Volwassen worden
1978-11-17
Laat mij, 0 God, een boom zijn in Uw tuin - Jaargang 22
- nummer 43
de wortels in de aarde, maar de takken
omhoog, om zo de hemel vast te pakken,
en recht de stam, en bloemen in de kruin.
Laat mij een schaduwen een schuilplaats zijn,
en laat mij recht staan, als Uw stormen loeien.
Laat, Heer, mij langzaam naar Uw hemel groeien,
en laat mij wuiven in Uw zonneschijn.
Ik bid U ook, Heer, dat Gij vruchten vindt
wanneer de tijd van oogsten is gekomen;
Uw levenssappen moeten door mij stromen
Laat mij een boom zijn, ruisend in Uw wind.
Dit gedicht van Nel Benschop heet: Een boom in de wind. In het vorige artikel schreef ik over de bonzaiboom, systematisch afgeknot en kleingehouden: het beeld van onvolwassenheid.
In dit artikel kom ik tot de vraag: wat is dan volwassen-
worden, volgens de bijbel?
Daarbij neem ik dit gedicht van Nel Benschop tot mijn uitgangspunt.
"Volwassen zijn" betekent letterlijk 'volgroeid-zijn'. Ben ik volwassen als ik langs de weg van "persoonlijke groei" tot de ontdekking ben gekomen, dat ik mij zèlf moet realiseren? Is dàt volwassenheid? ... Zelfrealisatie? Volgens de bijbel is iemand pas volwassen als hij in de wetenschap wie hij zelf is en wat hij zelf graag wil vrucht leert dragen voor de ander.
Je kan je zelf pas vinden via de weg van zelf-overgave aan de ander.
Het is zelfs de vraag of je je zelf wel ooit kan leren kennen zoals je bent, onafhankelijk van de vruchten die je draagt. Je leert een boom pas uit zijn vruchten kennen, zei Jezus (Mt. 7 : 20).
Dit hoofdkenmerk helpt ons om zowel tegenover links als tegenover rechts ons evenwicht te bewaren (zie het artikel van 2 weken geleden).
Wanneer wij van de rechterkant horen: jullie zijn nog niet ver genoeg: de vaste spys van de zuivere verkondiging mis je en zo blijf je onvolwassen. Of: de ware groei door Geestesdoop en Geesteservoring gaat aan jullie voorbij, daarom blijf je beneden de maat ...
Waar wij die geluiden van rechts horen, daar stemmen we ermee in dat er een groot gevaar bestaat beneden de maat en onvolgroeid te blijven (lees maar Ef. 4: 12-16!) maar daar moeten wij er met nadruk aan vasthouden dat het enige wat bijbels gezien ons tot volwassenen maakt niet ligf in het zuivere inzicht of in de diepere ervaring, het ligt in het vrucht dragen.
Dat kriterium is scherp als een tweesnijdend zwaard. Wie heeft de meeste barmhartigheid bewezen aan de zieke, de gevangene, de naakte, de arme? (Mt. 25: 31 e.v.) Wie heeft de nood gepeild van de 5 broers, die onbezorgd zonder God met een blinddoek om de afgrond tegemoet gaan (Lucas 16: 28). Wie heeft liefde bewezen, geduld opgebracht, vrede gesticht, zelfbeheersing getoond etc. (Gal. 5 : 22). Wie in deze dingen groeit, groeit in volwassenheid, zegt Paulus in Efeze 4 : 11-16.
Ook tegenover links helpt ons dit antwoord uit Mt. 7: Je bent niet volwassen, zodra je over je zelf beschikt, zodra je zelf weet wat je wil, zodra je op jezelf woont, of afgaat op je eigen gevoelens etc.
Volwassen zijn wij pas zodra wij vruchtdragen voor de ander. Zoals een boom pas volgroeid is als mens en dier zich over haar vruchten verheugen. Misschien zou een boom als hij kon praten ook met verbazing van zijn eigen vruchten kennis nemen: hij ziet de vele eikels tussen zijn bladeren en zegt met een zucht: hé, wonderlijk, dan ben ik dus blijbaar een eik!
Hoe kunnen wij tot die volwassenheid komen?
U verwacht nu misschien een uiteenzetting van de Heidelbergse Catechismus: hoe word ik een christen? Die ga ik hier niet geven.
Ik wil het nu eens alleen van zijn psychologische kant uit bezien.
Wat is er psychologisch voor nodig om zó tot volwassenheid te kunnen komen?
In de praktijk heb ik ontdekt dat er drie grote konflikten zijn die wij te boven moeten komen om als persoon tot volwassenheid te komen.
Ik ben er zeker vandat er méér dan drie zijn, maar beperk mij tot deze drie als de drie die ik het meeste aantref.
I. 't konflikt idealist-realist;
II. 't konflikt gevoel-verstand;
III. 't konflikt minderwaardigmeerderwaardig.
I. Het eerste hoofdprobleem om psychologisch naar volwassenheid toe te groeien is de spanning tussen ideaal en realiteit.
Als ik het goed zie leven jongens en meisjes van 12 jaar het meest in de realiteit: zij interesseren zich bijna alleen voor de dingen die zij met handen kunnen tasten, met de ogen kunnen zien, met de oren kunnen horen. Op katechisatie vertel je ze verhalen, maar je krijgt ze niet mee als je ze uitlegt wat "zonde" is. De wereld is voor hen fascinerend èn bedreigend. Ze zijn realist.
Dan komt de puberteit waarin ze een nieuwe dimensie ontdekken.
Ze leren de dingen en de mensen zien vanuit een ander licht. Niet hoe ze zijn maar hoe ze moeten zijn. Het is de tijd van de droombeelden en verliefdheid. Alles wordt bezien en gezocht vanuit het ideaal. De realiteit hièr wordt verworpen.
Het ideaal dáár aanbeden.
Wat ik ga worden, het meisje dat ik ga trouwen, de kerk waar ik toe ga behoren, de samenleving die ik wil realiseren, ze worden vanuit het witte licht van het ideaal bezien en de realiteit wordt vandaaruit beoordeeld en veroordeeld. Het is de tijd van fanatisme en protest.
Daarna komt de derde en nieuwe fase. Ik moet léren ideaal en werkelijkheid in één te zien. Dat is psychologisch de eerste opgave voor volwassenwording. Ook hier neem ik mijn uitgangspunt bij het gedicht van Nel Benschop: die van de boom die vruchtdraagt twee dingen zegt: "de wortels in de aarde, maar de takken omhoog om zo de hemel vast te pakken." Dàt kenmerkt volwassenheid: wortels in de aarde en tegelijk je uitstrekken naar "de hemel", om die vast te pakken.
Dat geldt voor de drie belangrijke beslissingen die ieder mens in deze fase moet nemen: beroep, huwelijk en geloof.
a. Beroep. Wat voor beroep moet ik kiezen? Velen beginnen met één beroep - of met de studie, die daartoe leiden moet - omdat zij daarin hun ideaal menen te kunnen verwezenlijken. Dan zien zij - aan anderen of in eigen ervaring - hoe moeilijk dat ideaal in de werkelijkheid van iedere dag te verwezenlijken is, en zij knappen af om het in een nieuw beroep opnieuw te proberen, met alle gevaar dat zich daar hetzelfde herhaalt. Wàt moeten wij hen aanraden te kiezen?
De volwassen keus - waar je trouwens ingroeit - is er niet één, die je gedesillusioneerd dan tenslotte toch maar doet. Het gemakkelijkste, bijvoorbeeld: dat wat mijn vader deed. Ik verlies mijn ideaal en pas mij aan bij een ideaalloze alledaagsheid.
Neen, de goede keus is de keus, die het ideaal vasthoudt èn tegelijk de realiteit erkent. Beide.
Het is niet een keus die staat of valt met het hier en nu gerealiseerd zien van mijn ideaal. "Hier en nu moet ik direkteur worden, anders ga ik naar een ander bedrijf".
"Hier en nu moeten de mensen zich bekeren, anders blijf ik geen dominee". Neen: de volwassen keus ziet realiteit en ideaal beide.
Een volwassen man of vrouw laat zich dan ook niet 'verburgerlijken'.
Wie verburgerlijkt gaat op in het gezwoeg in de kleine dingen, hier en nu: opstaan, naar school, bedrijf, of aan de afwas gaan, na een drukke dag thuiskomen, waar de pantoffels klaar staan en de televisie wacht. Huisje en tuintje kunnen worden betaald en dat is alles wat ik nastreef. Hier zijn de takken niet meer omhoog om de hemel vast te pakken.
Maar er zijn anderen die even onvolwassen zijn doordat zij niet meer met de wortels in de aarde blijven staan. Iedere zweetdruppel, alle sleur, elke weerstand die hun werk ontmoet wordt tot een drempel waarover ze niet heen kunnen stappen en die zij niet willen aanvaarden.
Hun daden moeten de hemel bewegen en anders hoeft het voor hen niet.
Een volwassen mens ziet transpiratie en inspiratie inéén. Hij ziet iets in de dingen, maar de dingen zelf zijn vaak weerbarstig en hard.
b. Dat geldt precies zo voor de relatie met de huwelijkspartner. Er zijn huwelijken waarin alles uitgeblust is: geen ideaal, geen lied, geen opwinding, geen inspiratie. "Moe" werd steeds dikker en "pa" trok zich terug in zijn krant en voetbal.
Geen ideaal meer en geen visie.
Maar het omgekeerde gebeurt ook.
Dat men elkaar alleen maar ziet in het licht van het ideaal: de eros.
Alle liefde wordt vereenzelvigd met ervaring. Zolang wij in de ander het ideaal zien zijn wij blij en voelen ons gelukkig. Zodra het ideale niet te zien is, maar een werkelijkheid die er niet bij past, breken wij de relatie af. Veel huwelijken stranden op dit gebrek aan volwassenheid.
Velen kunnen niet tot een huwelijk komen, doordat zij het emotioneel niet aan kunnen dat er tijden zijn waarin de ander niet het ideaal weerspiegelt dat wij er eerder in zagen.
c. Geloof. Hoe vreemd het ook moge lijken, ik geloof dat psychische onvolwassenheid ook een rol speelt in mijn manier van geloven en in het maken van een geloofskeus.
Er zijn mensen die alleen dan bereid zijn te geloven in God als alles van Zijn aanwezigheid getuigt, die alleen willen geloven in Christus als allen die in Hem geloven volmaakte mensen zijn, die alleen in de Heilige Geest geloven als die hen altijd bij iedere beslissing leidt en hun gevoel vervult. Het ideaal.
Maar niet alles getuigt van Gods aanwezigheid en vele christenen zijn vaak miserabel en de Heilige Geest staat niet steeds ter beschikking . . . en daarom hoeft het voor hen niet meer.
Anderen leven alleen bij de realiteit: een realiteit van een samenleving zonder God - een kerk zonder Christus, en een persoonlijk leven zonder de Heilige Geest - en zij voegen zich erin en blijven zich christen noemen, zonder visie, zonder ideaal. Is dat niet die andere vorm van onvolwassenheid?
Volwassen zijn betekent: staan in de spanning tussen ideaal en werkelijkheid: een wereld waarin God Zijn aangezicht verbergt, maar soms ook heerlijk doet lichten, een kerk waarin Christus leeft, maar soms ook wordt verloochend, en een persoonlijk leven waarin de Heilige Geest kan doorwerken maar soms ook wordt bedroefd.
De spanning tussen ideaal en werkelijkheid is in bijbelse taal dezelfde als die tussen de gebrokenheid van deze wereld èn het Koninkrijk van God.
De bijbel erkent beide en leert ons beide te aanvaarden. Met het oog op Gods beloften, die zeker zijn.
Rom. 14: 7 is hier de sleuteltekst.
Aanvaardt elkander omdat Christus ons aanvaardt heeft, tot heerlijkheid van God.
Het kruis van Christus is verworteld in de aarde èn uitgestrekt naar de hemel. Alleen dankzij dat kruis heeft God ons aanvaard. Dat is de basis van onze aanvaarding van ons-zelf en de ander. Die aanvaarding kenmerkt volwassenheid. Niet conformisme - of daartegenover protest, maar aanvaarding staat centraal in volwassen wording: wij houden vast aan de "droom" en blijven tegelijk verworteld in de aarde.