee weet daarvan mee te praten.
Je krijgt daar vooral mee te maken bij mensen die in een depressieve toestand verkeren. Ze zeggen: "Dominee, ik heb nergens meer houvast aan. Ik heb geen houvast aan m'n geloof. En ik kan niet meer bidden."
In zulke gevallen is het kontakt niet echt opgebroken.
Niet van Gods kant. Welnee. Alleen: door je ziekte heb je er geen vat meer op. Net zoals je ook geen vat hebt op andere mooie dingen in je leven.
En de duivel probeert daar misbruik van te maken. Hij probeert je wijs te maken dat je God kwijt bent.
Wat is het dan mooi dat we Romeinen 8 hebben!
Daar lezen we: "Wij weten soms niet wat we bidden zullen naar behoren!
Maar dan bidt de Geest zelf voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. "
Nu heb ik nog steeds geen antwoord gegeven op de vraag: "Zijn er onverhoorde gebeden?"
Natuurlijk, we kunnen zelf de verhoring verhinderen door verkeerd te bidden! Dat zal ieder toestemmen.
Maar als je gelovig bidt? Ik ken het goedkope antwoord van sommige gebedsgenezers. Zij zeggen: Er staat in de Bijbel: "Bidt en u zal gegeven worden" (Lucas 11 : 9).
Er staat ook: "AI wat ge in 't gebed gelovig vragen zult, zult ge ontvangen" (Matth. 21 : 22).
Zie je wel. Als je maar gelovig bidt, krijg je het ook!
Ik zeg: dit antwoord is te goedkoop.
In de eerste plaats, omdat het teksten uit hun verband rukt.
De Here Jezus zegt b.v.: "Bidt en u zal gegeven worden."
Ja. .. maar in welk verband zegt Hij dat? Bidt om genezing en je krijgt het ook?
Nee! "Bidt om de Heilige Geest en je krijgt Hem!"
Je moet hier blijven binnen het kader van de beloften van God: De Here heeft ons veel dingen beloofd in de Bijbel.
Hij belooft ons: kracht, wijsheid, vergeving van zonden, de Heilige Geest, die het geloof werkt.
Kijk. .. als we daar gelovig om bidden weten we zeker: God zal ze geven: "Bidt en u zal gegeven worden". Als je om deze dingen in het geloof bidt, zijn er geen onverhoorde gebeden.
Maar er zijn ook andere dingen, die God ons niet heeft beloofd: Het slagen voor een examen; het krijgen van een bepaalde baan, waar vaak meer dan één gelovige naar solliciteert; voorspoedig in zaken; genezing. Daar mag je best om bidden. Maar dan moet je er wel bij denken: "Uw wil geschiede."
Anders zou bidden niet zijn: "Ik geef het over in Gods hand."
En dat is toch het geweldige van het gebed: je geeft het uit handen.
Je vertrouwt het toe aan God.
Maar dan zou bidden worden: God iets afdwingen, wat jij wilt.
Dat is een stukje magie. God moet in jouw spel meespelen. En jij praalt met de macht van het gebed.
(wordt vervolgd)