Die kerel uit de Bijbel
1978-11-24
Onder de zomergasten die "langs kwamen" troffen we dit jaar een paar studenten. De een was ons goed bekend - de ander niet. Daar het te laat was geworden voor een "Bed- & Breakfast"-adres boden we hun de jongenskamer aan, een soort tweede keus logeerkamer, maar met zeer redelijk comfort. Die werd gaarne aanvaard en aan het ontbijt werd het avondlijk gesprek voortgezet.- Jaargang 22
- nummer 44
Hoe die ene student eigenlijk heette - was onze vraag nu. Het antwoord was een melodieuze dreun, die in een fraaie snor verloren ging. We vroegen het nog eens en wederom klonk het antwoord bekend, maar niet overtuigend.
Misschien ook speelde een licht spraakgebrek een rol - of onze langzaam opkomende doofheid. Ten derde male - en gegarneerd met verontschuldigingen - stelden wij de vraag naar 's mans doopnaam. Die klonk nu zo ongeveer als Hsjobhbh. Daar we vragend bleven kijken zei hij gemelijk: net als die kerel uit de Bijbel. En opeens vermoedden we: deze man heet naar Job!
Ja, die kerel uit de Bijbel heette Job. En die kerel aan onze ontbijttafel desgelijks. Eigenlijk verlaagde hij niet Job - maar zichzelf. We hebben vluchtig getracht hem op dit punt nader en breder te onderwijzen, maar konden geen enkel effect bespeuren.
Deze kerel kende de Bijbel. Hij wist naar wie hij vernoemd was. Hij zal ook wel wat meer van Job hebben geweten, dan dat hij met diens Bijbelse naam door het leven mocht gaan. Maar dat was hem blijkbaar geen genoegen. Nu weten we van iemand anders, die naar Abraham Kuyper is vernoemd. En sinds hij weet dat hij niet naar de vader der gelovigen maar naar de vader der doleantie vernoemd is, mist hij elke vreugde over zijn Bijbelse naam. Dat kunnen we ons zonder moeite voorstellen. Maar iemand, die naar Job is vernoemd, mag toch wel enige oprechte blijdschap tonen over zulk een kostelijke naam. Waarover nader.
Waarom hechten wij een denigrerende waarde aan het woord "kerel"?
Wat betekent het woord eigenlijk?
Als u Van Dale wilt geloven, en waarom niet, dan is een kerel een forse man, of een jonge man, of een moedig man; in elk geval iets dat de moeite waard is. Een kerelswerk is een karwei, waar moed en kracht voor nodig zijn. In de volkstaal betekent kerel gewoon vrijer, of ook echtgenoot, of zelfs bejaarde echtgenoot.
Op historische gronden echter betekent kerel: boer, kinkel, of zelfs boerekinkel.
Dat klinkt minder leuk. Een kerel, gaat Van Dale voort, kan zijn een onguur manspersoon, denk aan een dronken kerel. Floris de Vijfde, die in 1296 door een stelletje edelen werd vermoord, heette vanwege zijn aanhang der keerlen god: hij was de eenoog in het land der blinde boerenkinkels, de grote onder de kleine luiden. En nu voelt u, dat aan Job, die kerel uit de Bijbel, een zuinige waardering werd toegekend.
Als u wat dieper graaft verstaat u dat kerel, of kerl, of kerle, of Cerl een vrije man betekent, die niet van adel is. Dat zit er dus achter: een vrije man, maar niét van adel. Voelt u? Te klein voor servet, te groot voor tafellaken. Iemand, die tussen de wal en het schip hangt. Net geen leenman - net geen leenheer, niet te classificeren, uitschot.
Nu weet u meteen wat de naam Karel betekent. Oorspronkelijk: vrije man, maar niet van adel. De adel zou hem niet als gelijke behandelen - de pachtboer zou hem geen vertrouwen schenken. En hoewel iedere Germaan er naar streeft, zijn stamboom tot Karel de Grote terug te voeren, is in óns land de naam Karel, Carolus, pas in de 16e eeuw ingeburgerd: zo lang hield men tegenzin tegen de betekenis. De vrouwelijke vorm Charlotte werd voor een achtbaar vrouwspersoon pas gangbaar, nadat Lodewijk XI zich van een gemalin voorzag, welke deze naam droeg.
Jawel, Job, die kerel uit de Bijbel, kon het ermee doen. Job heeft niet op kosten van het gemeen gestudeerd en hij heeft evenmin aan de studiekosten van huidige studenten bijgedragen; dies werd hij kerel geheten.
Hij viel tussen de wal en het schip.
Maar, zoals het scheldwoord geuzen, bedelaars, tot erenaam is verheven - zo ook heeft de Vlaamse schrijver Henri Concience een van zijn historische romans naar zijn "Kerels van Vlaanderen" vernoemd, hen daarin erende. Jawel, door een kleine verandering van intonatie kan een scheldnaam een lieve naam worden.
En nu denk ik aan de lessen "Godsdienstonderwijs" aan het Christelijk Lyceum van Almelo, in de jaren twintig. Ze werden door de Baas zelf gegeven en maakten indruk op ons: geen preken, geen catechisatie, toch grijpbaar en bruikbaar. Waarom ineens die sprong van Job naar Almelo?
Wel, de Baas kon graag zeggen: die zonen van Zeruja - dát waren nog eens kerels! Dat klonk eerbiedig en zeer indrukwekkend. Laten we samen dat zijpaadje eens opgaan.
Wie waren die zonen van Zeruja en wat deden ze om de erenaam van kerels waard te worden?
Die zonen van Zeruja komt u in de boeken Samuël, Koningen en Kronieken vele malen tegen. Ze speelden een belangrijke rol in Davids oorlogen en werden alle drie legeroversten genoemd. Hun namen waren Joab, Abisai en Asael. Te beginnen bij de laatste.
De lichtvoetige Asael achtervolgde Abner, Sauls generaal die een nederlaag had geleden. Asael dacht 1) de grote Abner zo maar te dodenmaar werd zelf door Abner handig omgebracht. De soldaten, die langs zijn lijk trokken, bleven er bij stil staan: Asael was bekend, geliefd en geëerd. Zijn naam betekent: snelle gazel. Hij was een der zonen van Zeruja en een legeroverste.
Abisai was een ander type. Toen David 2) eens vroeg: welke vrijwilliger gaat met mij in Saul's hoofdkwartier doordringen? was het Abisai, die aanstonds aan de hachelijke tocht deelnam. Ze beslopen Saul in de nacht en kwamen zo dicht bij hem dat Abisai fluisterde: zál ik hem? Eén stoot is genoeg ... Maar David antwoordde: de gezalfde des Heeren vermoorden?
Dat kan niet!
Toen David 3) voor Absalom moest vluchten en een zekere Simei, uit de familie van Saul, hem vervloekte, was het weer Abisai die verlof vroeg: zál ik hem? En later wilde Abisai opnieuw met Simei afrekenen. Maar David zei geërgerd: wat heb ik met 4) jullie te maken, zonen van Zeruja, tegenstanders dat jullie bent!
Toen David eens in moeilijkheden kwam door een Filistijnse reus, was het de vechtjas Abisai, die hem op tijd te hulp kwam. 5) Abisai had dan ook achttienduizend Edomieten op zijn naam staan!
Samen met Joab heeft Abisai, uit wraak voor Asael, generaal Abner vermoord. Deze was bij David op bezoek geweest; na zijn vertrek ruimden de twee broers hem op. David was er bedroefd over: dit was moord in vredestijd, dit kon niet. Hij klaagde 6): moest Abner nu sterven als een dwaas? Op deze dag is een groot man gevallen. Daar ben ik maar klein bij.
En zijn oordeel over beide oversten luidde: ik ben nog zwak - maar die zonen van Zeruja zijn harder dan ik!
Maar dan is er nog een heldendaad van Abisai te melden; want Abisai wás een kerel. Toen David tijdens een vervolging naar het lekkere water van zijn vaderstad Bethlehem smachtte, gingen drie 7) helden - Abisai was de leider van hen - dwars door de vijandelijke wachtposten een kruik water halen. Een huzarenstukje, jawel. Maar zo waren nu die zonen van Zeruja.
En dan de derde, Joab de voornaamste, de slechtste. Een typisch politiek denkende generaal, voor wie in de oorlog alles geoorloofd was. Hij koos aanvankelijk, nota bene, partij voor de revolutionaire Absalom, in wie hij een sterke opvolger van David zag. 8) Later kreeg ook de troonpretendent Adonia hem op zijn hand. 9) Joab stond aan Davids kant - maar David vertrouwde hem voor zover hij hem zien kon.
Toen David de burcht Sion veroverde riep hij: wie er het eerste binnenklimt wordt mijn generaal. 10) De eerste was Joab - hij is dan ook legeraanvoerder van Davids verenigd koninkrijk geworden. 11) Maar toen David de regering aan Salomo overdroeg 12) gaf hij zijn zoon deze instructie: Joab heeft twee generaals, Abner en Amasa, in vredestijd vermoord; hij mag geen vredige dood hebben!
Zo stond David ambivalent tegenover de zonen van Zeruja. Hij had ze nodig maar hij lustte ze niet. Hij was hun dankbaar maar moest ze vaak berispen. Ze waren moedig tot het uiterste - maar bleven beneden vorstelijk niveau. Ze waren kerels in de goede en in de slechte zin.
En tenslotte: wie was Zeruja eigenlijk?
Zeruja zelf was geen held, was geen sterke man - maar een vrouw. En nog wel een zuster van David. De zonen van Zeruja moesten oom tegen David zeggen - al zullen ze weinig of niet jonger zijn geweest. 13) Maar inderdaad - ze waren kerels!
Nu zijn we, door die zonen van Zeruja, van Job afgedwaald. Zullen we daar dan een andere keer op terugkomen?
1) 2 Sam. 2 - 2) 1 Sam. 26 : 6 - 3) 2 Sam. 16 - 4) 2 Sam. 19 - 5) 2 Sam. 21: 17 6) 2 Sam. 3 : 39 - 7) 2 Sam. 23 - 8) 2 Sam. 14: 1 - 0) 1 Kon. 1 : 7 - 10) 1 Kron. 11 : 6 - 11) 2 Sam. 8 : 16 - 12) 1 Kon. 2 : 5 - 13) 1 Kron. 2 : 16.