Moderne wereldgelijkvormigheid (slot)
1978-11-10
Conclusies en toepassingen- Jaargang 22
- nummer 42
Ik denk aan een andere classis, die ik mocht bijwonen. Ook toen zat de vergadering met de handen in het haar: vastgelopen op een verkeerde weg. En ze wist het - kon de wagen alleen niet keren, vanwege de ingewikkelde spelregels.
Iemand zei: laten we onze fout goed maken en van voren af aan de kwestie in behandeling nemen. Dat scheen niet te kunnen, want als ik het goed begrepen heb kan een kerkelijke vergadering haar eigen fouten niet goedmaken, althans eigen besluiten niet overdoen. Dan moest de zaak in een meerdere vergadering worden gebracht, die dat wel kon doen. En een der partijen weigerde zijn medewerking om die kostbare meerdere vergadering voor deze formaliteit samen te doen roepen.
Iemand kreeg met lang praten gedaan dat een voorstel in behandeling mocht worden genomen: dat deze vergadering haar eigen besluiten zou herzien en overdoen. U zult zeggen: wat een verstand hè? Maar een onzer predikanten sprong op, pakte zijn tas, en dreigde te vertrekken, wanneer dit voorstel behandeld zou worden. Deze vergadering - zo blafte hij hees - is niet gereformeerd meer!
Dat gaf even een consternatie. Stel je voor: een classis - en dat niet gereformeerd meer? Liever gereformeerd-blijven en in de put zitten, dan je fouten erkennen en goed maken. De wankelmoedigen begonnen een voor en om te vallen.
Toen heb ik het woord gevraagd en gezegd: mannen broeders. So what!
Dus niet gereformeerd als we onze fouten herstellen? Dan maar nietgereformeerd.
Als we maar Christelijk blijven is het mij goed genoeg!
En de vergadering behandelde het voorstel en kwam uit de purée. Sterker: de dreigende predikant is bij nader inzien toch maar niet weggegaan.
Ik denk aan een loslopend kerkje, ergens in Friesland. Uitgestoten uit het synodale kerkverband, niet aanvaardbaar voor het vrijgemaakte kerkverband, zelf geen behoefte aan nader kerkverband. Is het niet dwaas?
In plaats van deze broeders tegemoet te lopen en te zeggen: kom ga met ons en doe als wij - zeggen onze persmensen: laten ze eerst maar eens bewijzen, dat ze bij ons horen! 1)
Ik ken een predikant die - voordat de officiële nummering der vrijgemaakte kerken begon - reeds was uitgeworpen door het synodale kerkverband vanwege het Woord Gods dat hij bracht. Hij bad de Heere, of ook de andere gevangenen Sions mochten worden verlost. En zijn gebed werd verhoord.
Toen de andere uitgeworpen ambtsdragers zich voor het eerst verzamelden, ging onze broeder zich daarbij voegen - weliswaar ongenodigd maar met uitgestoken handen. Maar men zei hem: wij vormen hier de officiële classis der vrijgemaakte kerken; wat u betreft: over uw zaak zullen wij straks wel oordelen. U bent op andere gronden afgezet dan wij.
Ergens in ons land is een kerkje, waar de voorganger niet eens candidaat in de theologie is. (Alsof het koninkrijk der hemelen daar van af hangt.) Men laat de kleine kinderen aan het avondmaal, en men zingt Valeriusliederen in de kerk 1).
Het is waar: bij tientallen stromen de roomsen binnen, en drinken van het water des levens. Er gaat iets van dit kerkje uit: er blijkt werfkracht te zijn; het blijkt te worden gezegend. Maar de kerkelijke pers wierp er zich op: dit kerkje speelt buitenspel. Dies moet het aangepakt worden. "Schapen zonder herder", zo is op de Schooldag gezucht! Och - zou men zeggen - hadden wij nog de wijsheid van Gamaliël.
Die wist dat we Gods werk niet moeten tegenstaan; maar dat mensenwerk gauw genoeg vanzelf ineenstort.
En dan denk ik even aan de deining 1) rondom de kwestie-ds Telder.
Kent u ds Telder persoonlijk? Waarschijnlijk niet - want hij is te bescheiden om veel voor het voetlicht te komen. Gelooft mij ditmaal als ik verklaar, hem een van onze trouwste en beste dienaren des Woords te achten. Een man, die veel zegen heeft gebracht. Maar neen. Ds
Telder waagde het aan te tonen, dat wij met onze fantasieën over het hiernamaals nog niet veel verder dan de middeleeuwen zijn gekomen. Hij liet de Schrift spreken - en dan moesten alle heilige huisjes (typisch wereldgelijkvormige huisjes overigens) omver! Dan blijkt ons traditionalisme zo rot als een mispel te zijn.
En dat neemt men niet. Zijn eigen kerkeraad verklaarde hem blijmoedig te kunnen dragen. Maar het kerkverband wilde bloed zien. Tot in Hoogeveen en Bedum toe spande men zich in om deze emeritus alsnog voor de bijl te krijgen. En het is door een kleine technische misrekening, dat hij niet gevallen is. Misschien ook heeft de Heere deze kleine kerkrechtelijke misrekening wel veroorzaakt: Hij staat altijd op, wanneer men zijn dienstknechten belaagt. Dat kunnen wij ervan leren.
Ergens in ons land is dit jaar 1) een predikant kerkelijk aangepakt en weggevlucht naar de synodale gemeenschap. De zoveelste. Geen woord goeds over deze vlucht. Maar wel een goed woord voor deze vluchtende predikant, als het mag. Een van zijn ouderlingen zei mij ongevraagd: onze predikant heeft nooit gedeugd; hij was onbetrouwbaar, kwam op zijn woord terug, vergat wat hij gezegd had, kortom hij was leugenachtig.
En dat ging niet langer.
Ik heb geantwoord: beste broeder, u beklaagt zich dus dat u met een zondig mens had te doen? Dat is dan uw eigen schuld. Dan had uw kerkeraad een engel moeten beroepen - en geen mens. Maar u moet niet achteraf uw predikant ten laste leggen, wat uw eigen stommiteit was.
Een jaar geleden moest ik plotseling voorziening in de woorddienst zien te krijgen op zeer korte termijn. Dat betekent dan: een hele morgen aan de telefoon blijven. Ik belde een dozijn predikanten en vroeg hen of ze misschien de aanstaande Zondag half of geheel konden komen. Zoals dat gaat wordt zo'n vraag vergezeld van een babbeltje: hoe gaat het? Hoe gaat het thuis? Hoe gaat het in de gemeente?
En - nu moogt u het geloven of niet - zo'n heel dozijn predikanten lepelt klachten op, veroorzaakt door invloeden van buiten, allemaal via de weg van het kerkverband in hun plaatselijke kerk doorgedrongen. De eigen kerk maakt het wel goed, heeft geen problemen; maar van buitenaf dringen er problemen binnen en verstoren de vrede van een kerk.
Bij dat "van buiten af" moogt u ook aan onze kerkelijke pers denken. Er zijn meerderjarige mensen, die nog alles geloven wat zwart op wit is gedrukt. U staat versteld als u ziet, wélke fabels geloofwaardig worden geacht, wanneer vooraanstaande mannen ze hebben gedicht. En u verbaast zich, wanneer u merkt, hoe critiekloos ons volk aanneemt wat zijn zogenaamde leiders oplepelen.
Iemand zei mij eens: ik heb gehoord dat u in "Opbouw" propaganda voor de bioscoop hebt gemaakt. Dat vind ik heel erg van u. - Ik antwoordde: in genen dele. Ik heb wel over de moderne jeugd geschreven, mede naar aanleiding van de film "Westside Story". En al zegt de een of andere krantensufferd nu: dat ik die film "besproken" heb - daarmee spreekt hij nog geen waarheid. Ik besprak de moderne nozem - zonder propaganda voor de bioscoop te maken. Sterker: in hetzelfde blad dat mij verweet, iets ten gunste van de bioscoop te hebben gezegd - stond een bespreking van het verfilmde toneelstuk "De Plaatsbekleder". Maar er was niemand die een bek open deed, of een vleugel verroerde, of piepte!
Nu is het een klein polemisch kunstje om de winst van zulk een stommiteit in de wacht te slepen. Maar mijn ervaring is: dat zulk een triomf in een onbroederlijke sfeer niets uitricht. U hebt "het" van uw broeder gewonnen; maar u hebt niet uw broeder zelf gewonnen. Wij moeten de wereld loslaten en ons hart vernieuwen. Dan worden wij als "nieuwgeboren kinderkens". En als wij worden als de kinderen - dan zullen wij weer fris gaan zingen. En schóón gaan zingen. Wanneer we niets meer voor God te camoufleren hebben, en rechtstreeks van hart tot Hart met Hem kunnen spreken. Vrij van patriarchale en pastorale en episcopale inmenging. Zingen is: vrij zijn. Dat is het, wat ik u op het hart wil binden.
En dan nog dit. Het is onder onze intellectuelen gebruikelijk, om onder allerlei voorwendsel vrij te blijven van kerkelijke arbeid. Het is net alsof zulk werk te min is voor gestudeerde lieden. Maar wie dit mocht denken is nog niet kinderlijk genoeg voor het koninkrijk der hemelen.
Die is nog gelijk aan de wereld.
Wie aller dienaar wil zijn - die is de meeste in het koninkrijk Gods.
Wie desnoods zijn goede naam en eer te grabbel laat gooien, wie met de waterkom en de handdoek wil rondgaan - die oogst daar veel vreugde van. En juist ons gestudeerde kerkvolk kán zoveel goeds uitrichten. Alleen al door een probleem methodisch aan te pakken kan één ontwikkeld gelovige een hele kerkeraad bewaren voor dwalen. Alleen al door een paar kwinkslagen - met gepaste vrijmoedigheid geplaatst - kan de gespannen sfeer op onze meerdere vergaderingen in een lachsalvo omslaan.
Alleen al door een systematisch schiften van de stapel ingekomen stukken (de drukwerken ter circulatie, de zaken van het kerkverband onderop, en de eigen kerkelijke, plaatselijke zaken vooraan leggen) kan een kerkeraadsvergadering in 1 ½ uur slagen. Alleen al door een praetische levens- en mensenkennis kunnen in het kerkelijk leven zoveel zaken worden behoed voor mislukken.
Ik hoop dat u deze raad van mij aanneemt: zeg nooit neen, als de kerk u roept tot het ambt. Zeg nooit neen, als de bladen u vragen te schrijven.
Zeg nooit neen, als u iets goeds kunt doen aan de kerk, het lichaam Christi. "Als iemand van u weet goed te doen, en hij doet het niet dan is hem dat zonde", zegt Jakobus.
1) Laat me u nog eenmaal mogen herinneren aan het jaartal van deze rede: dat was 1964.