CHRISTEN ZIJN

1978-11-17
  • Jaargang 22
  • nummer 43
Rev. T. C. MacVean, Dalmally

"Ik ben de weg, de waarheid en het leven".

Joh. 14: 6

Laten we drie Schriftplaatsen in herinnering mogen brengen. Alle zijn uit het nieuwe testament en onder ons welbekend.

Lang geleden ging een man - rijk in wereldse goederen maar vreselijk arm in zaken van blijvende waarde - tot Jezus met de vraag: goede Meester, wat voor goeds kan ik doen om het eeuwige leven te verkrijgen? - Vervolgens een groep Joden, wier gewetens gingen werken onder de woorden van Petrus en Johannes; deze verweten hen, Jezus te hebben gekruisigd; ze richtten zich om hulp tot de apostelen met de uitroep: mannen, broeders, wat zullen wij doen? - En eindelijk een gevangenisdirecteur in Philippi; verschrikt door de wonderlijke bevrijding van zijn gevangenen, Paulus en Silas, en onder de indruk van Gods macht, vroeg hij hun naar het geheim van hun geloof: mijne heren, wat moet ik doen om gered te worden?

Nu, na eeuwen, wordt dezelfde vraag nog steeds gesteld. Want het is een en dezelfde vraag, in welke woorden ook vervat. Zeker wordt deze vraag vandaag gehoord, in alle graden van ernst en nood, in talloze stemmen en talen, soms zelfs zonder woorden maar met een kreet uit het hart.

Misschien wordt onder ons niet zo veel als vroeger gesproken over het "gered worden". De term "eeuwig leven" is min of meer buiten gebruik gekomen.
Maar ik ben er zeker van: de meesten van ons stellen belang in de hemel, hoe wij ons die hemel, ons levensdoel, ook mogen voorstellen. We verlangen die te bereiken, of willen de beste en zekerste weg er heen kennen. En vanaf onze prille jaren is de meesten van ons geleerd: dat het antwoord op onze vraag geleverd wordt in het geloof, dat wij belijden. Met andere woorden: dat de zekerste weg om de gewenste zegen te verwerven ligt in ons christen-zijn. Maar de juiste zin daarvan levert nieuwe vragen op.

Wat betekent dat christen-zijn eigenlijk?Hoe moet het omschreven worden?
En wat zijn de kenmerken?

Nu zou iemand kunnen stellen dat, na bijna twintig eeuwen van Evangelieverkondiging, weinig twijfel over deze punten overblijft. Toch worden nog altijd boeken geschreven en talloze preken gehouden over dit onderwerp: wat betekent het, christen te zijn? En terwijl velen van ons zoveel hierover hebben gehoord en gelezen, geloof ik toch dat de meesten van ons het erg moeilijk zouden vinden, een volledig antwoord te geven.

Misschien zou het meest algemene antwoord zich wel richten op onze activiteit.
Christen zijn betekent dan: ons gedrag te richten naar het voorbeeld van Jezus Christus; te leven zoveel mogelijk overeenkomstig de door Hem gestelde normen. Met andere woorden: dit antwoord wijst op Jezus als de Weg.

We horen Jezus tot zijn discipelen zeggen, Hem te volgen. Hij herinnert het volk er aan, dat men aan de vruchten de boom kent - dus aan hun werken hun christen-zijn constateert. Hij vertelt aan de zoekers van eeuwig leven over de barmhartige Samaritaan en raadt hun aan net zo te doen.

"Ik heb u een voorbeeld nagelaten", zei Jezus tegen de twaalf op de avond dat Hij hen verliet, "opdat ge zult doen zoals Ik gedaan heb". Met andere woorden: als je het doel wilt bereiken, waar je hart op gericht is, weet dan: Ik ben de weg. Of ook: "als iemand Mij wil dienen, laat hij mij dan volgen en waar Ik ben zal mijn dienaar zijn".

Wel, dat is alles waar en redelijk. Inderdaad noemde in de eerste dagen van het christendom Gods volk zich nooit christenen; ze werden "mensen van de weg" genoemd. Want ze konden onderscheiden worden door hun levens-weg, door wat ze deden en door wat ze weigerden te doen. En - God weet heter is vandaag nog overvloedig ruimte voor practiserende christenen; voor hen die hun licht willen doen schijnen op de mensen; voor hen die herkend worden aan hun levens-stijl, als met Jezus te zijn geweest.

En toch zou een ander antwoord op onze vraag, weinig minder gebruikelijk, het geloof naar voren schuiven. Zoals zij, die deze richting benadrukken, zeggen: christen zijn betekent slechts te geloven in God en in Jezus Christus, Die door Hem gezonden is. Met andere woorden: het tweede antwoord wijst ons Jezus aan als de Waarheid. Het geeft aandacht aan en legt nadruk op - niet zo zeer op wat Jezus dééd als wel - op wat Hij leerde. Wanneer Martha, bezig met haar keukenwerk, schutspatroon van de ene school mag zijn - de schutspatroon van de andere groep is Maria, die aan Jezus' voeten zit en de woorden van zijn lippen indrinkt.

Mijn vrienden, of wij "geloof" met een kleine letter of met een hoofdletter spellen, als christenen moeten wij iets geloven en wàt wij geloven is uiteindelijk beslissend voor onze handel en wandel. Hoe practisch we ook zijn - we moeten niet vergeten, dat het christendom Goed Nieuws betekent. En goed nieuws doet ons niets als we het niet aannemen. Met andere woorden: als ons hart verlangt mensen te zien uitrukken die zekere gedragsregels onderschrijven, dan zou je bijna kunnen zeggen: dat we daarvoor geen kerk en zelfs geen bijbel nodig hebben. Om een goed burger te zijn, een goed gezinslid, een goede buurman - wel, dat kunnen we op school leren, of in wereldlijke organisaties, of van de lessen die we in het gewone harde leven opdoen.

Maar laten we niet denken dat zo iets ons naar de hemel voert - tenminste niet naar die hemel, waarheen ons hart smacht en roept. Daarvoor moeten we ons wenden tot Hem, die de woorden van eeuwig leven heeft. Zoals Paulus zei: gelooft in de Heer Jezus Christus en ge wordt behouden. Ziet u, wat onze wereld vandaag nodig heeft is veel meer het Evangelie dan een zedeles.

Tenslotte is er nóg een antwoord op onze vraag. En dat houdt in, dat christenzijn niet zo zeer een zaak van hart of hand is, als wel een zaak van de Geest.
En hier wordt op Jezus gewezen als het Leven. We hebben mensen, voor wie het christen-zijn niet bizonder een activiteit of geloof betekent - maar eerder een beleving, een bewust-zijn van Gods nabijheid, een besef dat Christus zeer nabij en in ons is. Ik geloof, dat dit bizonder voor Paulus gold, want zijn christen-zijn begon niet met de roep om Jezus te volgen; niet met een onthulling van de waarheid over Jezus; maar met een openbaring door Jezus zelf.

Op zeer reële wijze bleef dit gezicht hem bij, nam meer en meer bezit van hem en vulde zijn gehele leven. Of, zoals hij zelf zei: het nam mij gevangen. Zo was hij in staat om in alle oprechtheid en vrijmoedigheid te schrijven: voor mij is verreweg het beste met Christus te zijn.

Mijn vrienden, we mogen blij zijn dat we nog mensen van dit soort hebben; heiligen van de twintigste eeuw; mannen en vrouwen, die leven dicht bij Jezus; die zijn beloften hebben gelezen, beproefd en waar bevonden; die weten wat het betekent: te blijven in Christus en Hij in hen; die weten wat het is: zijn blijdschap gedurig in zich te hebben, een volmaakte blijdschap.

Zo zijn er dus drie antwoorden op onze vraag, drie soorten christenen. En ik ben er zeker van dat ze in alle kerken voorkomen. Wij hebben bij voorbeeld onder onze leden de practische mensen, zij die beklemtonen dat geloof zonder werken dood is; zij die graag uit hun vruchten gekend worden. We kunnen er zeker van zijn, dat ze in de kerk leiding zoeken, bemoediging en kracht om hun leven te leven als goede christenen. Ze zullen hier altijd nederig en hoopvol komen en ik ben er zeker van dat ze niet met lege handen zullen weg gaan.

Dan hebben wij de onderzoekende leden, zij die de Waarheid zoeken, die met vragen zitten, verslagen zijn misschien. Ook die moeten onder ons gevonden worden, die het Licht zoeken, uitzien naar een steun voor hun zwak geloof, of die een reeds sterk geloof zouden wilen verdiepen, begerig om meer te horen over de onnaspeurlijke rijkdommen van Christus. Ja, zij komen, als altijd, nederig en vol verwachting - en in Gods Woord vinden zij altijd nieuwe schatten.

Tenslotte hebben wij hen die komen en nauwelijks weten waarom. Slechts omdat ze voelen, dat het goed is in de kerk te zijn. Slechts omdat ze graag bij Christus horen, wat je buiten de kerk niet vindt. Of er zijn mensen, die niet allereerst komen om te halen of te leren - maar om te géven; mensen voor wie de essentie van de kerkgang niet zit in de gebeden, de geboden en de preek - maar in de lofzang, die als een offerande recht uit hun hart opstrijgt.
Ook die zijn er en al gevende merken ze dat hun vele dingen gegeven worden.

Laat me onze vraag mogen herhalen. Wat betekent het om christen te zijn?
Wel, om het antwoord te vinden moeten we de drie beschouwde typen samenvatten.
Inderdaad, meen ik, is onze vraag beantwoord met de woorden van de Heiland, die we als tekst kozen: Ik ben de weg, de waarheid en het leven. En voorts, om Jezus' andere woorden aan te halen: niemand komt tot de Vader dan door Mij.

Zo wordt ons de weg gewezen, die ons veilig door dit leven naar de begeerde haven leidt. De waarheid maakt ons vrij en schenkt ons in deze onzekere wereld een zeker en betrouwbaar anker. Het leven wordt in ons geblazen, het sterkt ons, het groeit in ons rijker en voller, tot het eeuwig leven wordt, dát leven dat onze harten zoeken.

Mijn vrienden, als we die weg weten, behoudt dan de waarheid en ontvangt het leven - dan weten we wat het is: christen te zijn.

Naschrift. Een oud Engels gezegde luidt: a good sermon is about God and about ten minutes; hetgeen is, overgezet zijnde, een goede preek behoort over God te gaan en ongeveer tien minuten te duren.

De preken hier in Dalmally voldoen aan deze regel. Ze zijn kort en krachtig en bij mij kwam de wens op, u eens zulk een preek te laten lezen. De eerste de beste preek werd te leen gevraagd voor dit doel en voor u vertaald. Het is geen uitgekozen preek, het is een doorsnee "serrnon".

Voor mij blijft slechts een wens over. Dat ons kerkvolk hiervan onbevangen kennis neemt, zonder de gebruikelijke normen aan te leggen, waar wij zo ongebruikelijk mee omspringen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief